Misverstanden en onduidelijkheden over euroscepsis in EU

Volgens Politico dat zich zegt te baseren op het Europees Parlement hebben in Nederland eurosceptische partijen 33% steun behaald in de Europese Verkiezingen. In 2014 was het 38% volgens deze bron, zodat hoe dan ook deze eurosceptische partijen in Nederland 5% aanhang zouden hebben verloren. Ik pijnig me het hoofd hoe het Europees Parlement tot dit percentage komt en welke partijen het als eurosceptisch beoordeelt. Voor 2014 tellen de volgende partijen op tot 38,3%: CU-SGP (7,6%), PvdD (4,2%) 50PLUS (3,7%), PVV (13,2%) en SP (9,6%). Dezelfde partijen plus het nieuwe FvD tellen voor 2019 op tot 32,9%. Afgerond dus 33%.

Hoe komt het Europees Parlement tot deze cijfers? 50PLUS valt niet aan te merken als eurosceptisch, zoals uit een artikel in De Volkskrant van 16 mei 2019 blijkt indien lijsttrekker Toine Manders de stelling onderschrijft ‘een warm pleitbezorger van de Europese samenwerking’ te zijn en een artikel op DDS dat uitschreeuwt ‘50Plus kiest vol voor Europa: “Stem vóór Europa, koester 75 jaar vrede, welvaart en samenwerking!’’.

Wat ‘eurosceptisch’ is niet op voorhand duidelijk. Want terwijl de CU kiest voor samenwerking in de EU, maar niet voor een superstaat, de PvdD eveneens voor Europese samenwerking is ‘waar het nuttig is‘, en de SP kiest voor ‘een Europese samenwerking waarin de belangen van mensen, dieren en ons milieu weer voorop staan’ wil de PVV de EU verlaten eveneens vermoedelijk FvD. De SGP neemt een tussenpositie in waarin het accent ligt op grondige hervorming en afbraak van de symboliek en niet op het breken van en met de EU.

De grafiek hierboven is zowel verkeerd samengesteld als betekenisloos omdat een duidelijke definitie over euroscepticisme ontbreekt. 50PLUS is geen eurosceptische partij zodat het percentage van eurosceptische partijen in Nederland al daalt tot 29%. Daarnaast is er een tweedeling aan te brengen in de euroscepsis van partijen die de EU willen hervormen (CU, SP, PvdD, SGP) en partijen die de EU willen verlaten (PVV, FvD). Met als complicatie dat FvD-lijsttrekker Derk Jan Eppink zoals een artikel in NRC verduidelijkt eigenlijk niet uit de EU wil stappen. Jean-Marie Dedecker voor wiens partij Eppink in het Europarlement zat zegt: ‘Uit de EU stappen? Daar ben ik niet voor en Derk Jan ook niet. Hij is kritisch over Europa, maar wel voor één Europa’. Als euroscepsis wordt opgevat als ‘een ondubbelzinnige, kritische houding ten opzicht van Europese integratie en de EU als vorm’, dan daalt het percentage daarvan in Nederland tot 3,5%. Dat is het percentage van de PVV.

Kijkt men naar het aantal zetels van de eurosceptische partijen, dus zowel hervormers CU, SP, PvdD, SGP als de harde (PVV) en zachte (FvD) verlaters uit de EU, dan is het percentage 23%. FvD, CU-SGP en PvdD halen samen 6 van de 26 zetels. De meest eurosceptische partij van Nederland de PVV heeft geen zetel behaald.

Wat is de waarheid over statistieken? Ze zouden niet liegen, maar misbruikt worden en zelden de waarheid vertellen. Maar dat is te simpel, ze liegen wel degelijk en zijn bedoeld om te verhullen. In de zin van ‘in te zwachtelen’ en ‘verstoppen’. Of ermee nou wordt gelogen of de waarheid verborgen, bovenstaande statistiek/ grafiek van het Europees Parlement doet aan misleiding. Het raadsel is wat het belang ervan kan zijn om het percentage eurosceptische partijen in Nederland flink hoger voor te stellen dan het in werkelijkheid is.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelIn graphics: How Europe voted’ op Politico, 27 mei 2019.

Debat Rutte – Baudet gaat nergens over behalve over het debat Rutte – Baudet

Vanavond is het televisiedebat over de Europese verkiezingen tussen premier Mark Rutte (VVD) en de partijleider van FvD Thierry Baudet. Het benadrukt maar weer eens het feit dat de media rechts zijn. Het gesprek wordt uitgezonden in het programma Pauw op de publieke omroep met als moderator Jeroen Pauw.

Er is van alle kanten kritiek op dit debat. De wetmatigheid van een campagne is dat partijen die zich in een tweestrijd weten te manoeuvreren daar bij winnen. Het is het centrum-linkse Pauw (BNNVARA) dat een centrum-rechtse (VVD) en een ultrarechtse (FvD) partij het mogelijk maakt om winst te boeken. De andere partijen voelen zich daardoor terecht buitengesloten. Tom-Jan Meeus concludeert in zijn zaterdagse column voor NRC dat dit debat de opkomst van de afgelopen weken van de centrum-linkse sociaal-democraat Frans Timmermans doorkruist. Meeus: ‘Zo werd de opstomende Timmermans uit het campagnescript geweerd’. Met dank aan de ooit linkse VARA die kiest voor rechts en ultrarechts, en tegen links. Niets is meer zoals het was.

Maar Frans Timmermans is namens de PvdA wel degelijk een politicus die op de lijst staat voor de Europese verkiezingen en waarop Nederlanders kunnen stemmen. Voor Baudet en Rutte geldt dat niet, hoewel Baudet als lijstduwer formeel op de Europese lijst voor zijn partij staat, maar die plek niet zal innemen vanwege zijn rol in de Tweede Kamer. Het feit dat er een debat plaatsvindt tussen twee politici die niet verkiesbaar zijn voor de verkiezingen waarover ze spreken is een ander essentieel punt van kritiek op dit debat.

Los van de campagneretoriek van VVD en FVD en de geilheid van Pauw om publicitair te willen scoren is er het gebrek aan inhoud van de twee rechtse partijen die overspoeld om niet te zeggen weggespoeld wordt door hun marketing. Het gaat nergens over dan over de marketing, de campagne en de twee rechtse politici zelf.

Baudet die tegen de wil van 80% van de Nederlanders ervoor opteert dat Nederland de EU verlaat vindt in Rutte geen geharnaste verdediger van de EU, maar een pas onlangs bekeerde  Europeaan die mooi weer speelt met zijn vermeende pro-EU houding, maar in werkelijkheid minimaal meewerkt aan verdere federalisering of overdracht van bevoegdheden naar Brussel. Tegenover de negatieve Baudet staat dus geen positieve politicus die vol overtuiging de EU verdedigt, maar een schipperende, halfslachtige Rutte die feitelijk een EU-bounty is. Rutte is pro-EU vanbuiten, maar eurosceptisch vanbinnen. Zoals dat voor veel nationale politieke leiders geldt die kritiek op de EU hebben, maar de reden daarvoor door hun tegenwerking en stil verzet zelf veroorzaken.

Hoe de marketing en de campagnestrategie werkt laat het YouTube-kanaal van de VVD zien, inclusief de videoGenoeg stof voor een pittig gesprek’ (zie boven). Afgelopen zes dagen plaatste de VVD zes video’s met negatieve kritiek op Baudet. Dat moet zijn voorbereid, hoewel het resultaat niet denderend is en het niveau van knippen en plakken niet overstijgt. Zo wordt de tweestrijd tussen Baudet en Rutte die een schijntweestrijd is met slechte onderbouwing en op een onscherpe wijze groot gemaakt. Opgeblazen lucht. Een harde, frontale aanval van de VVD op het ultra-rechtse gedachtengoed van Baudet en zijn contacten met extreem-rechts ontbreekt. Is ook deze campagne een schijnvoorstelling met de rem erop? Er zijn straks drie winnaars, te weten de VVD en FvD die netjes binnen de lijntjes blijven van hun eigen tweestrijd waar ze elkaar voor nodig hebben en het publiciteitsgeile Pauw dat het eigen gedachtengoed verloochent.  De verliezers zijn talrijker: de andere politieke partijen, en de geloofwaardigheid van de Nederlandse media, democratie en politiek.

Nogmaals Meeus over de campagnestrategen die de macht bij de Nederlandse politieke partijen hebben gegrepen: ‘Want nooit eerder bespeelden ze de media met zoveel finesse, van scoop tot cliffhanger. En zelden eerder was hun campagne-technische effectiviteit zo groot. Ook al produceerden ze lucht, of slechte politiek. Of, erger nog, überhaupt geen politiek.’ Kortom, Campagnestrategie krijgt een 10, de Politiek scoort een 0.

Foto: Schermafbeelding van deel van de videos op het YouTube-kanaal van de VVD op 22 mei 2019.

Met verkiezingsspotje zet de SP zichzelf te kijk als verbitterd en narrig. In de overdrijving verliest de ironie aan geestigheid

Dit spotje lijkt satire en gericht tegen de SP, maar is van de SP. Erbij lijken de PVV en FvD in hun Europabeleid fijngevoelig en genuanceerd. Hoe is het mogelijk dat de SP zo’n simpel wereldbeeld verkondigt? Hoeveel dieper kan de SP nog zinken? Wie is hiervoor verantwoordelijk? Dit is een verre echo van de succesvolle samenwerking van de SP met ontwerpbureau Thonik. Het minder van toen is het teveel van nu geworden.

Het is makkelijk om de schuld van het eigen falen elders te leggen. Dat doen politieke partijen die het slecht doen altijd. De SP heeft twee grote nadelen: een flets programmatisch profiel met vreemde standpunten en een verre van democratische partijorganisatie. De voordelen, zoals het geworteld zijn in de wijken weet het niet goed over het voetlicht te brengen. Daar voegt zich nu een derde nadeel bij: platheid en lompheid.

De SP heeft haar elegantie en lichtheid verloren. De SP zakt weg in verbittering en narrigheid. Met dit spotje bedient de SP wellicht de eigen harde kern, maar vervreemdt het twijfelende kiezers van zich. Moet het spotje dienen als excuus voor de komende nederlaag die dan niet bij de politieke leiding, te weten Lilian Marijnissen en Ron Meyer, gelegd wordt maar bij de afdeling communicatie die eindverantwoordelijk is voor dit spotje?

We zijn allemaal niet-buitenlanders, PVV en PvdA

hbm_gormez_51_u

Na 9/11 kopte Le Monde in een hoofdredactioneel van Jean-Marie Colombani ‘We zijn allemaal Amerikanen’ (Nous sommes tous Américains). Hij besloot met ‘Waanzin, zelfs onder het mom van wanhoop, is nooit een kracht die de wereld kan hervormen (régénérer). Dat is de reden waarom we vandaag Amerikanen zijn’.

De PvdA startte voor de gemeenteraadsverkiezingen de T-shirtactie ‘Ik ben ook Marokkaan‘. T-shirts met genoemde tekst waren voor 15 euro te koop inclusief verzendkosten. Elk volgend shirt kostte 7 euro. Bedoeld om ‘met name niet-Marokkaanse Nederlanders op ludieke wijze hun steun aan de Marokkaanse gemeenschap [te] laten blijken‘, aldus PvdA Utrecht. Initiatiefnemers waren PvdA-raadslid Bouchra Dibi en de leden Ahlam El Yaakoubi en Lucinda van Ewijk. Als reactie op de vraag van Geert Wilders om minder Marokkanen te regelen.

Een prima actie die in de uitvoering echter niet te begrijpen was. Waarom noemde de PvdA het een ludieke actie? Het middel is wellicht speels, maar het doel is dat niet. Waarom mag iets serieus niet serieus genoemd worden? Waarom altijd de ironie als het serieus dreigt te worden? Nog minder valt het te begrijpen waarom er niet werd gekozen voor de tekst ‘We zijn allemaal Nederlands-Marokkanen‘? De gevoelswaarde van ‘Ik ben ook Marokkaan‘ volgt exact het frame van Wilders die praat over ‘de Marokkanen‘. Hoe denkt de PvdA een vooroordeel te kunnen doorbreken door het te bevestigen? Zo komen we nooit af van de praatjes over ‘buitenlanders’. Met de politieke marketing van PVV of PvdA waarbij Turken of Marokkanen verworden tot halffabrikaat voor partijpolitieke electorale aspiraties en positionering van de voormannen Wilders of Asscher.

Foto: ‘Conservatieve Turken protesteren op het Museumplein tegen het beleid van de Amsterdamse wethouder van Onderwijs, dat in hun ogen tegen de waarden van de Turkse en islamitische cultuur indruiste.’ Circa 1973. Historisch Beeldarchief Migranten.

Russische propaganda van RT: haat, genocide en onbevestigde info

Waarom zijn Russische media zo verbeten op Oekraïne? Het antwoord is simpel, Oekraïne ontworstelt zich sinds november 2013 aan de greep van Rusland en koerst richting EU. Dat bevalt het Kremlin niet en met inzet van publicitaire middelen probeert het te voorkomen dat Oekraïne en Oekraïners voor zichzelf kiezen. Deze propaganda probeert stokken in het wiel te steken. Wat in de episode van RT Thruthseeker opvalt is de blinde haat die eruit spreekt. Waarom overdrijven de Russen zo? Het oogt pathologisch wat ze doen. Deze Russische media lijken alle verhoudingen uit het oog verloren te hebben. Journalistiek is het allang niet meer, de negatieve emoties maken het klef en onfris. Neem nou onderstaand citaat dat aantoonbare onzin is:

hit

Maar RT lijkt nu ook door te hebben dat niet alle propaganda werkt en zich tegen het beeld van Rusland kan keren. Wat blijft hangen is een onverdraagzaam en kwaadaardig Rusland. RT heeft deze aflevering wegens ‘onbevestigde informatie’ geschrapt. Zie ook tweets van journalist Shaun Walker van The Guardian hierover.

rt

 Foto 1: Still uit teruggetrokken RT-programma ‘Genocide in eastern Ukraine’ met gewraakt citaat dat stelt dat het Oekraïense leger een directe opvolger is van Hitlers Wehrmacht. 

Foto 2: Tweet van RT Press Office EN, 15 juli 2014.

Hoe kan Rusland de propagandaoorlog over Oekraïne winnen?

Vladimir Putin live question-answer conference

De informatieoorlog woedt in het Oekraïne-conflict. Der Spiegel Online zet alles op en rijtje en legt uit hoe Rusland de propagandaslag heeft gewonnen. Het Kremlin maakt alle middelen vrij om op internet, in kranten en op televisie haar visie te geven. Zoals het echte propaganda betaamt met inzet van vermeend neutrale journalisten en analisten die echter rechtstreeks vanuit het Kremlin aangestuurd worden. Europese media en nieuwsconsumenten lezen dat als ‘objectieve’ informatie. En worden met valse informatie opgescheept.

Uiteraard staat de Russische propaganda niet op zichzelf en is opgezet als weerwoord op vooral Amerikaanse media die het standpunt van het Witte Huis geven. Het conflict in Georgië in 2008 was voor het Kremlin een les toen het de informatieoorlog verloor. Wat Moskou nu doet is in sterk contrast met onafhankelijke Europese nieuwsmedia die in elk geval streven naar verslaggeving die uitgaat van de feiten zoals ze zijn om daar duiding aan te geven, zonder dat de journalistiek ondergeschikt wordt gemaakt aan een politiek doel.

Hoe de invloed van de Russische propaganda doorwerkt heb ik hier de afgelopen maanden aan vele reacties gemerkt. Ik was het er niet zozeer mee oneens, maar was er stomverbaasd over hoe redelijk geïnformeerde nieuwsconsumenten die zich doorgaans bedachtzaam opstellen ineens praatten over neo-nazi’s en fascisten in Kiev en ontkenden dat Rusland een geheime oorlog in Oost-Oekraïne was begonnen met inzet van speciale troepen. Eveneens verbaasde me het uitblijven van medestanders die op z’n minst erkenden dat de Russische propaganda werkzaam was. Zonder wellicht nog te weten wat in de schemeroorlog nou precies waar was.

Nu beide mythes zijn doorgeprikt door de uitslag van de presidentsverkiezingen waarbij de ‘fascisten’ nauwelijks steun kregen en de centrumpartijen wonnen, en de betrokkenheid van strijders uit de Russische Federatie voor het eerst in het openbaar is toegegeven door het Kremlin zelf blijft de invloed van de Russische propaganda in het Westen werkzaam. Het leidt bij het brede publiek niet tot het inzicht hoe Rusland de publiciteit bespeelt en naar z’n hand zet. Da’s een grootste prestatie van de Russen die zo meesterlijk de Europese publiek opinie bespelen. Met als hoogtepunt de steun van extreem-rechtse partijen voor Putin.

Dat roept vragen op hoe westerse mediaconsumenten toegerust zijn om door professioneel georkestreerde informatieleugens heen te prikken. Het maakt niet uit of dat Britse en Amerikaanse propaganda over de oorlog in Irak is, of Russische propaganda over Oekraïne. Het kritische vermogen van westerse consumenten schiet tekort. Ze weten door de complexiteit hun weg niet meer te vinden binnen de berichtgeving door feiten op te sporen en te wegen. Da’s voor velen een te zware opgave en vraagt om media-educatie voor jongeren in het onderwijs, maar ook voor educatie van het brede publiek. Zodat ze niet in fabeltjes gaan geloven door zich te wapenen in de informatieoorlog. De nieuwe rol van de kritische nieuwsconsument is om geen enkele autoriteit op voorhand te geloven en zich te wenden tot nieuwsbronnen die nog steeds uitgaan van de feiten.

Foto: President Vladimir Putin en de pers.

Over Europa en media. Politiek biedt geen echte keuze. Dus?

publishable

‘If the range of possible policies on any one issue were enumerated from 1 to 100, New Labour, Lib Dem and Tories offer you choices in the range 81 to 86. The electorate has noticed, and people are sick of it. People have noticed all over Europe too.’ Aldus de dissident en Britse oud-ambassadeur Craig Murray in een opiniestuk over de Europese verkiezingen in Groot-Brittannië en de onafhankelijkheid van Schotland.

Hetzelfde geldt voor Nederland. Politieke partijen lijken sterk op elkaar. VVD, PvdA, CDA, D66, GroenLinks, 50Plus en ChristenUnie zijn inwisselbaar. Programmatisch zijn er nuanceverschillen die neerkomen op een andere timing om het beleid in te voeren, maar over de hoofdlijnen bestaat geen fundamenteel verschil. Geen van de partijen zet kritische vragen bij het staatsbestel en de monarchie, het politieke bestel, de machtsdeling en de machtsverhoudingen. Evenmin als bij belangrijke beleidsterreinen als zorg, onderwijs, woningmarkt of veiligheid. Partijen als de SP, Partij voor de Dieren, SGP en PVV wijken iets meer af omdat ze elk op hun eigen manier een programmapunt hebben waarmee ze zich onderscheiden. De theocratie (SGP), de verzorgingsstaat (SP, PvdD) of immigratie en islam (PVV). Maar op andere programmapunten voegen ze zich in de consensus.

Sinds afgelopen donderdag op verkiezingsavond 22 mei in Nederland de exitpoll van onderzoeksbureau Ipsos gepubliceerd werd juichten de vermeende winnaars CDA en D66 en drukten de vermeende verliezers PvdA en PVV zich. De exitpoll was verre van bruikbaar omdat bij 4 van de 10 partijen het aantal zetels verkeerd bleek te zijn voorspeld. Aan zo’n ongewisse prognose had de publieke omroep nooit een verkiezingsavond op mogen hangen waarvan het vooraf had kunnen inschatten dat die tot allerlei conclusies zou leiden die niet klopten als de ‘definitieve prognose’ onbetrouwbaar was. Die dus inderdaad deels waardeloos bleek te zijn.

De verdeling van de 26 Nederlandse zetels was niet erg belangrijk. Zeker niet voor het Europarlement als geheel. Aardig voor de marketeers van politieke partijen en de gevestigde media die veel zenduren vulden onder het mom hun plicht te doen door aandacht te besteden aan EU en politiek, maar geeuw verwekkend oninteressant voor de kiezers die er weinig van opstaken. Zoals Murray opmerkt, het electoraat heeft het door en is het ziek dat verschillen die geen verschillen zijn door de media en de politieke partijen als verschillen worden gepresenteerd. Het is de afleiding van politiek die weliswaar politiek is, maar een politiek die geen echte keuze biedt. Maar wee je gebeente als je op dat politieke kluitjesvoetbal fundamentele kritiek hebt en zegt om die reden niet te gaan stemmen. Je verliest er je recht van spreken mee. De opperste bevrediging van de Nederlandse politicus en kiezer is voorspelbaarheid en herkenbaarheid. Uitgeslapen politieke copulatie.

Foto: Ondertekening van het EEG-verdrag en het EGA-verdrag. Rome, 25 maart 1957.

Waarom breken Piratenpartijen niet door in Europarlement?

oorlog-zoeklicht04

De druiven zijn zuur voor de Europese piraten. De in het Europarlement vertegenwoordigde Zweedse parlementariërs Christian Engström en Amelia Andersdotter verdwijnen omdat de Zweedse Piratenpartij bleef steken op 2,2%. Te weinig voor een zetel. In schril contrast met de 7,13% uit 2009. De enige vertegenwoordiger van de Piraten in het Europarlement van 751 leden wordt de Duitse Piraterin Julia Reda. Op een haar na miste de Duitse Piratenpartei een tweede zetel. De Nederlandse Piratenpartij haalde 0,8%.

Voorvechter van de Europese Piraten die aangelopen weken vele nationale Piratenpartijen hielp met hun campagne Rick Falkvinge houdt in een analyse de moed erin en zoekt met een zoeklicht naar lichtpuntjes. Hij wijst op oplopende steun in Tsjechië (4,8%), Oostenrijk (2,1%), Luxemburg (4,23%) en Slovenië (2,57%). Maar is objectief genoeg om het een pijnlijk langzame verbetering te noemen. Z’n tegenbewijs dat ‘the political world tends to be that painfully slow for people coming from the Internet’ klopt niet zoals het Zweedse voorbeeld toont. De Piraten boeren als ‘politieke familie’ achteruit. Alleen die politieke werkelijkheid is relevant. 

De kritiek vanuit nationale Piratenpartijen op de institutionele media die politieke partijen die toe willen treden tot het politieke bestel bewust geen platform bieden snijdt hout. Dit is ernstig voor wie de media als controleur van de macht wenst te zien. Dat moet geen poortwachter zijn die de deur sluit. Falkvinge zette op een rijtje hoe de Zweedse Piratpartiet -niet eens een kleine partij- door de Zweedse media steeds weer van debatten, kieswijzers en verslaggeving werd uitgesloten. Dat mechanisme van bewuste uitsluiting werkte ook op Europees niveau. De Zweedse piraat Amelia Andersdotter werd op oneigenlijke gronden uitgesloten van deelname aan de debatten tussen de kandidaten voor het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Ook in Nederland werd de Piratenpartij zo goed als genegeerd door de institutionele media en kon daarom het gedachtengoed nauwelijks doordringen tot het electoraat. Een toetredende politieke partij die nog niet in een parlement vertegenwoordigd is ontvangt volgens de Wet Financiering Politieke Partijen in Nederland geen overheidssubsidie en is afhankelijk van free publicity. Als dat zo goed als ontbreekt, dan wordt het onmogelijk om de eigen stem tussen de gevestigde partijen te laten horen. In Duitsland is dat anders geregeld. De Piratenpartei kon zich al professionaliseren en publiciteit maken zonder dat het nog vertegenwoordigd was.

Het is lastig om de vinger te leggen op de nederlaag van de Piratenpartijen. Hun opmars gaat te langzaam. Onbegrijpelijk in het jaar van Edward Snowden, de NSA en de massale spionage van burgers. Ook door tal van Europese landen. Een verklaring is dat Groenen en links-liberale partijen als D66 deze kritiek succesvol weten te verwoorden. Sommige piraten beschouwen dat als opportunisme. Maar omdat het past binnen het gedachtengoed van deze partijen is dat de vraag. Als ze dit gewetensvol blijven doen, dan maakt het niet uit wie de kritiek verwoordt. Voor de bewering dat de institutionele media en de gevestigde politieke partijen de Piratenpartijen uitsluiten zijn voldoende aanwijzingen. Da’s zorgelijk omdat het raakt aan het functioneren van de journalistiek en het politieke bestel. Daarover kunnen de Piratenpartijen met andere nieuwkomers die bewust uitgesloten worden, zoals de Libertarische partijen, een breed maatschappelijk debat opstarten.

Foto: Zoeklicht, 1944.

Banken: gered of gereed voor de ondergang? Wat doen politici?

011609_Bank_Bailout

De uitspraak Alles is relatief is weer relatief. Dood is verre van relatief voor wie het aan den lijve ondervindt. Hoewel dat voor iemand die in het hiernamaals gelooft dat weer relatief is. Zo resteren relativeringen die elkaar dwars zitten. Hetzelfde soort redenering geldt voor het internationale bankensysteem. Gered van de ondergang na 2008, maar nu opnieuw gereed voor de ondergang. Omdat de samenleving niet, maar banken wel profiteren bij hun eigen ondergang is het verlies van de een het profijt van de ander. De belastingbetaler financiert het gratis ritje van de banken. Da’s bekend, maar de politiek weet de macht van de banken niet te breken. Zodat de voorwaarden voor een nieuwe bankencrisis niet zijn weggenomen, maar worden versterkt.

Verdere relativering is dat institutionele media spaarzaam berichten over hoofdzaken. Soms Tegenlicht van de VPRO, soms Panorama of Terzake van Canvas. Programmamakers die verder kijken zijn te prijzen. Maar ze zijn de uitzondering. In de ultieme onnozelheid vulde de vraag wie bij de Europese verkiezingen de grootste partij zou worden avonden lang de zenduren van de publieke omroep. En werd er gisterenavond zonder dat een definitieve uitslag beschikbaar was urenlang gepraat over wie gewonnen of verloren had. Op de vulkaan was een dansvloer gelegd om te dansen. In een format dat haaks op de veranderingen staat. Herkenning voor onwijzen en dwazen die genoeg hebben aan een half woord dat nooit meer zal worden dan een half woord. Om met de dichter van het licht te spreken, journalistiek heeft haar gezicht verbrand. En de burger verraden.

Of is dit te somber aangezet? Oordeel over de reportage ‘Zijn de banken nu safe?’ van Wim Van den Eynde en Peter Rondou van Canvas’ Panorama. Hebben wij -lees: onze politici die zo graag de grootste zijn- de kans gemist om de banken te saneren? Het gaat om vertrouwen: Het is een absoluut noodzakelijke grondstof om mee aan de slag te gaan voor bankiers. Zonder vertrouwen geen centen, zonder centen geen bank. Maar dat vertrouwen met een vingerknip kan verdwijnen hebben we in 2008 kunnen vaststellen. Meteen waren de betonnen funderingen van enkele financiële reuzen veranderd in drijfzand. Is het vertrouwen nu terug? Verdienen de bankiers weer ons vertrouwen? Wees gerust, zeggen ook de politici en de overheden. We zitten op de zaak, we treffen maatregelen, de banken liggen aan banden, uw spaarcenten zijn veilig. Als de banken daar niet zelf voor zorgen, dan garanderen wij dat wel. Maar kunnen burgers hun politici wel vertrouwen?

Foto: Rob Rogers, cartoon, 2009.

Zie hier voor reportage ‘Zijn de banken nu safe?’ van Canvas’ Panorama. 

NOS: geen evenwichtig programma over Europese verkiezingen

nos

Per tweet voegt oud-kamerlid voor D66 Boris van der Ham de hoofdredacteur van NOS Nieuws Marcel Gelauff toe dat de NOS naïef is. Er is tweeledige kritiek op het uitnodigingenbeleid voor het NOS-programma Nederland Kiest: De Stemming over de Europese verkiezingen dat vanavond op Nederland 2 uitgezonden wordt. De PvdA zou met minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem oververtegenwoordigd zijn en alleen politici worden uitgenodigd die al op het pluche zitten. De uitgenodigde premier Mark Rutte bedankte. 

Bedoeling was dat zowel de lijsttrekkers van de zes grootste partijen uit de Tweede Kamer als de lijsttrekkers van de partijen in het Europarlement zouden deelnemen. Maar verschillende Haagse lijsttrekkers laten weten dat ze niet komen: Wilders (PVV), Roemer (SP) en Pechtold (D66). Met Dijsselbloem -naast Diederik Samsom en Paul Tang- zou de PvdA onevenwichtig sterk vertegenwoordigd zijn. VVD’er Zijlstra had al eerder weten niet te willen komen. Zodat van de politieke leiders allen Samsom (PvdA) en Buma (CDA) resteren. 

In een toelichting zegt Gelauff: ‘De NOS wil een journalistiek programma maken en zijn publiek zo goed mogelijk en compleet informeren over alles wat er met betrekking tot de Europese verkiezingen aan de orde is. Het is erg jammer dat een aantal belangrijke politici daarbij ontbreken.’ Deze uitleg klinkt onwaarachtig en is vaag over het uitnodigingenbeleid. Waarom geen vertegenwoordiger van de Piratenpartij, de Groenen, de Anti EU(ro) Partij of de Liberaal Democratische Partij uitgenodigd en wel drie vertegenwoordigers van de PvdA?

Gelauff merkt terecht op dat er programmatisch een grens is, maar dat had opgelost kunnen worden door filmpjes van de lijsttrekkers van de kleine partijen uit te zenden. Programmatisch nog krommer is dat zowel de nationale als de Europese lijsttrekkers van de gevestigde partijen uitgenodigd werden. Dat bevestigt de status quo. Maar is het niet de functie van journalistiek deze te bevragen? Door de nationale lijsttrekkers weg te laten was er programmatisch ruimte gemaakt voor alle Europese lijsttrekkers. Ze worden nu in geen enkele programma gezamenlijk gepresenteerd. De NOS slaat met dit programma in dubbel opzicht de plank mis. 

Foto: Schermafbeelding van tweet Marcel Gelauff, 21 mei 2014.