Tristan en Karst

Etnische registratie is in Nederland wettelijk niet toegestaan, hoewel het lokaal hier en daar stiekem gebeurt. Registratie van godsdienst is nog lastiger. Het is aan de buitenkant niet altijd te zien of iemand wel of niet gelovig is, officieel geloof A of geloof B heeft en dat in werkelijkheid wel of niet belijdt.

Schatting is dat van de ongeveer 850.000 culturele moslims ongeveer een derde belijdend is. Dus van elke drie personen die als moslim wordt beschouwd  is er slechts een werkelijk moslim. Niemand die het interesseert, behalve de religieuze organisaties zelf die hun schaapjes bij elkaar willen houden. Dit benadrukken van religie roept bij anderen weer een tegenreactie op. Iets dat niets is wordt opgeklopt tot niets dat iets is.

Spraakverwarring en onhelderheid nemen toe in reactie op geweldsincidenten. Geloof, huidskleur, nationaliteit en etniciteit worden met elkaar verweven en verward. Ter verdediging van het een of het ander. Etiketten plakken is een leuke bezigheid voor degenen die uitblinken in weinig verbeelding en een kleine horizon, maar het verklaart niets als het onnauwkeurig en laks gebeurt. Wat vaak het geval is.

Hoe zit het eigenlijk met het geweld in Nederland? Dat neemt af volgens onderzoekers. Maar het gaat in de discussie met etnische etiketten niet alleen om geweld. Naast berovingen door bontkraagjes op scootertjes of blanke bankiers die de boel grandioos flessen gaat het nog veel meer om overlast en het dagelijks leven in de eigen omgeving. Da’s de maatstaf die doorweegt.

De ervaring daarvan is subjectief, maar heeft de krachtigste echo. Raar accent, afwijkend gedrag of ander kleurtje vallen op. Wat alle groepen vanuit de eigen norm wederzijds ervaren. Wit lust olijfkleurig niet. Olijfkleurig en geel lusten zwart niet. Zwart lust rood niet. Rood lust wit niet. Dat netwerk van afkeur is de werkelijkheid van alledag. Die weegt in de dagelijkse beleving meer door dan eens in de zoveel jaar een uitschieter. Met halfautomatisch geweer of zwarte Suzuki als moordwapen.

Foto: Humphrey Bogart in Across the Pacific door John Huston, 1942

Etnische registratie bij publieke omroep

In zijn NRC-column Zap ‘Dr. Pennekamp meet de schedels op publieke tv’ bespreekt Hans Beerekamp het rapport Monitor representatie 2010 van de afdeling Kijk- en Luisteronderzoek van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO). Beerekamp merkt op dat het eergisteren ‘schielijk van de website werd gehaald’. PowNews wist het door te plaatsen. Nu is het rapport na enig zoeken gewoon (weer) oproepbaar. 

Er is dus iets aan de hand met dit rapport. Dat heeft te maken met het verplicht stellen van een etnisch quotum voor de publieke omroep. Ofwel, hoe kan kleur en achtergrond van personen op televisie opgelegd worden. Eerdere plannen zijn onder kritiek van PowNed ingetrokken. Want het houdt etnische registratie in en dat ligt sinds de Tweede Wereldoorlog gevoelig. Het is niet toegestaan en de wet wordt ermee overtreden.

Beerekamp stelt dat er een Stimuleringsplan Representatie bestaat dat door extra gelden de publieke zendgemachtigden in staat stelt de representatie van etnische minderheden te verhogen. De NPO wil het bestaan ervan bevestigen noch ontkennen, volgens Beerekamp. De gedetailleerde meting van etniciteit op televisie zoals dat in de Monitor staat is verbazingwekkend. Leider van het onderzoek is Sjoerd Pennekamp.

Op p. 24 wordt onder Operationalisering etniciteit uitgelegd hoe de etniciteit bepaald wordt: Bij het coderen zijn 8 verschillende kleurgroepen gehanteerd (zie Tabel 2.4). Deze kleurgroepen zijn een combinatie van kleur en geografische herkomst. De etniciteit van een persoon werd bepaald op basis van zichtbare biologische kenmerken, geschreven of gesproken informatie of verbale/auditieve kenmerken. De etniciteit van de gecodeerde personen is in de meeste gevallen (98,1%) bepaald op zichtbare biologische kenmerken. Bij gekleurde personen is dit voor 89,1% van de personen het geval. In een klein deel van de gevallen werd de etniciteit bij gekleurde personen vastgesteld op basis van gesproken informatie in het programma (6,2%) of zowel zichtbare kenmerken als verbale kenmerken (2,7%). Als iemand niet eenduidig aan een kleurgroep toegeschreven kon worden, werd gekeken of deze persoon eenduidig als niet wit aangemerkt kon worden. Als dat ook niet mogelijk was, werd de etniciteit als onbekend gecodeerd. Dit laatste kwam slechts in 4 gevallen voor. Voor de analyse zijn uiteindelijk vijf kleurgroepen gehanteerd. Een aantal kleurgroepen kwam te weinig voor om afzonderlijk over te rapporteren. Deze worden gerapporteerd als: etniciteit anders, samen met degene van wie de etniciteit alleen als niet wit is gecodeerd.

Tabel 2.4. Operationalisering kleurgroepen

Wit: West-Europees, Oost-Europees, Zuid-Europees, Extra-Europees (VS, Australië, …)

Mediterraan Maghrebijns / Arabisch: Marokkaans, Tunesisch, Algerijns, Lybisch, Turks, Syrisch, Libanees, Egyptisch, …

– Zwart: Afrikaans, Afro-Amerikaans, Centraal-Amerikaans (Antillen, Jamaica, Suriname, …)

Zuid Amerikaans: Latino, Hispanic

Aziatisch: Chinees, Japans, Koreaans, Vietnamees, …

Zuid Aziatisch: Indiaas, Pakistaans

Andere etniciteit:  Arctisch, Indiaans, Aboriginal, Maori, … 

Etniciteit onduidelijk, maar in ieder geval niet wit: Ook mix van etniciteiten

Onbekend

Los van de wettelijke onmogelijkheid en de maatschappelijke ongewenstheid tot etnische registratie neemt deze Monitor representatie 2010 een loopje met alle methodologie. Want hoe kan etniciteit van gecodeerde personen voor 89,1% bepaald worden door biologische kenmerken? Da’s onmogelijk. De definitie wie allochtoon is hangt af van de achtergrond van de ouders, niet van de kleur. En etniciteit is niet gebonden aan kleur.

Er is nog meer over te zeggen, zoals de vraag waarom Joden en Israëliërs niet worden geoperationaliseerd naar kleur. Dr. Pennekamp overtreedt met zijn Monitor drie geboden. Vraag is of zijn bazen dat toestaan.

Foto: Donald Jones met Magda Janssens en Ger Smits in Mik en Mak, 1962-1963