Keti Koti kan geen nationale feestdag zijn

Deel van columnGeen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz in NRC, 30 juni 2022.

De column ‘Geen Keti Koti voor ons‘ van Ellen Deckwitz benoemt vanuit familieniveau de achterstelling in Nederland van de nabestaanden van Oost-Indische slaven ten opzichte van de nabestaanden van West-Indische slaven. Dat is een structurele weeffout.

De lobby van Caraïbische Nederlanders in media, musea, universiteiten, instituten en politiek is vele malen sterker dan de lobby van de Ind(ones)ische Nederlanders. Met de Black Lives Matter beweging als rugwind hebben zwarte Nederlanders uit de Caraïben in dit debat over slavernij afgelopen jaren definitief het initiatief naar zich toegetrokken ten koste van andere groeperingen.

Vele voormalige Surinamers en Antillianen hebben belangrijke functies in de overheid. Zoals de in Suriname geboren Rabin Baldewsingh. Ze lijden aan kortzichtigheid en maken de fout de stemming van hun moederland een-op-een naar Nederland te willen vertalen.

Schermafbeelding van deel interviewBelangrijke adviseur regering: maak van Keti Koti een nationale feestdag, met de koning erbij‘ met Rabin Baldewsingh in de Volkskrant, 30 juni 2022.

In een video van het Caribisch Netwerk zegt een medewerker van het Tropenmuseum dat het Nederlands kolonialisme een ‘wereldwijd verhaal’ is. Maar in de achtergrond van de medewerkers en de inrichting van tentoonstellingen van het Tropenmuseum is dat niet terug te vinden. Het blijft bij mooie woorden die niet worden waargemaakt. Caraïbische medewerkers en thema’s domineren het debat en de beeldvorming. Is het toeval dat de artistiek directeur van de NMVW, waar het Tropenmuseum onderdeel van is, afkomstig is uit Jamaica?

Caraïbische Nederlanders haken handig aan bij een beweging die veel politieke steun krijgt, hebben een tamelijk eenduidig profiel en claimen eenzijdig het antwoord op de schuldvraag over het kolonialisme te hebben en stellen dat hun voorouders de grootste slachtoffer van het kolonialisme waren. Dat laatste is historisch onjuist, maar dat dringt in het publieke debat niet door. In musea en universiteiten komt dat geluid niet goed tot uiting. De tegenstem ontbreekt.

De opwaardering van de West en afwaardering van de Oost in de aandacht voor kolonialisme en slavernij is een structureel probleem. Vraag is of dat typisch Nederlands is of ook in voormalige koloniale machten voorkomt die zowel in de Oost en de West koloniën hadden. In februari 2021 schreef ik het onderstaande bij een bespreking van de documentaire ‘Nieuw Licht – Het Rijksmuseum en de slavernij’:

1) Het is onbegrijpelijk dat terwijl expliciet in de documentaire gezegd wordt dat de slavernij in de Oost omvangrijker was dan die in de West, daar in de documentaire nauwelijks iets van terug te vinden is. Was het reisbudget onvoldoende, had de producent geen Indonesische of Nederlands-Indische contacten of was deze reductie een bewuste, politieke keuze? Dat heeft als gevolg dat nu alles in een zwart-wit perspectief geplaatst wordt. Dat is echter een te grove tegenstelling. Wat resteert is een eenzijdig Caraïbisch perspectief. Maar zo was de realiteit van toen niet, en zo is de realiteit van nu niet. De grijs- en bruintinten ontbreken en zijn weggemoffeld. Ook op een andere manier ontstaat vertekening. De tragiek van de historische slavernij is ook dat de zwarte mensen geen homogene groep vormden en naast slachtoffer ook dader konden zijn. Ook die nuancering ontbreekt in de documentaire.

Het initiatief om Keti Koti als pars pro toto van de slavernij en het kolonialisme te beschouwen is onevenwichtig. Dat is neo-slavernij die nabestaanden van andere slaven achterstelt en een tweede maal koloniseert. Deze vorm van nieuwe onderschikking kan niet de opzet van een nationale feest- en herdenkingsdag van de slavernij zijn.

Het voorstel om van Keti Koti eens in de vijf jaar een nationale feestdag met een vrije dag te maken moet afgewezen worden. Het is ongepast. Het verbindt niet, maar verdeelt. Zoals de column van Ellen Deckwitz illustreert. De herdenking van de slavernij kan niet exclusief aan een doelgroep verbonden worden die zich het onderwerp toe-eigent door de voorwaarden ervan te bepalen.

Advertentie

Who framed het vrijheidcollege Vrijheid van godsdienst in Utrecht?

FoW

Wat betekent: ‘In de huidige seculiere samenleving vormen religieuze groeperingen, zeker orthodoxe, een minderheid.’ Ik begrijp niet alleen dat ‘zeker orthodoxe‘ niet omdat orthodox-religieuze groeperingen juist het best georganiseerd zijn en de meeste steun weten te regelen. Ik begrijp evenmin waarom het bijzonder is dat een religieuze minderheid een minderheid vormt. Vormen in de pluriformiteit immers niet allerlei sociale, etnische of anderssoortige groeperingen een minderheid? Wat maakt de orthodoxe religie bijzonder?

De zin komt voor in een aankondiging van het ‘Vrijheidscollege Freedom of WORSHIP met Barbara Oomen‘ op de site van Forum, instituut voor multiculturele vraagstukken. Een samenwerking met de Vrede van Utrecht en Bevrijdingsfestival Utrecht. De lezing vindt vanavond plaats in het Utrechtse stadhuis. Het is de laatste in een reeks met als thema de Vier Vrijheden van president Roosevelt: meningsuiting, gebrek, vrees en godsdienst.

Het slordig denken komt het beste in deze zinnen naar voren: ‘Vrijheid is zowel doen als laten. Vrijheid spreek je af.’ Echt? Met wie dan wel? De buren? De wetmakers? De sterke jongens van de sportschool? De orthodox-religieuze gemeenschap? De opstellers van de tekst gooien het over de boeg van de zelfregulering. We komen er samen wel uit. Maar ze beseffen niet dat dat geen waarborg voor vrijheid, maar een ernstige bedreiging ervan is. Zelfregulering is een hellend vlak omdat het uiteindelijk door dwang oplegt waar de regelgeving ontbreekt. Regelgeving biedt wel de vrijheid (van godsdienst) waardoor minderheden beschermd zijn.

De tekst vervolgt: ‘Hoeveel ruimte is er in de publieke sfeer voor deze minderheden? Wat is er sinds Roosevelt afgesproken rondom vrijheid van godsdienst en hoe is en wordt het maatschappelijk debat over dit thema gevoerd?’ Het valt te hopen dat Barbare Oomen de introductietekst door de papierversnipperaar haalt en haar eigen ruimte neemt om aan het ‘frame‘ van zowel reeks als organisatie te ontsnappen. Vrijheid is meer waard.

Foto: Schermafbeelding van aankondiging lezing Barbara Oomen en Ellen Dechwitz. 18 April 2013, Utrecht.