George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Egalitarisme

Incomplete verkenning over vermogensongelijkheid zet de toon

with 6 comments

Komedie om geld

Update 25 oktober 2014: FNV en de SP pleiten voor een hogere belasting op vermogens. De SP legt bij monde van kamerlid Farshad Bashir de grens bij 1 miljoen euro, aldus De Volkskrant. Waar de FNV de grens legt is vooralsnog onduidelijk. Het wil drie miljard euro aan extra vermogensheffing ophalen. Deze voorstellen zijn gebaseerd op het debat dat de Frans-Amerikaanse econoom Thomas Piketty heeft aangezwengeld. Maar Piketty denkt groter en wil vooral de hogere vermogens boven de 5 miljoen euro extra belasten. Het valt te vrezen dat SP en FNV vooral geld weg willen halen bij de hogere middenvermogens en geen grip krijgen op de hoogvermogenden. Politieke symboliek die strandt in halfhartigheid. Zie bij reacties voor rekenvoorbeeld. 

Het rapport van de WRR over economische ongelijkheid en een antwoord daarop van de PvdA-kamerleden Henk Nijboer en Ed Groot liggen me zwaar op de maag. Vooral waar het over de vermogensongelijkheid gaat. Bas van Bavel zet dat in een hoofdstuk 4 van het rapport op een rijtje: ‘Nederland is het land van de gelijkheid, de nivellering en de afroming door hoge belastingen. Een egalitair land bij uitstek, zo wil de beeldvorming. Dit beeld is wellicht juist voor de inkomensongelijkheid. Die ligt nog steeds onder het gemiddelde van de oeso-landen (zie hoofdstuk 1). Maar voor de vermogensverdeling, de andere dimensie van economische ongelijkheid, is dit beeld van gelijkheid zeker niet juist, zo wil ik in deze bijdrage laten zien.’

Opvallend voor de toon van Van Bavel is de dubbele betekenis van het woord ‘juist’ dat zowel ‘kloppend’ als ‘rechtvaardig’ betekent. Ik wil best meegaan in Van Bavels betoog dat verontwaardiging naar binnen smokkelt, maar begrijp de onderbouwing niet. Hoe hangen woningbezit, financieel vermogen en pensioenopbouw nou samen? En hoe is dat over leeftijdsgroepen verdeeld? En wat is eigenlijk het specifieke probleem van de ‘niet juiste’ ongelijkheid in de vermogensdeling? Van Bavel geeft toe het niet te weten -veel is giswerk– maar claimt toch met z’n bijdrage een totaalplaatje te laten zien. Op z’n minst verwarrend en op z’n hoogst misleidend.

Beide PvdA’ers Nijboer en Groot gebruiken in hun artikel ‘Lagere lasten op arbeid, grotere vermogens meer vragen’ het hoofdstuk van Van Bavel als onderbouwing voor hun voorstellen. Maar zoals gezegd, Bas van Bavel geeft geen goede onderbouwing over de vermogensongelijkheid, zodat de voorstellen van Nijboer en Groot op hun beurt in de lucht komen te hangen. En die voorstellen liegen er niet om. De sociaal-democraten verwijzen naar hun verkiezingsprogramma en bepleiten ‘een progressieve belasting van 40 procent op rendementen op vermogens boven de 125 duizend euro.’ Wie weet is het een goed idee, maar opnieuw, naar welke onrecht en ongelijkheid die rechtgetrokken moeten worden het nou precies verwijst blijft onduidelijk.

De verkenning van Van Bavel en de voorstellen van de PvdA’ers zijn niet vergeefs. Ze sluiten aan bij denken over inkomensongelijkheid en de verhouding tussen inkomen en vermogen. Volgens Thomas Piketty blijft de groei van arbeid structureel achter bij de groei van vermogen. Hoewel er kritiek is op de onderbouwing van Piketty’s data en z’n wegmoffelen van de veelverdieners in bedrijven die met hun arbeid veel vermogenden passeren. Binnen de Nederlandse verhoudingen zijn de beschietingen van Nijboer en Groot pogingen om de balans iets te verschuiven. Samen met lagere lasten op arbeid, het aanpakken van belastingconstructies in Nederland en de stop op staatssubsidies aan woningen en pensioenen is dat een zinnig debat. Maar om in het midden uit te kunnen komen lopen zowel Van Bavel als Nijboer en Groot wel erg hard van stapel.

Foto: Still uit ‘Komedie om Geld‘ van Max Ophüls, 1936.

Advertenties

Recht regeert

with 11 comments

1. De rechtsstaat regelt omgang tussen staat en burger. Anders gezegd, het beschermt de burger tegen de willekeur van de staat. Tevens kunnen burgers zonder uitzondering hun sociale grondrechten eraan ontlenen. Overheidsvoorlichting en educatie hierover schieten tekort. Dat zou actiever kunnen. Het is zowel een juridisch-technische als maatschappelijke plaats waar burgers elkaar op dezelfde gronden kunnen ontmoeten.

De rechtsstaat is niet absoluut. Een moderne maatschappij verenigt vogels van diverse pluimage. Ze ontberen een gemeenschappelijk waardensysteem. De rechtsstaat verwoordt wat de 21ste eeuw vraagt en is daarin noodgedwongen technisch van vorm.  De interpretatie van de rechtsstaat staat nooit stil en geeft de actualiteit een plaats. De rechtsstaat is weliswaar een middel om kansen van individuen te optimaliseren door het scheppen van een gelijk speelveld, maar dat idee blijft een benadering.

Koningin, ministers en autoriteiten oefenen macht uit. Instituties bestaan om dat te regelen naast een correctiemechanisme dat bij misbruik optreedt. Een egalitaire samenleving bestaat niet. Ongelijkheid valt binnen de marges van wat we als een rechtsstaat ervaren. De macht zelf bepaalt wat de voorwaarden van de rechtsstaat zijn. Zo voorkomt het verbod op discriminatie niet dat burgers nooit koning kunnen worden.

2. Een pleidooi voor een strikte toepassing van de rechtsstaat is een pleidooi om alle religies en levensovertuigingen ondergeschikt te laten zijn aan de rechtsstaat. Een hot item. Geven van overheidssteun aan de islam of een andere religie kan alleen als betreffende religie zich niet boven de rechtsstaat wenst te stellen met een eigen waardensysteem.

Met voorbijgaan aan uitgangspunten van de rechtsstaat zou zo’n religie het recht op een plaats binnen de Nederlandse samenleving behoren te verliezen. Dat dient beter dan nu getoetst te worden. Volledig verbod werkt waarschijnlijk niet, maar sancties om een religie geldelijke, juridische of facilitaire steun te onthouden zouden beter dan nu verkend kunnen worden. Maar omdat de rechtsstaat niet absoluut is en religies aan de kant van de macht staan hebben ze een streepje voor. Sowieso een lastige toetsing omdat het om intenties gaat. Die vaak verdeeld en verhuld worden geuit door religieuze organisaties.

Feit dat over de grenzen van de rechtsstaat een discussie ontstaat en Cohen of Wilders kritisch worden gevolgd in hun interpretatie van rechtsstaat en vrijheid van godsdienst is winst. Winst die de rechtsstaat levend en bij de tijd houdt. De lijn van zowel Wilders, Verhagen of Cohen biedt trouwens geen perspectief. Zij buigen de rechtsstaat politiek bij. Respectievelijk verbod, extra bescherming of ongeclausuleerd gedogen van religie gaan voorbij aan de essentie. Daarom brengen zowel Wilders, Verhagen als Cohen de rechtsstaat schade toe.

Een actieve houding die de vrijheid van godsdienst voor personen binnen religies toetst wordt nu gemist. Actief overheidsbeleid is welkom dat streeft naar een rechtsstatelijke houding zoals die in de eerste integratienota van de PvdA geformuleerd was. In aanleg biedt op dit moment alleen de VVD, de linksliberalen van GL en D66 en de vrijzinnige kant van de sociaaldemocratie, Eberhard van der Laan,  perspectief om tot een strikte toepassing van de rechtsstaat te komen. Probleem is dat deze richting zich concentreert op een politiek-bestuurlijke toetsing en de religie zelf buiten schot laat.

3. Vrijheid is dubbelzinnig. Het recht erop omschrijft onze ruimte, maar geeft tevens de grenzen ervan aan. Als het scherp verwoord is kan dat laatste als repressie ervaren worden, maar ook als gereglementeerde controle. Feitelijk is de rechtsstaat bedoeld om alle soorten onderdrukking te neutraliseren.

Er is in goede bedoelingen geen sanctie. Daarom moet een machtsapparaat altijd op de achtergrond aanwezig zijn om de burger bij te springen. Hoe dubbelzinnig dat ook is omdat de rechtsstaat de relatie tussen staat en burger regelt en tegelijk uitvoerder en controleur op de uitvoering is.

Een staat zonder tegenmacht is gevaarlijk. Doorgaans vertrouwen Nederlanders dat het goed gaat. Sterke burgerrechtenbewegingen zouden echter preventief kunnen werken. Want politieke partijen rekken hun interpretatie van de rechtsstaat vaak onaanvaardbaar op. Dat kunnen burgers kritisch volgen. Vertrouwen in het recht is de voorwaarde voor de inrichting van een gefragmenteerde samenleving als de Nederlandse. Als burgers daaraan gaan twijfelen, dan glipt het vertrouwen weg.

Ons vertrouwen in de rechtsstaat is niet onwankelbaar. Er is de dreiging van de machtige staat die overweldigt. Toch rechtvaardigt dat geen wantrouwen in het recht. Die luxe hebben we niet. Een en ander gaat gelijk op met het ontdekken van redelijkheid en feilen van het recht. Het recht kan een leerschool op weg naar zelfkennis en maatschappelijk besef zijn. Zodat de burger via een omweg de democratie versterkt.

Foto: Johannes Vermeer, Vrouw met weegschaal, omstreeks 1664