George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Efteling

Vragen bij investering van Brabant C in project Doloris in Tilburg

with 2 comments

Er is in Tilburg in de Spoorzone een interessant project in de maak dat in 2019 opent: Doloris. Hoe het gaat worden maakt een filmpje op YouTube van een voorloper van dit project duidelijk: Peristal Singum dat in 2010 in Berlijn opende. Initiatiefnemer hiervan was de Duitse Tim Henrik Schneider die volgens zijn LinkedIn-profiel meer een culturele ondernemer en uitvoerend kunstenaar dan een autonoom kunstenaar lijkt te zijn.

Alle projectplannen en bijzonderheden over Doloris dat hier ‘Surrealistisch Doolhof’ wordt genoemd zijn in diverse documenten te lezen op de site van subsidiegever Brabant C. De aankeiler liegt er niet om en geeft aan waar de focus ligt: ‘Uniek leisureconcept met hoogwaardig artistieke insteek’ (sic). Op een oppervlakte van 350 vierkante meter worden aan de Spoorlaan 21 40 ervaringskamers opgetrokken. Het project draait dus om de ervaring van de bezoeker. Een restaurant en rooftopbar zijn voorzien. Op een totale begroting van € 1,54 miljoen investeert Brabant C € 385.000, te weten 25% van de totale begroting.

Het project dat afwisselend Peristal of Doloris wordt genoemd, wordt gepresenteerd als kunstproject. Maar vooralsnog lijkt dat meer marketing dan werkelijkheid van zowel de initiatiefnemers als de subsidieverlener. In haar advies van januari 2018 zegt Brabant C: ‘De bouw start in 2018 en vanaf 2022 moet Peristal een gevestigde naam zijn als nieuwe speler op de Europese leisure markt, opererend in een markt met partijen als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling.’ en ‘Toch wordt de onduidelijkheid die bij de commissie leeft over de uiteindelijk te realiseren culturele kwaliteit van het project in aanvraag en pitch nog niet weggenomen. Ze vindt het artistieke concept nog te weinig tot uitdrukking komen in de plannen. Er is onduidelijkheid over de aard en artistieke ruimte van ieders bijdrage. Ook lijkt de gepresenteerde maquette eerder als voorbeeld te dienen dan als schets voor het te bouwen labyrint. Dit geeft het plan artistiek een te weinig uitgewerkt beeld om zonder meer tot een positief oordeel te kunnen komen over de culturele kwaliteit van Peristal.

Dit project én de investering van € 385.000 (€ 225.000 gift, € 60.000 garantiesubsidie, € 100.000 lening) door Brabant C roepen de vraag op wat een ‘kunstproject’ is en of Doloris/Peristal wel aan de voorwaarden daarvan voldoet. Dat valt te betwijfelen. Want het risico bestaat dat door de kwantitatieve weging door Brabant C dat projecten toetst aan de hand van normen als ‘cultuursysteem van de provincie Noord-Brabant’, ‘ondernemerschap’, ‘bijdrage aan de vrijetijdseconomie van de provincie Noord-Brabant’ en ‘draagvlak in de Brabantse samenleving’ de kunst uit zicht verdwijnt. Want heeft kunst niet als belangrijkste functies om te ontregelen, aan te scherpen en essentiële vragen over onszelf en onze samenleving te stellen?

Het valt te vrezen dat bij Doloris/Peristal kunst een halffabricaat is dat andere doelen dient. Of dat de beleving van de bezoeker, de ondersteuning van culturele ondernemers, de culturele infrastructuur van de provincie Noord-Brabant of de gebiedsontwikkeling van de Spoorzone is. Eerder het omgekeerde lijkt aan de orde te zijn. Namelijk dat het ‘kunstproject’ niet aanzet tot nadenken en aanscherpen, maar tot amuseren en afleiden volgens de normen van de vrijetijdseconomie. Anders gezegd, commerciële organisaties als escape rooms, Amsterdam Dungeon en Efteling krijgen geen overheidssubsidie, laat staan kunstsubsidie. Wat is het verschil?

Waarom Doloris/Peristal een ‘kunstproject’ genoemd kan worden is een vraag die tot nu toe onvoldoende beantwoord is. Het antwoord op de vraag is ook het antwoord op de vraag of Brabant C wel op de goede koers zit met de ondersteuning van projecten die erg ver verwijderd zijn van de functies waarvoor kunst is bedoeld.

Foto 1: Schermafbeelding van een deel van de site van het project Doloris in Tilburg dat gepland staat van 2019 tot 2022.

Foto 2: Schermafbeelding van deel van de inleiding op het projectplan ‘Surrealistisch Doolhof’ van Brabant C door aanvrager ‘Peristal Tilburg’, 2018.

Waarom kiest actiegroep Stop Oppressive Stereotypering voor anonimiteit? Het moet beter nadenken

with 4 comments

sos

De leden van de actiegroep ‘Stop Oppressive Stereotypering’ (SOS) willen zich niet bekendmaken. RTL Nieuws vat het samen in een bericht: ‘ Op de Facebookpagina van ActiegroepSOS wordt journalist Kevin Roberson aangewezen als woordvoerder. Hij zegt dat de actievoerders kiezen voor anonimiteit en de communicatie naar de media via hem verloopt.’ Een posting op de FB-pagina van The Roberson Report spreekt echter tegen dat hij woordvoerder is: ‘Wij willen duidelijk maken dat Kevin P. Roberson geen woordvoerder is voor de actiegroep.  Hij is een onafhankelijke journalist.’ Alsof een onafhankelijke journalist geen woordvoerder kan zijn. Roberson is de contactpersoon die zijn naam en adres leent. Erachter schuilt ‘wij’ dat massa suggereert.

De actiegroep ageert tegen de attracties van de Efteling en tegen white supremacy in het algemeen. Het vindt dat ze vooroordelen bevestigen. In een posting geeft de actiegroep antwoorden op veelgestelde vragen en maakt hiermee haar positionering duidelijk. Maar ook de onderbouwing van de argumenten. Op de vraag ‘Waarom protesteren jullie dan niet tegen de stereotyperingen van witte mensen?’ volgt het antwoord ‘Witte mensen zijn nooit door niet witte mensen gekoloniseerd, tot slaaf gemaakt, of als groep vermoord om verschillen in etniciteit, religie, cultuur, verblijfsstatus etc. Racistische stereotyperingen werden juist geintroduceerd om deze verschillen te benadrukken en zo niet witte mensen af te schilderen als inferieur.

Zelfs iemand die de moeite neemt om 10 minuten op internet te surfen kan weten dat dit klinkklare onzin is. Het negeren van de feiten zet de hele intellectuele onderbouwing van deze actiegroep op losse schroeven. Zie bijvoorbeeld de onderdrukking van blanken door de Mongolen in de 13de eeuw, het antisemitisme in de Arabische wereld of de Barbarijse zeerovers die gedurende enkele eeuwen naar schatting 1 tot 1,25 miljoen blanke christenslaven maakten. De leden van de actiegroep die zich in anonimiteit hullen nemen een loopje met de feiten en kunnen weten dat te doen. SOS leidt zelf aan vooroordelen, gemakzucht of lui denken.

Maar het gaat de actiegroep om wat het ziet als onrecht: stereotypering van niet-blanken. En dat is een zinvol onderwerp dat volop debat verdient. Er kondigt zich echter een probleem aan met deze actiegroep. Want met een ‘van dik-hout-zaagt-men-planken’-houding kan men aandacht krijgen in de publiciteit, maar wat dan? De leden van SOS zouden niet bang moeten zijn om zich bekend te maken en aangesproken te worden op hun standpunten. Dat is een volwassen houding. Als ze in Nederland een maatschappelijke dialoog willen over racisme, dan moeten ze beseffen dat ze meer bereiken als ze meer doen dan zenden vanuit de anonimiteit.

Foto: Schermafbeelding van FB-paginaStop Oppressive Stereotypes’, 6 juli 2016.

Hoort een carrousel in een museum thuis? Wat als ze overal verdwijnen?

leave a comment »

De nieuwbouw van het State Museum van Tennessee in Nashville wordt in 2018 geopend. Het is een historisch museum over Tennessee. Het State Museum beheert ook in langdurige bruikleen het Lorraine Motel waar op 4 april 1968 mensenrechtenactivist en voorvechter voor de rechten van Afro-Amerikanen dominee Marten Luther King werd vermoord. Dus een iconische lieu de mémoire die in het cultureel geheugen gegrift is. 

Er zijn plannen om de Tennessee Fox Trot Carousel in het Tennessee State Museum op te nemen. Deze werd gemaakt door Red Grooms en draaide vanaf 1998 rondjes in het centrum van Nashville. Interessant is de overweging waarom zo’n carrousel in een museum of een museumcollectie moet worden opgenomen. Zo op het snijvlak van commercie en kunst, historie en actualiteit, behoud en exploitatie, publieksbereik en erfgoed.

Dit roept de vraag op wat de grenzen aan een museum zijn. Hoe sluit het soepel en natuurlijk de huidige tijd in zonder daarmee het verleden af te sluiten? De carrousel komt overeen met nog in bedrijf zijnde activiteiten in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem zoals het Poffertjeskraam, de Bakkerij of de Herberg.

Voor niet-kunstmusea die steeds meer inspelen op de beleving van de bezoekers valt veel te halen in de echte wereld. De grens aan de museale beleving is niet absoluut en schuift op onder druk van de festivalisering en evenementisering. Musea die het moeten hebben van bezoekcijfers kunnen niet achterblijven. Het wachten is op het binnenhalen van kermisattracties als cultureel erfgoed. Voordat ze uit het geheugen verdwijnen.

 

Anti-integratie: ontsporende apartheid van YouTube-kanaal DOAM

leave a comment »

YouTube-kanaal DOAM – Documenting Oppression Against Muslims gaat over onderdrukking van moslims. Dat ter discussie stellen is een goede zaak, mits de feiten goed worden voorgesteld. Maar uit allerlei voorbeelden blijkt het daaraan te schorten. DOAM neemt een loopje met de feiten en verdraait de waarheid. Het stelt reacties op het item van Willem Wever van mei 2015 anders voor dan ze waren. DOAM vergroot de reacties van rechtse media als GeenStijl en de PVV uit tot ‘Islamophobia hysteria in Holland’. Dat kan DOAM niet hardmaken. Presentator Ajouad El Miloudi die werkt voor KRO, BNN en NCRV wordt door DOAM in de hoek geduwd. Hij is echter geen ‘Muslim TV presenter’ maar een talentvolle jonge radio- en televisiemaker die ook voor het seculiere BNN werkt. DOAM laadt de verdenking op zich voor apartheid te gaan en ten koste van alles moslims apart te willen houden. DOAM documenteert vooral eigen bekrompenheid en simplisme. Mijn reactie op DOAM:

What are the facts? As a Dutchman who watches Dutch TV and follows the Dutch news I have heard nothing about this case. So, how representative is this ‘case’? Dutch state of law guarantees freedom of religion which is greater than in all islamcountries. So, please, DOAM what are the facts? Please try to distinguish between islamophobia which is determined by the government (KSA, ISIL, Turkey or Iraq) or personal responses to religion. Try not to turn people against the Netherlands which has its flaws, but is in no way an anti-religion or anti-islam country.

Hervorming museumsector gevraagd

with 12 comments

Hoe komen entreeprijzen van musea tot stand? Met wat moet je het vergelijken? Is een museum een volledig culturele bestemming of een samengaan van evenement en cultuur? Valt het te vergelijken met een bioscoopkaartje, de toegang van een voetbalwedstrijd, een bibliotheekpas, de entree voor de Efteling of een gratis Studium Generale lezing bij de Universiteit? Is een rendez-vous van twee uur met Van Doesburg hetzelfde als twee uur oogcontact met Kirsten Dunst?

Duidelijk is dat de museumsector niet tot eenduidigheid komt in de prijsstelling. Waar een toeslag van € 2,50 voor de Nachten van Van Gogh redelijk lijkt, komt € 6,00 toeslag voor Van Doesburg in de Leidse Lakenhal buitensporig over. Minder kwaliteit, minder naam, minder museum, maar toch een tweemaal zo hoge toeslag? Alsof een kaartje voor een voetbalwedstrijd in het stadion van VVV of RKC tweemaal zo duur is als Ajax in de Arena.

Hoewel op plaatselijk niveau voor pashouders of doelgroepen regelingen bestaan voor gratis toegang ontbreekt er in Nederland een overkoepelende regeling. Zo weten Fransen op woensdag gratis hun musea te vinden en heeft de Franse president Sarkozy de toegang tot de staatsmusea voor jeugdigen onder de 25 jaar gratis gemaakt. Ook andere groepen als werklozen en mensen die op de bijstand aangewezen zijn hebben gratis toegang. Sociaal beleid stroomt de musea binnen.

Terwijl inkomsten uit de verkoop van toegangsbiljetten doorgaans ondergeschikt zijn, lijken allerlei initiatieven om de drempel voor minvermogenden te slechten in Nederland niet te slagen. Wellicht omdat niemand de rekening wenst te betalen. Deze uitblijvende initiatieven geeft de museumsector geen sociaal en slim gezicht van een organisatie die politieke resultaten boekt.

Een projectgroep van de Museumvereniging concludeert in 2007 dat de Museumkaart een mooi product is voor de musea. De conclusie is dat zelfs zonder sponsor de financiële basis van de Stichting Museumkaart gezond is.

Bij de prijsstelling speelt dat het belang van de Museumkaart voor het Van Gogh Museum op de bedrijfsvoering relatief kleiner is dan bij een provinciaal museum als De Lakenhal, Centraal Museum of Groninger Museum. Door het hoge percentage buitenlandse bezoekers zonder Museumkaart kan het van Gogh Museum de toeslag op de Museumkaart laag houden. Neem de proef op de som en bezoek het Van Gogh Museum op een drukke zomerse dag. De rij voor de binnenlandse kassa voor Museum- en ook ICOM-kaarthouders bedraagt dan een fractie van de buitenlandse rij.

De ongelijkheid in toeslagen werkt verwarrend voor bezoekers. Waarbij het ontbreken van niet-strikt museale instellingen als de Rotterdamse Kunsthal bij het gebruik van de Museumkaart een nieuwe verwarring oplevert voor degenen die niet precies begrijpen wat een museum is. Maar da’s een ander onderwerp.

Oorzaak lijkt dat sommige steden hun gemeentelijke musea in achtereenvolgende bezuinigingsrondes flink hebben afgeknepen. Het ergste moet nog komen. Wat de linkse politiek de PVV terecht verwijt, namelijk rancuneus en kinderachtig gedrag jegens de cultuur kan de PVV terecht terugspiegelen. Middelgrote gemeenten als Amersfoort en Gouda slachtofferen hun musea. Da’s hun eigen prioriteit.

Soms zijn voormalige gemeentemusea op afstand gezet en geprivatiseerd onder de afspraak van een meerjarig contract en subsidie. Waarbij collectie en gebouw in handen van de gemeente blijven als drukmiddel. Of ze zijn nog in naam een gemeentemuseum waarvan de directeur direct rapporteert aan de wethouder van Cultuur.

Maar in beide gevallen zijn museumbudgetten afgelopen jaren verminderd of op zijn best bevroren. Dit terwijl allerlei kosten in de culturele sector bovengemiddeld zijn gestegen.

Daarbij komt dat gemeenten met hun vastgoedbezit avonturen aangegaan zijn en dat willen vermarkten. Waar vroeger kostbare en in het centrum gelegen museumgebouwen pro forma op een balans stonden worden ze nu op een semi-zakelijke markt van het gemeentelijk vastgoedbedrijf ingeboekt. Paradox is dat gemeenten graag een volwaardig en prestigieus museumgebouw willen financieren, maar zich steeds minder vast willen leggen voor de exploitatie met een open eind. Vaak een loze exercitie die ermee eindigt dat verhoogde huurpenningen worden kwijtgescholden. Maar het budget schiet wel de lucht in.

Wat rest is een idee van kapitalisering en een mentale druk op het museum om inschikkelijk te zijn om erger te voorkomen. Met een zwaard van Damocles boven de balans. Het museum is in de val gelopen door te veel te groeien in stenen en mensen en is verregaand inflexibel geworden. Het kan niet meer reageren.

Steeds meer ontbreekt sociaal-democratische wethouders met een hart die een idee van permanente educatie in hun politieke agenda hebben staan. Het ideaal van verheffing van het volk kreeg vroeger gestalte in een royale bijdrage aan het gemeentemuseum. Dat idee ontbreekt nu waar sociaal-democratische wethouders nog meer dan liberale bestuurders gestuurd worden door hun visie van het marktdenken.

Structureel heeft Nederland teveel musea en tentoonstellingen. Hoewel er naar mijn idee maar acht musea zijn die op dit moment regelmatig kwaliteit leveren in hun tentoonstellingen (De Pont, Boijmans, Van Gogh Museum, Haags Gemeentemuseum, Mauritshuis, Van Abbe, Rijksmuseum en op het nippertje, het Stedelijk Museum) staat het land overvol met musea en zuigen vele middelmatige en middelgrote musea een deel van de budgetten weg.

Sommige topmusea beconcurreren elkaar of zelfs zichzelf door een ADHD-achtige programmering. De befaamde tentoonstellingsmachine die op hol geslagen is en niet meer te temmen valt ten koste van verdieping van de inhoud, de uitvoering en het ontbreken van nazorg voor een tentoonstelling. Want aan de horizon doemt een nieuwe naam op die door de afdelingen publiciteit en marketing moet worden gelanceerd. Of de naam van de conservator of de museumdirecteur moet helpen vestigen. Maar geen enkel museum kan op straffe van weggezakte aandacht afhaken.

Nederlandse musea draaien internationaal niet meer mee zoals vroeger en hebben in het bruikleenverkeer weinig in te brengen. Modes bepalen de agenda. Enkele jaren terug was de landententoonstelling populair. Wat volgt? Een tentoonstelling uit eigen collectie met een paar bijzondere bruiklenen, ingegeven door eigen schaarse middelen? Beter lijken terughoudendheid, reflectie en een betere onderlinge afstemming tussen musea zodat de kwaliteit opgekrikt kan worden en bezoekers weer op adem kunnen komen.

Projectsubsidies moeten het budget incidenteel en structureel ophogen. Da’s een onmogelijke opgave. Want het beroep op de Mondriaan Stichting, een vermogensfonds als het VSB Fonds -met een gehavend budget door de crisis-, het Prins Bernhard Cultuurfonds, een lokaal fonds als het K.F. Hein Fonds of een bedrijfssponsor -waarbij de banken deels weggevallen zijn door de crisis- is te groot geworden. Over het maecenaat is hetzelfde te zeggen. Ook dat brengt niet de volledige oplossing.

De BankGiroloterij ondersteunt Nederlandse musea structureel, dat wil zeggen langer dan drie jaar. Zo krijgen middelgrote musea als het Utrechtse Centraal Museum, het Nijmeegse Valkhof of het Haarlemse Frans Hals Museum een jaarlijkse bijdrage van € 200.000. Musea die geen sluitende begroting hebben vissen achter het net. Wat de kloof tussen de haves en de have-nots in museumland vergroot.

Een voorzichtige conclusie is dat de museale sector via de sectorale Museumvereniging niet de indruk weet te wekken de deelbelangen van de afzonderlijke deelnemers te kunnen overbruggen. Lastig in een veld waar concurrenten moeten samenwerken. Dat verschil uit zich eerder in de sexy programmering dan in overleg over aankopen, registratie of behoud. Afzonderlijke musea gaat het financieel slecht en ze hangen aan een lijntje. De relatie met de subsidieverstrekkende gemeente is er doorgaans een van afhankelijkheid.

Musea moeten zich herpositioneren en een stapje terugdoen om toekomstig onheil af te wenden. Het zou helpen -al is het intern binnen de museale sector of in een miniconvent- als er een onderscheid kwam tussen musea met een internationale, nationale of regionale uitstraling. Waarbij mogelijkheden gekwantificeerd worden aan de hand van kwantitatieve criteria zodat musea uit zelfbescherming niet overambitieus kunnen worden. Een kwart van de musea kan opgedoekt worden, waarbij in de keuze niet de regionalisering die het CDA voorstaat, maar de kwaliteit de doorslag moet geven.

Dan kunnen zelfs afnemende budgetten beter hun weg vinden en wordt de bezoeker beter dan nu gediend met een evenwichtige en kwalitatieve landelijke agenda. En wie weet lagere toeslagen. Passende titel voor een nota hierover zou kunnen luiden De Nederlandse museumsector: Van Wildgroei naar Win-Win. Dat laatste begrip is echter te verschrikkelijk voor woorden. De oplossing is namelijk niet meer management en consultants met hun turbo-taal, maar juist minder van dat alles. Terug naar de werkvloer van de echte professionals. Da’s de oplossing. Wie maakt dat duidelijk aan de museumsector?

Foto: Missiemuseum Steyl, Limburg