Foto’s van Robert L. Eichelberger van Oost-Siberië en gedachten over buitenlandse interventies (1918-1919)

Robert L. Eichelberger, [Uniformed military men (Americans) marching down street in parade. Caption [on front]: Americans 3; 2nd handwritten caption (on back): Am. colors passing Amr Hdqrs Vladivostok Nov 15, 1918]. Collectie: Americans in the Land of Lenin: Documentary Photographs of Early Soviet Russia. Broncollectie: Robert L. Eichelberger papers. Beheerder: Duke University Libraries.

De foto’s van de Amerikaanse militair Robert L. Eichelberger uit 1918-1920 zijn interessant omdat ze een beeld geven van een episode in de vroeg 20ste eeuwse geschiedenis die in het historisch geheugen is weggezakt. De parallellen met het heden maken het actueel.

Eichelberger maakte deel uit van de American Expeditionary Force, Siberia, ofwel AEF in Siberia die met 8.000 man sterk van 1918 tot 1920 operabel was en in grote lijnen drie doelen had. Het opereerde in vergelijking met westerse bondgenoten als Frankrijk en Engeland terughoudend. De interventie kwam op gang toen de strijd aan het Westelijke front in Europa begon af te lopen. Het was vanuit Westers perspectief een oorlog te veel en geen succes.

De doelen waren: 1) Het veiligstellen van voorraden en rollend spoorweg materiaal die door de Amerikanen aan het Tsaristische leger waren geschonken, maar na de revolutie in handen van de bolsjewieken dreigden te vallen; 2) Het assisteren bij de evacuatie van het Tsjecho-Slowaaks Legioen dat tegen de bolsjewieken vocht en door hen een vrijgeleide was beloofd naar Frankrijk via Vladivostok. Maar Tsjechen en Slowaken moesten zich een weg naar het oosten vechten. 3) De opzet om de strategische belangrijke Transsiberische spoorweg uit handen van de bolsjewieken te houden en delen van Oost-Siberië uit handen van bondgenoot Japan en ongeregelde Russische troepen. De interventie viel samen met de strijd aan het Westelijke front

Robert L. Eichelberger, [Town on a river with buildings, harbor with ships, hills in background; view from above. Handwritten caption: This is a really remarkable picture- taken at one end of the [Zololoc?] Rog (Golden Horn) Bay you can see clear down to our base two miles away. In fact by looking carefully you can see one of our transports at our dock. The long shed with the curved roof with a train of cars near it is the [yon?] ca hut- the Brooklyn [his?] near by when in Port. Our hdqrs are on the hillside just above the hut]. Vladivostok, 1918-1919. Collectie: Americans in the Land of Lenin: Documentary Photographs of Early Soviet Russia. Broncollectie: Robert L. Eichelberger papers. Beheerder: Duke University Libraries.

Door deze interventie hebben in de 20ste eeuw Amerikaanse troepen op Russische bodem gevochten. Het is trouwens onjuist zoals de toenmalige Russische leider Nikita Chroestjov in 1959 beweerde dat er nooit Russische troepen op Amerikaanse bodem zijn geweest. Toen in 1867 het Tsaristische Rusland Alaska verkocht aan de VS, waren er na de overdracht Russische troepen op Amerikaanse bodem die kort daarna werden gerepatrieerd. Dat was weliswaar een bijzondere situatie, maar de burgeroorlog tussen de Roden en Witten die na 1917 losbrandde was dat ook.

Interventies van buitenlandse troepen op bodem van andere landen ligt gevoelig. Dat toont het voorbeeld van troepen van de Russische Federatie in Oost-Oekraïne sinds 2014 aan. Het Kremlin geeft dat niet publiekelijk toe omdat die troepen er volgens internationale verdragen niet mogen zijn.

Daarom zijn de interventies vaak geheime operaties die verborgen moeten blijven voor de publieke opinie. Het bijzondere aan de AEF in Siberia is het omgekeerde. Robert L. Eichelberger maakt foto’s van parades in Vladivostok van Amerikaanse troepen, toont zonder terughoudendheid de aldaar opererende internationale troepenmacht met Wit Russen, Italianen, Japanners, Fransen, Engelsen, Amerikanen en het Tsjecho-Slowaakse Legioen. Men kan zich alleen maar afvragen wat er sindsdien veranderd is in de beeldvorming over buitenlandse interventies.

Robert L. Eichelberger, [Eichelberger and three men standing on a ruined bridge, with other men standing beneath. Handwritten caption: Bridge on Suchan Branch Railroad under American protection – burned by Bolsheviks June 1919] . Collectie: Americans in the Land of Lenin: Documentary Photographs of Early Soviet Russia. Broncollectie: Robert L. Eichelberger papers. Beheerder: Duke University Libraries.

Huidige sociale medium platforms hebben volgens wetenschappers geen toekomst

Schermafbeelding van column ‘We should all know less about each other‘ van Michelle Goldberg in The New York Times van 1 november 2021. Overgenomen door The Salt Lake Tribune op 2 november 2021 en de papieren versie van The New York Times (International Edition), 4 november 2021.

Columniste van The New York Times Michelle Goldberg is in haar columnWe should all know less about each other‘ van 1 november 2021 somber over sociale media. Ze sluit haar betoog zo af: ‘Sure, there are ways of communicating over the internet that don’t promote animosity, but probably not with the platforms that are now dominant‘. Over de VS waar volgens haar op dit moment in de publieke opinie een ‘cold civil war‘ woedt zegt ze: ‘In a country descending into a perpetual state of screeching acrimony (In een land dat afdaalt in een voortdurende staat van krijsende bitterheid) we might be able to tolerate each other more if we heard from each other less‘.

Goldberg baseert zich op onderzoek en uitspraken van professor sociologie en openbaar beleid Christopher Bail aan de Duke University. Bail is directeur van het Polarization Lab dat met een interdisciplinair team bestudeert ‘hoe technologie politieke verdeeldheid versterkt’.

Goldberg verwijst naar Bails recente boekBreaking the Social Media Prism: How to Make Our Platforms Less Polarizing‘ (2021) dat gebaseerd is op een experiment. Het komt erop neer dat gebruikers van Twitter gedurende een maand geconfronteerd werden met uitingen van hun politieke opponenten. De aanname dat dit tot matiging zou leiden werd niet bevestigd. Niemand werd gematigder. Het omgekeerde gebeurde: Republikeinen die werden blootgesteld aan die tegengestelde tweets werden juist iets conservatiever en Democraten werden iets progressiever.

Dat ondermijnt het idee van sociale media waarover ooit werd gezegd dat ze mensen zouden verbinden zodat de wereld opener en humaner zou worden. De huidige platforms van sociale media bereiken het omgekeerde: ze verscherpen verschillen, vergroten wederzijdse haat en dat heeft de weerslag op de structurering van de politiek. Het is een Amerikaans fenomeen dat ook naar Nederland is overgeslagen.

De huidige kritiek op Facebook moet dan tweeledig bekeken worden. De leiding van Facebook heeft om commerciële redenen een beleid ontwikkeld met algoritmes waarin woede en minachting worden beloond en Facebook een motor is geworden die desinformatie verspreidt en brandstof geeft voor complottheorieën.

Dat komt bovenop de volgens Bail destructieve kracht van sociale media die per definitie verschillen aanscherpen en de wederzijds haat aanwakkeren. Alle artikelen die nu verschijnen over de herstructurering van Facebook die als kosmetisch wordt gezien gaan bijna uitsluitend voorbij aan dat fundamentele gebrek van Facebook. Ook als Mark Zuckerberg zijn beleid 180 graden draait en alle aanbevelingen van de critici volgt, dan nog zal Facebook een destructieve kracht blijven die samenleving en democratie beschadigt.

De oplossing om tot gezonde sociale media te komen of de ongezonde te vermijden is tweeledig. Of werken aan een zwaar gemodereerd sociaal medium zoals dat nu bestaat in Vermont: het kleine Front Porch Forum of afzien van de nu bestaande sociale media zodat we ons niet langer in hoge mate kunnen storen aan en opwinden over andere meningen.

Dat is een les voor Nederlandse overheidsinstellingen, bedrijven en organisaties die hun interactie met het publiek grotendeels naar de huidige platforms hebben verlegd. Dat is een doodlopende weg omdat de huidige platforms zich op een doodlopende weg bevinden. Vooral Nederlandse overheidsinstellingen, maar ook bijvoorbeeld de samenwerkende Nederlandse musea of podia zouden er verstandig aan doen om definitief afscheid van Facebook, Twitter en Instagram te nemen om in samenwerking hun eigen gezonde platforms te bouwen.

Het is een investering die nu geld, eigen initiatief en autonoom denken vergt, maar voor de lange termijn rendeert vanwege het bezit van de data en de eigen organisatie en samenleving maatschappelijk gezond maakt. En kan toegevoegd worden, de eigen organisatie minder afhankelijk maakt van de luimen van grote Amerikaanse techbedrijven die het uitsluitend om winst te doen is.