Hoe kan de partijpolitiek uit de eigen schaduw stappen?

Still uit Nosferatu (1922).

Met spanning wordt uitgezien naar de openbaarmaking vandaag van de notulen van de ministerraad waaruit zou blijken dat het leden van het kabinet moedwillig informatie achterhielden voor de Tweede Kamer in de toeslagenaffaire en kamerleden wilden inperken. Alle coalitiepartijen zullen daarbij worden beschadigd. Vraag is wie het meest en wie relatief het minst beschadigd wordt en of er nog voldoende vertrouwen overblijft voor de vorming van een nieuw kabinet.

Verliest D66-leider Sigrid Kaag haar geloofwaardigheid met haar oproepen voor nieuw leiderschap als blijkt dat zij in het kabinet meedeed aan oud leiderschap? Verliest CDA-leider Wopke Hoekstra de greep op zijn partij als blijkt dat hij CDA-kamerlid Pieter Omtzigt op verzoek van vooral D66 wilde inkapselen? Iets wat overigens niet lukte. Verliest VVD-leider Mark Rutte in de publieke opinie het laatste restje vertrouwen als blijkt dat hij leiding gaf aan het achterhouden van informatie voor de Tweede Kamer?

De oplossing is simpel en lastig tegelijk. Namelijk een coalitie die rond VVD-D66-CDA wordt gevormd met nieuwe gezichten van een nieuwe generatie. Geen Rutte, maar Klaas Dijkhoff. Geen Kaag, maar een backbencher. Geen Hoekstra, maar Omtzigt. Sterke ministers die de beste persoon op hun post zijn kunnen het kabinet vormen. Weg van het geklaverjas met partijbelangen waardoor partijen tweederangs wethouders naar voren schuiven die op hun eerste dag in het kabinet al mislukt zijn. Waarom geen Marcel Levi als minister van Volksgezondheid of Johan Simons of Willem de Rooij als minister van Kunst? Die ambitie om afstand te nemen van die oude partijpolitiek vormt ook een nieuwe bestuurscultuur.

Niet dat hiermee de oude, gesloten bestuurscultuur volledig verdwijnt en het zogenaamde dualisme in de scheiding van verantwoordelijkheid tussen kamer en regering, en tussen fracties en bewindslieden wordt gerealiseerd. Maar het kan een stap zijn in die richting. Met Omtzigt als tweede vice-premier is het niet onmogelijk dat de SP de vierde partij wordt in de coalitie. Dat is tandenknarsen voor de VVD, maar waarschijnlijk beter verteerbaar dan GroenLinks dat klimaatambities heeft en de bouw en de boeren voor het blok zet of PvdA dat op dit moment zwak geleid wordt en niet sterk en zelfverzekerd acteert.

Het gedoe over de formatie en de gesloten bestuurscultuur is beschamend voor wie alle problemen ziet die continu opduiken. En vooral, voor wie die serieus wil nemen. Wantoestanden en zaken die niet onder controle zijn en waar de politiek sturend in zou moeten zijn vertonen zich dagelijks. Het is de recycling van niet aangepakte problemen. De politiek wens je toe dat het doelmatig bestuurt, controleert en middelen verdeelt en niet steeds met zichzelf bezig is. Maar de politieke partijen geven in hun in zichzelf gekeerde arrogantie en zelfgerichtheid steeds weer het verkeerde voorbeeld.

De gesloten bestuurscultuur is een gevolg van het failliet van de partijpolitiek. Wie de politiek wil hervormen, moet de partijpolitiek hervormen. Ofwel, het belang van politieke partijen in de formatie moet afgeschaald worden. Hun belang hoeft daarmee niet te verdwijnen. Dat is ook onwenselijk omdat er veel waardevolle expertise en ‘geheugen’ in de partijen aanwezig is. Zonder hen kan het niet. Maar als ze in hun marketing, mannetjesmakerij, machtsdenken en electorale overconcentratie zo bijziend gefocust blijven op hun eigenbelang, dan kan het evenmin met hen.

De tussenoplossing is het openbreken van de partijpolitiek met een nieuwe generatie politici en deskundige ministers die losjes gebonden zijn aan partijen. De politiek om de politiek past slecht bij de bestuurscultuur waarvan iedereen zegt dat die nodig is. Laat het lippendienst zijn die ingegeven wordt door de publieke opinie die een eigen dynamiek krijgt. Die reden telt niet, het resultaat wel.

D66 Rotterdam probeert Jos Verveen uit fractie te zetten. Heeft coalitie nog een meerderheid?

Een soap met grote gevolgen. Het Rotterdamse raadslid voor D66 Jos Verveen is door vijf fractiegenoten uit de fractie gezet. Maar Verveen accepteert dit niet en laat zich niet uit D66 zetten. Hij gaat in de tegenaanval en meent dat zijn fractiegenoten onzorgvuldig de procedures hebben gevolgd en zichzelf uit de fractie hebben gezet. Omdat elke stem telt in een coalitie van Leefbaar Rotterdam (14), D66 (6) en CDA (3) met 23 van de 45 zetels dreigt als het aan de fractieleiding van D66 ligt de coalitie haar meerderheid te verliezen. Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Verveen is eerder op plek 12 van de lijst van D66 gezet.

Hoe het zover heeft kunnen komen is de vraag. In een interview met RTV Rijnmond van 24 november wijst Verveen op een verschil in stijl. Het interview in AD dat door de fractieleiding nu tegen hem wordt gebruikt heeft de veelzeggende kop ‘Fractie van D66 is te volgzaam’. Er lijken twee ontwikkelingen in deze kwestie samen te komen. D66 is licht elitair en op sociaal-economisch terrein als een VVD-light opgeschoven naar rechts. Daarnaast geeft het geen prioriteit meer aan de kroonjuwelen van de staatshervorming. Ooit de reden waarom de partij is opgericht. Wat is dan nog de bestaansrecht van deze partij? Die weggezakte profilering trekt kandidaat-raadsleden die de politiek als spel zien en te weinig de verbinding met de realiteit leggen. Iets wat Verveen wel zegt te doen. Verder is er de coalitiediscipline en fractiedwang die de hele politiek in haar greep heeft. Individualisten die een eigenzinnig geluid laten horen hebben in de Nederlandse politiek steeds minder te zoeken. Verveen maakt om dit toe te lichten een verschil tussen coalitieafspraken waaraan hij zich altijd zegt te hebben gehouden en de vrije ruimte die hij benut om zijn eigen standpunten weer te geven.

Het lijkt erop dat de Rotterdamse D66 in de coalitie met Leefbaar Rotterdam naar rechts is getrokken en Jos Verveen die lijn niet heeft gevolgd. Of dat een kwestie van volgzaamheid, verschil in stijl, beleid of gebrek aan transparantie is valt te bezien. De wetmatigheid is dat kleinere partijen altijd het onderspit delven. Dat is een spanningsveld dat geldt voor alle colleges. Maar als dat niet alleen ten koste gaat van het eigen beleid, maar ook van eigen durf, ambitie en zelfvertrouwen, dan gaat machtspolitiek versluierd over in pathologie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFractie van D66 is te volgzaam’ van Monica Beek en Antti Liukku in AD, 22 november 2017.

Utrechtse wethouder Jongerius zegt af te treden vanwege bestuursstijl. Is het echt?

Thomas_Benjamin_Kennington_-_Orphans

‘Het openlijk mogen twijfelen, de tijd nemen en krijgen om nuances en alternatieven te kunnen afwegen is in mijn ervaring een krachtig middel om te komen tot kwalitatief goede en succesvolle resultaten. Het feit dat dit in de politieke arena niet altijd mogelijk of gewenst is, doorkruist mijn bestuursstijl. Mijn stijl van besturen is gericht op het samen bereiken van concrete resultaten. Dat doe ik als verbinder en bruggenbouwer op zowel inhoud als tussen mensen – organisaties. Investeren in een dialoog met raadsleden, ook die van de oppositie, met inwoners en organisaties in de stad om zo te komen tot breed gedragen oplossingen: dat is mijn stijl.’ Aldus de Utrechtse wethouder Margriet Jongerius (GroenLinks) in haar ontslagbrief aan gemeenteraad en burgemeester. Met in haar portefeuille welzijn, zorg en opvang, wijkgericht werken, participatie en cultuur.

Wat brengt Jongerius tot haar ontslag? Gaat het echt om de politieke spelletjes waarvan ze niet zegt te houden of zijn het concrete dossiers zoals het Muziekpaleis TivoliVredenburg dat kampt met exploitatietekorten en waarover de Utrechtse Rekenkamer op 3 november een vernietigend rapport publiceerde ook van invloed geweest op haar beslissing? Wat klopt er dan volgens Jongerius concreet niet aan de manier van politiek bedrijven in Utrecht die niet zou matchen met haar bestuursstijl vol ‘tijd nemen’, ‘nuances’ en ‘alternatieven’?

Haar achtergrond geeft een verklaring voor haar aftreden. Voordat Jongerius in mei 2014 wethouder werd had ze geen ervaring als politiek bestuurder. Ze is opgeleid als andragoog, een sociale wetenschap die zich bezighoudt met de opvoeding en vorming van volwassenen. Juist in dit vak kwamen de ideeën samen van wat ooit de ‘maakbare samenleving’ heette, zoals Jan Willem Duyvendak betoogt. Volgens hem werd andragologie de nek omgedraaid, niet door het neo-liberalisme van de jaren ’90, maar door ‘de radicale interpretatie van individuele autonomie (op grond van ‘maatschappijkritiek’) door progressieve wetenschappers die andragogische interventies onmogelijk maakten.’ Duyvendak citeert Okko Warmerhoven: ‘Door de andragoog gehanteerde bedenksels omtrent wat goed is voor de client en hoe veranderd moet worden, maken de concrete mens (de client) ondergeschikt aan een denkschema.’ Kortom, andragologie als schijnwerkelijkheid.

Het is kort door de bocht om iemand samen te laten vallen met de genoten opleiding, maar academische vorming bepaalt wel grotendeels iemand denken. Als dat een in diskrediet geraakte studierichting waaruit de kern is verdwenen is wordt het complex. Vorming van mensen (‘Mijn grootste passie is mensen tot hun recht te laten komen. Iedereen heeft kwaliteiten. Ik wil iedereen laten bloeien en zichzelf betekenis zien geven.’) draagt dan het gevaar in zich een bezwering tegen beter weten in of nostalgisch verlangen te worden zonder dat er nog instrumenten voor zijn om dat te realiseren. Het is dus niet zozeer het duale systeem waarin een wethouder opereert als manager die Jongerius lijkt te hebben genekt en die om een zakelijke bestuursstijl vraagt, maar haar achtergrond die haar deed beseffen dat ze midden in de politiek met lege handen stond.

Foto: ‘Orphans’ (1885) van Thomas Kennington.

Raadsleden moeten zich in de raad niet met buitenlandse politiek inlaten

vb

Ik kan me best voorstellen dat voor raadsleden het debat over stoeptegels, speeltuinen, financiële kengetallen, sociale regelingen en regionale samenwerking maar saai is. Het is sexier om met sexy onderwerpen bezig te zijn. Zoals buitenlandse politiek. Maar die onderwerpen vallen buiten de kaderstelling. In Rotterdam vroegen SP, Nida en GroenLinks in raadsvragen op 18 juni 2015 om geen ‘nauwere banden c.q. samenwerking aan te knopen met Israël’. Een begrijpelijk standpunt, maar volkomen misplaatst in een gemeenteraad. Het debat hoort elders thuis: in een commissie buitenland van een politieke partij, de Tweede Kamer of in de publiciteit. Een gemeente bedrijft immers niet zelfstandig buitenlandse politiek. In elk geval zou dat niet zo moeten zijn.

Wie bepaalt dan uiteindelijk welke landen niet door de beugel kunnen? En volgens welke normen moet dat  worden bepaald? Als nauwere handelsbetrekkingen niet worden aangeknoopt of zelfs worden verbroken dan dient dat niet selectief, maar afgewogen en consequent te gebeuren. Maar raadsleden missen de expertise, het overzicht en gewoonweg de tijd om dat te bepalen. Uiterste consequentie is het verbreken van banden met belangrijke handelspartners als de Russische Federatie en Saoedi-Arabië waar de rechtsstaat en de democratie onder druk staan. Dat is pas principieel, maar gebeurt niet omdat zowel werkgevers (VVD) als vakbonden (PvdA, SP) dat vanuit hun eigenbelang  blokkeren. Blijft over symboolpolitiek over landen die niet het verschil maken en dienen om het gemoed te luchten en de eigen voortreffelijkheid te benadrukken. Maar deze verontwaardiging is ontwijkend en lafhartig omdat het een uit de weg gaan van de echte confrontatie is.

Foto: Schermafbeelding van FB-posting ‘Onwenselijk dat Rotterdam banden aanknoopt met Israël’ op Vers Beton met reactie.

PvdA’er Samsom persoonlijk en politiek in de verdediging

Diederik Samsom ligt onder vuur. Persoonlijk en zakelijk. Een relatie met z’n voorlichter Saar van Bueren zou de reden zijn dat hij en zijn vrouw gaan scheiden. Om na te gaan wie deze informatie had gelekt zou volgens Novum Nieuws de top van de fractie de belgeschiedenis van de fractieleden hebben willen achterhalen. Een woordvoeder van de fractie ontkent, maar de twijfel is gezaaid over de zweep die over de rug van de PvdA-fractieleden wordt gehaald. Afgelopen maanden vertrokken de fractieleden Hilkens en Bonis die teleurgesteld waren over de fractiediscipline. Want onder de kadaverdiscipline van Diederik Samsom zou het dualisme dood zijn. Bij de VVD is het trouwens niet veel beter. Volgens het goed ingevoerde ‘liefdevol lid‘ Marcel Duyvestijn in Elsevier staat Wouter Bos in de coulissen te trappelen om opnieuw lijsttrekker te worden. Is de huidige onrust binnen de PvdA-fractie die zich richt tegen fractievoorzitter Samsom een eerste teken van de terugkeer van Wouter Bos? Het zou zo maar kunnen. Bos kent in elk geval de soepele ontspannenheid die Samsom mist.

Kamer debatteert over politieke crisis

Foto: Diederik Samsom, mei 2012. Credits: ANP.

PvdA-kamerlid Nijboer accentueert de dood van het dualisme

Woordvoerder financiële sector Henk Nijboer (PvdA) stelt politiek als een natuurverschijnsel voor. Het kabinet is volgens hem op de goede weg. De schulden nemen toe, de lasten nemen toe, de investeringen dalen, de werkgelegenheid neemt af, de arbeidsproductiviteit neemt af, de consumptie van de huishoudens neemt af, het bruto modaal inkomen neemt af en de koopkracht nam de afgelopen vijf jaar af. Maar het kabinet is volgens Nijboer op de goede weg. Het pakt de belangrijke problemen van deze tijd aan. Meent-ie dat nou?

Iemand als Nijboer geeft aan hoe door de partijpolitiek de politiek is losgezongen van de werkelijkheid. Uit alles aan z’n commentaar blijkt dat-ie het financieel-economisch beleid onder de maat vindt. Maar vanwege de fractiediscipline mag-ie dat niet zeggen. Op straffe van ex-communicatie. Zijn fractiegenoten in de PvdA Désirée Bonis en Myrthe Hilkens stapten de afgelopen tijd teleurgesteld op. Hilkens meent buiten de Tweede Kamer meer voor elkaar te krijgen. Dit tekent het failliet van een Tweede Kamer die een verlengde wordt van het kabinet. De leeuw gedraagt zich als een lam. Dualisme dat afstand tussen kabinet en kamer laat is dood.

Is het naïef van Bonis en Hilkens dat ze niet begrijpen hoe machtspolitiek gespeeld wordt? Met het verwijt dat ze nooit de partijpolitiek in hadden moeten stappen. Of is het naïef van Nijboer dat-ie een verhaal staat op te hangen dat-ie zelf nauwelijks lijkt te geloven en dat strijdig is met zijn wetenschappelijke kennis en inzichten? Met het verwijt dat-ie daardoor onvoldoende vragen stelt die het kabinet zouden kunnen helpen om tot een goed financieel-economisch beleid te komen. Dat zou de rol van een volksvertegenwoordiger behoren te zijn.