Gedachte bij foto’s ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957’

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

De beschrijving van deze twee foto’s in de collectie van de University of Southern California is te interessant om niet volledig weer te geven: ‘Dutch refugees arrive in Los Angeles, 6 February 1957. General view of part of 80 refugees arrival in Los Angeles; Jacoba Dekrieger; Janna Dekrieger; Albertus Dekrieger.; Caption slip reads: “Photographer: Wesselmann. Date: 1957-02-06. Reporter: Decker. Assignment: Dutch refugees arrive in LA. 1: One of the Dutch families that arrived in L.A. this a.m. via Sante Fe’s El Capitan: L to R: The DeKrieger family, Sebus (mother), Janna, Albertus and Jacoba and Hendrick, husband and father. 2: General view of part of the 80 persons who arrived on the same train“. 

Wesselmann, Dutch refugees arrive in Los Angeles, 1957. Gepubliceerd in de Los Angeles Examiner. Collectie: University of Southern California.

Of de familie De Krieger degene is die in een genealogische pagina wordt beschreven is onduidelijk. Het betreft Jan Hendrik Willem de Krieger die in 1912 in Vlaardingen en zijn echtgenote Jacoba Sebus die in 1918 in Dordrecht werd geboren. Volgens het stadsarchief Rotterdam werd hij in 1927 op het opleidingsschip Nederlanden geplaatst, zodat het kan dat hij in de Nederlandse marine werd ingelijfd. Ze trouwden in 1937 in Dordrecht. Maar ze hebben niet 1, maar 3 kinderen. Dat Jacoba Sebus overleed in het Californische Pasadena in 2006 past in het plaatje. De beschrijving is wat verbasterd.

Wat kunnen in 1957 Nederlandse vluchtelingen zijn die via de trein uit Santa Fe, New Mexico in California terechtkomen? De Nederlandse regering had in die jaren een politiek om repatrianten uit voormalig Nederlands-Indië naar derde landen te laten emigreren. In een tweede golf vertrokken tijdens de jaren 1950-1957 ambtenaren, ordehandhavers en defensiepersoneel naar Nederland.

De man die Jan Hendrik Willem de Krieger kan zijn heeft een label van de CWS op zijn jas. Dat is de kerkelijk humanitaire Church World Service die vluchtelingen hielp. De Nederlandse overheid had in die jaren een samenwerking met de CWS met betrekking tot de uitvoering van de Pastore-Walter Act die in 1958 werd aangenomen. In de jaren daaraan voorafgaand pleitte de Democratische vertegenwoordiger Francis E. Walter voor verruiming van de emigratienormen uit Azië. In 1952 werd de McCarran-Walter Act aangenomen die dat tegen de zin in van president Truman mogelijk maakte.

Saillant is wat Wikipedia zegt over dat Amerikaanse toelatingsbeleid: ‘Men hoopte echter dat slechts 10% van deze Nederlandse vluchtelingen daadwerkelijk raciaal gemengde Indo’s zou zijn en de Amerikaanse ambassade in Den Haag was gefrustreerd over het feit dat Canada, dat strenger was in etnisch profileren, de volbloed Nederlanders kreeg en de VS de Nederlanders die “allemaal nogal zwaar donker” waren. Aan dit tafereel op het station in Los Angeles in 1957 valt dat niet af te lezen.

Dordrecht steggelt over erfgoed. De Teerlink is nog niet geworpen

INGANG KALKHAVEN VANAF DE SPOORBRUG NAAR ZWIJNDRECHT (1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

De Kalkhaven en directe omgeving in Dordrecht is een van de mooiste plekken van de stad. En van Nederland. Ernaast stroomt de Oude Maas. Op de kop staat op een ook vanuit de nabijgelegen spoorbrug zichtbare plek het iconische Teerlink pand waar op bovenstaande foto uit 1937 het huis met de Blue Band muurreclame gesitueerd is. Het staat op de Monumentenlijst.

De voormalige plek voor scheepsreparatie, dat eerder een café en bordeel was, is in slechte conditie. De kritiek gaat over de zichtbare buitenkant, want van het interieur is weinig meer over. Het zou worden ‘gegijzeld’ door eigenaar Arie van Pelt zoals een petitie stelt: ‘Het verloedert en verkrot steeds meer. De gemeente moet het pand desnoods onteigenen zodat het gerestaureerd kan worden en een mooie functie kan krijgen‘.

Het pand van Teerlink in Dordrecht is de afgelopen jaren verder verpauperd. © André Oerlemans. In: AD, 13 oktober 2021.

De gemeente denkt er ook zo over. Het AD zegt in een bericht van 13 oktober 2021 dat het geduld van de gemeente Dordrecht op is: ‘De gemeente Dordrecht gaat eigenaar Arie van Pelt opnieuw dwingen om het zwaar verloederde pand van Teerlink op te knappen, te restaureren of een nieuwe bestemming te geven. De afgelopen vijf jaar is er niets gebeurd met het iconische monument op de kop van de Kalkhaven.‘ De gemeentelijke afdeling Erfgoed wil restauratie, maar het afdwingen daarvan is een complex proces.

Van Pelt meent dat ‘al sinds de aankoop in 2014 dat de gemeentelijke regels een verbouwing en nieuwe functies als horeca, wonen of kantoren in de weg staan. De gemeente op haar beurt stelt dat Van Pelt zich aan het bestemmingsplan moet houden.’ Het gevolg is een patstelling en verdere verloedering van dit iconische pand en eigenaar en gemeente die elkaar de schuld geven van de verloedering. Tussentijds heeft Van Pelt reparaties aan het dak laten uitvoeren.

Bij dit gesteggel tussen gemeente en eigenaar over erfgoed, bestemming en verloedering moet ik denken aan een kunstmanifestatie in 1993 toen ik de omgeving voor het eerst bezocht. De Armeens-Turks-Franse kunstenaar Sarkis had tegen het Teerlink-pand een huisje neergezet met allerlei werken met rode waterverf die van buitenaf bekeken konden worden. Sarkis’ eigen foto leest als een archeologisch fragment. Ik vond het een dynamische plek die nu blijkbaar in verval is geraakt. Dat grieft buitengewoon. Verval is link.

Sarkis, ‘51° 48’ – 04 °40’ : 1993, Dordrecht, 4 septembre – 31 octobre.

Gedachten bij een foto van de Visbrug in Dordrecht (1937)

309_107437 (Vischbrug, Dordrecht, circa 1937). Collectie: Regionaal Archief Dordrecht.

Deze keer een verhaal met een persoonlijke tint. Via internet is veel te achterhalen van de eigen familiegeschiedenis. De site Kenteken Zeeland dat oude kentekens van auto’s achterhaalt en beschrijft constateert aan de hand van de foto in het Regionaal Archief Dordrecht dat hier K-4564 op de Vischbrug (nu: Visbrug) in Dordrecht staat. Het jaar is circa 1937.

Als reactie bij het item op het Regionaal Archief geeft Erica de volgende toevoeging: ‘hoek Voorstraat (Overwijn) – Visbrug, Groenmarkt (bibliotheek; Carel Netto heerenhoeden, W.B.A. Gunther, auto K-4564, standbeeld Gebroeders de Witt) — bordje; ‘rechts loopen’‘. ‘K’ was het toenmalige kenteken van Zeeland.

Kenteken Zeeland rendeert vanuit de eigenaar van de auto en het Regionaal Archief Dordrecht vanuit de plek. Ik redeneer vanuit beide.

Want de eigenaar van de Chevrolet Master fordor sedan ’37/’38 is mijn grootvader Willem Muller. Hoewel het kan dat officieel de registratie op naam van zijn bedrijf stond: Sleepdienst Willem Muller, Reederij En Avant dat sinds 1912 in Terneuzen was gevestigd.

De auto staat niet op de Vischbrug geparkeerd, maar rijdt er toevallig langs en stopt voor het verkeerslicht boven de weg. Of trekt juist op, want het licht lijkt op groen te staan. Aan de Merwedekade woonden twee zussen van mijn grootvader en daar was ook het bedrijf van zijn broer Teun gevestigd: Rederij T. Muller, ofwel Sleepdienst “En Avant”. Vooruit was de ingebakken naam voor die familie. En er woonde nog meer familie. Familiebezoek met een mogelijk zakelijk gesprek over samenwerking op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren zal de aanleiding zijn geweest.

Zo blijkt maar weer dat we niet alleen nu betrapt worden op sociale media en het steeds lastiger wordt om anoniem te zijn. Deze foto toont dat men in 1937 ook al opgemerkt kon worden zonder dat men daar om vroeg. De plek was namelijk een favoriete plek voor het maken van ansichtkaarten, zoals ook deze ansichtkaart uit 1932 verduidelijkt. Een vergelijking tekent trouwens de vooruitgang. De verkeersagent midden op straat in 1932 is vervangen door een verkeerslicht in 1937.

Ansichtkaart van uitgeverij J. van de Weg ‘Dordrecht, Vischbrug‘ aan de hand van de geretoucheerde foto 309_107437. Fotograaf: Joost van de Weg.

We weten trouwens niet zeker wie er aan het stuur van de Chevrolet met kenteken K-4564 zat. Het is wel aannemelijk wie het was. Dat is de onzekerheid die altijd in de geschiedenis sluipt.

Kritiek op bestuurlijke bescherming van kunstproject ‘Rivier Boot Stad’ in Dordrecht

Schermafbeelding van deel homepageRivier Boot Stad‘. Dordrecht, 2021.

In Dordrecht is het kunstproject ‘Rivier Boot Stad‘ van de in Rotterdam wonende Deens-Schotse kunstenaar Edward Clydesdale Thomson in de maak. Het bestuur van de gemeente Dordrecht vindt het ogenschijnlijk belangrijk en besteedt veel aandacht aan de marketing ervan, zoals onder meer blijkt uit een site en een YouTube-kanaal. Het Dordrechts Museum is betrokken bij de uitvoering, maar lijkt ook een hindernis in zich te dragen.

De tweede fase uit het drie fasen bestaande project krijgt namelijk steeds meer kritiek. De eerste fase is de bouw van een 15 meter lange hektjalk en de derde fase is de plaatsing van objecten op een route die het schip tijdens de tweede fase aflegt. Dat gebeurt op 9 oktober 2021. Dan wordt het schip als in de film Fitzcarraldo van Werner Herzog door vrijwilligers door de stegen en straten van Dordrecht getrokken. De sleeptocht. Daarbij is het de opzet dat het schip uit elkaar valt. De brokstukken verwerkt de kunstenaar tot de genoemde objecten van de derde fase.

Op die tocht zullen een historisch smeedijzeren Art Nouveau hek uit 1904 dat een rijksmonument is en sinds die tijd onderdeel van het Dordrechts Museum en een stuk van een muur worden ‘gebroken’. De boot wordt niet in het museum, maar elders gebouwd. Op de siteRivier Boot Stad‘ van de gemeente wordt het beschadigen van een, in principe, beschermd rijksmonument bij de Veel Gestelde Vragen zo verantwoord:

3. Het kunstwerk rivier, boot, stad kan enerzijds worden gezien als een vanitas, in zijn reflectie op de vergankelijkheid van het leven. Maar ook als een viering van wat mogelijk is door middel van collectieve inspanning. Het evenement waarbij het schip versleept wordt is een mythisch verhaal over een onmogelijke reis van een enorm schip door de smalle straten van het Hofkwartier. Dit verhaal wordt na het evenement naverteld door de sporen die het schip achterliet: een serie sculpturen in het Hofkwartier. Schrijvers denken lang na over de eerste zin van hun boek: het vertelt de lezer iets over de rest van het verhaal. Dat geldt ook voor de eerste sculptuur in de serie. Het is een samenvatting van de rest van het verhaal dat verderop in het Hofkwartier te zien is. Het schip dat door het hek breekt is een dramatisch gebaar: het lijkt gevaarlijk, spannend, tragisch. Maar zal in zijn praktische uitvoering niet gevaarlijk zijn. Het verhaal vertelt over de schoonheid van destructie. Het schip breekt met het oude om een nieuw verhaal te vertellen. De handeling van het oversteken van de drempel van het museum, de openbare ruimte in, is een symbolische daad van collectieve kracht.

In deze toelichting komen vooroordelen over teksten over hedendaagse kunst samen. Ze zouden onbegrijpelijk, mistig, zelfingenomen en hooghartig zijn. Nou, critici worden hier op hun wenken bediend en in hun vooroordeel bevestigd. Een alledaags kunstproject van een schip dat door een historische havenstad wordt getrokken is blijkbaar niet genoeg, maar moet door de curatoren en communicatiemedewerkers met mystiek, dramatiek en onbegrijpelijke aannames worden opgepimpt. Juist die overdaad aan verklaring maakt echter het project kapot omdat elke poging om het onverklaarbare te verklaren tot mislukken gedoemd is. Een goed kunstproject wordt beschadigd door verklaringen die er met de haren bijgesleept worden.

Dordrecht.net laat in een artikel met de veelzeggende titel ‘Historicus Henk ’t Jong vreest verdere manipulatie van cultuur bobo’s om weerstanden tegen kunstboot door museummuur te negeren‘ de Dordtse historicus Henk ’t Jong aan het woord. ’t Jong heeft kritiek op het afbreken van de historische muur en hek en meent dat de bestuurders die zich namens de gemeente achter dit project hebben geschaard niet echt op de kritiek antwoorden, de beeldvorming manipuleren en zich arrogant opstellen. Hij parafraseert dat zo: ‘Wij, de elite van stedelijke cultuurbobo’s, zullen u wel vertellen wat mooi en waardevol is. En jullie gaan lekker toch niet over waar wij het belastinggeld aan uitgeven.

Ik ken Henk ’t Jong niet en weet niet of al zijn kritiek op dit kunstproject gerechtvaardigd is en of hij te kort door de bocht reageert. Ik deel wel zijn kritiek op het tenenkrommende jargon van de begeleidende teksten. Doorgaans bestaat er in historische binnensteden spanning tussen historici en ontwikkelaars van kunstprojecten die wat reuring aan de stad willen geven. Dan trappen de historici die wars zijn van verandering al snel op de rem. Maar daarmee is niet gezegd dat de ontwikkelaars altijd gelijk hebben en zomaar gebouwen van historische waarde kunnen aantasten.

In de discussie over het kunstproject ‘Rivier Boot Stad‘ dat ik knap bedacht vind en me doet denken aan de iconografie van de Turks/Armeens-Franse kunstenaar Sarkis mis ik in de uitleg het argument dat het breken van muur en hek uit 1904 essentieel is voor dit project.

Want in antwoord 3. van hierboven op de vraag waarom het schip ‘nou per se door het hek [moet] breken‘ volgt in mijn ogen geen inhoudelijke uitleg die rechtstreeks uit de essentie en beweegreden van het project volgt, maar wordt de lezer afgescheept met jargon en omcirkelende bewegingen die het project en de kunstenaar niet nodig hebben. De kunstbobo’s lijken in Dordrecht een goed kunstproject gekaapt te hebben en dat weliswaar om welke redenen dan ook te steunen, maar doen tegelijk met hun abracadabra en hooghartige houding zoveel schade aan dat het wegzakt onder de standaard die Edward Clydesdale Thomson vermoedelijk aanvankelijk in gedachten had.

In Dordrecht is dit project onnodig gepolitiseerd door toedoen van het gemeentebestuur dat zich goedwillend achter dit project heeft geschaard, maar vergeten is het aan de bewoners uit te leggen. Het is belangrijk dat de kunstenaar, de critici en de gemeente om de tafel gaan zitten en de opbouwende kritiek serieus nemen. Het advies van de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed over de onomkeerbare schade aan het hek kan hierbij een uitgangspunt zijn.

Maar ook dat wordt niet geheel duidelijk. Want de siteRivier Boot Stad‘ praat opnieuw in raadsels als het over het herstel in oude luister van het hek zegt: ‘een zeer beperkt risico op schade die bij het terugplaatsen van het hek na de afgesproken termijn wordt aangeheeld‘. Wat moet er in Dordrecht veel geheeld worden.

John Piper verbindt vrouwen en uiterlijkheden met God. En bezegelt het lot van de prediker

Het aardigste nieuws is nieuws waarin iemand iets zegt dat voor hem of haar een waarheid als een koe is en dat daarom door sympathisanten breed uitgemeten wordt, maar voor anderen het tegengestelde betekent. Neem de Amerikaanse baptistische predikant John Piper die indirect liefdeloosheid gelijkstelt aan secularisme.

Hij heeft recht op zijn mening over vrouwen en uiterlijkheden. Hoewel hij waarschijnlijk niet eens doorheeft dat hij met zijn louter masculiene blik en perspectief dit debat over uiterlijk bij voorbaat vertekent. Maar het bijzondere is dat wat hij zegt helemaal niet exclusief beperkt is tot mensen die zich laten inspireren door religie of een God. Wat John Piper zegt klinkt redelijk, het wordt er pas krampachtig op als hij zijn geloof er aan de haren bijsleept. Maar dat is natuurlijk altijd het probleem van predikers. Ze moeten bij elk onderwerp een geloofwaardige verbinding met hun geloof weten te leggen. Dat lukt niet altijd, zoals Piper hier laat zien.

NB: Het is opmerkelijk dat hartvoorhetgezin dat deze video heeft ondertiteld en waarvan men mag aannemen dat het woord er een belangrijke rol speelt in deze ondertiteling zoveel taalfouten maakt.

Bevestigt een goedbedoelde tentoonstelling in Dordrecht over gevluchte lhbti’ers stereotyperingen over zwarte Afrikanen of niet?

Tot 24 maart zijn in Dordrecht op de tentoonstelling ‘No land for love’ in een pand op de Spuiboulevard 4 ‘beelden van gips en glas te zien van lhbti-asielzoekers die naar Nederland vluchtten’, aldus een bericht van RTV Dordrecht. Maker is Marcel Joosen. De expositie is onderdeel van de ‘Roze Ode aan de Synode‘: vrijdag vindt in de Grote Kerk een congres plaats over de verhouding tussen religieuze instellingen en LHBTI’ers.

Vraag is of de tentoonstelling stereotyperingen over zwarte Afrikanen bevestigt of niet. Ik kan hierover geen uitspraak doen omdat ik de tentoonstelling niet heb gezien, maar de video doet me sterk de wenkbrauwen fronsen over het getoonde. Het doet me denken aan de kritiek die onlangs ontstond bij het heropende en herbouwde Afrika Museum in het Belgische Tervuren. Zie hier mijn commentaar daarover. Weliswaar ging die kritiek over ‘koloniale propaganda’ die het museum zou goedpraten en directeur Guido Gryseels ontkende. Hij zei zich verkeerd begrepen te hebben, en meende het goede te doen. Maar iets wat goedbedoeld is, kan toch voor sommigen goed verkeerd uitpakken. Dat lijkt de overeenkomst met de tentoonstelling in Dordrecht.

Foto: Impressie van de tentoonstelling ‘No land for love’ met beelden van Marcel Joosen in berichtTentoonstelling in teken van gevluchtte lhbti’ers’ van RTV Dordrecht, 14 maart 2019.

Energiehuis Dordrecht: Café Khotinsky verliest procedure

De vraag die deze kwestie oproept is hoe het kan dat Grand Café Khotinsky in de voormalige machinehal van het Energiehuis van Dordrecht juridisch zo slecht is geadviseerd door de eigen advocaat. Straffe koffie en een lange maandag voor de eigenaren van Khotinsky. Is het dan ‘Eind goed, al goed’ en over tot de orde van de dag, met een verloren procedure en 73.000 euro minder? En als Khotinsky verstandig is: een andere advocaat.

Energiehuis Dordrecht heeft structureel exploitatietekort. Dus?

Het exploitatietekort van het Energiehuis in Dordrecht bedraagt over 2014 naar verwachting zo’n 450.000 euro, aldus RTV Rijnmond. Op 14 maart staat dit dus nog niet vast. Het tekort is structureel. Het Energiehuis is 2 jaar open en werd op kosten van de gemeente Dordrecht voor bijna 30 miljoen euro verbouwd. De vaste gebruikers ervan zijn schouwburg Kunstmin, poppodium Bibelot en muziek- en toneelschool ToBE.

Er is dus te optimistisch gerekend om de plannen van het Energiehuis op papier kloppend te maken en het gebouw te realiseren. Het zich rijk rekenen door ambtenaren, politici en deskundigen is een oude kwaal. Inkomsten te optimistisch inschatten is een wetmatigheid waarover altijd achteraf spijt wordt betuigd. Reken maar na, wie kon nou voorzien dat de inkomsten door de verhuur van zalen en de horeca-inkomsten fors tegen zouden vallen? Niemand toch? Dus niemand is verantwoordelijk. En da’s een hele geruststelling.

De gebruikelijke oplossing is een onderzoek dat de problemen inventariseert en aangeeft hoe ze opgelost moeten worden. Een gokje wagen in welke richting de uitkomst van het onderzoek zal wijzen? Verhoging van de huur door de vaste gebruikers en het verhogen van efficiency door het ontslaan van medewerkers. Die winst kan over enkele maanden boekhoudkundig ingeboekt worden. Als ook die verwachting over twee jaar niet blijkt te kloppen, dan ligt de oplossing klaar. Hoe? Een nieuw onderzoek. Om energie van te krijgen.

Ton Kraayeveld: ‘Umzug’ in Dordrechts Museum

De Dordtse kunstenaar Ton Kraayeveld (1955) heeft een overzichtstentoonstelling in het Dordrechts Museum. Umzug (verhuizing) is de titel. Kraayeveld is onderweg in de wereld en niet te vangen met z’n pictogrammen, z’n hedendaagse retrostijl, z’n gedekt kleurgebruik, z’n architecturale constructies en de raadsels die hij in zijn schilderijen en tekeningen plant. Wat zien we? Kraayeveld doet denken aan John Körmeling, Fernand Léger of Gerd Arntz. Maar de knipoog, het mechaniek en de behuizing die uit de voorstelling volgt gunnen elkaar meer in de combinatie. Bij de tentoonstelling is een boek met teksten van Lucette ter Borg en Gerrit Willems.

1391776030

Foto: Ton Kraayeveld, African House, 2001 (olieverf op doek). Courtesy: Galerie Sanaa, Utrecht.

Nep-Femen in Dordrecht is kleffe actie van Powned. Dislike!

Is de sekseongelijkheid de kern van het christelijke geloof? Het zou zo maar kunnen. Sekseongelijkheid is de kern van elk geloof. Als het perpetuum mobile dat de mannelijke kerkleiders laat bewegen. Maar wat heeft in hemelsnaam Femen met de Dordtse synode te maken? Niks dus. Powned huurde volgens RTV Dordrecht drie vrouwen in om voor opschudding te zorgen met wat pornoactrices. Wat grandioos mislukte. Powned maakt zo actievoeren en zichzelf tot een klef dieptepunt in de wil om te scoren. Conclusie is dat Femen inmiddels een zo bekend merk is dat het nep-actievoerders naar Dordrecht trekt. Meer wat mislukt is blijkbaar mannenzaak.