Afscheid van een buurman. Gedachten bij een foto van Ara Güler

Vandaag was ik bij de dienst voor en de uitvaart van mijn buurman die afgelopen maandag op 71-jarige leeftijd overleed. We hadden met elkaar een vriendschap opgebouwd zoals buren die kunnen hebben. Zoals iedereen verbonden is met anderen en die band koestert.

Er is in toespraken teruggekeken, met als gevolg dat ik nog meer vragen over hem heb. Dat is goed zo. Dat komt omdat een leven tegenstrijdig, veelgelaagd en ongrijpbaar is.

De kunst van een beeld is dat er alles tegelijk in te lezen valt. Dat biedt een antwoord. Een schip naar het schimmenrijk, een afscheid, een samenzijn dat is verbroken en de duisternis die alles omringt. Het is enscenering, het is perspectief. Meer valt er niet over te zeggen.

Foto: Ara Güler, Istanbul.

Over necromantie. Foto van een kermisattractie op de Brusselse Zuidmarkt (1900)

Dood is dood. Of is dat te simpel gedacht? Zo zijn er gelovigen die een godsdienst belijden die zegt dat er een leven na de dood is. Geloven ze dat echt of maar half? In de populaire cultuur is er het aparte genre van de horror met directe lijnen tussen onze wereld en het hiernamaals. Spoken, geesten, demonen, monsters, verschijningen of manifestaties zouden communiceren vanuit de dood. Magiërs, sjamanen, priesters en kunstenaars zijn de bemiddelaars met gene zijde. De stijl van de dood is die van duisternis en schaduw waardoor met minimale effecten maximale effecten kunnen worden bereikt. Er kan maar beter niet te veel gezegd worden zodat er veel te suggereren blijft. De dood is een invuloefening.

De foto toont een attractie op een Brusselse kermis in 1900. Het is een foto uit het archief van de Belgische krant Le Soir die in 2012 werd geplaatst ter gelegenheid van de jaarlijkse kermis bij het Zuidstation. Het wordt gepresenteerd als erfgoed, een getuigenis uit het verleden. Dat heeft bij deze foto een dubbele betekenis.

De attractie waar het om gaat is die van de necromantie. Volgens Wikipediaeen methode van voorspelling waarbij getracht wordt te communiceren met de doden’. Dat ‘trachten’ geeft aan dat het geen gelopen race is dat de communicatie ook werkelijk tot stand komt. Dat is afwachten.

Het artikel in Le Soir zegt het volgende: ‘In 1900 kon op de Brusselse kermis de toekomst worden voorspeld door deze knappe dame die necromantie beoefende, zoals we konden lezen door in te zoomen op de panelen die achter haar hingen: “Het HOOFD laat mensen weten dat de men wenst te weten in ware vriendschap als in interesse.”’

Verder valt in dit artikel een opmerkelijk nostalgisch citaat van de Franse toneelschrijver Ernest Blum uit 1903 te lezen. Hij betreurt dat de oude kermis is verdwenen. De eenvoud is volgens hem verdrongen door luxe en vooruitgang. Maar dit kraam komt voor de ogen van 2020 tamelijk ouderwets over. Daarom lijkt Blums conclusie over de kermis voorbarig: ‘Verdwenen, verzonken in de duisternis van het verleden, gewist onder de ripolinlaag van vergetelheid!’. (Deze vindplaats van ripolin, een vernis die in 1887 door de Nederlander Carl Julius Ferdinand Riep werd ontwikkeld loopt vooruit op de opname ervan in het Franse woordenboek van 1907).

De necromantie is springlevend als daaronder de poging wordt verstaan om met de doden te communiceren. Want wie kent niet de wens om met een overleden vriend of familielid te communiceren? Maar het is een onmogelijke opgave. De meest zekere voorspelling is dat de voorspelling om te communiceren met de doden ten dode is opgeschreven. Als troost hebben we in het niemandsland van de kermis de waarzeggers die half-serieus onze wensen inlossen terwijl we weten dat het niet kan. Dat is het geloof dat mensen parten speelt, maar ook hoop geeft om door grenzen te gaan.

Foto: Verschenen in artikel1900 : baraque foraine à la foire du Midi’ in Le Soir, 13 juli 2012.

Petitie ‘Behoud W139 in het hart van Amsterdam’ verdient steun

‘Dit is een oproep uit de armoe-straat… want dat wordt ’t als W139 hier weg moet. De binnenstad verzuurt onder monocultuur. Authentieke Amsterdamse plekken verdwijnen of moeten verhuizen naar de periferie. Ook het voortbestaan van W139 wordt bedreigd en zo de artistieke vrijheid in de binnenstad.’

Aldus de petitieBehoud W139 in het hart van Amsterdam’. Het gaat om het belang van het alternatieve circuit een de institutionalisering van de kunstsector. Hoe wordt dat in de verdeling van overheidsgeld afgewogen?

Het lijkt er sterk op dat de min of meer anarchistische tegenstemmen door de overheid geen volwaardige plek in de kunstsector worden gegund. Of dat is omdat een overheid daarmee geen raad weet of dat ze bewust getemd moeten worden is de vraag. Hoe dan ook is dat niet alleen jammer, maar ook contra-productief omdat die tegenstemmen noodzakelijk zijn om de kunstsector levendig, bij de tijd en veelzijdig te houden.

Uiteraard is het goed dat musea steun van landelijke en gemeentelijke overheden krijgen. Ze beheren unieke en waardevolle collecties die ons erfgoed vormen en ze maken interessante publieksprestaties. Maar musea zijn in de programmering van hun tentoonstellingen én hun organisatie conservatief. Mentaal verkeren ze vaak nog in de 20ste eeuw. Logisch omdat musea nu eenmaal conserveren en per definitie behoudzuchtig zijn. Maar onlogisch waar het hun ‘vrije ruimte’ betreft om de vinger aan de pols van de tijd te houden.

Die ruimte wordt nauwelijks benut. Het is ook niet niks wat van musea verwacht wordt. Ze hebben moeite om zich op de juiste manier te verhouden tot hun eigen tijd. Ook vanwege die dubbelzinnige opdracht die ze hebben om te behouden en te signaleren. Musea zijn de plekken van de dood en van hen wordt ook verwacht dat ze de plekken van het leven zijn. Die tegenstrijdigheid wringt en kan zelfs leiden tot een verkeerd soort popularisering die volgt uit de wens om publiek en politiek te behagen met voorbijgaan aan de functie om naast verbreding ook te verdiepen. Dat laatste is het product waar het om draait, zelfs als een museum afdaalt naar het fenomeen van beleving en ervaring. Nog erger: het museum wordt borrelcircuit in een clichésituatie.

Initiatieven als W139 geven zuurstof aan de kunstsector en helpen eraan mee om de lat voor de presentatie van musea hoger te leggen én ze richting, houvast en actualiteit te geven. Weg van de kunsthandel. Soms met tentoonstellingen die het aanzien niet waard zijn en als interessante mislukking gekenschetst kunnen worden, vaak met presentaties die nergens anders te zien zijn en een verrijking voor iedereen zijn. Met video’s in een Caraïbisch bomenlandschap, een kermisbaan, een Belgisch restaurant om te proeven of met experimenten die bijtend commentaar geven op de kunstgeschiedenis. Het Stedelijk Museum ontvangt jaarlijks ruim 19 miljoen euro van de gemeente Amsterdam, W139 zit verlegen om 200.000 euro. Dat moet toch te regelen zijn?

Foto: Schermafbeelding van deel petitie ‘Behoud W139 in het hart van Amsterdam’ op Petities.nl. Ondertekenen kan hier.

Niet D66, maar de christelijke partijen creëren een doodscultuur. Met hun dogmatiek over het leven na de dood

De animositeit tussen D66 en orthodoxe-christenen over medische-ethische kwesties als euthanasie en abortus is een wetmatigheid. Dat meningsverschil is begrijpelijk gezien de overtuiging van deze verschillende levensbeschouwingen. Maar soms willen partijleiders zich ten koste van de ander op een goedkope manier profileren. Dan gaat het fout. Dat blijkt uit een citaat in het RD van leider Gert-Jan Segers van de CU: ‘Als corona ons íets duidelijk heeft gemaakt, dan is het wel dat echte aandacht en goede zorg het verschil maken in een mensenleven. Ik vind het buitengewoon pijnlijk dat in een tijd waarin ouderen zich extra kwetsbaar voelen, D66 een voorstel indient waarvan we weten dat het bij veel ouderen leidt tot grotere onzekerheid en meer angst.’ Dit is stemmingmakerij met een suggestie die over de grens van het betamelijke gaat. In hetzelfde artikel zegt Diederik van Dijk die directeur is van de christelijke zorgvereniging NPV in Veenendaal: ‘Maandenlang hebben we met elkaar onze samenleving bijna stilgelegd om kwetsbaar en oud leven te beschermen. En dan nu ijskoud met een wetsvoorstel komen dat een doodscultuur creëert’.

Deze christenen hebben het bij het verkeerde eind als ze menen dat het D66 is dat een doodscultuur creëert. Dat is opmerkelijk omdat ze blijkbaar niet meer goed kunnen zien voor welke gedachtengoed ze zelf staan. Zij zijn het immers zelf die een doodscultuur creëren. Want hoe kun je anders de opvatting van deze orthodoxe-christenen begrijpen over het leven na de dood? Voor wie dat christelijke dogma wil geloven. Gewone mensen gaan dood, maar christenen claimen dat ze in een hemel terecht kunnen komen. Dat is de ultieme doodscultuur van levende doden die aan de dood ontsnappen. Ik reageerde hier in enkele tweets op.

Foto 1: Tweet in antwoord op Diederik van Dijk, 17 juli 2020.

Foto 2: Tweet in antwoord op D.W. van Oordt, 17 juli 2020

Van dood tot medeleven en weer terug

De dood. Het leed. De pijn. De uitsluiting. De eenzaamheid. Het medeleven. Het is lastig om het in woorden uit te drukken of in een zinnebeeld te verbeelden. Willen we het niet meer of kunnen we het niet meer? Ach, natuurlijk kunnen we dat. Willen we er nog wel stil bij staan? We moeten er hoe dan ook aan wennen. De dood komt het leven binnen. Het zijn niet eens de aantallen. Het is het wereldwijde kansspel waar we verplicht aan mee moeten doen. Daar hebben we niet om gevraagd. Het brengt ons in de war dat we ongevraagd in zoiets betrokken worden. Met de kans dat we voortijdig de afslag naar de dood moeten nemen. Dat zijn we ontwend met onze goede gezondheidszorg en voorzieningen. Blijken die nu minder of meer waard? We weten het niet.

Er is geen zinnig woord over te zeggen. De dwaas die het toch probeert te duiden doet een poging om de onzekerheid weg te beredeneren. Is dat gekunsteld of gedwongen? Er is pas sprake van paniek als we dat niet meer kunnen. Zover is het nog niet. Dat is de troost van de geest. Die kan rede of spookbeeld zijn. We hebben afgeleerd ze in nauw verband met elkaar te zien. Dat breekt ons nu op zonder dat dat schade doet. Het maakt alleen ongemakkelijk. We overdenken de situatie van onszelf en van anderen. We denken er fijn het onze van.

Foto 1: Ko Chung Ming via Facebook. McDonald’s in Hong Kong gesloten voor twee weken.

Foto 2: Jorge Camacho, La danse de la mort, opus 6;1976. Olieverf. Collectie: Musée d’Art moderne de Paris.

Bij ‘Waiting For The Boats’ van Lyddell Sawyer (1890-91)

Wachten op Godot, wachten op het niets, daar komt het leven volgens spotvogels op neer. Toch is het waar, het leven gaat vaak op aan wachten. Een soort actieve ledigheid. In de wachtkamer van de tandarts, op luchthaven en treinstation, het begin (of eind) van de vergadering of in het huiselijk leven. Op het eten, het naar bed gaan of het einde van de winter. ‘Waiting For The Boats’ is de titel van deze fotogravure uit 1891.

Wachten op de boten, zinnebeeld van het leven. De god van onderwereld of Schimmenrijk neemt mensen per boot mee. We zien een kade met wachtende mensen. Is het de Tyne in Newcastle? Waar ze op wachten is niet op voorhand duidelijk. De manden zijn leeg. Toch niet de dood die te snel komt? Het is de stroom van de tijd.

Zo’n 130 jaar geleden klonk dat zo: ‘Dezelfde mensheid die elke sterveling verenigt door een onzichtbare band met elke andere sterveling en ons vandaag een deel van en betrokken bij de geschiedenis van alle tijden maakt’. Het vandaag van 1890 is het vandaag van 2018. Of 2180. Daar verandert de verschijning niets aan.

Foto: Lyddell Sawyer, ‘Waiting For The Boats’ (1890-91). Fotogravure.

Kerkje van Woldendorp in Groningen is als het leven zelf

In dit verslag komt alles samen. Dat maakt het tot een staalkaart van actuele problematiek. 1) De ambitie van Pieter Stapel om een muziektheater in een voormalig kerkje te Woldendorp in te richten. 2) Leegstand van kerken die niet meer gevuld kunnen worden omdat het aantal gelovigen afneemt en er daarom sloop of een alternatieve bestemming wacht. 3) Aardbevingen vanwege de gaswinning in Groningen die vele huishoudens fysiek en psychisch ontwrichten. 4) De reactie van de NAM die door Groningers als terughoudend, bestuurlijk onzuiver en kil wordt ervaren. Wat het kerkje ondergaat is als het leven zelf: opkomst, groei, neergang en dood. Of een uitgestelde dood van weer een nieuwe bestemming. Het kerkje weerspiegelt een levenscyclus.

Zusters trappistinen als religieuze ondernemers: natuurbegraafplaats

De zusters trappistinnen van Abdij Koningsoord aan de Veluwezoon in Arnhem zoeken noodgedwongen alternatieve financieringsbronnen voor hun gemeenschap. Reden is onder meer dat de zusters worden gekort in de AOW omdat ze een voordeur delen en als ‘samenwoners’ worden beschouwd. Andere reden is de ontkerkelijking. De winkel en gastenontvangst leveren niet genoeg op. Daarom is een nieuwe project nodig. De zusters zien een natuurbegraafplaats als ‘een gat in de markt’. De opening ervan is voorzien over een jaar.

Het heldere en het duistere land. Column bij de tentoonstelling ‘Moving Realities’

berenice

De Utrechtse advocaat en dichter Hendrik Marsman hield in 1933 kantoor in de Domstraat. Vlak naast de Dom. Hier, naar links  160 stappen van deze plek verwijderd. In mei 1940 verbleef hij in Zuid-Frankrijk toen de Duitsers dat land binnenvielen. Op de vlucht naar Engeland vanuit Bordeaux werd op 21 juni de kleine vrachtboot de Berenice in de vroege ochtend door een Duitse U-Boot getorpedeerd. De echtgenote van Marsman die juist op het dek was overleefde het. De dichter niet. In totaal vonden 39 mensen de dood.

De voorspellende waarde van Marsmans gedicht De Overtocht uit 1926 is treffend en vaak opgemerkt. Het is alsof de dichter naar zijn eigen dood toeleefde. Het gedicht begint zo: ‘De eenzame zwarte boot // vaart in het holst van den nacht // door een duisternis, woest en groot // den dood, den dood tegemoet. \ik lig diep in het kreunende ruim, // koud en beangst en alleen // en ik ween om het heldere land, // dat achter den einder verdween // en ik ween om het duistere land, // dat flauw aan den einder verscheen.

Is iedereen die het heldere land verlaat en op weg gaat naar het duistere land een vluchteling? Als het niet in juridische zin is volgens het Vluchtelingenverdrag dan toch in ieder geval in praktische zin? Het doet er niet toe. Marsman zou nu een economische migrant genoemd worden, maar ging met zijn vrouw op de vlucht als vluchteling. Zijn vrienden Edgar du Perron en Menno ter Braak stierven op 14 mei 1940. Ter Braak pleegde zelfmoord en Du Perron stierf door een hartkwaal aan een hartaanval vanwege de opwinding over de Nederlandse capitulatie. Is iemand die kiest voor de dood ook een vluchteling uit het eigen leven?

Er bestaat dus begripsverwarring over wat een vluchteling is. Het is in Europa een politiek begrip geworden. De interpretatie ervan bepaalt iemands levenshouding. Wie de grenzen voor ontheemden af wil sluiten redeneert vooral vanuit het heldere land. Wie de grenzen voor ontheemden open wil stellen redeneert vanuit het duistere land. Het onbekende is vergeleken bij het bekende een stap in het ongewisse. De twee komen niet samen, hoewel in het debat steeds meer grijstinten ontstaan die de twee posities trachten te verbinden.

Maar het politieke debat hoe het moet met een onsje meer of minder is niet waar het de kunstenaar om gaat. Het is te plat. De schijnconstructie van het politieke gelegenheidsargument gaat voorbij aan het vormgeven van een eeuwige waarheid. Want dat is de pretentie van de kunstenaar.

Het is lastig in woorden te vangen waarom iemand het heldere land verlaat. Dat leert de Nieuwsbrief van Galerie Sanaa met de getuigenissen van de kunstenaars die op deze tentoonstelling te zien zijn. Is het wel onder woorden te brengen wat het verschil is met de nostalgie van allen die gewoon levenslang thuis zijn gebleven en hun leven leiden? Die uit zelfbehoud het eigen verleden romantiseren door het sepia te kleuren.

Een verplaatsing in ruimte vraagt vanzelfsprekend tijd. Dat duurt. Maar het omgekeerde geldt voor ieder mens omdat dat het leven zelf is. Verandering in tijd wordt voor allen noodgedwongen verandering in ruimte. Tot in de dood. Soms van de Domstraat tot op de bodem van de Noordzee. Zo groeien ontheemden en thuisblijvers met hun levens naar elkaar toe. En worden de verhalen van vluchtelingen minder uniek.

De vlucht verschilt wel in thematiek. Het biedt een krachtige verhaallijn waaraan al het andere ondergeschikt kan worden gemaakt. Zonder dat het onwaarschijnlijk en saai wordt. Dat werd goed begrepen in Hollywood omdat de vluchteling die op het nippertje aan het onheil ontkomt per definitie spanning biedt. Uiteraard in de geromantiseerde versie van de droomfabriek omdat echte oorlog, genocide, hongersnood of natuurramp die samengaat met pijn, leed, verdriet en ontberingen te schrijnend is. En toch niet invoelbaar. En als het al invoelbaar was niet gebruikt kon worden omdat het het volgen van de verhaallijn in de weg zou zitten.

Het was dus een dramatische kunstvorm als het toneel of de film die de juiste dosering, en de gepaste afstand en ernst wist te vinden om het verteerbaar te maken. De abstractie van de beeldende kunst maakt het voor een niet-dramatische kunst die niet tussentijds kan bijsturen op twee manieren lastig. Het maakt geen gebruik van tijdsverloop en kan er daarom niet op rekenen dat het onderscheid van de vluchteling met de thuisgebleven sterveling gezien wordt. En de zwaarte van het thema maakt de kans dat het loodzwaar wordt levensgroot omdat de afwisseling ontbreekt.

De Overtocht van Marsman gaat niet alleen over het leven dat eindigt in de dood, maar ook om de angst om wat er na de dood komt. Beeldende kunst die u hier ziet onttrekt zich per definitie aan het leven en wint het daarom uiteindelijk van kunstvormen die de tijd voor hun karretje willen spannen. Beeldende kunst heeft het moeilijk, maar reikt ook hoger. Dat is de tegenprestatie. Hoe de verschillende kunstenaars hun afweging maken kunt u hier zien. Dank u voor uw aandacht.

gs

Foto 1: Koopvaardijschip Berenice. Credits kroonvaarders.com.

Foto 2: Schermafbeelding van deel Nieuwsbrief met aankondiging tentoonstelling ‘Moving Realities’ van Galerie Sanaa in Utrecht.

Kunstwerk ‘In Memoriam Albert Verlinden’ van Jordy Koevoets verwijderd door GVB

jordy-koevoets-7

Een werk van de Bredase kunstenaar Jordy Koevoets is afgeplakt door het GVB. In een bericht geeft AT5 de bijzonderheden: ‘Het was bedoeld als statement tegen de roddeljournalistiek, een in memoriam voor RTL-boegbeeld Albert Verlinde. Het werd geplaatst in een vitrine op metrostation Wibautstraat maar werd snel afgeplakt door een geschrokken GVB.’ Koevoets wilde met de installatie In Memoriam: de dood van een roddelkoning een statement maken tegen ‘de onmetelijke en verzengende banaliteit en absurditeit van de huidige consumptie- en mediamaatschappij.’ Het werk is vandaag op last van het GVB definitief verwijderd.

Koevoets liet geen onduidelijkheid bestaan over zijn opstelling: ‘Weg gluiperige glimlach, weg schijnheilig gezicht; het is gedaan met de dagelijkse zelfbevlekking. Lieve Albert, we hebben van je genoten zolang het duurde…’. Het GVB kwam volgens een woordvoerder tot ‘deze ongebruikelijke beslissing’ omdat het werk ‘dusdanig kwetsend voor een bepaald persoon’ was dat het werd verwijderd. Waarom volgens Koevoets een ‘statement tegen de roddeljournalistiek’ een statement tegen de ‘consumptie- en mediamaatschappij’ is valt niet makkelijk in te zien. Ageren tegen licht amusement draagt de valkuil van de doodlopende weg in zich.

jordy-koevoets-8

Foto: InstallatieIn Memoriam: de dood van een roddelkoning’ van Jordy Koevoets in vitrine Metrostation Wibautstraat, Amsterdam. Voor en na.