George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Domeniek Ruyters

Bert Kreuk en de kunsthandel. Museum kan collectie helpen opwaarderen

with 7 comments

1623776_577188122367369_935961249_n

Update 24 juni 2015: De Deens-Vietnamese kunstenaar Danh Vo moet binnen een jaar een nieuw kunstwerk leveren aan verzamelaar Bert Kreuk. Dat besliste de rechtbank in Rotterdam vandaag. Zie De Telegraaf

Update 3 september 2014: Bert Kreuk eist bijna 900.000 euro van kunstenaar Danh Vo, aldus RTLNieuws. Vo zou een werk niet geleverd hebben voor de tentoonstelling in het Haagse Gemeentemuseum in zomer 2013 wat volgens Kreuk wel had gemoeten. Waarom de zaak zo lang aansleept is onduidelijk. Kreuk zou het werk voor 350.000 euro hebben gekocht en meent dat hij imagoschade opgelopen heeft en winst miste omdat Vo het werk niet leverde. De rechter zoekt de zaak uit, maar vooralsnog lijken er nog vele onduidelijkheden over de ware toedracht te zijn. Kreuk werd vorig jaar verweten dat hij kunst en commercie vermengt. 

Eind oktober 2013 merkte Jeroen Bosch van Trendbeheer kritisch op dat verzamelaar Bert Kreuk van ‘Gemeentemuseum naar Sotheby’s‘ gaat. Feit is dat de ‘geslaagde ondernemer’ Kreuk (1964) ‘zich al vijftien jaar toelegt op het verzamelen van hedendaagse kunst’ en ‘het Gemeentemuseum Den Haag in de zomer van 2013 een staalkaart van de collectie Bert Kreuk toonde’. Aldus de toelichting van het Gemeentemuseum op de tentoonstelling ‘Grensverleggend’; werken uit de collectie Bert Kreuk‘ (Engelstalig: ‘Transforming the Known‘). Door Kreuk zelf samengesteld. Boschs kritiek werd gevoed door het bericht dat een aantal werken dat in Den Haag te zien was bij Sotheby’s in New York op 14 november onder de hamer kwam.

Don Thompson stelt in ‘Shock Art over ‘handel en hebzucht in de hedendaagse kunst’ de vraag of de manier waarop tentoonstellingen in musea tot stand komen wel eens uitgebuit worden door kunstenaars of verzamelaars. Hij geeft het voorbeeld van een werk dat op een tentoonstelling te zien was en vervolgens op een veiling ingebracht werd. The Doomsday van Huang Yong Ping. De veilingcatalogus vermeldde dat het in het Walker Arts Museum tentoongesteld was. Thompson veronderstelt dat de praktijk van tentoonstellen in een museum en aansluitende verkoop op een veiling een opdrijvend effect op de prijs kan hebben.

Nu is er in Londen de veiling ‘Just Now; Curated by Bert Kreuk van werken uit de collectie Kreuk. Niet zomaar een veiling, maar een verkooptentoonstelling (selling exhibition). Opvallend overeenkomstig gebruiken zowel het Gemeentemuseum als Sotheby’s de naam ‘Bert Kreuk‘ als ondertitel. In de publiciteit wordt de verzamelaar ‘Bert Kreuk‘ als merk gepresenteerd. In gesprek met Sotheby’s Abigail Esman ontkent Kreuk dat ‘Transforming the Known‘ iets met verkoop en handel te maken had. Het ging over zijn persoonlijke reis met hedendaagse kunst. Die reis gaat samen met refining en updating om de collectie niet aan focus te laten verliezen, aldus Kreuk. Ofwel, aankoop en verkoop. In verkooptaal van Sotheby’s: ‘For Kreuk, collecting art is part of an educational journey and his faith in the on-going relevance of conceptual art underpins this exhibition.’

In de pers klonk naar aanleiding van de veiling van 14 november in New York kritiek. Op Villa Repubblica was Bertus Pieters teleurgesteld: ‘(..) nu blijkt dat de tentoonstelling deels als uitstalkast fungeerde voor werk dat weinig maanden later ter veiling aangeboden zou worden. Het is daarmee pijnlijk te moeten constateren dat de marktwaarde van op zijn minst een aantal van de getoonde werken belangrijker is dan de eerder door Kreuk zo benadrukte ideële en esthetische waarde van de werken.’ Naast het kritische Trendbeheer gaf Domeniek Ruyters op 29 oktober 2013 in Metropolis M zijn opinie: ‘(..) het Gemeentemuseum Den Haag zich bewust of onbewust heeft laten gebruiken voor de persoonlijke belangen van zo’n nieuwe rijkaard (..)’ en ‘Het gemak waarmee vermogend Nederland bezit neemt van publieke instellingen, begint in het oog te springen.’

Eind oktober 2013 reageerde Kreuk in bijna identieke bewoordingen op Trendbeheer en Metropolis. Maar hij geeft z’n critici onbewust munitie in handen: ‘Feit is dat verzamelen een heel bevredigend, maar ook een zeer persoonlijk proces is, waarbij ik financieel regelmatig grote risico’s nam door al mijn geld in kunst te steken.‘ Hieruit blijkt het directe verband tussen verzamelen en handel. Kreuk ontkent dat werken die op een veiling in New York (of Londen) worden ingebracht ‘plotseling meer waard zijn geworden‘, dit ‘is op z’n minst een zeer naïeve gedachte en een erg aandoenlijke visie.’ Een stil verwijt aan z’n critici dat ze de wereld niet kennen.

Wat is de slotsom? Kreuk kan wel beweren dat het voor de waarde van de werken niets uitmaakt of ze eerst in een museum zijn tentoongesteld, maar hij heeft de schijn tegen als Sotheby’s dat in de publiciteit benadrukt. Het had ongenoemd kunnen blijven. Sotheby’s had ook na kunnen laten om de verzamelaar ‘Bert Kreuk‘ als merk centraal te zetten bij de verkooptentoonstelling ‘Just Now‘ om zich uitsluitend te richten op de werken en de kunstenaars. Maar zo werkt de kunsthandel niet. Het is naïef om dat te ontkennen, maar even naïef is het om verband tussen tentoonstellen en verkoop te ontkennen, zoals Kreuk doet. Er bestaat verband tussen de tentoonstelling ‘Grensverleggend’; werken uit de collectie Bert Kreuk‘ in het Gemeentemuseum en ‘Just Now; Curated by Bert Kreuk‘ bij Sotheby’s. Dat verband kunnen Nederlandse musea zich maar beter vooraf realiseren als ze hun afweging maken over het aanbod van een verzamelaar die dolgraag een collectie toont.

Foto: Danh Vo, Alphabet B, 2011. Just Now curated by Bert Kreuk, Sotheby’s London, 2014.

Advertenties

Kunstwereld moet leren kritisch te worden op het koningspaar

leave a comment »

rinekedijkstra_koning_uitsnede4

Kunnen we niet breken met dat oneindige gedweep van het moment, die amechtige idolatrie die nu gaande is rondom het koningspaar, met name in de kunstwereld. Alsof ZIJ ons gaan redden, de culturele hoeders van het eerste en laatste uur, met hart voor de kunst van hun eigen generatie.’ Aldus Domeniek Ruyters in een opinieartikel in kunsttijdschrift Metropolis M naar aanleiding van de selectie van de kunstenaars Femmy Otten, Rineke Dijkstra en Iris van Dongen om een staatsieportret van koning Willem-Alexander te maken.

Ruyters vraagt zich af waarom de Nederlandse kunstwereld zo kortademig het koningspaar verafgoodt. Dat doet het op zo’n manier dat die kunstwereld in de jacht om de gunst er alleen maar uitgeput van raakt. En er uiteindelijk bloednerveus en onzeker van wordt of die jacht wel uitbetaalt. Breken met die jacht op de gunst is gewenst voor de psychische hygiëne van de kunstwereld. Het moet niet dweepziek tegen de macht aankruipen en zich er door in laten kapselen, maar die macht ter discussie stellen. Niet verbitterd en chagrijnig, maar fair en vol verbeelding. Dat vraagt afstand. Want door zich over te leveren aan de macht verraden de kunstenaars hun eigen kunst. Die vrij moet zijn om alles ter discussie te kunnen stellen. Daarbij helpt afhankelijkheid niet.

Natuurlijk weet iedereen dat er een spel gespeeld wordt dat niet serieus genomen moet worden. Als Maxima wordt gevraagd een tentoonstelling in een museum te openen of een voorstelling bij te wonen, dan gebeurt dat omdat het extra publiciteit oplevert. Gelijk oversteken is de deal. Dieper dan dat gaat het niet. De rol van prins Constatijn in de Raad van Toezicht van het Stedelijk Museum is al serieuzer omdat het inhoudelijker is. En op de achtergrond speelt, zonder dat de Oranje uiterlijke schijn de dynamiek van de kunst verdringt.

Prinses Beatrix en prins Claus probeerden ook ooit kunstenaars voor zich te winnen. Schrijvers, componisten, regisseurs, schilders en uitvoerende kunstenaars lieten zich op Drakensteyn graag fêteren door de macht. Met dure drank. In een spel dat zegt ‘m’n autonomie geef ik toch niet prijs‘. Maar die culturele avonden hadden iets innemends door de poging om met elkaar te proberen de tijdgeest te pakken. Het pleit voor Beatrix en Claus dat ze het debat aangingen. Het was tweerichtingsverkeer waar de huidige relatie tussen koningspaar en kunstwereld eenrichtingsverkeer is. En oppervlakkig. Van boven naar beneden. Behalve enkele kunstenaars die een opdracht krijgen en de gebruikelijke kunstbobo’s die een Oranje sjaal aantrekken zoals een courtisane een roos in haar haar stopt heeft de kunst niks te winnen bij afhankelijkheid van de macht. Bij staatskunst.

Foto: Rineke Dijkstra, Staatsieportret van koning Willem-Alexander, mei 2013. Credits: RVD.

Ruyters over Deitch, Haks en de conservatieve museumwereld

with 3 comments

image-1

Naar aanleiding van het ontslag van directeur Jeffrey Deitch bij het MOCA (The Museum of Contemporary Artin Los Angeles gaat hoofdredacteur Domeniek Ruyters van Metropolis M los in een beschouwing. In een over zichzelf heen buitelend en prikkelend betoog wordt alles met alles verbonden. Of het klopt is de vraag, maar daar zal het Ruyters niet om te doen zijn. Hij gebruikt het geval Deitch om aan te tonen hoe conservatief de museumwereld is. Niet alleen in de VS, maar ook in Nederland. Da’s als het opengooien van een open deur.

Deitch is een kunsthandelaar die in 2010 museumdirecteur werd. Om het slecht geleide MOCA uit het slop te halen. Het verwijt is dat-ie het MOCA zo populariseerde dat-ie het overleverde aan het amusement. Daar in Los Angeles in het hart van de entertainment-industrie. Ruyters citeert Christopher Knight van de LA Times die het ontslag ingebakken ziet in Deitch’ aanstelling. Want iemand met nauwelijks museumervaring zal een veelgelaagd museum nooit in de vingers krijgen. Het bestuur koerste af op een aangekondigde ramp met Deitch’ aanstelling. Nederland kent ook voorbeelden van mislukte museumdirecteuren die met mooie praatjes haasje-over sprongen naar de populaire cultuur zonder te beseffen wat de functies van een museum waren.

Ruyters noemt Franks Haks als een Nederlandse evenknie van Deitch, maar relativeert die vergelijking door verschillen op te sommen. Haks initieerde en begeleidde eind vorige eeuw de nieuwbouw van het Groninger Museum en begaf zich buiten gebaande paden. Hij kwam niet alleen van de universiteit, maar had daarvoor in Utrecht museumervaring opgedaan. ‘Hij was bovendien een museumman, met oog voor andere zaken‘ merkt Ruyters terecht op. Deitch is de populist die grote slagen maakt en handelaar blijft, Haks de popularisator met oog voor details die vanuit de kunstgeschiedenis en de museumwereld weet hoever grenzen opgerekt kunnen worden. Het ideale profiel van de bouwpastoor. Want in Nederland is museumbeleid vaak vastgoedbeleid.

Het betoog van Ruyters explodeert in een spetterende laatste alinea: ‘Toch denk ik dat de museumwereld enorme behoefte heeft aan directeuren die op een intelligente wijze de bestaande bastions en coalities durven te doorbreken, heersende belangen op het spel durven te zetten, inclusief de eigen geschiedenis van het museum, om met frisse blik naar het heden en het verleden te kunnen kijken. Of ze nu Haks of Deitch heten.

In analyse zo waar, maar in uitvoering zo onwaar. Want hoe stelt Ruyters het zich voor dat het onverzoenlijke verzoend kan worden in een alleskunner die museumdirecteur op z’n sjerp heeft staan? Een noodzakelijke voorwaarde om als museumdirecteur te slagen is voldoende museumervaring, (kunst)historische inhoud, vaardigheden om het ‘genre’ van het kunstmuseum open te breken en bij de tijd te brengen zonder door te schieten richting amusement en voor dat alles voldoende politiek inzicht en handigheid om in college, stad, bestuur, land en bij geldschieters steun op te bouwen. En dat met kunsthistorische opleidingen die geen beroepsvariant ‘museumdirecteur‘ kennen. Het is bij elke aanstelling telkens weer afwachten wat het wordt.

Het ‘burgemeestersmodel‘ van klein beginnen en doorgroeien naar een steeds grotere plek biedt de garantie dat het nooit hopeloos mislukt. Maar zo’n model heeft als nadeel dat een directeur op te late leeftijd de eerste stap zet, de carroussel vervolgens te traag draait bij gebrek aan voldoende plekken, een directeur ingekapseld raakt en de frisse blik verliest, en niet door grenzen gaat die nodig doorbroken moeten worden. Zoals Ruyters vol genegenheid en beste wensen voor de museumsector opmerkt. Zo blijft de museumwereld conservatief.

Foto: Pontus Hulten met een schilderij van Gösta Adrian-Nilsson in de tram in Stockholm 1953. Credits: Lennart Olson.