George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘DNU

Toon Gispen stelt kritische vragen over Oud-Amelisweerd

with 7 comments

Toon Gispen is oud-cultuurwethouder van Utrecht voor Leefbaar. In 2005 moest-ie aftreden omdat-ie de raad onvoldoende had geïnformeerd over het depot van het Centraal Museum. Daarvoor was-ie in tijdnood gekomen bij de benoeming van een nieuwe museumdirecteur en had Pauline Terreehorst aangezocht. Zonder screening werd dat geen succes, in 2008 werd ze gedwongen op te stappen. Toch had Gispen hart voor het museum, hoewel anderen hem een rat zonder hart noemden. Zo zijn soms de mores binnen politieke partijen.

Hoe dan ook, op een Utrechtse nieuwssite bij een filmpje met Yvonne Ploum, het hoofd van het Armando Museum Bureau, reageert ‘Toon Gispen’ op iemand die de huisvesting van de Armando Collectie in Oud-Amelisweerd een goed streven vindt dat wel wat mag kosten. Ik neem aan dat hier de oud-wethouder spreekt.

Hij zegt op 8 juli 2011: Waren we toen gek of zijn we het nu? Jaren lang kon er alleen bij hoge uitzondering een evenement in Amelisweerd worden georganiseerd. Alleen al het het conserveren van het wereldberoemde bijzondere Chinese behang stond dat volgens experts in de weg. Of was dat achteraf bekeken, een onjuist standpunt en waren we toen eigenlijk een beetje gek? Of was het volstrekt juist en laten wij met het Armando-concept een structurele aantasting van dit fraaie stukje cultureel erfgoed toe? Zijn wij knettergek?

‘Toon Gispen’ schetst de spanning tussen conserveren en presenteren die in elk kunstmuseum bestaat. Het Centraal Museum was sinds 1990 de beheerder van landhuis Oud-Amelisweerd. Waarbij de afdeling ‘Collectie’ het accent legt op behoud, en de tentoonstellingsmakers en de marketeers op het bereik. Omdat een directie vaak overhelt naar de presentatie omdat dit direct scoort ontstaat dan een dynamisch evenwicht in het nadeel van het behoud. Maar in een werkend museum blijft conservering een van de hoofdtaken. Daarom worden de grenzen die een ingewerkte staf van de afdeling ‘Collectie’ aangeeft uiteindelijk altijd erkend. Schoorvoetend.

In het ontbreken van dat dynamische evenwicht schuilt het gevaar van een Museum Oud-Amelisweerd. Want zo’n museum heeft geen vaste staf deskundigen op het gebied van conservering en behoud. Het is zelfs de vraag of in de vaste staf ervaren kunsthistorici opgenomen zullen worden. Dat hangt mede af van het feit of het huidige hoofd van het Armando Museum Bureau past in het profiel van een directeur voor het Museum Oud-Amelisweerd. Projectmedewerkers kunnen dat dynamische evenwicht niet tot stand brengen. Gezien de lastige financiële situatie moet een nieuw museum energie stoppen in presentatie, marketing en publiciteit.

Mijn antwoord aan ‘Toon Gispen’ is: Omdat de restauratie vanaf 1990 in volle gang was, waren er beperkingen aan de presentatie van kunstvoorwerpen. Restauratie maakt kwetsbaar door werk in uitvoering. Omdat Oud-Amelisweerd gebouwd is als zomerverblijf en ’s winters koud is vonden presentaties meestal ‘s zomers plaats. Voor objecten en bezoekers. Kunsthistorici zijn nu naar de marge gedrongen. Hun mening staat genoteerd maar vormt in een Museum Oud-Amelisweerd niet langer een dynamisch evenwicht met degenen die presenteren. Da’s ongewenst. De beste garantie om knettergekte te voorkomen is de aanstelling van een allround kunsthistoricus als directeur met kennis van en verwantschap met het conserveren van oude kunst. 

Foto: 2000, Een overnachting op Oud-Amelisweerd; project van Sarkis en Berry Visser.

Weeffout Wolfsen: een reconstructie

with 19 comments

Update 1 mei 2013: Aleid Wolfsen heeft vandaag aangekondigd geen tweede termijn na te streven en per 1 januari 2014 te stoppen als burgemeester van Utrecht. Vanwege kritiek op z’n opereren en het ontbreken van politieke steun kondigde zich al geruime tijd aan dat zijn aftreden onvermijdelijk was. Hij was nooit populair bij de inwoners van Utrecht. Waarom werd Wolfsen trouwens ooit benoemd? Reconstructie van een weeffout. 

Aleid Wolfsen is burgemeester van Utrecht. Twee jaar geleden fietste ik langs Wolfsen die met een groepje mensen op het Utrechtse Lepelenburg liep. Hij keek om zich heen. Er viel iets te schouwen. Een brug, glasbak, muziektent, boom of nieuw-ingezaaid grasveld. De schrik stond in zijn ogen te lezen. Ik wist niet dat het kon, maar ik zag het. Deze man hoort niet aan het roer te staan van een grote stad, zag ik. Hij kan het niet. Hoe is het zover gekomen?

Op 10 oktober 2007 vond er een referendum plaats en konden inwoners van Utrecht een keuze maken uit twee door de raad geselecteerde kandidaten. De vraagstelling van het referendum luidde: De gemeenteraad van Utrecht draagt twee kandidaten voor als burgemeester van Utrecht. Welke kandidaat heeft uw voorkeur: Aleid Wolfsen of Ralph Pans?

De uitkomst was een ongeldig Utrechtse burgemeestersreferendum: Ondanks het feit dat 99% van de inwoners op de hoogte was van het referendum, bedroeg de opkomst slechts 9,25%. Van de 21.420 uitgebrachte stemmen was 16,30% blanco of ongeldig. Van de geldige stemmen ging 72,59% naar Aleid Wolfsen en 27,41% naar Ralph Pans.

Er werden 13.014 stemmen uitgebracht op Wolfsen. De stad Utrecht heeft iets meer dan 300.000 inwoners. Wolfsen werd burgemeester in een referendum waarin de Utrechters konden kiezen tussen twee PvdA-ers met een identiek profiel. Man, blank, middelbare leeftijd, bestuurlijk-politieke achtergrond, PvdA en politiek gematigd. De keuze tussen PvdA I en PvdA II.

Ondanks het mislukte referendum werd Wolfsen toch aanbevolen door de Utrechtse raad. De constante in de hele procedure was dat de Utrechtse partijen zich met elkaar verbonden, maar niet met de bevolking. Overigens herhaalde hetzelfde zich in januari 2008 in Eindhoven. Ook daar konden de inwoners kiezen tussen twee PvdA’ers en was het referendum uiteindelijk ongeldig omdat de opkomst onder de 30% bleef.

Zowel in Utrecht als Eindhoven werden uiteindelijk oud Tweede Kamerleden van de PvdA tot burgemeester benoemd door PvdA-minister Guusje ter Horst. Het referendum was om zeep geholpen. Ter Horst noemde een referendum zoals dat in Eindhoven en Utrecht is gehouden, door de lage opkomst een vreemd fenomeen.

De underdog Ralph Pans combineerde realiteitszin met onzin. Toen-ie tijdens de campagne begreep dat-ie aan de verliezende hand was omdat zowel het Haagse als het Utrechtse PvdA-establishment Tweede Kamerlid Wolfsen steunde noemde hij het referendum een wassen neus. Pans liet in september 2007 onderzoeksbureau Intomart 1700 Utrechters ondervragen over het referendum. Van hen wilde 68% een nieuwe kandidaat toelaten.

Naar aanleiding van het onderzoek zette Pans de volgende -niet meer terug te vinden- verklaring op zijn site: Deze cijfers zijn voor Pans aanleiding te vragen om openbreking van het referendum zodat uiteindelijk over kandidaten gestemd kan worden uit meer dan één partij. Pans zal ook dan kandidaat willen zijn teneinde zijn Actieplan voor Utrecht uit te kunnen voeren. Pans vond geen gehoor. Het referendum ging gewoon door.

Intussen roerden de toenmalige oppositiepartijen Leefbaar Utrecht en VVD zich. Politiek leider Marry Mos van het in Utrecht altijd belangrijke GroenLinks plaatste op maandag 24 september 2007 het volgende -niet meer terug te vinden- commentaar op de site van haar partij. Op dit moment gaan er stemmen op vanuit Leefbaar Utrecht en de VVD om het referendum te staken, omdat ‘het vooraf beklonken zou zijn in Den Haag’. De fractie vindt dit vuil spel. Het is een zware beschuldiging richting de vertrouwenscommissie (waarin elke partij een afgevaardigde heeft) en richting de kandidaten. Er zijn geen harde bewijzen. Dit was overigens voordat Mos van de oproep van Pans had vernomen.

Twee weken voor het referendum van 10 oktober 2007 openbaart zich een merkwaardig schouwspel. Kandidaat Pans wil het referendum openbreken omdat het niet gesteund wordt door de inwoners van Utrecht, VVD en LU suggeren dat het vooraf beklonken is en Marry Mos beticht degenen die het open willen breken van vuil spel. Een wonder dat Wolfsen in alle politieke chaos nog zo’n 13.000 stemmen krijgt.

GroenLinks was landelijk nooit voorstander van een burgemeestersreferendum. Maar de Utrechtse fractie week daarvan af omdat zij dacht met dit referendum bewoners maximale invloed te geven op de burgemeesterskeuze. Het was een probeersel. Als het niet goed uitpakte, wisten ze dat voor de toekomst. Het pakte niet goed uit en werd ook volgens GroenLinks een farce.

Het profiel voor de Utrechtse burgemeester luidde: politiek-bestuurlijke ervaring en een visie (liefst ervaring) op gebied van openbare orde en veiligheid. Dat past een kamerlid als een handschoen. Een onnodige beperking die voortkomt uit de tunnelvisie van degenen die in de politiek werken. Maar de direct betrokkenen past geen verwijt. Door de mechanismen komt de politiek steeds bij hetzelfde uit. Politici lijken de misvorming niet eens te beseffen.

De vertrouwenscommissie was de ingebakken weeffout bij de benoeming van Wolfsen. Elke partij uit de raad mocht een vertegenwoordiger leveren. De grotere PvdA en GroenLinks legden meer gewicht in de schaal. Zo’n groep raadsleden denkt ondanks onderlinge verschillen in dezelfde politiek-bestuurlijke richting. Van de 22 sollicitanten in Utrecht waren er 9 partijloos. Deze laatsten moeten bij voorbaat kansloos worden geacht bij een vertrouwenscommissie die gefocused is op politiek en politieke partijen. Want de partijen zitten aan de knoppen van de banenmachine en bedienen alleen zichzelf. Dat bleek overduidelijk in Utrecht.

Het resultaat van de blikvernauwing van de Nederlandse politiek en het uitblijven van hervormingen die leiden tot vormen van directe democratie, is dat Utrecht opgescheept zit met de middelmatige burgemeester Wolfsen die fout op fout op fout stapelt. Een komedie. In zijn ogen kunnen we lezen hoelang nog.

Foto uit: The Flying Deuces met Laurel and Hardy, 1939