George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Democratische partij

Elsevier Weekblad geeft ruim baan aan Ellian en Eppink die Trump in verdediging nemen. Dat is het conservatisme voorbij

with 4 comments

Wikipedia zegt over Elsevier Weekblad dat het ‘een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur’ is. Maar het is de vraag of het dat (nog) is. Twee opinie-artikelen van de columnisten Afshin Ellian en Derk Jan Eppink wijzen in een andere richting. Namelijk niet die van het conservatisme, maar van de alt-right beweging. Deze beweging zet zich af tegen het conservatisme binnen de Republikeinse partij, omdat het zich hoe dan ook afzet tegen het establishment. Alt-right voorman en voormalig hoofdredacteur van Breitbart Steve Bannon die aan macht heeft ingeboet sinds hij door Trump aan de kant is gezet had als voornaamste doel om de Republikeinse partij inclusief het conservatisme te vernietigen. Trump wordt overigens door vele critici niet als Republikein of conservatief gezien, maar als een halfwas Democraat uit het New Yorkse Queens die uit opportunisme speelt dat hij Republikein is zonder er iets van te menen. Hij interesseert zich alleen voor zijn eigen ego en zaak. Dus voor wie of wat denken Ellian en Eppink nu eigenlijk dat ze het opnemen?

Amerikaanse (neo)-conservatieve opiniemakers uit de sfeer van de regering Bush zoals Bill Kristol, David Frum of Max Boot of Morning Joe gastheer en voormalig Republikeins afgevaardigde uit Florida Joe Scarborough zijn uitermate kritisch op Donald Trump. Ellian en Eppink nemen het op voor Trump, of liever gezegd tegen de krachten die het tegen Trump opnemen. In dit geval ‘de journalistiek’ en de speciale aanklager Robert Mueller.

Met Eppink is wat bijzonders aan de hand en hij valt meer uit de toon dan Ellian. In een commentaar schreef ik: ‘De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.’

Volgens conservatieve critici verraadt de regering Trump de conservatieve zaak. Conservatieve fiscalisten die gaan voor een compacte overheid, een lage overheidsschuld en lage belastingen zien met schrik dat in het recente belastingplan de overheidsschuld met 1,5 biljoen (= miljoen x miljoen, 1012) dollar toeneemt en naar de volgende generatie wordt doorgeschoven. Ook vinden critici dat de regering Trump zich wat de nationale veiligheid betreft onbegrijpelijk onvoorzichtig en naïef opstelt jegens de Russische Federatie dat er volgens vele conservatieven op uit is om de VS te verzwakken en de westerse alliantie tussen de Europese landen en de VS af te breken. Het gaat er niet zozeer om om aan te tonen dat ze gelijk hebben, maar wel om aan te tonen dat kritiek op Trumps beleid niet uitsluitend uit linkse hoek komt zoals Ellian en vooral Eppink beweren. De felste criticasters van Trump en zijn fiscaal en buitenlands beleid zijn van conservatieve signatuur.

Een nieuwsmedium mag uiteraard de politieke richting kiezen die het juist acht en opiniërende columnisten dekken niet de hele pluriformiteit ervan af, maar Ellian en Eppink geven in hun verdediging van Trump er wel een aanwijzing voor dat Elsevier Weekblad niet langer eenduidig als een conservatief-liberaal opinieblad valt te duiden. Dat was ooit zo. Mijn reactie op het artikel van Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDe journalistiek gaat ten onder aan Trump-fobie’ van Derk Jan Eppink in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018  (achter betaalmuur).

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelStop heksenjacht van Mueller tegen Trump!’ van Afshin Ellian in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018 (achter betaalmuur).

Foto 3: Mijn reactie op het artikel van Afshin Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad.

Advertenties

Waarom plaatst De Volkskrant de extreemrechtse, activistische, misleidende en slecht onderbouwde opinie van Derk Jan Eppink?

with 4 comments

De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.

Met zijn extreemrechtse opinies en verkeerde voorstelling van de feiten krijgt Eppink om onbegrijpelijke redenen steeds weer toegang tot de Nederlandse media en kan hij daar ongestoord en zonder redactionele disclaimer zijn onwaarheden verspreiden. Vraag is of de redacties van Nederlandse media niet beseffen wat het extremisme van Eppink inhoudt of dat ze wel degelijk weten dat hij aan misleiding en verspreiding van alternatieve feiten doet, maar hem desondanks in hun kolommen of programma alle ruimte geven.

Neem nou een afsluitende opmerking in Eppinks opinieLinks gezaaid, rechts gebaard’ dat vandaag op 31 januari 2018 onder de titel ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ in De Volkskrant werd geplaatst: ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika. Traditioneel links (socialistisch en groen) krimpt.’ Deze opinie is in strijd met de demografische indicatoren in de VS die exact op het tegendeel wijzen van wat Eppink beweert. Het zijn juist de Republikeinen die met een krimpende basis te maken hebben en niet de Democraten. Dat is een proces dat zich komende jaren voortzet. Het is al meermalen gezegd, Trump trekt zich terug op een krimpende basis van het electoraat dat onder de 40% is gezakt. De Democratische partij kan niet per definitie rekenen op een hoge opkomst van minderheden, hoewel dat bij recente verkiezingen in Alabama en Virginia wel het geval was.

Eppink is om politieke redenen een handelaar in wensdenken en misleiding. Hij stelt feiten bewust verkeerd voor en probeert daar voor Nederland iets uit te concluderen dat niet geloofwaardig is en op de werkelijkheid gebaseerd. Hij stelt de politieke werkelijkheid in de VS verkeerd voor en extrapoleert die verkeerde aanname naar Nederland. Als niet de Amerikaanse Democraten, maar de Republikeinen zich zorgen moeten maken over de steun onder het electoraat, waarom zouden Nederlandse progressieven zich dezelfde zorgen moeten maken als de Democraten die zich geen zorgen hoeven maken? Als noodgreep verwijst Eppink naar ‘links’ en ’socialistisch’, maar omdat dat wat anders is dan ‘progressief’ slaat dat zijn betoog dood. Hij is een politieke manipulator die zich bedient van een slechte argumentatie en begrippen als links en progressief bewust met elkaar verwart. Eppink vervuilt het publieke debat met zijn gekleurde opinies die zo aantoonbaar nonsensicaal en slecht onderbouwd zijn, dat het een raadsel is waarom De Volkskrant het meent te moeten plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelProgressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ van Derk Jan Eppink in De Volkskrant, 31 januari 2018. Met tweets.

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands ‘journalist’ die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.

Wat gebeurde in de verkiezingen van 2016 is dat Hillary Clinton verloor wegens Hillary Clinton. Maar zij herschrijft de geschiedenis

with 3 comments

Hillary Clinton kan haar verlies tegen Donald Trump niet verkroppen en geeft Bernie Sanders de schuld. Dat zegt ze volgens TYT in haar boek ‘What Happened’ dat in de VS op 12 september verschijnt. Maar alles wijst erop dat Hillary Clinton niet verloor vanwege Sanders, maar uitsluitend vanwege Hillary Clinton. Ze was een slechte politicus, een koele en gekunstelde persoon die daarnaast ook nog eens corrupt was en zich voor het karretje van het bedrijfsleven liet spannen. Verre van progressief zoals Sanders. Cenk Uygur toont aan dat Sanders de fout heeft gemaakt Clinton niet te hard, maar juist niet hard genoeg aan te pakken. Zoals Barack Obama in 2008 deed. Als Bernie Sanders dat wel had gedaan had de VS nu niet in de nachtmerrie verkeerd waarin Donald Trump het land heeft gebracht. Verdeelder en verzwakter dan ooit in de recente geschiedenis.

Rosanne Hertzberger schiet tekort in analyse van politiek links

with one comment

Er zijn vele speculaties waarom Steve Bannon de inmiddels opgestapte adviseur van president Trump een interview gaf aan de progressieve journalist Robert Kuttner van The American Prospect. Het werd op 16 augustus gepubliceerd. Bannon zou Kuttner benaderd hebben omdat hij in hem een identieke visie op China herkende. ‘To me, the economic war with China is everything’, zei Bannon. Meer opiniemakers denken kritisch over China. Er moet meer zijn. Lekte Bannon bewust en zocht hij een aanleiding voor ontslag om terug te keren naar Breitbart? Overschatte Bannon zichzelf? New York magazine biedt in een analyse drie scenario’s.

Mogelijk is het allemaal een beetje waar zonder dat er een eensluidende verklaring is voor Bannons interview aan een linkse journalist. Een ander scenario is dat Bannon de politieke isolatie van Trump wilde doorbreken door contact te zoeken met (radicaal) links. Het hoefijzermodel in werking dat langs de flanken verbindt.

Dit soort overwegingen en kalibraties zijn niet besteed aan Rosanne Hertzberger die elke week van dik hout planken zaagt in haar NRC-column. Ze oppert vaak goede ideeën, maar lijkt het geduld of de kennis te missen om die vervolgens voldoende uit te werken. Zoals deze week in een column met de onheilspellende titel ‘Het politieke links is kapot’. Wat ze zegt lijkt echter niet zozeer exemplarisch voor links, maar voor de hele partijpolitiek van Nederland die zich verliest in details en onbetekende kwesties. Tom-Jan Meeus heeft in zijn wekelijkse column in dezelfde krant beter door hoe politiek werkt en soms met zichzelf op de loop gaat.

Hertzberger verwijt links dat het zich te veel op identiteitspolitiek concentreert. Dus op de vraag wat men is en niet op welk wereldbeeld het voorstaat. Precies dat zou Bannon de Democraten verweten hebben: ‘zolang links zich concentreert op ras en identiteit en wij op economisch nationalisme, verslaan we ze’. Het werd afgelopen week te pas en te onpas herhaald in de Nederlandse media. Maar daarmee is het nog niet juist wat hij zegt. Bannon probeert met zo’n uitspraak ook de Democraten negatief te framen. Vanuit zijn misleiding.

Voor het gemak maakt Hertberger in haar column de overstap van Nederlands links naar de Democratische partij (DNC). En omgekeerd. Maar of de partij van Chuck Schumer, Nancy Pelosi, Hillary Clinton en Tom Perez die op dit moment zo worstelt met zichzelf een linkse partij is is nog maar helemaal de vraag. Daar denken progressieve critici als Bernie Sanders, Keith Ellison of Elizabeth Warren genuanceerder over als ze de DNC koppelen aan het bedrijfsleven met het gebruik van de misprijzende tem ‘Corporate Democrats’. In die visie is de DNC eerder centrum-links en als men het loskoppelt van de identiteitspolitiek zelfs centrum-rechts.

De DNC gaat niet de fout in door zich te concentreren op identiteitspolitiek, maar door te gaan voor een rechtse sociaal-economische agenda waarbij het geen progressieve, maar centrumpolitici op staffuncties benoemt. Hertzberger werd afgelopen maand zelfs op een tegenvoorbeeld bediend voor het idee over identiteitspolitiek dat haar door Bannon ingefluisterd werd. Die is gematigder dan hij het wil voorstellen. Onder protest van progressieven heeft het partij-establishment de deur opengezet voor pro-life kandidaten in de midterm verkiezingen van 2018. Hertzberger stapt in de valkuil die Bannon voor haar gegraven heeft.

Hetzelfde beeld geldt voor Nederlands links onder aanvoering van de PvdA. Dat verliest zich niet in de concentratie op identiteitspolitiek, maar in het voeren van een rechtse sociaal-economische agenda. Het gaat om de inhoud, niet om de vorm. Laat je geen onzin door die rechtse Steve op de mouw spelden, Rosanne.

Foto: ‘Sheik helping peasant to fill out ap[p]lication form for identity card’. Jeruzalem, 1934-1939. Collectie: Library of Congress.

Obama vraagt Trump om het Kremlin te weerstaan terwijl hij dat zelf heeft nagelaten

with 9 comments

Laten we er geen doekjes om winden, president Obama heeft in zijn buitenlands beleid mooi weer gespeeld. En blijft dat doen. Hij vraagt president-elect Donald Trump zich ferm op te stellen tegenover de Russische Federatie, terwijl hij dat zelf heeft nagelaten. Obama is hypocriet. Hoe meent hij er in hemelsnaam mee weg te kunnen komen anderen iets te vragen wat hij zelf heeft nagelaten? Vertrouwt hij zozeer op een welwillende houding van de establishment media dat hij dat straffeloos meent te kunnen zeggen? Obama’s gebrek aan zelfkennis en zelfreflectie zijn immens. Zijn intellectualisme heeft hem wereldvreemd gemaakt. Benauwd voor buitenlandse avonturen heeft hij de grootste en duurste militaire macht ter wereld de handen op de rug gebonden. Het is een wonder waarom Obama publiekelijk niet meer kritiek op zijn veiligheidsbeleid krijgt.

John Schindler toont in een opinie-artikel voor de Observer overtuigend aan dat Obama door zijn aarzelend, zwalkend en weinig doortastend buitenlands beleid president Putin onnodig veel ruimte heeft gegeven in Oekraïne, Syrië of Kaliningrad. Door toedoen van de afwachtende houding van Obama is vooral in Europa de instabiliteit nodeloos vergroot. Door dit gebrek aan tegenspel ontstond geen stabiel evenwicht tussen de VS en de Russische Federatie. Putin kon steeds meer initiatief naar zich toe trekken en zich steeds agressiever gedragen. Ondanks de Amerikaanse handtekening onder het Boedapester Memorandum 1994 weigerde   Obama in maart 2014 de daad bij het woord te voegen. De Russische Federatie bezette na een gemanipuleerd referendum in maart 2014 de Krim dat Oekraïens territorium is. Dat memorandum garandeerde de territoriale integriteit van Oekraïne in ruil voor het opdoeken van het weliswaar verouderde, maar wel zeer omvangrijke Oekraïense kernwapenarsenaal. Het maakte Oekraïne kwetsbaar. Obama maakte zichzelf ongeloofwaardig.

Het is niet het Kremlin dat door hacks en lekken via WikiLeaks Hillary Clinton de verkiezingen liet verliezen. Het is Obama met zijn slechte veiligheidsbeleid en gebrek aan durf om banken en bedrijven aan te pakken die het verlies van Clinton grotendeels op zijn geweten heeft. Hoewel Clinton niet het antwoord op Trump was  zoals ik in juni 2016 schreef: ‘Clinton is de aangekondigde ramp, zoals Cameron dat voor zijn land was. De Democratische partij heeft als backup kandidaat Bernie Sanders achter de hand die nog steeds niet uit de race voor de Democratische nominatie gestapt is. Hij houdt vermoedelijk vol om twee redenen. Om punten van zijn progressieve agenda op de Democratisch conventie van 25-28 juli binnen te halen en zo het progressive platform te versterken. En om in te stappen als het onwaarschijnlijke, maar niet onmogelijke scenario zich voordoet: een aanklacht tegen Clinton vanwege spionage in verband met haar privé server aan de hand van een FBI-onderzoek. Het feit dat over de timing van het naar buiten komen ervan de gezagsgetrouwe, maar ook Republikeinse FBI-chef James Comey beslist is het schrikbeeld voor allen die het populisme een halt willen toeroepen. Als dit pas na de Democratische conventie gebeurt in het midden van de campagne dan is de ramp niet meer af te wenden’. De ramp was aangekondigd en iedereen kon hem aan zien komen komen.

Corporate Democraten als Obama hebben het verlies van het presidentschap op hun geweten. Het zou Obama sieren als hij voortaan zijn mond hield. In de acht jaar van zijn presidentschap kon hij handelen en liet dat na. Nu zitten de VS opgezadeld met een semi-fascist als Trump en kan Putin ruimte van anderen inpikken.

De blinde vlek van Rijxman en Sengers: praten over media zonder mediakritiek

with 2 comments

social-media-getbright1-1-1

Misschien is het wel zaak als de media zich wat minder op meningen richten. Nederlandse media grossieren in opinie. Feiten zijn schaars. Daarom kan de feitenvrije politiek floreren en zit er een kabinet dat flink heeft bezuinigd, maar glashard volhoudt dat het nergens in de samenleving pijn heeft gedaan. Bestuurders en volksvertegenwoordigers volharden in een papieren werkelijkheid; als het op papier goed geregeld is, dan zal het in de praktijk vast ook wel zo zijn. Er zijn verontruste burgers (PGB-alarm) en Bekende Nederlanders (ouderenzorg) nodig om dat beeld te corrigeren.’ Aldus Fred Sengers in een opinie-artikel in Villamedia.

Naast feiten en opinie in de establishment media is er ook de analyse. Aan die driedeling gaat Sengers wat al te makkelijk voorbij. Begrijpelijk, want dat past niet in zijn betoog omdat feiten, opinie en analyse in elkaar overlopen en er tussen deze categorieën geen waterdichte schotten bestaan. Met feiten bedoelt hij trouwens ook dat wat het resultaat is van onderzoekjournalistiek. Dan krijgen feiten een andere lading omdat de taak van de journalistiek niet zozeer het weergeven, maar het achterhalen ervan is. Maar zijn observatie om de columns, persoonlijke opinies en commentaartjes in de media te vervangen is zinvol. Het spaart een hoop ruimte en tijd voor iedereen. De analyse die zich baseert op de feiten kan dan opgewaardeerd worden.

Kern van Sengers’ betoog is dat het rechts-populisme niet moet worden overschat. De Boze Witte Man (BWM) is een constructie van zoekende media die menen de voeling met de polsslag van de samenleving kwijt te zijn. En vervolgens uit paniek wat roepen voordat ze aan een analyse toekomen. Daarom zijn ze na de winst van Trump in de overdrijving geschoten. Voorzitter Raad van Bestuur Publieke omroep Shula Rijxman laat in een ingezonden brief in De Volkskrant zien hoe dat werkt. Ze maakt het bont. De titel boven haar brief ‘Publieke omroep gaat leren van Trump’ tekent Rijxmans paniek. Wat zouden in hemelsnaam Nederlandse media kunnen leren van Trump? Toch niet het feitenvrije betoog en het uit de context halen van de feiten door de rechts-extremistische site Breitbart waarmee Trump verbonden is? Rijxmans pleidooi komt neer op een opwaardering van de opinie (‘de stem van alle groepen’) en de emotie (‘de gevoelens in onze samenleving’) in de publieke omroep. Hier keert Sengers zich terecht tegen. Rijxman bewandelt een doodlopende weg.

Juist nu moeten media uitgaan van feiten. Juist nu moeten media verder gaan dan de politiek op te hangen aan personen en een schematisch dualisme dat te simpel is om de realiteit te vangen. Het begin van een analyse over de opkomst van president-elect Trump begint bij president Obama en de Democratische partij die de macht van Wall Street niet hebben aangepakt en zich vervreemd hebben van grote delen van hun achterban. Het is niet zozeer dat de Amerikaanse media het ongenoegen daarover van de Boze Witte Man niet hebben gesignaleerd, ze hebben eerder de stap daarvoor gemist. Namelijk de feiten en analyse over het angsthazerige en slappe beleid van Obama die is ingekapseld door de macht van het grote geld en zijn kiezers uit 2008 en 2012 in de steek liet. Hillary Clinton verloor de verkiezingen omdat ze de failliete boedel van de Democratische partij kaapte zonder daar iets aan te willen veranderen. Met als gevolg dat kiezers uit de achterban van de partij haar niet steunden in cruciale staten als Pennsylvania, Ohio of Wisconsin.

Zo bekeken is de les voor Nederlandse media waar Rijxman en Sengers op zoek naar zijn makkelijk te vinden. Namelijk het met feiten openbaren hoe de macht werkt met als doel om de macht van het establishment (‘de elite’) terug te dringen en die van de gewone burger te vergroten. Als media dan toch een maatschappelijke en politieke functie zeggen te willen hebben is het blootleggen van de oorzaak van het ongenoegen zinvoller dan het blootleggen van de gevolgen van het ongenoegen. Daarom schiet de analyse van Rijxman tekort als ze zegt aandacht te willen besteden aan de opinie en emotie van de sociaal achtergestelden, de BWM.

Maar dat levert twee problemen op. Onderzoeksjournalistiek is duur en arbeidsintensief en grotendeels wegbezuinigd. Het tweede probleem is principiëler van aard, namelijk de macht van mediabedrijven zelf. Ze opereren niet in een maatschappelijk vacuüm, maar nemen een economische en politieke positie in. Vooral de top van een mediabedrijf heeft er niet altijd belang bij dat alle feiten ongefilterd gepubliceerd worden. Daar helpt geen redactiestatuut aan. Het mechanisme om dat te blokkeren werkt subtiel en indirect. Onder meer door overplaatsing van journalisten of het korten van onderzoeksbudgetten. Daarnaast zijn de politiek en journalistiek onaanvaardbaar met elkaar verknoopt. Rijxman en Sengers voeren een debat over de media dat de macht van de media buiten beschouwing laat en daarom precies dat bevestigt dat ze willen corrigeren.

Foto: Sociale media.