George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Democratische partij

Trump verliest in de tussentijdse verkiezingen van 2018

with 4 comments

De tussentijdse verkiezingen in de VS zijn ook weer geweest. De spin doet nu het werk zodat het er per definitie verwarrend op wordt wie nou eigenlijk gewonnen heeft. Zo wordt iedereen winnaar en verliezer. Het doorslaggevend feit is dat de Republikeinen de meerderheid in het Huis hebben verloren door verlies in de voorsteden en die in de Senaat hebben uitgebreid. Voor het eerst sinds 2016 heeft president Donald Trump het niet langer alleen voor het zeggen en dient hij rekening te houden met de Democraten in het Huis.

Dat is verlies. Des te meer omdat het voorzitterschap van Huiscommissies naar de Democraten gaat, zodat daar het Rusland-onderzoek niet langer geblokkeerd kan worden. Speciale aanklager Robert Mueller ligt genoeg op stoom met zijn onderzoek om het Huis nog nodig te hebben, eigenlijk uitsluitend voor het verdedigen van zijn positie. Via de belastingdienst IRS dreigen vanuit het Huis Trumps belastingaangiften geopenbaard te worden zodat zijn vermenging van zakendoen en criminaliteit duidelijk wordt. Vox geeft een overzicht van mogelijke onderzoeken. Het verlies in de Senaat was ingecalculeerd omdat vele Democratische zetels op het spel stonden. In 2020 geldt het omgekeerde en moeten Republikeinen vele van hun zetels verdedigen, zodat zij zich in een nadelige positie bevinden. Het oneerlijke van het Amerikaanse kiesstelsel is dat de Democraten met 44 miljoen tegen 33 miljoen Republikeinse kiezers toch Senaatszetels verloren.

Voor de langere termijn is de demografische ontwikkeling van de VS van belang. Het land wordt steeds minder wit en steeds diverser. Minderheden worden electoraal belangrijker, hoewel de Republikeinen deze ontwikkeling succesvol vertragen door kiezersonderdrukking (in onder meer Georgië, Florida, Nebraska) en het herindelen van kiesdistricten, de zogenaamde gerrymandering. Daarbij komt ook nog eens een oneerlijk kiesstelsel dat de Democraten ernstig benadeelt. Maar uiteindelijk kan deze ontwikkeling niet gestuit worden.

Democraten kijken naar de toekomst en geven deze ontwikkeling goed weer door de diversiteit in de selectie van hun kandidaten, terwijl de Republikeinen daarin achterblijven. Het actuele effect van de verbreding in de Democratisch partij is dat deze diversiteit in de partij geïntroduceerd wordt. Centristen staan er tegenover radicalen. Omdat de onderzoeken tegen Trump alle Democraten tevreden stellen omdat ze niet raken aan partijfinanciering of de partijorganisatie valt te verwachten dat de Democraten daar vol op gaan inzetten.

Het kan best dat er geen sprake was van een ‘blue wave’ van Democratische overwinningen, maar de Republikeinen hebben wel verloren. Ondanks een oneerlijk kiesstelsel en manipulatie van het electorale proces. President Trump voerde campagne in regio’s die hij toch al in zijn zak had en liet de kwetsbare voorsteden lopen waar vooral witte vrouwen hem massaal de rug toekeerden. Toch is het bizar en zelfs beschamend dat een president die zich zo racistisch en kleinerend naar minderheden opstelt een grote minderheid van het electoraat achter zich heeft verzameld. De positie van speciale aanklager Robert Mueller is versterkt door zijn dekking in het Huis. Nu de radiostilte van de campagne achter de rug is zal hij naar verwachting met aanklachten of dagvaardingen komen tegen mensen uit de naaste omgeving van Trump.

Vraag is of de Republikeinse partij nu meer de partij van Trump is, zoals Amerika ‘deskundige’ Willem Post denkt. Dat is een gemengd beeld. De luis in de pels Senator John McCain is overleden, maar Mitt Romney maakt zijn entree als Senator in Utah en zou wel eens de nieuwe John McCain kunnen worden die zich tamelijk onafhankelijk opstelt. Hoe dan ook zal Trumps grip op het Congress kleiner worden door de Democratische winst in het Huis en het valt te bezien welke dynamiek dat oplevert. De president flirtte eerder onsuccesvol met de Democratische leiders in het Congres. Met de nieuwe meerderheidsleider in het Huis Nancy Pelosi die een middenkoers vaart moet Trump het in principe goed kunnen vinden, hoewel de onderzoeken in het Huis een goede samenwerking vermoedelijk in de weg zitten. Zodat Trump weliswaar zijn grip op grote delen van de Republikeinse partij mag verstevigen, maar hij daar door het toegenomen belang van de Democraten in het Huis en de demografische en electorale vooruitzichten daar uiteindelijk minder profijt van heeft.

Foto: ‘Anti-integration protest at Little Rock, 1959 © Library of Congress’.

Advertenties

Campagnes in tussentijdse verkiezingen VS stijgen tot kookhoogte. Een tweedrachtig land met verdeelde retoriek en verwachtingen

with one comment

Op dinsdag 6 november 2018 zijn de tussentijdse verkiezingen in de VS. Alle 435 zetels van het Huis van Afgevaardigden worden gekozen, evenals 35 van de 100 zetels in de Senaat en andere functies, zoals gouverneurs die bestuurlijk aan het hoofd van een staat staan. Nu hebben de Republikeinen de meerderheid in beide huizen van het parlement. De verwachting is dat ze die verliezen in het Huis, maar behouden in de Senaat. De Democraten hebben een ongunstige uitgangspositie in de Senaat, omdat ze er liefst 24 van de 35 zetels moeten verdedigen tegen de Republikeinen slechts 8. President Trump wiens functie niet op het spel staat heeft afgelopen weken druk campagne gevoerd. De uitslag wordt door hem als een referendum voor of tegen de president voorgesteld. Bij een Democratische meerderheid in het Huis kan Trump dagvaardingen verwachten en onderzoeken naar zijn beleid die afgelopen twee jaar door de Republikeinen in Huiscommissies geblokkeerd werden. Uit geruchten blijkt dat Trump daar niet op is voorbereid. De verwachting is dat hij oproepen om documenten te overleggen en het Huis te informeren naast zich neer zal leggen, zodat tussen congres en president een constitutionele crisis dreigt. Trump denkt in de presidentsverkiezingen in 2020 te kunnen profiteren van een oplopend en aanhoudend conflict met de Democraten. Verrassend is dat de zogenaamde October surprise ontbreekt. Speciale aanklager Robert Mueller komt naar verwachting kort na 6 november met verdere aanklachten in zijn Rusland-onderzoek, zoals tegen Trump-adviseur Roger Stone.

Democraten moeten Kavanaugh niet najagen, maar het Supreme Court depolitiseren. Dat kan door het aantal rechters te verruimen

with 2 comments

De benoeming van rechter Kavanaugh in het Hooggerechtshof (Supreme Court) is een uitgemaakte zaak. Aan de hand van stemverklaringen tekent zich in de Senaat een meerderheid van 51 stemmen af voor benoeming. De weg erheen was onzuiver, smoezelig en frauduleus. De Republikeinse meerderheid heeft dit doorgedrukt. Een onderzoek door de FBI dat de Democraten beloofd werd om de beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag door Kavanaugh te onderzoeken is geblokkeerd door de juridische adviseur van het Witte Huis Don McGahn en nooit echt van de grond gekomen, zoals The New York Times in een artikel uit de doeken doet.

Een Washington Post artikel legt uit waarom afzetting (impeachment) van Kavanaugh – als hij naar verwachting is benoemd in het Hooggerechtshof – onwaarschijnlijk is. Democraten zullen nooit een meerderheid van 67 stemmen in de Senaat behalen. Partijpolitiek is in het huidige politieke klimaat nog belangrijker dan vroeger.

Ik zie een betekenisvolle optie die de conservatieven onschadelijk maakt, namelijk een deconstructie of ontwaarding van het Hooggerechtshof door verdunning. Dit vereist twee voorwaarden die niet onrealistisch zijn. Een Democratische president in 2020 en een Democratische meerderheid van 51 stemmen in de Senaat. Het Hooggerechtshof kan dan worden uitgebreid tot 11 leden door de benoeming van twee progressieve rechters, zodat de progressieve rechters een meerderheid van 6 tegenover 5 hebben. In lijn hiermee kunnen vooruitstrevende rechters die met pensioen gaan of sterven, zoals Ruth Bader Ginsburg, worden vervangen.

Het aantal van 9 rechters wordt niet door de grondwet gedicteerd, maar door een wet (‘Judiciary Act of 1869’) die het Congres in 1869 aannam en gewijzigd kan worden. De logica is tweeledig, de VS is in 150 jaar vertienvoudigd in grootte en complexiteit en de benoemingen van Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh en de Republikeinse obstructie om rechter Merrick Garland te benoemen hebben het Hooggerechtshof gepolitiseerd.

Het antwoord is om het Hooggerechtshof te depolitiseren door verwatering en niet langer over de politiek te laten beslissen. De machten moeten zoals het bedoeld is door de ‘founding fathers’ naast elkaar bestaan. De valkuil voor Democraten is dat ze een eventuele meerderheid niet gebruiken om het Hooggerechtshof en de top van de juridische pyramide te hervormen en op afstand van de politiek te zetten, maar om hun eigen partijpolitiek door te drukken. Dat schiet niet op. Het zou weliswaar een logische reactie zijn op de vergroving en popularisering van de politiek door president Trump en de vulgarisering van de Republikeinse partij, maar het foute antwoord voor de toekomst. Daarom zou het wel eens zo kunnen zijn dat radicale Democratische en Republikeinse politici steeds scherper komen te staan tegenover de gematigde politici van beide partijen. Wat er van de naar de marge gedrongen gematigde Republikeinen trouwens nog rest. Ook in moreel opzicht.

De horizon voor de Democratische partij en progressieve actievoerders moet 2020 zijn en niet de benoeming van Kavanaugh nu. Overigens na het opstapje van de tussentijdse verkiezingen van 2018. Daaraan moeten ze planmatig en verstandig werken zonder zich door te veel emotie te laten leiden. Er zijn aanknopingspunten om de integriteit, neutraliteit en de vrouwonvriendelijkheid van Kavanaugh ter discussie te stellen, maar het heeft weinig zin om daarin te blijven hangen. De vis in de vijver hoeft niet nagejaagd te worden, maar kan onschadelijk worden gemaakt door de vijver droog te leggen. In dat licht was de stem van de Democratische senator Joe Manchin (West Virginia) voor Kavanaugh de eerste aanzet om de voorwaarden te scheppen om in 2020 de Republikeinen een partijpolitiek koekje van eigen deeg te geven. Het Hooggerechtshof moet weer teruggebracht worden tot een neutraal orgaan dat de wet toetst en niet een verlengde van de partijpolitiek is.

Kwestie Kavanaugh is verschijnsel van verziekt politiek systeem. Reuring, polarisatie en onvermogen om met elkaar te spreken

with 2 comments

De kwestie Kavanaugh domineert de Amerikaanse politiek. De rechter -of sommigen zeggen de conservatieve ideoloog die zich uitgeeft voor rechter- wiens benoeming tot het Supreme Court op de agenda staat. De inzet is hoog: de politieke kleur van het hoogste rechtscollege. Media en partijen kiezen partij. Grofweg zijn er drie stromingen te onderscheiden die met elkaar communiceren als doven zonder doventaal. 1) De Republikeinse en/of conservatieve factie die zegt dat de beschuldigingen tegen Kavanaugh onjuist zijn en op te vatten zijn als een Democratische actie om de benoeming te vertragen of zelfs te blokkeren; 2) De Democratische en/of progressieve factie die geen woord gelooft van Kavanaughs beweringen dat hij onschuldig was begin jaren ’80, maar onvoorwaardelijk de drie vermeende slachtoffers (Christine Blasey Ford, Deborah Ramirez, Julie Swetnick) gelooft; 3) de afwachtende factie die zegt dat de feiten tekortschieten om vooralsnog en mogelijk uiteindelijk te kunnen oordelen en om opschorting van de benoeming en nader onderzoek door de FBI vraagt.

De kwestie Brett Kavanaugh tekent de gepolariseerde partijpolitiek van de VS die hevig is ontspoord. Vraag is of dit in de nabije toekomst nog te herstellen valt door bijvoorbeeld een volksbeweging van onderop die het grote geld uit de politiek jaagt en de politiek weer weet te deradicaliseren. Probleem is dat rechter of politicus niet langer de grondwet of de verworvenheden van de rechtsstaat vooropzetten, maar uitgaan van het belang van hun partij. Dat wordt gekocht en aangestuurd door sponsors en lobbyisten die ver van de gemiddelde Amerikaan verwijderd zijn geraakt. Kwestie Kavanaugh is een ongezond verschijnsel van een verziekt systeem.

Elsevier Weekblad geeft ruim baan aan Ellian en Eppink die Trump in verdediging nemen. Dat is het conservatisme voorbij

with 5 comments

Wikipedia zegt over Elsevier Weekblad dat het ‘een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur’ is. Maar het is de vraag of het dat (nog) is. Twee opinie-artikelen van de columnisten Afshin Ellian en Derk Jan Eppink wijzen in een andere richting. Namelijk niet die van het conservatisme, maar van de alt-right beweging. Deze beweging zet zich af tegen het conservatisme binnen de Republikeinse partij, omdat het zich hoe dan ook afzet tegen het establishment. Alt-right voorman en voormalig hoofdredacteur van Breitbart Steve Bannon die aan macht heeft ingeboet sinds hij door Trump aan de kant is gezet had als voornaamste doel om de Republikeinse partij inclusief het conservatisme te vernietigen. Trump wordt overigens door vele critici niet als Republikein of conservatief gezien, maar als een halfwas Democraat uit het New Yorkse Queens die uit opportunisme speelt dat hij Republikein is zonder er iets van te menen. Hij interesseert zich alleen voor zijn eigen ego en zaak. Dus voor wie of wat denken Ellian en Eppink nu eigenlijk dat ze het opnemen?

Amerikaanse (neo)-conservatieve opiniemakers uit de sfeer van de regering Bush zoals Bill Kristol, David Frum of Max Boot of Morning Joe gastheer en voormalig Republikeins afgevaardigde uit Florida Joe Scarborough zijn uitermate kritisch op Donald Trump. Ellian en Eppink nemen het op voor Trump, of liever gezegd tegen de krachten die het tegen Trump opnemen. In dit geval ‘de journalistiek’ en de speciale aanklager Robert Mueller.

Met Eppink is wat bijzonders aan de hand en hij valt meer uit de toon dan Ellian. In een commentaar schreef ik: ‘De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.’

Volgens conservatieve critici verraadt de regering Trump de conservatieve zaak. Conservatieve fiscalisten die gaan voor een compacte overheid, een lage overheidsschuld en lage belastingen zien met schrik dat in het recente belastingplan de overheidsschuld met 1,5 biljoen (= miljoen x miljoen, 1012) dollar toeneemt en naar de volgende generatie wordt doorgeschoven. Ook vinden critici dat de regering Trump zich wat de nationale veiligheid betreft onbegrijpelijk onvoorzichtig en naïef opstelt jegens de Russische Federatie dat er volgens vele conservatieven op uit is om de VS te verzwakken en de westerse alliantie tussen de Europese landen en de VS af te breken. Het gaat er niet zozeer om om aan te tonen dat ze gelijk hebben, maar wel om aan te tonen dat kritiek op Trumps beleid niet uitsluitend uit linkse hoek komt zoals Ellian en vooral Eppink beweren. De felste criticasters van Trump en zijn fiscaal en buitenlands beleid zijn van conservatieve signatuur.

Een nieuwsmedium mag uiteraard de politieke richting kiezen die het juist acht en opiniërende columnisten dekken niet de hele pluriformiteit ervan af, maar Ellian en Eppink geven in hun verdediging van Trump er wel een aanwijzing voor dat Elsevier Weekblad niet langer eenduidig als een conservatief-liberaal opinieblad valt te duiden. Dat was ooit zo. Mijn reactie op het artikel van Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDe journalistiek gaat ten onder aan Trump-fobie’ van Derk Jan Eppink in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018  (achter betaalmuur).

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelStop heksenjacht van Mueller tegen Trump!’ van Afshin Ellian in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018 (achter betaalmuur).

Foto 3: Mijn reactie op het artikel van Afshin Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad.

Waarom plaatst De Volkskrant de extreemrechtse, activistische, misleidende en slecht onderbouwde opinie van Derk Jan Eppink?

with 4 comments

De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.

Met zijn extreemrechtse opinies en verkeerde voorstelling van de feiten krijgt Eppink om onbegrijpelijke redenen steeds weer toegang tot de Nederlandse media en kan hij daar ongestoord en zonder redactionele disclaimer zijn onwaarheden verspreiden. Vraag is of de redacties van Nederlandse media niet beseffen wat het extremisme van Eppink inhoudt of dat ze wel degelijk weten dat hij aan misleiding en verspreiding van alternatieve feiten doet, maar hem desondanks in hun kolommen of programma alle ruimte geven.

Neem nou een afsluitende opmerking in Eppinks opinieLinks gezaaid, rechts gebaard’ dat vandaag op 31 januari 2018 onder de titel ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ in De Volkskrant werd geplaatst: ‘Progressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika. Traditioneel links (socialistisch en groen) krimpt.’ Deze opinie is in strijd met de demografische indicatoren in de VS die exact op het tegendeel wijzen van wat Eppink beweert. Het zijn juist de Republikeinen die met een krimpende basis te maken hebben en niet de Democraten. Dat is een proces dat zich komende jaren voortzet. Het is al meermalen gezegd, Trump trekt zich terug op een krimpende basis van het electoraat dat onder de 40% is gezakt. De Democratische partij kan niet per definitie rekenen op een hoge opkomst van minderheden, hoewel dat bij recente verkiezingen in Alabama en Virginia wel het geval was.

Eppink is om politieke redenen een handelaar in wensdenken en misleiding. Hij stelt feiten bewust verkeerd voor en probeert daar voor Nederland iets uit te concluderen dat niet geloofwaardig is en op de werkelijkheid gebaseerd. Hij stelt de politieke werkelijkheid in de VS verkeerd voor en extrapoleert die verkeerde aanname naar Nederland. Als niet de Amerikaanse Democraten, maar de Republikeinen zich zorgen moeten maken over de steun onder het electoraat, waarom zouden Nederlandse progressieven zich dezelfde zorgen moeten maken als de Democraten die zich geen zorgen hoeven maken? Als noodgreep verwijst Eppink naar ‘links’ en ’socialistisch’, maar omdat dat wat anders is dan ‘progressief’ slaat dat zijn betoog dood. Hij is een politieke manipulator die zich bedient van een slechte argumentatie en begrippen als links en progressief bewust met elkaar verwart. Eppink vervuilt het publieke debat met zijn gekleurde opinies die zo aantoonbaar nonsensicaal en slecht onderbouwd zijn, dat het een raadsel is waarom De Volkskrant het meent te moeten plaatsen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelProgressief Nederland moet zich dezelfde zorgen maken als de Democraten in Amerika’ van Derk Jan Eppink in De Volkskrant, 31 januari 2018. Met tweets.

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands ‘journalist’ die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.