George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘De Groene

Joe Walsh en conservatief Amerika. Schoppen van rechts tegen media is onvergelijkbaar met links dat haatspraak wil verbieden

with 3 comments

Joe Walsh is een voormalig Republikeins, conservatief congreslid voor Illinois. Ooit lid van de Tea Party causus. Hij is nu gastheer van een conservatief radioprogramma. Walsh was aanvankelijk een aanhanger van Trump, maar kwam daar na de ontmoeting van Trump met Putin en de ontluisterende afsluitende persconferentie in juli 2018 op terug. Walsh noemde Trump een verrader. Walsh steunt het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller naar de samenwerking van Team Trump met het Kremlin. Walsh is vergelijkbaar met het wereldbeeld van andere vanouds conservatieve opinie-makers als Max Boot, Ben Shapiro, John Schindler of Bill Kristol die doorgaans pro-Israël, pro-kleine overheid en een strikte fiscale politiek, anti-abortus, pro-Navo, pro-Westerse alliantie en anti-Putin zijn. Een artikel van Arch Puddington in het conservatieve Weekly Standard gaat in op de vraag in hoeverre conservatieven en Republikeinen de Rusland-politiek van Trump steunen. Zijn Walsh en consorten de regel of de uitzondering binnen de conservatieve beweging in de VS?

Bij genoemd wereldbeeld hoort de opvatting van ongebreidelde persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Zoals Jaap Tielbeke in een artikel in De Groene uitlegt valt dat te herleiden tot de liberale filosoof John Stuart Mill die van mening was dat ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën‘ in het publieke debat ‘een essentiële voorwaarde‘ was ‘om dichter bij de waarheid te komen’. Tielbeke doet het af als ‘naïef‘ en ‘een valse voorstelling van zaken’ omdat ‘de vrije markt voor ideeën een illusie’ is. Overigens des te meer omdat door de verslechterde economische situatie van traditionele media de rol van de journalistiek is afgenomen en er gaten zijn gevallen in ‘de vrije markt voor ideeën‘ en nieuwe media als Facebook tot nu toe onvoldoende beseffen en aarzelen om de verantwoordelijkheid te nemen die bij hun journalistieke verplichtingen past. 

Walsh’ tweet verwijst in de tweede alinea (‘hate speech banned’) naar complotdenker Alex Jones en diens radicaal-rechts vehikel ‘Infowars’. Zoals techsite The Verge in het artikel ‘How Alex Jones lost his info war; Misinformation is fine — but hate speech isn’t’ opmerkt is Jones door de techbedrijven behalve Twitter in de ban gedaan vanwege haatspraak of aanzetten tot haat. Casey Newton vraagt zich trouwens af of de echte uitdaging voor de techbedrijven pas komt als gebruikers de inhoud van Jones’ programma’s gaan kopiëren.

Walsh’ vergelijking tussen rechts dat niet gelooft in persvrijheid en links dat niet gelooft in vrijheid van meningsuiting is onevenwichtig. Het eerste is realiteit, maar het tweede niet. Trumps tirades tegen ‘de pers als vijand van het volk’ omdat nieuwsorganisaties ‘nepnieuws’ zouden bieden is een afleiding om de actuele en nog te verschijnen verslagen van de media over de uitkomsten van de onderzoeken naar de samenzwering van Team Trump met het Kremlin in een kwaad daglicht te stellen. Walsh heeft gelijk dat Trumps achterban hem daarin steunt. Ook onafhankelijk kiezers zijn gevoelig voor die continue tirades van Trump en zijn waterdragers tegen de media. Enig bewijs dat media werkelijk vijanden van het volk zijn ontbreekt echter.

Dat is anders met haatspraak. Zoals ook Tielbeke stelt is een ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën’ waarin het denken van Alex Jones past naïef. Niet alleen omdat de ‘vrije markt van ideeën’ van de traditionele media een illusie is en nieuwe (sociale) media nu pas schoorvoetend hun journalistieke verantwoordelijkheid beginnen te nemen, maar ook omdat in de echokamers van de sociale media per definitie een publiek debat ontbreekt waarbij de beste ideeën komen bovendrijven. Hier moeten overheden op inspringen om het open, publieke debat en de democratie te redden. Door zelf actie te nemen en richtlijnen op te stellen, en door bedrijven te verplichten tot actie. Het is Jones’ intentie niet om zijn meningen te meten met die van anderen en zonodig in te wisselen voor een betere mening. Kwam Jones met het verspreiden van desinformatie jarenlang weg, nu hij wordt aangesproken op haatspraak of aanzet tot haat lijkt ineens de maat vol te zijn. Als indirecte terechtwijzing van Trump? De maat die allang vol was, maar eindelijk echt als vol bevonden wordt. 

Foto: Tweet van Joe Walsh, 9 augustus 2018.

Advertenties

Das Land des Lächelns. Heeft Franz Lehár iets om te lachen in Parijs 1941? Een duistere romance

leave a comment »

De koning van de Weense operette Franz Lehár trad in 1941 op in het Parijse Théâtre de la Gaîté Lyrique en dirigeerde zijn stuk Das Land des Lächelns. Verfilming ervan in 1930 door Max Reichmann was het eerste internationale succes van de Duitse geluidsfilm. Geproduceerd door de productiemaatschappij van de hoofdrolspeler: Richard Tauber Tonfilm-Produktion GmbH, ter bevordering van de verkoop van zijn platen.

De voorstelling diende de Duitse propaganda. Een fragment ervan werd in de Deutsche Wochenschau 543 (na 3’27’’) van 29 januari 1941 getoond. Maar Lehárs omgang  met de nationaal-socialisten was ongemakkelijk. Niet alleen omdat hij een Joodse vrouw had die in 1938 dankzij Joseph Goebbels de status van ‘Ehrenarierin’ (ere-Ariër) kreeg, maar ook door zijn hechte band met Richard Tauber die Joodse grootouders van vaderskant had, en het niet-Duitse karakter van de Weense operette. Wat wel of niet kon was niet altijd duidelijk. Beide kanten waren opportunistisch. Stefan Frey omschreef de relatie van Lehár met de nazi’s in een artikel in De Groene treffend met diens woorden: ‘De belangstelling van de Führer verplicht mij tot diepste dankbaarheid’.

Dat dubbelzinnige verdriet valt uit de beelden af te leiden. Franz Lehár werd gegijzeld in dankbaarheid. Het is lastig om die lijn naar het heden door te trekken en te beseffen hoe kunstenaars, musici of componisten op dit moment in autoritaire landen handelen. Kunnen ze door de omstandigheden niet anders en worden ze gegijzeld in dankbaarheid of kunnen ze anders, maar tonen geen ruggengraat? Lachen ze het ongemak weg?

Foto: Fragment uit journaal van ‘Actualités Mondiales N°026 – Edition du 25 janvier 1941’ opgenomen in het archief van INA.fr met een dirigerende Franz Lehár in het Gaîté Lyrique op 25 januari 1941. Hier beschrijving (Franstalig).

Waarom ageren malle clowns in de politiek tegen EU en niet tegen multinationals?

leave a comment »

CDA’er Grapperhaus in een interview met Margreet Fogteloo in De Groene: ‘Ik zit aan de linkerkant van het CDA, maar ik ben een ouderwetse christen-democraat. Ik houd niet van politieke partijen met deelbelangen, of van die malle clowns in de politiek als Thierry Baudet.’

Is Baudet een malle clown in de politiek? Wie weet. Hoewel een malle clown -zo’n produkt van de elite dat zich presenteert als anti-elitair- niet per definitie een negatieve kwalificatie is. De hofnar kan een functie hebben.

Meer stof tot nadenken geeft een andere uitspraak van Grapperhaus: ‘Ik snap niet waarom de woede zich richt op de EU en niet op multinationals.’ Hoe men ook denkt over de EU, dat is een serieuze vraag.

Waarom richt de woede van radicaal-rechts Nederland, PVV of SP zich maar steeds op de EU en niet op de multinationals? Des te meer omdat multinationals zich niets van nationale grenzen aantrekken, een verkeerd soort globalisme promoten dat de ongelijkheid bevordert en nauwelijks door nationale overheden ingeperkt en gecontroleerd kunnen worden.

Kunnen de malle clowns in de politiek zich niet beter richten op de negatieve werking van de multinationals? En waarom doen ze dat niet?

Foto: Schermafbeelding van deel interview ‘Woede – Ferdinand Grapperhaus ‘Bill Gates geeft het goede voorbeeld’’ in De Groene, 10 mei 2017.

The New York Times en de journalistiek: de waarheid is …

with 6 comments

Media doen er verstandig aan om in het openbaar te antwoorden op aanvallen van populisten. Deze hebben er een handje van om media nep te noemen en van te beschuldigen vooringenomen te zijn. Zelfs om het idee van de waarheid te betwijfelen. Maar er past een onderscheid. Journalisten zijn vaak -maar zeker niet altijd- links. Media zijn echter doorgaans -maar evenmin altijd- rechts. Ze zijn immers onderdeel van concerns met grote economische belangen die tegen de zittende macht aanleunen. Mediaconcerns verdedigen daarom per definitie de gevestigde orde. Dus zijn het de rechtse contouren (mediaconcern) of de linkse schijnbewegingen (journalisten) die doorslaggevend zijn? Het verschilt per land, maar deze tweedeling is overal zichtbaar.

Media winnen aan belang als de persvrijheid onder druk wordt gezet. Mits ze de urgentie van de dreiging beseffen en zich goed en krachtig weten te organiseren. Zoals nu sinds een maand door het aantreden van Donald Trump als president in de VS gebeurt. In autoritaire landen als Turkije, China of de Russische Federatie is het al te laat. Daar zijn de media gelijkgeschakeld en tot spreekbuizen van het zittende regime gemaakt. Ze zijn hun bewegingsvrijheid kwijt. Dat schrikbeeld wapent media in westerse landen waar populisten in opkomst zijn om het niet zover te laten komen. Dat is de achtergrond van de actie van The New York Times.

In Nederland zijn media akelig stil. Tot nu toe zien ze voor zichzelf geen rol weggelegd om het publieke debat van feiten te voorzien. Waar blijven NRC, Volkskrant, Parool, Trouw, NOS, RTL Nieuws of De Groene om gezamenlijk de alternatieve feiten van populisten van PVV, VNL, FvD, 50Plus of DENK kritisch tegen het licht te houden? Het publieke debat vraagt om nuancering die media kunnen bieden over de grenzen van hun eigen achterban heen. Maar ze zwijgen en beseffen onvoldoende de urgentie dat ze zich in moeten spannen omdat hun eigen functioneren op het spel staat. Wilders dreigt met zijn PVV de grootste partij te worden. Hoewel de PVV geen schijn van kans maakt om in de regering te komen zijn z’n volgers daar absoluut niet van overtuigd.

Rob Scholte, establishment, gelijkgeschakelde media en lakse journalisten

with one comment

cs
‘Ik ben kritisch over de journalistiek. Volgens mij is de pers gelijkgeschakeld, waarbij amusement en een bepaald politiek belang voorop staan. Er wordt onvoldoende goed onderzoek gedaan.’ Aldus kunstenaar Rob Scholte in een interview in NRC met Thomas van Huut. De interviewer vraagt niet door wat Scholte bedoelt, zodat we ernaar moeten gissen. Het interview stelt dat het ‘pact’ tussen interviewer en geïnterviewde dat stilzwijgend verzwijgt wat de aanleiding voor het gesprek is wordt doorbroken. Het gaat over de tegenwerking die Scholte zegt te ondervinden van de gemeente Den Helder bij zijn Rob Scholte Museum. Die kritiek wordt ondersteund door een ruim ondertekende open brief aan het Helderse college. Een andere aanleiding is de tentoonstelling ‘Embroidery Show’ met achterkanten van 950 ‘gevonden’ borduurwerken met de handteking van Rob Scholte die in het Zwolse Museum de Fundatie tot 19 september 2016 getoond worden en vragen oproepen over authenticiteit in de kunst. Scholte verbreekt na 14 jaar de stilte, zo heet het, maar wat zegt hij?

De term ‘gelijkschakeling’ verwijst naar de Duitse term Gleichschaltung die van toepassing is op maatregelen die vanaf 1933 genomen werden door de nazi’s om controle over de samenleving te krijgen. Gelijkschakeling moet opgevat worden als een technische term die uitgelegd kan worden door het begrip ‘synchronisatie’, het in de pas laten lopen van machines. In deze visie is de totalitaire staat een organisch geheel waarbij alle delen ondergeschikt worden gemaakt. Actuele geschiedschrijving over het Derde Rijk van onder meer Timothy Snyder en Ian Kershaw weerspreekt de visie dat nazi-Duitsland een sterke, autoritaire, bureaucratische staat was met bijvoorbeeld een uitgewerkt meesterplan voor de Holocaust. Dat ontstond vanuit een combinatie van intentie (van hogerop) en de functionele improvisatie, projectie en initiatieven (lager in de hiërarchie).

Rob Scholte heeft gelijk dat de huidige Nederlandse gevestigde (‘establishment‘) media gelijkgeschakeld zijn. Ze volgen de agenda van de macht en stellen de vanzelfsprekendheid van de macht niet ter discussie. Wat niet wil zeggen dat er aan de hand van eigen onderzoek geen onthullingen worden gedaan. Maar de optelsom is dat gevestigde media tegen de macht aanleunen en de status quo verdedigen. Het politiek belang voor media is het eigen bestaansrecht. Aandacht voor amusement dient ter afleiding. Zodat de NRC niet opent met een onderzoek dat de tegels van de macht licht, maar op de voorpagina uitpakt met de dood van popsterren als David Bowie of Prince. Waardoor zelfs een krant die de nuance zegt te zoeken afzakt naar het niveau van lifestyle dat machtsstructuren aan het oog onttrekt en zo’n medium zelf onbenullig en corrupt doet lijken.

sd

Het antwoord op de vraag of gevestigde media intentioneel of functioneel tegen de macht aankruipen geeft inzicht in hun functioneren. Het is verleidelijk om in ordening en organisatie deze media te vergelijken met het losse verband van een totalitaire staat als nazi-Duitsland. Het concept is de combinatie van intentie en functie. Dat bestaat uit de grofweg geschetste contouren van bovenaf die op lagere niveau’s door initiatieven van individuen worden ingekleurd. Het wordt de journalist bij gevestigde media niet dwingend opgelegd om op te komen voor de bestaande macht, maar hij neemt uit eigenbelang en door het kiezen van de weg van de minste weerstand die van hem verwacht wordt het initiatief om dat te doen. Zo wordt op de afzonderlijke microniveau’s het macroniveau ‘uitgevuld’. Deze oversprong in theorievorming van historiografie naar de mediakunde geeft de onderbouwing voor het inzicht van Rob Scholte over de corruptie van gevestigde media.

Foto 1: Ben van Meerendonk, ‘Krantenkiosk in de tunnel van het Centraal Station, Amsterdam, 6 februari 1947’. Collectie IISG, Amsterdam.

Foto 2: Ben van Meerendonk, ‘Fotografen verzameld in afwachting van naderende Koninklijke geboorte, Soestdijk, 2 februari 1947’. Collectie IISG, Amsterdam.

Roel van Duijn over het Oekraïne-referendum. Radicaal-rechts schopt en breekt af, maar bouwt niets op. Wat moeten we ermee?

with 7 comments

Ex-provo Roel van Duijn die met een Russische vrouw is getrouwd en zich de Oost-Europese politiek aantrekt maakt zich kwaad over het Oekraïne-referendum dat in de zomer van 2015 vanuit rechts-nationalistische hoek is aangezwengeld. Het zou volgens hem geen serieus referendum zijn omdat het verdrag tussen Oekraïne en de EU niet teruggedraaid kan worden en dient om stemming te maken tegen Europa. Hij ziet er zelfs een valse opzet in van het NEE-kamp dat weet dat de associatie-overeenkomst niet meer kan worden teruggedraaid, maar wel allerlei media mobiliseert om te suggereren dat dat wel mogelijk is. Daarbij komt zoals bekend dat het kabinet wettelijk verplicht is om een eigen afweging te maken over de uitkomst en het die niet hoeft te volgen. De uitslag van het referendum is slechts een van de vele wegingsfactoren.

Alles is relatief in de politiek. Bij het Oekraïne-referendum is het NEE-kamp dat grofweg bestaat uit radicalen aan de uiterste kanten van het politieke spectrum (communisten, links-populisten, rechts-nationalisten en rechts-populisten) vooral tegen. Het ironiseert, selecteert, bekritiseert en is tegen. Maar waar het voor is en hoe het dat gaat realiseren houdt het vaag. ‘Shocklog’ Retecool dat zich tegenover Telegraaf-dochter Geen Stijl opstelt omschrijft de denkwereld van de conservatieve Thierry Baudet die het NEE-kamp aanvoert: ‘Je kan namelijk nog zo hard roepen dat je de democratie wilt redden, maar als je denkbeelden volledig bestaan uit het zoveel mogelijk afschaffen van dingen die democratisch processen in 70 jaar vrijheid hebben opgeleverd, ben je gewoon je eigen mening aan het opleggen als ware het ‘democratisch’ om dit te doen.

Het idee is dus dat radicaal-rechts de kiezers een beeld voorhoudt dat gevormd wordt door kritiek op het bestaande, maar niet op een uitgewerkt programma van hoe het wel moet. Marcel ten Hooven verwoorde dat onlangs in een artikel over een serieus politiek antwoord op Wilders in De Groene: ‘Met zijn claim op de waarheid politiseert Wilders de complexiteit van de pluriforme maatschappij en de bijbehorende politiek van traagheid als een vorm van nodeloos moeilijk doen of als een samenzwering van de elite. Hij stelt de maatschappij als maakbaar voor, mits de politiek bereid is het kwaad te lokaliseren en te verwijderen. Wie daartegenin brengt dat het onmogelijk is alle problemen naar ieders tevredenheid op te lossen, of hem vraagt hoe hij de grenzen hermetisch denkt te kunnen sluiten, krijgt het verwijt dat hij onnodig moeilijk doet, of zijn eigen volk verraadt.’  Ten Hooven constateert tevens dat in het vluchtelingendebat de traditionele partijen (VVD, PvdA, CDA) hun eigen rechtsstatelijke opstelling onder invloed van de PVV naar rechts bijstellen.

Radicaal-rechts schopt en breekt beter af dan dat het opbouwt. Het stelt deconstructie boven constructie. Wat zich bij het Oekraïne-referendum aftekent is de dominantie van postmodernistische politiek die afstand neemt van vaste waarden, de waarheid en het behalen van doelen. Van maakbaarheid. De Wilderiaanse manier van politiek bedrijven bestaat uit een vlucht vooruit door een sprong in het ongewisse. Zonder te weten waar dat eindigt. Dat kan het Walhalla zijn, maar ook de chaos. Is dat de sprong waard? Zijn de critici van de EU die geen blauwdruk van de toekomst voor ogen hebben in staat om straks de brokken die ze hebben aangericht te lijmen tot een werkbaar geheel als de EU uit elkaar valt? Tegen de EU, tegen de islam, tegen modernisme in kunst en architectuur of tegen de vluchtelingen klinkt aantrekkelijk voor een steeds groter deel van het electoraat, maar maakt nog geen nieuwe samenhang in maatschappij en politiek. De natiestaat als nieuw richtpunt kan niet het antwoord zijn omdat terugtrekken achter de grenzen de globale problemen niet oplost. Staten moeten nauw en grondig samenwerken om grensoverschrijdende problemen die samenhangen met milieu, klimaat, ziekte en terrorisme op te lossen. Schaalverkleining is geen antwoord van de 21ste eeuw.

Toch bestaan er rechts-nationalistische platformen die het over de toekomst hebben. Zo was er op 18 en 19 februari in een zoutmijn in het Poolse Wieliczka de conferentieProsperity of Europe after EU’ van de fractie van Europa van Naties en Vrijheid (ENF) in het Europarlement die wordt gedomineerd door het Front National. Die partij kreeg in 2014 een lening van 11 miljoen dollar van een bank die door het Kremlin gecontroleerd wordt en vroeg in februari 2016 een lening van 30 miljoen dollar aan. Opvallend was de aanwezigheid van Thierry Baudet die in de ENF geen officiële functie heeft. Nog opvallender was dat hij als fanatiek twitteraar op zijn twitter-account hierover geen verslag deed. Het is de paradox van dit soort rechts-nationalistische romantiek dat in reflectief, dogmatisch en atmosferisch opzicht teruggaat naar de 19de eeuw maar zich met postmodernistische politiek uit de 21ste eeuw probeert te bewijzen. Een droomwereld vol kwalijke aspecten.

CbkY5joUAAA_Utq

Foto: Tweet van Ludovic de Danne, 19 februari 2016. Overzicht van conferentie ‘Prosperity of Europe after EU’ in Wieliczka.

Duyvendak: achterban PVV denkt over emancipatie niet anders dan laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Niet vooruitstrevend

with one comment

0bf4dd39b7bc0bd5b2fb85fe3e67bd8bb2b0fce477fa4cd5ee54a6673b961abe

Mijn ogen bleven haken op twee zinnen in een essay van de Amsterdamse socioloog Jan Willem Duyvendak in De Groene van 10 maart 2016 dat ook in S&D van de Wiardi Beckman Stichting verschijnt: ‘Bij precieze analyse blijkt dat de achterban van Wilders qua emancipatiegezindheid sterk lijkt op laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Niet heel vooruitstrevend dus’. Hij verwijst hierbij naar het onderzoekAcceptatie van homoseksuelen, biseksuelen en transgenders in Nederland‘ van Lisette Kuyper en Saskia Keuzenkamp.

Duyvendak focust op de vraag welk beeld van Nederland ‘wordt uitgedragen in reactie op dergelijke aanslagen en, breder, in discussies over migranten en asielzoekers.’ Aanleiding voor het essay is een recente publicatie van de Franse demograaf Emmanuel Todd die stelt dat de demonstraties na de terroristische aanslagen van januari 2015 (Charlie Hebdo, kosjere supermarkt) vooral een uiting van islamofobie waren. Duyvendak wijst die claim af en vindt dat Todd de plank mis slaat. Hij ontleent er wel het perspectief aan hoe Nederlanders zichzelf presenteren in reactie op dit soort aanslagen of de instroom van migranten en asielzoekers.

Duyvendak gaat in op drie aspecten die kort samengevat de culturele kwestie vormen: vrouwenrechten, homorechten en de scheiding van kerk en staat. Hij geeft een goed overzicht van recente ontwikkelingen. Nog in 1960 was Nederland een van de meest traditionele landen van Europa op het gebied van gender (man/ vrouw relaties) en (homo)seksualiteit. Deels is dat nog zo, men hoeft maar te kijken naar de in vergelijking met andere Europese landen slechte positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. En in de debatten over de scheiding van kerk en vindt Duyvendak de dubbelzinnigheid nog groter dan bij gender en (homo)seksualiteit: ‘Dezelfde partijen die het hardste roepen dat een modern land zich kenmerkt door een volledige scheiding van kerk en staat, stellen tegelijkertijd dat Nederland een joods-christelijke traditie heeft en moet houden. Voorstellen om bijvoorbeeld vrije dagen minder stringent te koppelen aan christelijke feestdagen kunnen op woedende reacties rekenen. Want dan is er plotseling sprake van een aanval op ‘onze cultuur’.’

Uiteindelijk is toch door de verwerking van de verworvenheden van de jaren 1960 een omslag gekomen die Nederland tot een progressief land hebben gemaakt. Vaak is dat een revolutie in woorden geweest die nog niet altijd en overal in de praktijk van de samenleving zijn terug te vinden, maar het onderscheidt volgens Duyvendak Nederland wel van meer traditionele landen als de VS of Frankrijk die nog voor het proces staan dat zich in Nederland al voltrokken heeft. Door de snelheid van de veranderingen kijkt Nederland er dubbelhartig tegenaan. En met enige mate van geheugenverlies. Want die culturele verworvenheden die nu als vanzelfsprekend worden gepresenteerd zijn behalve in progressieve enclaves van D66- en GroenLinks-kiezers nog niet overal ingedaald. Pikant is trouwens dat Duyvendak in het PvdA-huisblad S&D Paul Scheffer te kijk zet als iemand die nog in 2005 in het openbaar ‘demonstratieve homoseksualiteit’ afwees. Wat geeft dat aan?

Maar die zin dus over de achterban van de PVV die niet heel vooruitstrevend is en over emancipatie niet heel anders denkt dan laagopgeleide Nederlands-Marokkanen. Henk en Ingrid denken over culturele kwesties hetzelfde als Achmed en Fatima. Duyvendak constateert dat ze veel gemeen hebben: ‘zowel PVV-stemmers als de laagopgeleiden onder de Nederlands-Marokkanen voelen zich vaak miskend, niet gezien door de politiek; ze wonen in de ‘slechtere wijken’; en ze hebben traditionelere opvattingen.’ Het is niet nieuw wat Jan Willem Duyvendak zegt en het komt niet verrassend, maar het is goed om het opnieuw te beseffen.

Er bestaan theorieën over maatschappelijk kloven: tussen nationalisten en kosmopolieten (wereldoriëntatie), progressieven en conservatieven (culturele waarden), laag- en hoogopgeleiden (ontwikkelingsniveau), individualisme en gemeenschap (burgermaatschappij, zie ook Wiki-lemma Communitarisme) of autochtonen en nieuwkomers (herkomst). Hoe dan ook stelt Duyvendak met zijn essay de claims van het Wij/Zij-denken bij dat mensen eenzijdig probeert te ronselen. De werkelijkheid is genuanceerder en veelzijdiger. Godzijdank. 

Foto: ‘Demonstratie in Amsterdam, provo Hans Tuijnman wordt door enige agenten weggesleept‘, 17 juli 1966. Collectie nationaal Archief. Credits: Joost Efers / Anefo.