George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘De Bezige Bij

Hoort Dyab Abou Jahjah thuis bij De Bezige Bij? Pleidooi voor een ruime toetsing

with 8 comments

Er is een hoop gedoe bij uitgeverij De Bezige Bij. Onderdeel van het Nederlands cultureel erfgoed. Volgens een bericht in NRC kwamen de auteurs bijeen om te praten over de uitgave van twee boeken van de Libanees-Belgische activist Dyab Abou Jahjah en oprichter van de Arabisch-Europese Liga. Abou Jahjah is omstreden. Vooral Marcel Möring en het echtpaar Leon de Winter en Jessica Durlacher verzetten zich tegen zijn komst naar De Bezige Bij. Ze hanteren als argument dat dat ongepast is bij een uitgeverij met een verzetsverleden.

Op de achtergrond speelt het conflict in het Midden-Oosten dat ook buiten die regio doorgaans leidt tot een zwart-wit stellingname. Abou Jahjah kan gederadicaliseerd zijn, maar of dat een carrièrestap of het gevolg van zijn politiek-intellectuele ontwikkeling is valt niet op voorhand te zeggen. Hoewel het niet te meten is, maakt het wel een verschil: schijn of wezen. Dat iemand als Stefan Hertmans het voor hem opneemt pleit voor Abou Jahjah, maar van de andere kant maakt hij het met zijn antizionistische uitspraken die het bestaansrecht van de staat Israël ter discussie stellen niet makkelijk om het ondubbelzinnig voor hem op te nemen.

Deze kwestie gaat niet over Libanon, Israël, Palestina, het Midden-Oosten, de islam of Dyab Abou Jahjah en diens gewraakte uitspraken, maar over de identiteit van De Bezige Bij. Het is immers Nederlands immaterieel cultureel erfgoed dat ‘eigendom’ is van alle Nederlanders. Waarbij trouwens de reactie van Leon de Winter en Jessica Durlacher op Abou Jahjah weer de vraag oproept of ook zij nog wel bij de identiteit van De Bezige Bij passen. Hierbij speelt ook de afweging hoe pluriform een uitgeverij kan zijn zonder aan profiel te verliezen.

Het is een lastige en veelgelaagde kwestie om genuanceerd af te wegen. Mijn oplossing zou zijn om vanuit een humanistisch standpunt dat verder gaat dan een pure rechtsstatelijke opstelling alleen, te beoordelen of auteurs bij De Bezige Bij passen. Dus niet de vraag wat mag, maar wat past zou centraal moeten staan in de afweging of een auteur bij De Bezige Bij thuishoort. Dan is er denk ik veel voor te zeggen om zowel het echtpaar De Winter-Durlacher als Abou Jahjah niet in de fondslijst op te nemen. Ze hebben de schijn tegen.

Advertenties

Literatuur van Kroaat Miroslav Krleža gaat niet nergens over

with one comment

07

‘Een hele stoet van die arme schepsels trekt langs, met hun vacht en hun povere verstand, met onnatuurlijke bewegingen die nogal op de lachspieren werken. In iedere beweging van een mens schuilt meer dan zeventig miljoen jaar dressuur en slaag. Die hele manier van mensen waarop ze over straat lopen is eigenlijk een soort hogere hippische school voor het circus van de straat, en groot is de afstand tussen de steengroeve waar de mens zijn naaste familie op een vuurtje roosterde en de straten van tegenwoordig waarover de mensen wandelen in het gelid van de openbare orde, op het ritme van de gummiknuppel, terwijl ze zichzelf voorhouden dat ze niet langer kannibalen zijn. Aldus de Kroatische schrijver Miroslav Krleža (1893-1981) in het hoofdstuk ‘De bruiloft van prefect Klanfar‘ in de roman ‘De Glembays’ (1932) in vertaling van Guido Snel. Van hetzelfde soort absurdisme als Bohumil Hrabal die met humor de wreedheid van het leven blootlegt.

We houden onszelf voor de gek omdat het leven anders onverteerbaar is. Opvallend is dat in ‘De Glembays’ het onder invloed van Hongarije staande lijdende Kroatië met allerlei politieke intriges en omhooggevallen politici die hun ziel aan de meestbiedende verkopen wordt afgezet tegen Nederland als het land waar alles goed geregeld is: ‘Dat lichtende, heerlijke, godgezegende Nederlandse land met zijn afwateringssysteem en geasfalteerde wegen leek hem vanavond een tuin van Eden vergeleken bij dit moerasland en de hongerende koeien. Daar waren de stallen betegeld met blauw-wit porselein, terwijl hier alles besmet was met tering en miltvuur, hier floot de wind door de balken op zolder en van gloeilampen had nog nooit iemand gehoord.

Dit is geen literatuur die de lezer laat ontsnappen. De schrijver wrijft het er met een expressieve stijl extra in. Maar de zwaarmoedigheid en het zichtbaar maken van het dunne lage vernis dat de mens tot mens maakt geven ook troost. We zijn niet de enigen, de meeste mensen zijn zo. ‘In die koppen hebben die mensen een beeld, over de rechtsorde, over de hemelse mysteriën, ze antwoorden elkaar als papegaaien met aangeleerde dingen, maar wat ze allemaal in hun kop ronddragen is niet veel meer waard dan wat ze in hun zakken hebben. Al die nikkelen horloges en die geldwissels, al hun levensbeschouwingen, die hen naar de dingen doen kijken als door een gebarsten bril, zijn stuk voor stuk toneelatrributen van een treurig stemmende voorstelling die nooit lang zal duren’ Het leven is eindig en Miroslav Krleža wijst ons daar op. Vol weemoed.

01_ZAGREB_MITNICA_KSAVERSKA_CESTA

Foto 1: Petrinjskastraat Zagreb, Kroatië. Omstreeks 1930. 

Foto 2: Ksaverskastraat Zagreb, Kroatië. Omstreeks 1930.