Jake Tapper geeft voorbeeld hoe journalistiek moet antwoorden op de anti-democratische beweging

Vorige week plaatste ik een commentaar over de journalistiek die geen antwoord heeft op allerlei anti-democratische bewegingen en zich tot medeplichtige maakt aan de moord op de democratie. Ik verwees instemmend naar de Amerikaanse journalist Dana Milbank die in een column in The Washington Post concludeerde: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Ook in Nederland stellen te veel journalisten zich hersenloos neutraal op en laten zich gijzelen door hun achterhaalde ethiek van een meer dan 60 jaar oude beroepscode die niet meer werkt in een tijdperk van misleiding door ultrarechtse populisten. Ze missen moed en strijdlust en het besef van urgentie om weerbaar te zijn en zich sterk te maken voor de democratie en de rechtsstaat.

Het is niet dat journalisten de democratie niet willen steunen, maar ze weten niet hoe dat te doen. Hooghartig pretenderen ze uit een defensieve reflex, maar ook door gebrek aan steekhoudende argumenten, in een mentale ruimte te leven die een rechtstreekse voortzetting van de jaren 1950 is. Een ruimte die niet meer bestaat.

Het betoog van CNN”s Jake Tapper is belangrijk omdat hij die moed, strijdlust en politiek besef wel toont. Hij laat zien aan Nederlandse journalisten hoe ze op een evenwichtige manier op kunnen komen voor de democratie. Zonder zich te verschuilen achter hun code waarvan ze weten dat die geen antwoord geeft op volksmenners als Baudet en Wilders door wie ze zich feitelijk laten gijzelen.

Uitleggen, benoemen, analyseren én beoordelen is het antwoord. Hopelijk worden Nederlandse journalisten door dit soort betogen van Tapper eindelijk wakker geschud. Kunnen ze zich wat moed inpraten om stelling te nemen voor de democratie. Laten we het hopen. Want er staat te veel op het spel. Ook in Nederland.

Mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps. Journalistiek staat voor de keuze tussen hersenloze neutraliteit en weerbaarheid, moed en strijdlust om de democratie te verdedigen

Schermafbeelding van deel opinie-artikelNee, Alexander Klöpping, we hebben niet meer leiders maar meer feiten nodig in de journalistiek‘ van Freek Staps in NRC, 6 december 2021.

De afgelopen dagen konden we getuige zijn van een mediastorm tussen Alexander Klöpping en Freek Staps in NRC. Staps reageerde op Klöpping. Er werden van beide kanten grote woorden gebruikt, maar de kern van het probleem waar het om zou moeten gaan werd in mijn ogen onvoldoende benoemd en sneeuwde onder. Dat komt door een onhandige en verkeerde focus van Klöpping die zijn kritiek ophangt aan de verslaggeving over de COVID-19 maatregelen van de overheid en een verongelijkte, verdedigende houding en beperkte taakopvatting van Staps. Dat is jammer, want er is wel degelijk iets mis met de journalistiek en kritiek erop is zinvol en nodig.

Schermafbeelding van deel opinie-artikelLaat de actiejournalistiek niet over aan boulevardkranten‘ van Alexander Klöpping in NRC, 3 december 2021,

In het commentaarOok Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘ van 4 december 2021 formuleerde ik wat ik als de kern van het probleem zie als volgt: ‘Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer’.

Op een neutrale houding van de journalistiek waarbij iedereen aan het woord komt heeft Klöpping naar mijn idee terechte kritiek. Hij zegt: ‘Het blijven streven naar neutraliteit van kranten en talkshows is een ziekte geworden. Zelfs de antijournalistieke sentimenten van antivaxers en FVD-hitsers krijgen eindeloos zuurstof door er objectief over te berichten. In plaats daarvan zouden media ook stelling kunnen nemen: wij vinden dat het verdacht maken van de journalistiek als geheel niet thuishoort in onze krant of uitzending. Of wij geloven erin dat iedereen die het kan, zich moet laten vaccineren. Of wij geloven dat mensen klimaatverandering veroorzaken en dat hard ingrijpen nodig is om de aarde leefbaar te houden.’

Staps noemt de kritiek van Klöpping ‘humbug‘. Maar opvallend is dat hij in zijn reactie voorbijgaat aan de kern van Klöppings kritiek en zich ertoe beperkt te scoren op ondergeschikte punten. Zoals gezegd, Klöppings kritiek is verre van ideaal. Zijn kritiek op de journalistiek verdient een betere onderbouwing met andere accenten. Maar in de kern is zijn kritiek zinvol en slaat de spijker op de kop.

In genoemd commentaar van 4 december 2021 verwees ik naar Dana Milbank die vorige week vrijdag 3 december in een column in The Washington Post min of meer hetzelfde zegt als Klöpping. Niet over de Nederlandse, maar over de Amerikaanse journalistiek. Namelijk dat journalisten medeplichtigen zijn aan de moord op de democratie: ‘My colleagues in the media are serving as accessories to the murder of democracy‘. Het valt Milbank op dat de media president Biden harder aanvallen dan voormalig president Trump, terwijl volgens hem de eerste veel minder redenen heeft om kritiek te krijgen. Er is blijkbaar een ander mechanisme werkzaam dat de journalistiek in haar greep heeft en afleidt van haar taken.

Er zijn accentverschillen, want de medeplichtigheid van journalisten aan de moord op de democratie is niet bij alle media identiek en even bezield en ernstig. Er zijn ook voorbeeldige media die hun taak prima uitvoeren. In de kern lijkt het tekort van de huidige journalistiek te draaien om de taakopvatting van journalisten. Die wordt in een defensieve reflex en vanuit een zekere hoogmoed verwoord door Staps en komt erop neer dat beroepsbekwaamheid, respect voor de feiten en het werken volgens een beroepscode (Code van Bordeaux) voldoende zijn om journalistiek te bedrijven.

Klöpping en ook Milbank voegen daar een morele dimensie aan toe die Staps mist. Moreel in de betekenis van geestelijke weerbaarheid, moed en strijdlust. Milbank concludeert: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een ​​standpunt in te nemen’. Het is de hersenloze neutraliteit van journalisten die Klöpping aan de orde stelt en waarvan Staps niet eens lijkt te beseffen dat het een probleem is, maar hij notabene als verdienste ziet.

Mogelijk worden die uiteenlopende opvattingen over wat de taak van de journalistiek is extra op scherp gesteld door een generatieconflict tussen ‘de oude hap’ die is geschoold in de traditionele journalistiek van de vorige eeuw en daarmee doordesemd is en de nieuwkomers die interdisciplinair en intermediair zijn en de journalistiek als mengvorm zien.

Uiteraard moeten journalisten naar alle kanten toe sceptisch en onafhankelijk zijn. Dat kan door zich duidelijk bewust te zijn van de eigen positie en die steeds weer te benoemen. Niet als verantwoording, maar als verheldering. Essentieel is dat journalisten zich in tijden waarin rechts-populisme in opkomst is en de democratie bedreigt laten kennen als expliciete aanhangers van de democratie. Dat ontbreekt er tot nu toe aan. Het is de uitdaging voor de hedendaagse journalistiek om een en ander te combineren.

Ook Nederlandse journalisten zijn medeplichtig aan de moord op de democratie

Schermafbeelding van deel columnThe media treats Biden as badly as — or worse than — Trump. Here’s proof‘ van Dana Milbank in The Washington Post, 4 december 2021.

Het is een oud, welbekend probleem. Journalisten zijn de doodgravers van de democratie, maar door een gebrek aan zelfkennis ontkennen ze dat. Ze zouden ‘objectief’ verslag doen. Als ze trouwens al door anderen ter verantwoording worden geroepen. Journalisten zouden boven kritiek staan. Objectieve analyse ontbreekt of komt niet buiten het wetenschappelijke domein.

In Nederland hebben de media Geert Wilders en Thierry Baudet groot helpen maken. Pas toen deze ultra-rechtse politici eenmaal groot waren gingen sommige journalisten zich achter de oren krabben over wat ze hadden helpen aanrichten. Hadden ze de middenweg gemist tussen het cordon sanitaire en de rode loper? Maar zelfs nu krijgen deze ultra-rechtse politici en hun partijgenoten als Pepijn van Houwelingen, Freek Jansen of Gideon van Meijeren die de meest extreme uitingen doen die tegen de rechtsstaat en de democratie ingaan volop media-aandacht.

Media zoals De Correspondent of De Groene Amsterdammer hebben wel de journalistieke ambitie om door onderzoek achter de schone schijn van ultra-rechts te kijken, maar voor de publieke opinie zijn ze marginaal en weinig invloedrijk. Af en toe komen de gevestigde media met onderzoeksartikelen of scherpe analyses die dat ook beogen, maar dat blijven incidenten met weinig blijvende waarde.

Andere journalisten hadden zelfs dit zelfbesef achteraf niet. Als types als Jort Kelder of Wierd Duk die de rode lopen uitrollen voor ultra-rechts al journalist kunnen worden genoemd en niet politieke activisten die zich de uiterlijkheden van de journalist aanmeten. Ze worden aanvaard binnen hun beroepsgroep en het publiek ziet hen als journalist.

Schermafbeelding van een diagram over het vertrouwen in journalisten dat in Nederland met 30% betrekkelijk hoog is. In: GLOBAL TRUSTWORTHINESS INDEX 2021 van Ipsos, oktober 2021.

Wie op dit moment de Nederlandse kranten leest of naar nieuwsrubrieken als Op1 of Nieuwsuur kijkt kan niet anders dan concluderen dat premier Rutte en minister De Jonge, de partijleiders Kaag, Hoekstra en Segers door de media tot schietschijf zijn gemaakt. Ze krijgen dagelijks van alle kanten volop kritiek. Het lijkt onderhand op een kruistocht tegen de middenpartijen. Wat willen de journalisten aantonen die daar aan meewerken en beseffen ze wel waar ze mee bezig zijn?

Het is niet dat deze politici door respectievelijk een ondoelmatige en chaotische aanpak van de COVID-19 pandemie en de verprutste en onprofessionele werkwijze in de formatie geen kritiek verdienen. Dat verdienen ze ten volle. De generatie politici die nu aan de bal is blinkt niet uit in kwaliteit. Het punt is dat de media geen objectief, omvattend beeld geven van de omgeving waarin deze politici opereren.

Journalisten zeggen zich neutraal op te stellen door de standpunten van alle kanten aan bod te laten komen. Dat is een valkuil waar ze intuimelen en ze zich weliswaar onwillekeurig van bewust zijn, maar toch geen passend antwoord op weten. Nog steeds niet na vijf jaar desinformatie door populistische politici. In het tijdperk waarin ultra-rechtse politici desinformatie en leugens hanteren als politiek middel om hun opponenten en de waarheid te ondermijnen, zichzelf electoraal te positioneren en politiek als middel zien om geld uit te halen (Trump, Baudet), werkt die benadering van vermeende onzijdigheid niet meer.

Politieke journalisten staan liever routinematig met verkeerde, dan hulpeloos met lege handen.

In een column voor de Washington Post gaat Dana Milbank in op de houding van de media tegenover de politiek. Hij onderbouwt de stelling dat de media president Biden slechter behandelen dan ze voormalig president Trump behandelden. Hij concludeert aan de hand van een analyse van meer dan 200.000 artikel dat waarmee ik begon: ‘Mijn collega’s in de media zijn medeplichtig aan de moord op de democratie‘.

Het beleid rechtvaardigt dat niet. De aanpak van voormalig president Trump van de pandemie was rampzalig en kostte velen onnodig het leven. President Biden heeft op de puinhopen van Trumps aanpak het probleem van de besmettingen doelmatig aangepakt. Maar nog meer dan in Nederland zetten om politieke redenen anti-vaxxers hun lichaam in om het vaccinatiebeleid van de zittende regering te ondermijnen. Daar doen in beide landen journalisten niet goed verslag van. Of ze durven niet of ze willen niet of wat erger is, ze zien het niet.

Er is meer in Trumps beleid dat de toets der kritiek niet kon doorstaan en Biden beter doet. Zoals belangrijke wetgeving die Biden succesvol door het congres loodst. In de media is dat niet terug te vinden in de verslaggeving. Zo krijgt de deconstructivist Trump een positievere pers dan Biden die zich constructief opstelt. Journalistiek is de omkering van waarden geworden.

Hoe dat komt verklaart Milbank zo: ‘Ik vermoed dat mijn collega’s in de media het slachtoffer zijn geworden van onze asymmetrische politiek. Biden regeert volgens traditionele normen, terwijl de Republikeinen een schokkende campagne voeren om hem te delegitimeren met de ene verzonnen aanklacht na de andere. Deze week dreigden de Republikeinen met een sluiting van de regering om de vaccinmandaten van Biden te blokkeren, na een jaar van inspanningen om vaccinatie te ontmoedigen. Maar, ongelooflijk, ze geven Biden tegelijkertijd de schuld van sterfgevallen door coronavirus – sterfgevallen die bijna volledig voorkomen onder niet-gevaccineerden,’

Milbanks concludeert over de Amerikaanse media wat in mindere mate ook geldt voor de Nederlandse media. In Nederland staat nog niet het voortbestaan van de democratie op het spel zoals in de VS, maar wel de sociale cohesie en de geloofwaardigheid van de politiek: ‘Te veel journalisten zitten gevangen in een hersenloze neutraliteit tussen democratie en haar saboteurs, tussen feit en fictie. Het is tijd om een standpunt in te nemen.’

Cenk Uygur voorspelt dat Trumps beroving van de VS niet slaagt

In Nederlandse media werd het als een fout en inschattingsfout voorgesteld toen Hillary Clinton in september 2016 in de campagne zei dat meer dan de helft van de Trump-kiezers deplorables waren. Beklagenswaardige mensen. Zij nam deze uitspraak om strategische redenen terug. Maar het was een uitspraak die juist was en waarmee Clinton bij uitzondering uit haar comfort zone kwam. Het was onverstandig van haar om erop terug te komen. Statistieken tonen aan dat de helft van de Trump-kiezers vol onverdraagzaamheid en vooroordelen zit over onder meer ras en moslims, aldus Dana Milbank in een column voor The Washington Post.

Het is die andere helft van Trumps aanhang die verder denkt en op wie Cenk Uygur zijn inschatting baseert dat 75% van de Amerikanen zich na verloop van tijd tegen president Trump zal keren. Samen met de kiezers op de Democratische partij. Nu al heeft Trump historisch lage populariteitscijfers. Naar verwachting breekt die fase in 2018 aan als voor iedereen duidelijk is wat hij uitvreet. Trump is nu al de kluit aan het belazeren door belofte op belofte te breken. En dat totaal niet te verbergen. Hij benoemt in zijn kabinet miljonairs en miljardairs uit het bedrijfsleven die niet samenspannen met het establishment zoals Trump zei over Clinton, maar die het establishment zijn. Hoe slaat dat terug op de deplorables die door Trump gevoed zullen blijven worden in hun racisme en op de meer gematigde kiezer die Trump werkelijk op zijn woord nemen? Trump kan niet anders dan ontsporen in bedrog, zelfoverschatting en tegenstrijdigheden. Zo leert een deel wensdenken en een deel politieke realiteitszin. Vraag is alleen wie hem over zo’n twee jaar de rekening presenteert.

Hopelijk gaat dan het debat over de opkomst van het populisme liggen dat nu de Westerse media teistert. En waarover iedereen bij gebrek aan overeenstemming over de oorzaken weer wat anders beweert. Populisten kunnen het beste verslagen worden door hun eigen tegenstrijdigheden. En door te wijzen op hun povere beleid en resultaten. In Trump komen deze kenmerken van het populisme perfect samen. Zaak is dat media kritisch blijven en niet meegezogen worden in de vermenging van politiek en bedrijfsleven, en dat andere politieke partijen zich tot pleitbezorger maken van de kiezers die door Trump in de steek worden gelaten.