George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cyberwar

Science fiction van zelfverklaard Rusland-deskundige en handelaar in desinformatie Marie-Thérèse ter Haar

with 5 comments

De toelichting van Café Weltschmerz geeft aan waar men de waarheid van Marie-Thérèse ter Haar moet zoeken, namelijk in de science fiction. Café Weltschmerz: ‘Zij woont deels in Nederland, deels in Rusland.’ Dat is fysiek onmogelijk. De waarheid van Ter Haar is de waarheid van Star Trek: ‘Beam me up, Скотти.’ Alle logica verdwijnt als ze haar mening geeft. Dat is tragisch en kluchtig tegelijk. Mijn reactie bij de video.

Nog los van alle aan- en opmerkingen die op de mening en de weergave van de feiten door Marie-Thérèse ter Haar mogelijk is, is het hoofdbezwaar tegen haar reconstructie en stellingname dat zij Russofobie verwart met fobie voor de huidige machthebbers in het Kremlin.

De angst voor de veiligheidspolitiek van het Kremlin bestaat in Nederland bij een groot deel van de bevolking op een instinctieve manier na de schending van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne door de bezetting in 2014 van de Krim door de Russische Federatie die in UNGA-resolutie 68/262 op 27 maart 2014 met 100 stemmen voor werd veroordeeld. Die angst en verontwaardiging werd verhevigd door het neerschieten van de MH17 op 17 juli 2014 waarbij 193 Nederlanders werden gedood. Volgens het tot nu toe meest geloofwaardige en plausibele scenario van het onderzoeksteam JIT werd de raket waarmee de MH17 werd neergehaald afgeschoten door een regulier onderdeel van het Russische leger, te weten de 53ste Luchtafweer Raket Brigade uit Koersk. Het Kremlin heeft voor deze daad waarvoor de politieke leiding verantwoordelijk is tot nu toe geen verontschuldigingen aangeboden.

De inmenging van het Kremlin in de Amerikaanse verkiezingen van 2016 zoals die onlangs in het rapport van speciale aanklager Robert Mueller uiteen werd gezet heeft wellicht niet de angst voor, maar wel de boosheid op het Kremlin vergroot. Met dezelfde soort inmenging in de publieke opinie in de aanloop naar verkiezingen van Europese landen als Duitsland en Frankrijk heeft het Kremlin zich ongevraagd opgedrongen en niet populair gemaakt. Nederland kende in 2018 met de bizarre episode van de vier Russische spionnen van de militaire inlichtingendienst GRU die op heterdaad werden betrapt bij de OPCW een inmenging van het Kremlin die evenmin de beeldvorming over het Kremlin bij het grote publiek positief beïnvloedde.

Bij de Nederlandse bevolking, de Nederlandse media of Nederlandse bedrijven bestaat desondanks geen angst voor de Russische Federatie of de inwoners ervan. De politieke en culturele afstand is daarvoor gewoonweg te groot. Russen in Nederland vormen geen factor van betekenis. Het is eerder omgekeerd, de Nederlandse regering en het Nederlands bedrijfsleven (Shell, Gasunie) steunen samen met Duitse regering en bedrijfsleven ondanks de retoriek en de beeldvorming die anders suggereren tegen bestaand EU-beleid de aanleg van de gaspijplijn Nord Stream II waarin het door de Russische staat gecontroleerde Gazprom een meerderheidsbelang heeft. Nederlandse media reageren daar weinig kritisch op. Maar tegen alle logica en beleidsafspraken van het Third Energy Package van de EU in wordt hiermee wel de energieonafhankelijkheid van de EU van het Kremlin vergroot.

Russofobie of een verhoogde gevoeligheid voor de dreiging met geweld door het Kremlin bestaat vooral in landen die in het recente verleden onder het geweld van de Sovjet-Unie (tot 1991) of de Russische Federatie hebben geleden. Vooral in Polen (Katyn), de Baltische staten of Tsjechië. Oekraïne heeft zich door de invasie van speciale troepen van de Russische Federatie in Oost-Oekraïne sinds 2014 in dat rijtje geschaard.

In Nederland bestaat geen fobie jegens de Russische Federatie, Rusland of de Russen, maar eerder een welwillende en barmhartige houding jegens de Russen die slachtoffer zijn van en in gijzeling zijn genomen door de machthebbers in het Kremlin. In de Russische Federatie bestaan geen vrije, eerlijke verkiezingen en kunnen zoals in democratieën de machtshebbers niet naar huis gestuurd worden. Opponenten als Alexei Navalny of Mikhail Kasyanov worden uitgesloten van het electorale proces. Als Nederlanders deze feiten al paraat hebben, dan hebben ze eerder medelijden dan vrees voor de Russen die dit lijdzaam moeten ondergaan. De macht in het Kremlin wordt steeds autoritairder, terwijl de inwoners minder welzijn, minder economische voorspoed, minder vrijheden en minder alternatieven hebben om zich uit te spreken. Als er al angst in Nederland bestaat, dan is dat geen angst voor het Russische volk, maar voor de macht in het Kremlin die een veiligheidspolitiek bedrijft die de Europese veiligheid onnodig en ongevraagd onder druk zet.

Advertenties

Jamieson stelt in ‘Cyberwar’ dat Trump zonder hulp van Kremlin de verkiezingen niet had gewonnen. Analyse van Mayer in New Yorker

with 4 comments

Jane Mayer gaat in een uitgebreid artikel in The New Yorker in op de vraag of president Trump zonder hulp van de Russen de presidentsverkiezingen in 2016 had gewonnen en haar antwoord is ontkennend. Trump heeft uitsluitend door manipulatie van de Russen kunnen winnen. Mayer baseert zich op het boekCyberwar: How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President—What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van hoogleraar communicatie Kathleen Hall Jamieson dat op 18 oktober 2018 verschijnt bij Oxford University Press, twee weken voor de tussentijdse Congres-verkiezingen. Mayer beeldt Jamieson af als een neutrale en onpartijdige wetenschapper die zich uitsluitend baseert op feiten en nauwgezet forensisch onderzoek heeft gedaan.

Pikant is de rol van voormalig FBI-directeur James Comey die vlak voor de verkiezingen met beschuldigingen over Hillary Clinton naar buiten kwam. Dit was zonder precedent omdat de FBI zich hiermee actief in de verkiezingen mengde en omdat minister van Justitie Loretta Lynch door Comey werd gepasseerd. Volgens analisten heeft Comey’s interventie Trump de overwinning opgeleverd in swingstates Michigan, Pennsylvania, Wisconsin en Florida waardoor hij met een kleine marge van 80.000 stemmen het Electoral College won, ondanks de bijna 3 miljoen stemmen meer stemmen voor Clinton. De ironie is dat Comey die een grote bijdrage geleverd zou hebben aan Trumps overwinning in 2017 door hem ontslagen werd. Waarom Comey zo opvallend buiten zijn boekje handelde in oktober 2016 beschrijft Mayer. Comey zou zich gebaseerd hebben op valse informatie van de Russen die door de inlichtingendiensten tijdig als vals was ontmaskerd, maar ondanks dat gehandeld hebben vanwege de optiek in de verkiezingsstrijd van deze Russische desinformatie.

Mayer laat wetenschappers en opinie-leiders aan het woord die betwijfelen of de Russen de verkiezingen doorslaggevend ten gunste van Trump hebben beïnvloed. Niemand betwijfelt overigens dat de Russen zich gemengd hebben in de verkiezingsstrijd ten gunste van Trump. Jamieson lijkt dit als enige nauwgezet bestudeerd te hebben, terwijl anderen eerder een houding hebben van ‘we zullen het nooit kunnen weten’. Mayer wijst ook op data van onder meer Facebook die nog niet zijn vrijgegeven en Jamiesons theorie verder zouden kunnen onderbouwen. Uiteraard roept dit de vraag op hoe legitiem Trumps presidentschap is als hij tegen de grondwet in door een buitenlandse macht aan het presidentschap is geholpen. Die vraag komt met de publicatie van Jamiesons boek ‘Cyberwar’ vermoedelijk weer centraal in het publieke debat te staan.

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Foto 2: Schermafbeelding van omslag van boekCyberwar; How Russian Hackers and Trolls Helped Elect a President – What We Don’t, Can’t, and Do Know’ van Kathleen Hall Jamieson. Verschijnt op 18 oktober 2018 (verwachting) bij Oxford University Press.

Foto 3: Schermafbeelding van passage uit artikelHow Russia Helped Swing the Election for Trump’ van Jane Mayer in The New Yorker (

Arrestatie uit 2016 van FSB-kolonel Mikhailov direct gerelateerd aan Russische inmenging in Amerikaanse presidentsverkiezingen

with 3 comments

Rachel Maddow besteedt aandacht aan de arrestatie van FSB-kolonel Sergei Mikhailov op 5 december 2016. Hij werd een jaar geleden gearresteeerd samen met drie vermeende handlangers: zijn assistent Dmitri Dokuchayev, voormalige medewerker Ruslan Stoyanov van het Russische softwarebedrijf Kaspersky Lab en internetondernemer Georgi Fomchenkov. The Moscow Times geeft de details in een bericht van 5 december 2017. De arrestatie zou in verband staan met de hack van de Democratische partij (DNC) in 2016 door Russische hackers die gelieerd waren met twee concurrerende Russische inlichtingendiensten, respectievelijk de FSB en de GRU. De eerste hack zou ongemerkt zijn verlopen, maar die door de GRU zou slapende honden hebben wakker gemaakt. De vier verdachten worden al een jaar in geïsoleerde hechtenis gehouden.

De Russische inmenging bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 wordt doorgaans vanuit het Amerikaanse perspectief beredeneerd. Dat speelt dan op het niveau van wie deed wat, wie wist wanneer wat en wie communiceerde met wie. Er lopen onderzoeken van diverse commissies van het Congres en speciale aanklager Robert Mueller zit het Team Trump dicht op de hielen in het ontrafelen van wat voor, tijdens en na de campagne is gebeurd. Maar ook van het in kaart brengen van de obstructie vanuit Trumps Witte Huis om het onderzoek tegen te werken. Tegen de grondwet in. Met de arrestatie en detentie van Sergei Mikhailov is het perspectief omgedraaid en wordt de vraag geactualiseerd over de details van de Russische betrokkenheid.

Rachel Maddow refereert aan een artikel van de Russischtalige The Bell, een website die wordt geleid door Liza Osetinskaya. Het is onduidelijk door wie het wordt gefinancierd. De aanvraag voor toezending van een nieuwsbrief toont een adres in Berkeley, California. Maddow beweert in navolging van The Bell dat de vier mannen werden gearresteerd omdat ‘zij de Russische bronnen waren die Amerikaanse inlichtingendiensten vorig jaar aan bewijsmateriaal hielpen’ bij het aantonen van de Russische betrokkenheid bij de hack van de DNC. The Bell concludeerde dat uit gesprekken met mensen uit de omgeving van de vier gearresteerden. Een artikel van The New York Times van 25 januari 2017 oppert de mogelijkheid dat de arrestaties moesten verhinderen dat er nog langer informatie uit de Russische Federatie kwam over de Russische hack van de DNC.

Maar onweerlegbaar bewijs wordt niet gegeven. Niet door de journalistiek en al helemaal niet door landen die elkaar beloeren en in de gaten houden. Dat is precies het probleem bij het vaststellen van dit soort operaties die zich afspelen in de sfeer van de inlichtingendiensten. Landen willen hun informatiepositie en werkwijze niet verraden en komen niet altijd met de meest directe bewijzen naar buiten. Rapporten, zoals dat van 6 januari 2017 van het bedrijf CrowdStrike in opdracht van de Amerikaanse DNI, spelen een rol in het publieke debat met een gekuiste publieksversie waaruit de meest gevoelige en meest expliciete informatie verwijderd is. Het publieke en openbare politieke debat moet het vervolgens doen met ondersteunend, indirect bewijs. Vermoedens, waarschijnlijkheden, aannames, oordelen en de samenhang van gebeurtenissen die zo specifiek en uniek is dat die met een bepaalde logica en doelstelling uitsluitend tot een specifieke bron te herleiden is.

Rachel Maddow stelt zich twee vragen over de arrestatie van Sergei Mikhailov. Als het Kremlin zoals het steevast beweert niets met de inmenging in de Amerikaanse verkiezingen te maken zou hebben, waarom sluit het dan een FSB-kolonel op die de Amerikaanse inlichtingendiensten informatie had gegeven over de aanval van de Russische Federatie op de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016? Mikhailovs arrestatie is de rook en de Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen het vuur. De arrestatie is er de bevestiging van dat de informatie die Mikhailov aan de Amerikanen heeft gegeven juist was. Zonder dat we de details te weten komen. En Maddow vraagt zich af waarom het Kremlin wil dat deze informatie nu naar buiten komt. Wat is het belang van de Russische regering om nu informatie ‘door te laten’ waaruit blijkt dat het Trump heeft geholpen de verkiezingen te winnen? Het antwoord ligt voor de hand. Het verder vergroten van de chaos en verdeeldheid in Washington en het verder ondermijnen van de legitimiteit van Trumps presidentschap.

Nederlandse overheid beseft urgentie van cybersecurity en cybercrime niet

with one comment

De wereldvreemdheid van de Nederlandse overheid en politiek is immens. Het doet er alles aan om te suggereren dat Nederland een eiland is. Neem het onderwerp cyberveiligheid. Afgelopen woensdag 13 september hield Director of National Intelligence Dan Coats een toespraak op de Billington Cybersecurity Summit in Washington. Hij schetst een beeld van bedreigingen van de kritische infrastructuur of het hacken van bedrijfsnetwerken van de Amerikaanse defensie-industrie en technologiebedrijven. Tegelijk verdedigde hij zich tegen zijn voorganger James Clapper (‘former officials’) die kritisch is op de aanpak van cyberveiligheid door de regering-Trump en houdt hij een pleidooi voor hechte samenwerking met het bedrijfsleven.

Of de Amerikaanse regering goed, niet goed genoeg of verkeerd bezig is valt te bezien, maar in elk geval zegt Coats de ernst van de dreiging van landen als de Russische Federatie, China, Iran of Noord-Korea te beseffen. Zijn waarschuwing is duidelijk: ‘We have not experienced yet a catastrophic attack. But I think everyone in this room is fully aware of the ever-growing threat to our security.’ De klap kan elke moment komen, in elk land. Ook in Nederland. Overigens is de Amerikaanse overheid niet alleen in de verdediging, maar valt het andere landen aan, zoals de geschiedenis met het Israëlisch-Amerikaanse Stuxnet verduidelijkt. In 2009 werd met fataal gevolg een virus geplaatst in ultracentrifuges die deel uitmaakten van de Iraanse nucleaire industrie.

Nog in juni 2017 was er de kwaadaardige software van het Petya-virus die was bedoeld om de Oekraïense economie schade toe te brengen. Het verspreidde zich door heel Europa en bracht vele bedrijven schade toe. Terwijl de aanval niet eens op die bedrijven was gericht. Gezien de sinds 2014 woedende oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die niet alleen op het slagveld in Oost-Oekraïne, maar ook in de publiciteit en de digitale wereld wordt uitgevochten bestaat het sterke vermoeden dat het virus met medewerking van het Kremlin vanuit de Russische Federatie werd verspreid. Als het tegen een NATO-lid was gericht en er cruciale schade aan de infrastructuur van betreffend land was aangebracht, dan had het als een oorlogsdaad opgevat kunnen worden dat artikel 5 in werking zette. Een voor allen, allen voor een. Zonder dat een aanval op Nederland is gericht kan ons land door een digitale aanval dus in een oorlog betrokken worden.

Cyberveiligheid is niet hetzelfde als cybercriminaliteit, maar er zijn raakvlakken. Terroristen hebben vaak vanuit hun verleden contact met criminele netwerken opgebouwd. Dat geldt voor een land als de Russische Federatie waar directe lijnen lopen van overheid naar maffia. Ook in de VS is dat het geval waar president Trump voor zijn vastgoedprojecten contacten had met de Russische (Semjon Mogilevitsj) en de Russisch-Amerikaanse maffia (Felix Sater). Overheidsdiensten moeten nauw samenwerken om de digitale dreiging te weerstaan. Want elke zwakke plek wordt opgezocht en kan worden afgestraft. De gevolgen kunnen desastreus zijn. Bovenwereld en onderwereld, criminaliteit en traditionele oorlogsvoering zijn vermengd geraakt.

Is Nederland er klaar voor en beseft het de urgentie van de situatie? Nee, het lijkt er in de verste verte niet op. Gerrit van der Burg is als voorzitter van het College van procureurs-generaal specifiek verantwoordelijk voor cybercrime. In die hoedanigheid gaf hij vandaag een interview aan het AD dat de Volkskrant in een bericht samenvat. Er ontstaat een ontluisterend beeld van het OM. ‘We trekken er hard aan, maar we zijn er nog niet klaar voor’ en ‘We zijn van oorsprong geen digitale organisatie’. Nee, allicht niet, geen enkel OM in geen enkel land is van oorsprong een digitale organisatie. De verplichting rust op de leiding van het OM om dat als de wiedeweerga te worden. ‘Het onvoorstelbare wordt voorstelbaar, als het gaat om cybercrime’, zo zegt Van der Burg. Maar wat hij zich nou precies voorstelt blijft raadselachtig. Naar verluidt wil het komende kabinet 25 miljoen euro vrijmaken voor de bestrijding van cybercriminaliteit. Dat is veel te weinig en het komt erg laat.

Foto: ‘Foto: ‘Dutch Visit: Col. Jeff Schilling, of G-5/7, briefs Brig. Gen. Hans Hardenbol, along with Dutch military delegation, during a visit to the Army Cyber Command.‘ Op de site van de U.S. Army Cyber Command/ U.S. 2nd Army is deze foto uit 2012 niet meer terug te vinden, hier wel bij een commentaar.

Rachel Maddow: feiten over de Russische cyberoorlog tijdens de verkiezingscampagne

leave a comment »

Rachel Maddow zet de informatie over de Russische cyberoorlog jegens de VS op een rij en concludeert dat die tot op de dag van vandaag voortduurt. De FBI onderzoekt deze Russische inmenging, maar is hier nog maar pas mee begonnen. Dat terwijl leden van de Russische overheid er vanaf 2013 geen geheim over hebben gemaakt dat ze een digitale nucleaire optie aan het ontwikkelen waren. Maar toen het zich voordeed was de Amerikaanse contraspionage er niet op voorbereid. Maddow hamert erop dat dit niet over partijpolitiek gaat, maar over inmenging van een buitenlandse mogendheid in de Amerikaanse samenleving. Het wordt er explosief op als pro-Trump sites als Breitbart, Infowars van Alex Jones onderdeel en de Trump-campagne onderdeel van die Russische cyberoorlog zouden zijn geweest. Dat moet het onderzoek van de FBI uitwijzen. Die conclusie zou de afzetting van Trump weer een stapje dichterbij brengen.

Surkov Leaks en Glazyev Tapes tonen inmenging Kremlin bij oorlog in Oekraïne aan. Maar Westerse media zwijgen

with 9 comments

In een artikel voor Open Democracy besteedt Andreas Umland aandacht aan de Surkov Leaks en de Glazyev Tapes. Deze hacks tonen de betrokkenheid van het Kremlin bij het organiseren van de opstand in Oost-Oekraïne aan.  Ze weerleggen de suggestie dat het in Oekraïne een burgeroorlog betreft en bevestigen de inmenging en orkestratie van het Kremlin in een heuse Russisch-Oekraïense oorlog. Die alleen in het Westen nauwelijks die naam mag hebben. Vladislav Surkov en Sergey Glazyev zijn beide officieel adviseur van Putin.

De onthullingen tonen de nauwe betrokkenheid van medewerkers van president Putin aan in de aanloop naar de recente ontwikkelingen van februari en maart 2014 in Oekraïne, en kort daarna. Ze maken duidelijk dat de zogenaamde burgeroorlog in de zogenaamde Volksrepublieken Donetsk en Loehansk en op de Krim geen reactie was op de Oekraïense opstand (Euromaidan), maar er aan vooraf ging. Met andere woorden, het was een door het Kremlin met behulp van Russische speciale troepen georganiseerde en op touw gezette geheime operatie die tot bezetting door Russische troepen van grote delen van Oekraïne had moeten leiden. Maar dat mislukte omdat de Russisch sprekende Oekraïeners niet warm liepen voor deze agitatie door het Kremlin. Hun ‘bedreiging’ zou een voorwendsel voor een militaire invasie zijn geweest. De ‘burgeroorlog’ was plan B.

Umland stelt de vraag waarom de lekken in de Westerse media zo weinig aandacht kregen. De wereld gonsde de afgelopen maanden over de door WikiLeaks gelekte Podest Emails die de kansen van Hillary Clinton op het presidentschap hielpen verkleinen. Volgens Amerikaanse inlichtingendiensten een actie waarbij Russische hackers en overheidsdiensten waren betrokken. Westerse media pikten dat gretig op. Maar de Surkov Leaks en de Glazyev Tapes kregen weinig tot geen aandacht. Terwijl ze belastender zijn dan de Podesta Emails.

Het is merkwaardig dat als het lekken betreft die het Kremlin in diskrediet brengen Westerse media zo goed als zwijgen. Een verklaring kan zijn dat Russische veiligheidsdiensten professioneler opereren dan Oekraïense. Ook door het verschil aan middelen en financiën. Of dat bij Westerse establishment media te weinig expertise en menskracht voorhanden zijn om Russisch-talige berichten correct te duiden. Gevoegd bij het feit dat de aandacht ervoor commercieel weinig oplevert. Ook oppert Umland dat het mogelijk is dat een deel van de Oekraïense politiek of overheidsdiensten geen belang heeft bij openheid. Want dat er nog steeds mollen hoog in de Oekraïense politiek en overheid opereren die nog in hoge mate ge-Sovjetiseerd is leidt geen twijfel.

De EU in Brussel en in de hoofdsteden van de EU-lidstaten zou er verstandig aan doen om beter dan nu te beseffen en in het openbaar te erkennen hoe veelomvattend de inmenging van het Kremlin in Oekraïne is. En hoe ondermijnend dat uitpakt. Daardoor kan dit land maar steeds geen goede start maken op weg naar democratisering en hervorming. Deels heeft Oekraïne dat aan zichzelf te wijten, maar deels wordt dat veroorzaakt door de Russische militaire interventies en de Russische inmenging tot op het hoogste niveau in de Oekraïense politiek. De EU moet beseffen dat de afspraken van Minsk niet bedoeld kunnen zijn om een agressor te belonen. Het Kremlin als partij die zegt geen partij te zijn in Oekraïne claimt een speciale status voor de zogenaamde Volksrepublieken die het zelf heeft gecreëerd op het grondgebied van een ander land. Dat is volkenrechtelijk onaanvaardbaar. Zelfs in de pragmatische of neorealistische opvatting van geopolitiek.

Hoe moet Europa reageren op terrorisme? Met vijf overwegingen

with 2 comments

Wat moet de reactie zijn op de aanslag bij Charlie Hebdo die 12 mensen het leven kostte? In grote lijnen zijn er twee soorten reacties: 1) meer restrictieve maatregelen die veiligheid boven alles stellen of 2) het verhogen van de doelmatigheid door aanpak binnen de bestaande (wettelijke) kaders. Deze standpunten worden respectievelijk door de Britse conservatief Timothy Kirkhope en de Duitse Groene Jan Philipp Albrecht in het Europarlement verwoord. Dat meningsverschil concretiseert zich nu op de reisgegevens. De Tweede Kamer is kritisch omdat het oprekken van bevoegdheden niet nodig is voor de bestrijding van het terrorisme.

In een reactie op Geen Stijl (14-01; 12:22) verwoordde ik dat zo: ‘Feit is dat de politie- en veiligheidsdiensten over grenzen heen niet optimaal samenwerken. Dus zowel binnen Nederland tussen verschillende korpsen als in Europa tussen diverse landen kan de samenwerking verbeterd worden. (..) Het kan binnen de bestaande wettelijke kaders. Zodat zowel veiligheid als privacy gediend worden. Niet alleen Alexander Pechtold van D66, maar ook partijen als de VVD, PvdA en het CDA zijn tegen het eenzijdig vergroten van bevoegdheden van veiligheidsdiensten. (..) Laten de AIVD en politie dus eerst maar eens doelmatiger gaan werken. Want het is een publiek geheim dat de doelmatigheid van de Nederlandse politie schrikbarend laag is. (..) De roep om meer bevoegdheden kan daarom als een vlucht naar voren opgevat worden’ . 

Over de bestrijding van het terrorisme is de afgelopen week in de publiciteit, op scholen en werkplekken en in kroegen het nodige gezegd. Uit alles blijkt dat het een gecompliceerd vraagstuk is dat om een brede aanpak vraagt. Ik zet wat observaties op een rij in een zich van dag tot dag ontwikkelend verhaal:

1) Terrorisme moet breder geïnterpreteerd worden dan moslimgeweld tegen het Westen. Met als doel een beleidsaanpassing  dient eronder ook staatsterrorisme, terrorisme door Westerse landen of terrorisme door niet-moslims in Westerse landen begrepen te worden. Het parlement moet het voortouw nemen. Zie hier.

2) Bestrijding van terrorisme kan binnen bestaande wettelijke kaders door betere samenwerking tussen veiligheidsdiensten, gelijkschakeling van standaarden en het vergroten van doelmatigheid. De samenwerking   staat haaks op het pleidooi om de veiligheidsdiensten meer bevoegdheden te geven wat hun autonomie laat toenemen. Deze moet juist verkleind worden tot een niveau dat parlementaire controle erop vergemakkelijkt.

3) Veiligheid en burgerrechten (privacy) zijn niet in tegenstelling met elkaar, maar wel in continue onderlinge afweging. In Nederland zijn beide aspecten nu vertegenwoordigd in het ministerie van Veiligheid en Justitie, maar dat is ongewenst omdat er dan geen twee partijen zijn voor een gelijkwaardige afweging. Daarom moet er weer een apart ministerie van Justitie komen. Veiligheid kan voortaan ondergebracht worden in een nieuw ministerie van Binnenlandse Veiligheid dat politie, territoriale verdediging van kwetsbare objecten (inclusief cyberoorlog en digitale verdediging) en de veiligheidsdienst AIVD omvat.

4) De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, maar wordt uitsluitend beperkt door de wet. De wet is de enige neutrale plek waar burgers van de pluriforme samenleving elkaar kunnen verstaan. Uitingen van religies zoals in zogenaamde heilige geschriften dienen als fictie (literatuur) en niet als non-fictie (geschiedenis, ‘waargebeurd’) beoordeeld te worden. Want religie is een menselijke constructie totdat het tegendeel bewezen is. Een beroep op goede smaak en fatsoen bij het beoordelen van religiekritiek is individueel bepaald en daarom niet bruikbaar om mensen te verbinden. Een beroep op fatsoen en beschaving of het idee dat religie een uitzondering is die ontzien dient te worden compliceert en verduistert de toetsing aan de wet.

5) Een levendig publiek debat hoort bij een open samenleving die burgers niet op voorhand inperkt. Functie van alle vormen van maatschappelijke kritiek is dat het de vanzelfsprekendheid van de macht ter discussie stelt. Zodat een samenleving de tegenkrachten een kans geeft. Via onderwijs moet gezorgd worden dat alle maatschappelijke geledingen gekwalificeerd zijn om actief en op niveau aan dat debat bij te dragen. De monotheïstische wereldgodsdiensten met hun missie en marketing bezitten een grote politieke macht waarvan het vanwege het politieke evenwicht nodig is dat deze bevraagd wordt. De enige grond voor extra juridische bescherming is de kwetsbaarheid en zwakte van groeperingen om deel te nemen aan het publieke debat, zoals hoogbejaarden, geestelijk gehandicapten, laagopgeleiden, chronisch zieken en kinderen.