George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuurnota

Cultuurnota ‘Kunst Kleurt de Stad’ van de gemeente Utrecht bevat weeffout omdat het een waardeoordeel over kunst geeft

with one comment

In juli 2019 verscheen de Cultuurnota 2021-2024 ‘Kunst Kleurt de Stad’ van de gemeente Utrecht. In een commentaar van 3 juli 2019 toonde ik begrip voor de kritiek van Henk Westbroek over het Berlijnplein in stadswijk Leidsche Rijn. Hij sprak over ‘stadskunst‘. Mijn slotsom: ‘Het stadsbestuur moet wegblijven van de inhoud. Ook indirect via organisaties die het subsidieert’. In een toelichting op de Cultuurnota heeft de verantwoordelijke wethouder Anke Klein het over aanmoedigen en gedragsbeïnvloeding van kunstenaars. ‘Nudging’ dus, dat middel uit de timmerkist van hedendaagse bestuurders dat de inhoud bepaalt onder het mom dat die uitsluitend voortkomt uit het gedrag van de burgers. Dat is een valse voorstelling van zaken. Klein doet in de Cultuurnota niet aan ‘nudging’, maar aan sturing via beleidsmaatregelen. Mijn commentaar bij het artikelNieuwe cultuurnota Utrecht: ‘We moedigen de culturele sector aan buiten de lijntjes te kleuren’:

De Cultuurnota bevat in de kern een weeffout. Het blijkt voor het stadsbestuur een lastige opgave om tegelijk aan de zijlijn te staan en tegelijk te willen sturen. De fout die wethouder Klein maakt is dat ze zich niet terughoudend opstelt. Ze wil de kunst gebruiken om de samenleving te veranderen, of die een afspiegeling van de samenleving te laten zijn. Maar hiermee rekt ze haar mandaat op. Dat is niet haar taak.

Als vanouds is in het Nederlands openbaar bestuur het adagium van Thorbecke leidend: ‘De kunst is geene regeringszaak, in zooverre de Regering geen oordeel, noch eenig gezag heeft op het gebied der kunst.’ Ofwel, de overheid moet de kunst steunen, maar er geen waardeoordeel over geven.

Wie de Cultuurnota leest struikelt over de waardeoordelen en de sturing. Dat bracht Henk Westbroek in een uitgesproken column onlangs tot de terechte vraag of hier geen sprake is van ‘stadskunst’. Daar lijkt het sterk op. Dat is ongelukkig en ongewenst. Het stadsbestuur wil blijkbaar zo graag het goede doen, dan het het foute doet. Het stadsbestuur dient de voorwaarden voor kunst te scheppen, maar zich te onthouden van oordelen.

In hoofdstuk 1.3.2. over ‘een inclusieve cultuursector’ staat zo’n oordeel dat in tegenspraak is met de opvatting van Thorbecke: ‘Met zo’n grote diversiteit is het, in een stad die bovendien groeit, de uitdaging niet uit elkaar te groeien. Kunst en cultuur kunnen daarbij een rol spelen, juist door verbindingen aan te gaan. Dat maakt inclusiviteit voor deze sector extra belangrijk. Kunst en cultuur zijn bij uitstek in staat alle inwoners van de stad aan te spreken, met verschillende verhalen en cultuurvormen.

De Cultuurnota introduceert verwarring door te spreken over zowel kunst als cultuur. Kunst en cultuur worden op dezelfde hoop gegooid terwijl ze verschillende functies hebben. Dat is een ongelukkige, en ook wel kwaadaardige begripsverwarring en -vervaging. Cultuur verbindt en heeft een sociale component die ingezet kan worden om politieke doelen te bereiken. Maar dat geldt niet in de meest gangbare opvatting over kunst.

Kunst die voor politieke doeleinden wordt gebruikt houdt op kunst te zijn. Wethouder Anke Klein en haar beleidsambtenaren verliezen in deze Cultuurnota de functie van kunst uit het oog. De Cultuurnota maakt kunstenaars onnodig afhankelijk van de gemeentelijke overheid. De Cultuurnota wil de kunst temmen en in lijn met het overheidsbeleid brengen.

Hiermee wordt het voor kunstenaars die afhankelijk zijn van de voorzieningen die door overheidssubsidie worden gerealiseerd lastig gemaakt om zich in alle vrijheid tot die overheid te verhouden Kunstenaars moeten zich voegen in deze Cultuurnota. Het helpt niet als daar ‘onafhankelijke’ beoordelaars tussen worden gezet omdat de overkoepelende en inkaderende Cultuurnota de sturing blijft geven.

Het valt te hopen dat de leden van de Utrechtse gemeenteraad kritische vragen stellen over de Cultuurnota in het besef dat de overheid geen waardeoordeel of sturing moet willen geven aan de kunst, maar dat met deze Cultuurnota wel beoogt. De raad moet beseffen dat de Cultuurnota een weeffout bevat en dient bij zichzelf te rade te gaan of het dat gewenst vindt. Dat is geen debat over links of rechts, of over pro of contra de zittende coalitie. Dit is een debat over de functie van kunst.

Daarnaast bevat de Cultuurnota tegenstrijdige uitgangspunten die met elkaar in tegenspraak zijn. Want hoe kan kunst tegelijk ‘experimenteel’ en ‘voor iedereen’ zijn? Dat is als de kwadratuur van de cirkel, namelijk een vraagstuk dat onoplosbaar is. Wethouder Klein doet met deze Cultuurnota alsof de verschillende doeleinden die met elkaar in tegenspraak zijn verenigbaar zijn.

Of dat voortkomt uit gemakzucht, intellectuele luiheid, een doorgeslagen politiek compromis waardoor geen echte keuzes kunnen worden gemaakt valt te bezien, maar dat maakt voor de weging van de kwaliteit van de Cultuurnota weinig uit. Die bevat een weeffout en deugt niet.

Kunstenaars moeten zelf kunnen uitmaken of ze inclusief, exclusief, excessief, obsessief of passief willen zijn. Daar gaat de overheid niet over en daar moet de overheid zich niet mee willen bemoeien. De overheid moet voorwaarden scheppen. En anders niks.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelNieuwe cultuurnota Utrecht: ‘We moedigen de culturele sector aan buiten de lijntjes te kleuren’’ op DUIC, 16 juli 2019.

Advertenties

College Utrecht geeft filmtheater ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Ondanks onzekerheden over haalbaarheid en financiën

with one comment

Er zit enige beweging in de verhuizing van het ’t Hoogt. Op 31 december 2018 sloot het oudste filmtheater van het land de deuren in de Utrechtse binnenstad. In een commentaar van 13 april 2018 schreef ik: ‘Want hoe logisch is het dat een filmtheater dat al decennia niet meer kan voldoen aan de standaard van een gemiddeld filmtheater de hogere lat van een Podium voor Film en Beeldcultuur wel weet te halen? Of anders gezegd, waarom is die verdieping en verbreding de afgelopen jaren al niet op de huidige locatie voorbereid en uitgevoerd? Het valt dan ook te betwijfelen of een ‘reset’ voor ’t Hoogt de oplossing zal brengen. De beleidsmakers van de gemeente en de subsidiegevers dienen de juiste diagnose te stellen. Aan de hand van de geschiedenis en het karakter van ’t Hoogt kunnen ze proberen te begrijpen wat het scharnierpunt is. Ze kunnen dan ook antwoord op de vraag vinden of een ‘reset’ geen middel is om de huidige malaise te verhullen. Als daarnaast ook nog eens het centrum verlaten wordt waar in Utrecht het meeste publiek en de juiste atmosfeer te vinden is voor arthouses, dan kondigt zich een nieuwe ramp aan.’ In een raadsbrief van 5 februari 2019 geeft wethouder Klein ’t Hoogt het voordeel van de twijfel. Mijn reactie bij het artikel in DUIC:

Het is prima als een gemeentelijke culture instelling subsidie krijgt. Voor ’t Hoogt is dat geregeld in de cultuurnota 2017-2020. De subsidie bedraagt € 410.631 per jaar.

Dat advies zegt: ‘De betekenis van ’t Hoogt komt voornamelijk tot uiting in de nicheprogrammering van kwetsbare films, die een aanvulling vormt op de programmering van commerciële bioscopen in Utrecht. Samen met de educatie-activiteiten en programma’s ontsluit ’t Hoogt op deze manier een bijzonder filmaanbod. Zonder het filmhuis zou een groot aantal films niet op een groot scherm toegankelijk zijn voor het Utrechtse publiek. De adviescommissie vindt dit een onmisbare component van het Utrechtse cultuuraanbod.

Volgens de adviescommissie zit de (meer)waarde van ’t Hoogt in het vertonen van ‘kwetsbare films’ op een groot scherm van een filmtheater. Maar zoals bekend heeft ’t Hoogt de deuren gesloten en is het (voorlopig) geen fysiek theater meer. Zoals dat heet, het is nomadisch en heeft tijdelijk geen vast onderkomen meer. Dat houdt in dat het op dit moment niet kan voldoen aan wat volgens de adviescommissie die tot de jaarlijkse subsidie van € 410.631 leidde de belangrijkste taak is.

Het is voor het draagvlak bij de Utrechtse bevolking niet goed als een culturele instelling subsidie krijgt voor een kerntaak waar het door omstandigheden (tijdelijk) niet aan kan voldoen.

Een en ander roept vragen op over de bestuurlijke kwaliteit van directie en bestuur van ’t Hoogt. Want de sluiting van ’t Hoogt op de locatie ’t Hoogt was al langer bekend en kwam niet uit de lucht vallen. Directie en bestuur hebben nagelaten daar op te anticiperen met een alternatieve, degelijke programmering. Vergelijkbaar met museum Boijmans die ook een bestaande locatie (voor wellicht 7 jaar) moet verlaten en dat zorgvuldig en tijdig heeft voorbereid in het programma ’Boijmans bij de Buren’.

Wie nu zoekt op de site van ’t Hoogt naar voorstellingen ziet dat er in februari 2019 geen en in maart 2019 slechts drie voorstellingen staan geprogrammeerd. Maar niet alleen de slechte voorbereiding van directie en bestuur wekt verwondering, ook de opstelling van het gemeentebestuur. In een raadsbrief van 5 februari 2019 zegt cultuurwethouder Klein over de adviescommissie: ‘De commissie constateert ook dat de organisatie nog stappen moet zetten om dé speler te zijn op het gebied van alle vernieuwende vormen van beeldvertoning en adviseert daar ook tijd voor te nemen in deze transitiefase.’

Tijd nemen? Maar ’t Hoogt heeft al zoveel tijd genomen. Of liever gezegd, tijd laten passeren. Voor een professionele culturele instelling die het eerste filmhuis van Nederland was en al 46 jaar bestaat wordt door het gemeentebestuur de lat wel erg laag gelegd. Waarom neemt het gemeentebestuur ’t Hoogt niet serieuzer?

Directeur Rianne Brouwers lijkt er vanuit te gaan -en dat is ook begrijpelijk vanuit haar functie- dat een haalbaarheidsstudie zal aantonen dat ’t Hoogt op een nieuwe locatie in het Werkspoorgebied levensvatbaar is. Maar als het een objectief, onafhankelijk onderzoek is waarvan het college de aanbevelingen serieus neemt, is het nog maar de vraag of er sluitend ondernemeningsplan uitrolt. Brouwers uitspraak dat de nieuw locatie ‘geografisch in het midden van Utrecht ligt’ doet het ergste vrezen over haar realiteitszin.

De Utrechtse raad heeft vanaf 2010 geworsteld met een andere excentriek gelegen culturele instelling die het moest hebben van (inkomsten uit) bezoek waarvan onderzoeken aantoonden dat die door die ligging niet levensvatbaar was: landhuis Oud Amelisweerd waar het MOA werd gevestigd. College en raad sloegen de waarschuwingen in de wind. Of liever gezegd, ze hoopten dat door onvoorziene omstandigheden het tij zich ten goede zou keren. Maar dat gebeurde niet. In 2018 ging het MOA failliet en werden alle breed uitgemeten waarschuwingen bewaarheid.

Wensdenken kan het zicht op de realiteit vertroebelen. Het gebeurde met het MOA en kan met ’t Hoogt gebeuren. In elk geval als ’t Hoogt de kerntaak van het vertonen van kwetsbare films op een groot scherm wil blijven vervullen die de adviescommissie als onmisbaar ziet.

Het is aan het gemeentebestuur om een goede afweging te maken en de feiten eerlijk te wegen. Op dit moment zijn er nog veel onzekerheden over de levensvatbaarheid en haalbaarheid van ’t Hoogt als publieksinstelling in het Werkspoorgebied.

Weliswaar kan het gemeentebestuur ‘vertrouwen’ uitspreken in ’t Hoogt en hopen dat het de stappen die het nog moet zetten ook werkelijk en op de juiste manier zet, maar de beslissing moet niet bepaald worden door wensdenken, maar door de soliditeit van het ondernemingsplan, inclusief de sterkte van het weerstandsvermogen. Want met het schooien om geld aan het eind van het jaar vanwege een dreigend faillissement verspeelde het MOA bij alle partijen de goodwill die het had. Het zou verstandig zijn dat het college een bijkomende eis stelt en bedingt dat het ondernemingsplan van ’t Hoogt de opbouw van een duurzaam reservefonds vanuit de lopende inkomsten bevat.

Een financiële en bedrijfskundige toets moet daarbij niet alleen kritisch bekeken worden, maar in de politieke besluitvorming beslissend zijn. Het college moet zich in de tussentijd ‘mentaal’ en persoonlijk niet binden en de mentale en politieke afstand nemen voor zowel een negatief als een positief besluit over de subsidie van ’t Hoogt vanaf 2020. Als het haalbaarheidsonderzoek achteraf een wassen neus blijkt te zijn  geweest, of als het college de belangrijkste aanbevelingen ervan niet overneemt, dan beschadigt dat het draagvlak voor kunst en cultuur in Utrecht. Die geloofwaardigheid staat op het spel en gaat verder dan het belang van ’t Hoogt.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelFilmtheater ’t Hoogt verhuist naar pand Central Studios’ op DUIC, 5 februari 2019.

Petitie: ‘Ik steun Metaal Kathedraal; geen geld is geen kunst’. Over cultuur in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn

with 2 comments

mk

De in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn gevestigde Metaal Kathedraal is de petitieIk steun Metaal Kathedraal; geen geld is geen kunst’ gestart. Het had een subsidieaanvraag ingediend bij de gemeente Utrecht voor de cultuurperiode 2017-2020 die positief is beoordeeld zoals uit het advies op p. 80 van het Adviesrapport Cultuurnota 2017-2020 blijkt: ‘De commissie heeft vertrouwen in de potentie van deze broedplaats en adviseert positief over de aanvraag van Metaal Kathedraal.’ Maar omdat het budget overschreden wordt volgt de domper: ‘De aanvraag van de Metaal Kathedraal is door de commissie dusdanig geprioriteerd dat hiermee het budget wordt overschreden. De adviescommissie ziet zich hierdoor genoodzaakt om te adviseren de subsidie niet te verlenen.’ De argumentatie is trouwens onbegrijpelijk door het gebruik van ‘hiermee’.

De Metaal Kathedraal heeft de afwijzing deels aan zichzelf te wijten omdat in de aanvraag waarnaar het verwijst een financiële onderbouwing ontbreekt en het zo de adviescommissie een reden geeft tot afwijzing. Onbegrijpelijk is het dat de adviescommissie de Metaal Kathedraal in een vooradvies blijkbaar niet heeft geadviseerd om de financiële onderbouwing op orde te brengen. De Metaal Kathedraal had 219.612 euro per jaar aangevraagd, werd 100.000 euro toegekend, maar krijgt uiteindelijk niets. Dat wringt en is onverdiend.

In een petitie roept het op om de volledige aangevraagde subsidie of die 100.000 euro toegekend te krijgen. De Metaal Kathedraal zou er verstandig aan doen met een realistische begroting te komen en die alsnog naar de gemeente te sturen. Al is het maar om de slag om de publiciteit te winnen. Het werkt niet om via de petitie, een voorbeeldbrief aan cultuurwethouder Kees Diepeveen en opinie-artikelen op de eigen site een houding van verontwaardiging uit te stralen. Metaal Kathedraal en de afdeling Culturele Zaken van de gemeente Utrecht moeten snel met elkaar rond de tafel gaan zitten. Als het Utrecht serieus is bij het ondersteunen van de cultuur in Leidsche Rijn dan kan het niet om de Metaal Kathedraal heen. Als het niet uit het cultuurbudget kan, dan is er vast wel geld te vinden in andere potjes van economische ontwikkeling of wijkontwikkeling.

Foto: Schermafbeelding van petitieIk steun Metaal Kathedraal; geen geld is geen kunst’ op petities.nl.

Het is niet best gesteld met kunst en cultuur in Best. Mede dankzij de Adviescommissie Beeldende Kunst

with one comment

Best

Meestal wordt D66 gezien als de partij met hart voor kunst en cultuur en de christelijke partijen niet. Soms is het andersom zoals het voorbeeld van de Brabantse gemeente Best leert. Volgens een bericht in ED vindt raadslid Aaldert van der Vlies (Christen Unie) dat de cultuurwethouder ‘blijkbaar geen enkele affiniteit met kunst en cultuur’ heeft. Het ging om de kunst- en cultuurnota 2016 die leest als een scriptie van een middelbare scholier die kwistig gebruik heeft gemaakt van Wikipedia. Verantwoordelijke wethouders zijn Peet van de Loo (kunst: D66) en John Verheijen (cultuur: VVD). Twee voorbeelden uit het onderdeel beeldende kunst waarbij de Adviescommissie Beeldende Kunst betrokken was benadrukken het gelijk van Van der Vlies:

Beeldende kunst is alle kunst waarbij door middel van beeldvorming een boodschap wordt overgedragen van de kunstenaar naar het publiek. Bij beeldende kunst staat dan ook de afbeelding voorop. Deze afbeelding kan een platte vorm (bijvoorbeeld schilderij of foto) of ruimtelijke vorm (bijvoorbeeld een beeldhouwwerk) aannemen. Het zijn visuele uitingen, dat wil zeggen dat het gaat om kunstwerken die je kunt zien. Vormen van beeldende kunst zijn: beeldhouwkunst, schilderkunst, textiele kunst, grafiek, fotografie en film. Ook toegepaste kunst wordt gerekend tot de beeldende kunst. Toegepaste kunst is esthetische vormgeving van functionele voorwerpen zoals gebouwen, meubels, kleding, drukwerk en dergelijke. In tegenstelling tot de niet-functionele, autonome uitingen van beeldende kunst hebben ontwerpen van toegepaste kunst ook een praktisch nut, een functie.’

Zo die zit. Autonome uitingen van beeldende kunst hebben geen praktisch nut. Met andere woorden, volgens de opstellers van dit onderdeel in de kunst- en cultuurnota van de gemeente Best heeft autonome kunst geen praktisch nut en geen functie. Deze paragraaf eindigt met een aantal uitgangspunten waarin de opsteller Adviescommissie Beeldende Kunst adviseert om de Adviescommissie Beeldende Kunst ‘met het oog op de autonome kwaliteit’ te betrekken bij ‘alle zaken aangaande beeldende Kunst toegepaste kunst’ evenals bij ‘nieuwbouwplannen en ontwikkelingsprojecten’ om ‘te onderzoeken of en hoe beeldende kunst op een zinvolle manier kan worden ingepast.’ Zucht. Ook in Best adviseert WC-KunstEend blijkbaar WC-KunstEend.

De passages dwingen tot de omgekeerde conclusie, namelijk om de kwaliteit van kunst in de Best op een hoger peil te brengen is het verstandig om de Adviescommissie Beeldende Kunst er niet in te betrekken. Laat duizend kunstbloemen bloeien in Best en vermijd de clichés van de Adviescommissie Beeldende Kunst. De wethouders verdienen beter advies, en de gemeente een beter opgeschreven en doordacht kunstbeleid.

Foto: ‘Website gemeente Best‘, foto opgenomen op p.13 van de notaCULTUUR & KUNST BEST 2016 EN VERDER’ van de gemeente Best, 2016.

Advies Asscher-Vonk over museumbestel mist urgentie

leave a comment »

Het advies van het vandaag verschenen rapport ‘Musea voor Morgen‘ van de commissie Asscher-Vonk over de toekomst van het museumbestel stelt teleur. Of het komt door de vastgeroestheid van de sector, een gebrek aan verbeelding of interne verdeeldheid en hokjesgeest is de vraag. De commissie werd in juli ingesteld door de Nederlandse Museum Vereniging (NMV) en de Vereniging van Rijksmusea (VRM). Een zinsnede is typerend: ‘De museumsector moet zoeken naar nieuwe vormen van ..‘. In de uitwerking is het weinig verder gekomen dan de opdracht om kansen, samenhang, samenwerking en publieksbereik te onderzoeken. Om die begrippen worden een breedsprakig overzicht en wat intenties gegeven die steunen op slechts enkele bouwstenen.

Er wordt verwezen naar een Museumwet als middel om verantwoordelijkheid te nemen. En te delen. Want: ‘Voor de musea is het van belang dat er een stabiele en permanente basis ontstaat voor hun functioneren. Het gaat erom dat het museale erfgoed wordt beschermd, net zoals monumenten of archieven beschermd worden. Het vastleggen van verantwoordelijkheden en de consequenties daarvan in een Museumwet biedt voor de toekomst houvast aan alle betrokkenen en is een mogelijkheid die onderzocht moet worden.

Verder is het idee interessant dat ‘een groot museum een of meer kleinere satellieten in de regio onder zijn hoede neemt.’ Beide verenigingen zien de noodzaak tot samenwerking: ‘De commissie is van mening dat een verder samengaan van VRM en NMV noodzakelijk is om de rol van de museumwereld als gesprekspartner te kunnen versterken. Op dit moment wordt al veel samengewerkt tussen beide verenigingen. Integratie is een logische volgende stap.’ Het advies komt mogelijk te vroeg om concreet te kunnen zijn. Het is niet te hopen dat er eerst nog musea om moeten vallen voordat de urgentie tot resoluut handelen van de sector doorbreekt.

Foto: Neil Ellis als fietser. The 4th Plinth. Londen, 2010

Raad voor Cultuur mengt zich in debat over toekomst museumbestel

leave a comment »

De Raad voor Cultuur gaat op de moderne toer. Het gaat zogezegd in gesprek met de burger. Omdat het eind dit jaar een advies uitbrengt over het museale bestel zegt het ‘u’ hierbij graag te betrekken. Zou het werkelijk? ‘U’ kunt reageren tot 23 oktober op diverse stellingen. Geen toevallige datum, op 22 oktober kunnen de leden van de NMV en de VRM zich op een extra ALV uitspreken over het advies van de commissie Asscher-Vonk. Met de zwaargewichten Sjarel Ex, Wim Pijbes, Axel Rüger en Benno Tempel die het opnemen tegen de lichtgewichten in de commissie ‘Musea’ van de Raad voor Cultuur als Marijke Brouwer, Roeli Broekhuis, Edwin Jacobs, Gitta Luiten, Gert-Jan van der Vossen en Diana Wind. De Raad zoekt nu instemming bij het publiek.

De Raad voor Cultuur en haar voorzitter Joop Daalmeijer kregen de afgelopen maanden kritiek van allerlei cultuurwerkers met de voeten in de modder op het advies ‘Slagen in Cultuur‘. Het tekende de kloof tussen de papieren werkelijkheid van de Raad die zich in het verlengde van staatssecretaris Zijlstra opstelde en de praktijk van het culturele veld. De directeur van het Rijksmuseum Wim Pijbes noemde het advies afgelopen mei zeer schadelijk voor de hele museumsector. De leden van de commissie ‘Musea’ van de Raad voor Cultuur wordt verweten onnodig grievend te zijn geweest in haar oordeel. Ze verkochten de bezuinigingen met gelegenheidsargumenten over de kwaliteit van musea. Deze praatten daarom krom wat recht was.

De Raad voor Cultuur plaatst de volgende stelling waarop ‘u’ kunt reageren: ‘Het gaat goed met de musea. Ze hoeven niet te veranderen.De vraag ‘Wat vindt u van deze stelling? is ongewild dubbelzinnig. Vraagt dat naar het museumbestel of naar de opstelling van de Raad voor Cultuur? Er zal wel bedoeld zijn te vragen naar de toekomst van het museumbestel, niet naar de toekomst van de eigen organisatie. Inspraak kent grenzen.

Ik doe een poging: ‘De redding van musea is om niet langer museum te zijn. Musea worden gedwongen om steeds meer functies buiten de hoofdfuncties (tentoonstellen, collectioneren, registreren en documenteren) te omvatten. Dat proces van overgang tekent de blik van de bezoekers. Musea die te snel veranderen worden als populistisch ervaren en musea die te langzaam veranderen als ouderwets. Hoofdlijn is indikken om de krimp op te vangen. Dat lukt met 15% minder musea en een overheid die de sector met generieke maatregelen steunt. Musea ‘nieuwe stijl’ vervangen de energie van de urnenmuur door de projectie van de video wall.’

Foto: Jeff Wall, Boxing, 2011. Color photograph

Museumsector bepleit stop op afbraak museumbestel door politiek

with 4 comments

Voorafgaande aan haar advies over het museumbestel dat op een gezamenlijke extra ALV op 22 oktober van de Vereniging van Rijksmusea (VRM) en de Nederlandse Museumvereniging  (NMV) wordt besproken lijkt de commissie Asscher-Vonk met een waarschuwing te komen: Sluiting dreigt voor vier rijksmusea. ‘Lijkt’, want onzeker is wie er spreekt. Nu.nl citeert een zegsman van de VRM. Merkwaardig is dat zowel op site als twitter-pagina van zowel de VRM als de MNV enig bericht ontbreekt. Is de museumsector haar coördinatie kwijt? Onduidelijk blijft dus hoe de waarschuwing zich tot de verkenning van de commissie Asscher-Vonk verhoudt.

In ieder geval is de ernst van de waarschuwing serieus. Sluiting dreigt voor Rijksmuseum Twenthe in Enschede, Slot Loevestein en de Utrechtse rijksmusea het Geldmuseum in Utrecht en Huis Doorn. De sluiting kondigde zich in het advies ‘Slagen in Cultuur‘ uit mei 2012 van de Raad voor Cultuur al aan. Nu speelt de museumsector blijkbaar in op de politieke actualiteit van de onderhandelingen tussen VVD en PvdA. En op 26 en 27 september zijn in de Tweede Kamer de Algemene Beschouwingen. Nog gauw wordt druk gezet.

Gisteren kwam met Kunsten ’92 met een persbericht: ‘Het wachten is op een positief verhaal over kunst en cultuur‘, met als ondertitel ‘Succes nieuw cultuurbeleid hangt af van volgend kabinet‘. Het vraagt voor de korte termijn om maatregelen en: ‘Kunsten ’92 heeft goede hoop op een verandering van toonzetting en gaat ervan uit dat zowel PvdA als VVD (en mogelijk andere coalitiepartners) in staat zijn om met een positieve benadering nieuw perspectief te bieden aan instellingen.’ Dit is in lijn met de brieven die Kunsten ’92 op 11 september aan de politiek stuurde. Met als strekking dat reparatie van het cultuurbeleid snelle actie van de politiek vraagt. De museumsector zet de oproep vandaag kracht bij. Nu het antwoord nog van Rutte-Samsom.

Foto: Restauratie Rijksmuseum Amsterdam door Ridder, Leidekkers en Koperslagers.