George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultuurbegroting

Motie over landhuis Oud Amelisweerd is voorzichtige loskoppeling van exploitant en vastgoed

with one comment

oa

Fractievoorzitter Klaas Verschuure van D66 diende op 10 november in de Utrechtse raad tijdens de behandeling van de Cultuurbegroting bovenstaande motie (p.9) in van Aline Knip die Cultuur in haar portefeuille heeft. D66 is de grootste (coalitie)partij in de raad. Het is een dubbelzinnige en ruime motie. Het zorgt voor onduidelijkheid maar ook voor perspectief. Het gaat erom hoe de motie wordt uitgevoerd. Die dubbelzinnigheid geeft exact de worsteling van de Utrechtse politiek weer met landhuis Oud Amelisweerd.

In de aanhef wordt verwezen naar de huidige exploitant Stichting Museum Oud Amelisweerd (MOA), maar in het middenstuk en dictum wordt exploitatie door een andere exploitatie niet uitgesloten. Het gaat erom hoe zwaarwegend ‘een toekomstbestendige en realistische openstelling’ moet worden opgevat. Wie kijkt naar de slechte financiële situatie en vooruitzichten van MOA, komt al snel uit bij een andere exploitant. Strikt opgevat leest deze zinsnede als het einde van MOA op deze plek. Het is de vraag of zo’n interpretatie van deze breed gesteunde motie door andere fracties ook zo wordt opgevat. Door de verwijzing naar ‘alle betrokkenen’ blijkt dat ook in gesprek wordt gegaan met MOA. Dat is verstandig om actuele cijfers over de bedrijfsvoering te verkrijgen en randvoorwaarden over toekomstige exploitatie van landhuis en landgoed scherp te krijgen.

In een toelichting lijkt Aline Knip alle opties open te houden. Dat is verstandig en geeft de Stichtse politiek armslag om initiatief te nemen en ruim te denken over de toekomst: ‘Amelisweerd is het best bezochte groengebied van de stad Utrecht! Het landhuis zelf is bovendien een prachtig rijksmonument en recent gerenoveerd. Ik wil dat het college gaat onderzoeken hoe het landhuis publiek toegankelijk kan blijven. Over een paar maanden kunnen we dan kijken welk scenario het meest haalbaar is. Het zou fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is, ook dat moet het college gaan onderzoeken.’ Met de laatste zin introduceert Knip dubbelzinnigheid. Want de uitspraak ‘fijn zijn als er ook plek blijft voor het museum wat er nu gevestigd is’ is weer in tegenspraak met een open motie die zich niet vastlegt op de uitkomst. Maar zelfs dat is onduidelijk als dit opgevat wordt als medewerking van de raad om het MOA anders onder te brengen.

De achterliggende gedachte die de motie benadrukt is dat als de huidige exploitant het niet redt, het prachtig gerestaureerde landhuis niet verloren is. Exploitatie en vastgoed zijn verschillende aspecten die niet aan elkaar gekoppeld moeten worden. Dat leidende principe dat voorop stond bij alle debatten in de Utrechtse raad geeft deze motie goed weer. Restauratie was terecht prioriteit van de gemeente Utrecht. Dat vergde veel zorg en een investering van meer dan 1,6 miljoen euro. Het is goed dat de raad beseft dat dit juweel in de kroon -wat landhuis en landgoed Oud Amelisweerd zijn- geen last is waarmee geleurd moet worden. Maar een aanwinst die iedereen wel wil hebben. Daarom kan ook uitgekeken worden naar andere exploitanten met meer perspectief en een betere financiële uitgangspositie. Bijvoorbeeld een Museum voor Chinoiserie.

Foto: Schermafbeelding van motie in ‘Spreektekst D66 Fractievoorzitter Klaas Verschuure Programmabegroting 2017’, 10 november 2016.

Militaire musea: Soesterberg schiet beter op dan Gelderland

with 2 comments

Werk aan de winkel. In Soesterberg komt op het noordelijke deel van de voormalige vliegbasis het Nationaal Militair Museum. Kosten 160 miljoen euro. De bouw vordert zo te zien. Eigenlijk gaat het om een Nationaal Militair Museum. Want de Stadsregio Arnhem Nijmegen houdt zich bezig met de planning van een Museum Wereldoorlog II. Vol interne strijd trouwens. Dat moet zo’n 25 miljoen kosten. Tussen beide musea zijn veel overlappingen. Dat deert lokale bestuurders niet. Ze pronken graag voor glanzende gebouwen. Die ook nog eens zo geschikt zijn voor diners en recepties. Aannemers doen goede zaken met het bouwen van musea.

De politiek van Gelderland liet afgelopen week weten eerst meer duidelijkheid over de plannen voor een WO2 Museum in Nijmegen te willen voordat er een miljoen euro voor wordt gereserveerd. Een meerderheid in Provinciale Staten besloot dat afgelopen woensdag. Partijen vinden het bedrijfsplan niet duidelijk. Ook vrezen de staten dat de provincie moet gaan opdraaien voor tekorten in de exploitatie. Een loopgravenoorlog dreigt. Want in Arnhem gaan nu stemmen op om het ‘Vrijheidsmuseum WO2’ dan maar in hun stad te vestigen. In het leegkomende Museum voor Moderne Kunsten. Dat museum verhuist vermoedelijk naar het Kunstencluster dat in een referendum werd afgestemd, maar door de lage opkomst ongeldig was. Lokale politici en museumbouw blijft een sexy onderwerp. Stukken sexier dan exploitatie en het gestaag bouwen aan een cultureel klimaat.

a59e7926fbdbcc5c194bef7827d43838

Foto: Visualisatie Nationaal Militair Museum. Bouw Heijmans PPP.

Nationale Militaire Musea in Soesterberg en Nijmegen komen eraan

with 12 comments

5825238911_bcb7d054ff

Update 7 februari: Eind april 2013 moet blijken of realisatie van een Museum Wereldoorlog II haalbaar is. Kosten kunnen zo’n 25 miljoen euro belopen, zo bleek op 6 februari op een bijeenkomst in het Nijmeegse stadhuis. Nijmegen biedt het Vasim-fabriekscomplex voor 1 euro aan en stopt er 1,5 miljoen euro in. Andere partners zijn de provincie Gelderland en het vfonds. Zoals uit de plannen blijkt stoppen overheden en fondsen dan minimaal zo’n 185 miljoen euro in twee nationale militaire musea. Inclusief inrichting van de omgeving. 

Hoe groot is de nationale militaire collectie? Rechtvaardigt het in tijden van bezuinigingen de planning van twee musea? In Soesterberg komt op het noordelijke gedeelte van de voormalige vliegbasis Soesterberg het nieuwe Nationaal Militair Museum. De bouw ervan is eind januari gestart. Totale aanneemsom bedraagt 160 miljoen euro. De collecties van het sinds begin januari gesloten Delftse Legermuseum  en het Militaire Luchtvaartmuseum uit Soesterberg worden erin samengebracht. Complicatie is dat dit initiatief vanuit het ministerie van Defensie haaks staat op het recente advies ‘Ontgrenzen en Verbinden‘ van de Raad voor Cultuur dat ervoor pleit om alle ‘landelijke‘ musea bij OCW onder te brengen om samenhang te bevorderen.

In Nijmegen is een Nationaal WOII Museum in de maak. Het moet in de voormalige Vasim-fabrieken aan de noordoever van de Waal verrijzen. Een initiatief van de drie oorlogsmusea in Oosterbeek, Groesbeek en Overloon, respectievelijk het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum, het Nationaal Bevrijdingsmuseum 1944-1945 en het Airborne Museum Hartenstein. Opzet is dat ze deels als site museum blijven bestaan. Op 6 februari worden in Nijmegen de voorlopige plannen gepresenteerd. Voor de realisatie ervan was in 2010 dertig miljoen euro begroot. De musea in Soesterberg en Nijmegen moeten najaar 2014 worden geopend.

Uit het feit dat op het moment dat in Soesterberg met de bouw van het nieuwe Nationaal Militair Museum is begonnen Omroep Gelderland in een bericht over het geplande Nijmeegse museum spreekt van ‘het nieuwe, nationale oorlogsmuseum‘ blijkt de spraakverwarring. En valt toe te voegen, de overlapping. Het Nijmeegse Nationaal WOII Museum zal zich weliswaar uitsluitend richten op de periode van vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog, maar uit de collectie van het Soesterbergse Nationaal Militair Museum blijkt dat ook daar veel aandacht is voor de Tweede Wereldoorlog. Immers een ‘goede’ oorlog waarop de Nederlandse krijgsmacht trots terugkijkt als finest hour die nog steeds volop publieke belangstelling trekt.

De integratie van liefst vijf collecties in twee musea vraagt om coördinatie. Die lijkt nu vanuit de landelijke overheid te ontbreken. Regio’s of ministeries nemen eigen initiatieven. Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg is met de bouw gestart. Omdat het gaat om de presentatie van grote objecten zoals vliegtuigen met een spanwijdte van 20 meter zal het gebouw aan de collectie aangepast moeten worden. Da’s een rem op het ruilverkeer tussen beide musea om tot een thematische herschikking van beide collecties te komen. Het ministerie van OCW kan maar beter beide nationale oorlogsmusea snel voor een ernstig gesprek uitnodigen.

Foto: North American B-25J Mitchell, collectie Militaire Luchtvaartmusuem Soesterberg. Credits: Het Bazuin.

Nederland en Brabant doen zichzelf tekort door kunstbezuinigingen

with 9 comments

De directeur van de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg Rien van der Vleuten pleit ervoor de kunsten niet in de steek te laten. Dan doelt-ie voornamelijk op Brabant. In een toespraak luidt hij de noodklok. Z’n betoog valt in twee delen uiteen: een algemeen-politiek, en een regionaal-infrastructureel deel.

Van der Vleuten meent dat niemand aansprakelijk kan worden gehouden voor de bovenmatige bezuinigingen op de kunsten: ‘Kunsten in Nederland zijn met de komst van de laatste regering in de hoek van linkse hobby gezet. Het navrante is dat bij de uitvoering van beleid met die opvatting, de regering die het heeft bedacht al is opgeheven.’ Toch sluit staatssecretaris Zijlstra in een Algemeen Overleg van 21 juni 2012 op vragen van de SP’er Jasper van Dijk niet uit dat na de kamerverkiezingen van 12 september tijdens de cultuurbegroting in november 2012 additionele maatregelen mogelijk zijn. Hoewel dat ook verder bezuinigen kan betekenen.

Van der Vleuten gaat voorbij aan de mogelijkheid om de bezuinigingen van 200 miljoen euro terug te draaien. Theoretisch bestaat daartoe ook nu nog nog steeds de mogelijkheid. Jammer dat Van der Vleuten dit perspectief niet uitwerkt omdat het de tegenkrachten die hij wil motiveren een focus zou geven. De tragiek is dat Van der Vleuten vanuit politiek realisme gelijk heeft, want ook van de progressieve partijen wordt niet aangenomen dat ze de bezuinigingen terugdraaien als ze daartoe de kans zouden krijgen. Maar de inzet van de PvdA om de bezuinigingen van 200 miljoen te verminderen tot 50 miljoen euro maakt wel een verschil.

Hij treft doel met zijn observatie dat kunst in Nederland niet begrepen wordt: ‘Immers in de politiek, en dus in bredere lagen van de bevolking wordt Kunst helemaal niet gezien als dienstig; als functioneel, laat staan als noodzakelijk. Meer en meer omgekeerd: Kunst is overbodig, disfunctioneel en bestaat of ontstaat bij vragers; opmakers.‘ Dat misverstand zou rechtgezet kunnen worden als de volksvertegenwoordigers weer dragers van cultuur werden. Als ze zich sterk maakten om de rol van cultuur in de samenleving te benadrukken. Dat besef ontbreekt echter bij het Nederlandse establishment. Zodat de kunstsector rugdekking mist en verloren is.

De bezuinigingen van 40% op de cultuurbegroting treffen volgens Van der Vleuten de Brabantse instellingen extra hard. Zo krijgt Brabant uit de Basisinfrastructuur niet langer 11,4 maar slechts 2 miljoen euro. Exclusief een Brabants-Limburgs Orkest voor Zuid-Nederland dat in een vervolgadvies van de Raad voor Cultuur 7 miljoen euro krijgt. Hij bespeurt een onevenredig zware aanslag op de regio en dan met name Brabant.

Van der Vleuten is helemaal bij een tijd door kunst met economie te verbinden. Waarmee-ie zijn standpunt over de zin van kunst relativeert. Die vermomming hoort erbij omdat in Nederland politieke uitspraken over kunst altijd ondersteuning van elders moeten krijgen om aan geloofwaardigheid te winnen. Het vertroebelt wel het debat over wat de zin en de kern van kunst is. Zodat dat uiteindelijk tot niemand meer doordringt. Maar in dit politieke klimaat van onwelwillendheid of apathie jegens de kunst is dat het hoogst haalbare.

Brabant kent volgens Van der Vleuten een rijke culturele infrastructuur met veel talent. Hij ziet juist in de combinatie van kunstopleiding, instellingen, publiek en festivals de bijzondere kracht van de Brabantse cultuur. Dat wordt nu afgebroken, zodat de afbraak van de kunstsector meer treft dan de gekorte instelling alleen. Straks vallen de talenten tussen wal en schip omdat de kritische massa in Brabant ontbreekt.

Exemplarisch is het in Den Bosch gevestigde Europees Keramisch Werkcentrum EKWC dat internationaal, nationaal en regionaal operereert. Het is uit de culturele basisinfrastructuur gegooid en moet op korte termijn het volledige administratieve personeel en de helft van de begeleiders in de werkplaats op straat zetten om te overleven op een karige subsidie van het Mondriaan Fonds. Het EKWC maakt deel uit van de samenwerkende Brabantse instellingen C10. Een topinstituut op wereldniveau met expertise op het gebied van keramiek en met deelnemers uit alle continenten wordt in de steek gelaten. Door overheden, bedrijfsleven en publiek. Alsof Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo bij het oud vuil worden gezet. Was kunst maar sport. Dan begrepen publiek en politiek beter het belang van kunst. Aan de uitleg van Rien van der Vleuten ligt het niet.

Foto: Filip Jonker, Auto met carrosserie van keramiek die ontwikkeld en gestookt werd bij het EKWC in Den Bosch, 2012 (te zien op Lowlands 2012: klik op kunst en b’Lowlands).