George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cultureel klimaat

PVV mikt op cultuur, maar kan beter vragen naar grootverdieners in andere publieke sectoren

leave a comment »

nrc_cartoonroel_ma08-09_2008

Gisteren antwoordde minister Jet Bussemaker (Onderwijs) op kamervragen van de kamerleden voor de PVV Martin Bosma en Machiel de Graaf over de verdiensten van Ivo van Hove en Jan Versweyveld die werkzaam zijn bij Toneelgroep Amsterdam. De PVV’ers wilden weten of  de toneelmakers meer dan de zogenaamde balkendenorm van 187.340 euro bruto verdienden. Minister Bussemaker laat weten dat dit niet het geval is.

Herhaaldelijk blijkt uit onderzoek dat de bezoldiging van de topfunctionarissen in de cultuursector niet te hoog is. In elk geval overschreed in 2009 geen enkele culturele instelling de zogenaamde WNT-norm van 223.666 euro inclusief onkosten en pensioen. Nog in 2011 constateerde Bureau Berenschot dat in het onderzoek ‘Nulmeting topfunctionarissen. Weergave bezoldigingsniveau van topfunctionarissen in een deel van de culturele sector‘ dat toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra op 8 juli 2011 naar de kamer stuurde.

De PVV zou meer succes hebben met vragen over bezoldiging in andere sectoren van de (semi)publieke overheid die de normen overschrijden. Zoals het Koninklijk Huis, de bankwereld met ABN-baas Zalm, de bestuurders in de zorg of bij woningcorporaties of de medewerkers van de publieke omroep. Waarom stelt de PVV vragen over een sector waarvan het bij voorbaat weet dat de topfunctionarissen er onderbetaald worden?

Foto: Roel Venderbosch, ‘Topsalaris‘, 2008. Credits Roel Venderbosch.

Advertenties

Wet Normering Topinkomens, Ivo van Hove en de PVV

with 2 comments

PVV-ers Martin Bosma en Machiel de Graaf stellen naar aanleiding van een bericht in Het Parool met de titel ‘Leider Toneelgroep Amsterdam verdient mogelijk boven balkenendenorm‘ kamervragen aan minister Jet Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Het gaat om de verdiensten van toneelleider Ivo van Hove van Toneelgroep Amsterdam (TA). Ze willen weten of-ie meer dan de balkenendenorm van 193.000 euro verdient. Beide PVV-ers willen ook weten of scenograaf Jan Versweyveld meer dan deze norm verdient. Door Versweyveld op te voeren kunnen ze spreken over ‘gesubsidieerde grootverdieners in de toneelsector‘.

Voordat de vragen op 20 november ingezonden werden antwoordde TA op 19 november op het bericht in Het Parool. Onder het kopje Transparantie zegt het dat de suggestie dat Van Hove meer zou verdienen dan de balkenendenorm onjuist is. De Raad van Toezicht en TA zeggen zeer aan transparantie te hechten ‘in de relatie tot haar subsidiegevers en zal desgevraagd de subsidiegever inzage geven in de salariëring binnen TA‘. Naar verwachting treedt per 1 januari 2013 de Wet Normering Topinkomens (WNT) in werking die naar schatting 4000 tot 5000 werknemers in de publieke en semipublieke sector die meer dan de balkenendenorm verdienen maximeert op die norm. Onderdeel van de WNT is het bieden van openheid over de salarissen.

Door de komst van de WNT komen de kamervragen in de lucht te hangen. Ze vragen naar maatregelen in verband met openheid en normering die over zes weken staande praktijk worden. Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken heeft de afgelopen weken in diverse media gezegd dat-ie de WNT strikt gaat toepassen. De vragen van de PVV-ers tekent de politieke marge waarin hun partij is terecht gekomen. Ze lopen achter de feiten aan. De rancune van de PVV tegen overheidssubsidies voor cultuur staat de inhoud in de weg.

Iets anders is of gesubsidieerde culturele instellingen werknemers van uitzonderlijk niveau boven de balkenendenorm moeten kunnen belonen. Te denken valt aan Mariss Jansons, Pierre Audi, Ivo van Hove of directeuren van de grootste musea. Door hun toegevoegde commerciële waarde zorgen ze voor meeropbrengsten voor de instelling waaraan ze verbonden zijn. Uiteraard zijn er manieren om de balkenendenorm te ontwijken en zal dat in bovenstaande gevallen gebeuren. Maar het zou rechtlijniger zijn om op voorhand uitzonderingen toe te staan. De WMT zou zo toegepast moeten worden dat het de duizenden werknemers van middelmatige kwaliteit bij woningcorporaties, publieke omroep, ziekenhuizen en ministeries die boven de balkenendenorm verdienen onder de norm brengt, maar ruimte laat voor excellentie.

Foto: Repetitiefoto ‘Husbands’ (naar John Cassavetes) TA met Halina Reijn, Barry Atsma, Ivo van Hove en Alwin Pulinckx, 2011-12. Credits: Jan Versweyveld

Nederland en Brabant doen zichzelf tekort door kunstbezuinigingen

with 9 comments

De directeur van de Fontys Hogeschool voor de Kunsten in Tilburg Rien van der Vleuten pleit ervoor de kunsten niet in de steek te laten. Dan doelt-ie voornamelijk op Brabant. In een toespraak luidt hij de noodklok. Z’n betoog valt in twee delen uiteen: een algemeen-politiek, en een regionaal-infrastructureel deel.

Van der Vleuten meent dat niemand aansprakelijk kan worden gehouden voor de bovenmatige bezuinigingen op de kunsten: ‘Kunsten in Nederland zijn met de komst van de laatste regering in de hoek van linkse hobby gezet. Het navrante is dat bij de uitvoering van beleid met die opvatting, de regering die het heeft bedacht al is opgeheven.’ Toch sluit staatssecretaris Zijlstra in een Algemeen Overleg van 21 juni 2012 op vragen van de SP’er Jasper van Dijk niet uit dat na de kamerverkiezingen van 12 september tijdens de cultuurbegroting in november 2012 additionele maatregelen mogelijk zijn. Hoewel dat ook verder bezuinigen kan betekenen.

Van der Vleuten gaat voorbij aan de mogelijkheid om de bezuinigingen van 200 miljoen euro terug te draaien. Theoretisch bestaat daartoe ook nu nog nog steeds de mogelijkheid. Jammer dat Van der Vleuten dit perspectief niet uitwerkt omdat het de tegenkrachten die hij wil motiveren een focus zou geven. De tragiek is dat Van der Vleuten vanuit politiek realisme gelijk heeft, want ook van de progressieve partijen wordt niet aangenomen dat ze de bezuinigingen terugdraaien als ze daartoe de kans zouden krijgen. Maar de inzet van de PvdA om de bezuinigingen van 200 miljoen te verminderen tot 50 miljoen euro maakt wel een verschil.

Hij treft doel met zijn observatie dat kunst in Nederland niet begrepen wordt: ‘Immers in de politiek, en dus in bredere lagen van de bevolking wordt Kunst helemaal niet gezien als dienstig; als functioneel, laat staan als noodzakelijk. Meer en meer omgekeerd: Kunst is overbodig, disfunctioneel en bestaat of ontstaat bij vragers; opmakers.‘ Dat misverstand zou rechtgezet kunnen worden als de volksvertegenwoordigers weer dragers van cultuur werden. Als ze zich sterk maakten om de rol van cultuur in de samenleving te benadrukken. Dat besef ontbreekt echter bij het Nederlandse establishment. Zodat de kunstsector rugdekking mist en verloren is.

De bezuinigingen van 40% op de cultuurbegroting treffen volgens Van der Vleuten de Brabantse instellingen extra hard. Zo krijgt Brabant uit de Basisinfrastructuur niet langer 11,4 maar slechts 2 miljoen euro. Exclusief een Brabants-Limburgs Orkest voor Zuid-Nederland dat in een vervolgadvies van de Raad voor Cultuur 7 miljoen euro krijgt. Hij bespeurt een onevenredig zware aanslag op de regio en dan met name Brabant.

Van der Vleuten is helemaal bij een tijd door kunst met economie te verbinden. Waarmee-ie zijn standpunt over de zin van kunst relativeert. Die vermomming hoort erbij omdat in Nederland politieke uitspraken over kunst altijd ondersteuning van elders moeten krijgen om aan geloofwaardigheid te winnen. Het vertroebelt wel het debat over wat de zin en de kern van kunst is. Zodat dat uiteindelijk tot niemand meer doordringt. Maar in dit politieke klimaat van onwelwillendheid of apathie jegens de kunst is dat het hoogst haalbare.

Brabant kent volgens Van der Vleuten een rijke culturele infrastructuur met veel talent. Hij ziet juist in de combinatie van kunstopleiding, instellingen, publiek en festivals de bijzondere kracht van de Brabantse cultuur. Dat wordt nu afgebroken, zodat de afbraak van de kunstsector meer treft dan de gekorte instelling alleen. Straks vallen de talenten tussen wal en schip omdat de kritische massa in Brabant ontbreekt.

Exemplarisch is het in Den Bosch gevestigde Europees Keramisch Werkcentrum EKWC dat internationaal, nationaal en regionaal operereert. Het is uit de culturele basisinfrastructuur gegooid en moet op korte termijn het volledige administratieve personeel en de helft van de begeleiders in de werkplaats op straat zetten om te overleven op een karige subsidie van het Mondriaan Fonds. Het EKWC maakt deel uit van de samenwerkende Brabantse instellingen C10. Een topinstituut op wereldniveau met expertise op het gebied van keramiek en met deelnemers uit alle continenten wordt in de steek gelaten. Door overheden, bedrijfsleven en publiek. Alsof Epke Zonderland en Ranomi Kromowidjojo bij het oud vuil worden gezet. Was kunst maar sport. Dan begrepen publiek en politiek beter het belang van kunst. Aan de uitleg van Rien van der Vleuten ligt het niet.

Foto: Filip Jonker, Auto met carrosserie van keramiek die ontwikkeld en gestookt werd bij het EKWC in Den Bosch, 2012 (te zien op Lowlands 2012: klik op kunst en b’Lowlands).