Minister Cora van Nieuwenhuizen wil ons overtuigen met een hoedje

Propaganda en marketing van bestuurders. Het hoort erbij. Maar er zijn grenzen aan wat redelijk is. Deze video van het ministerie van het Infrastructuur en Waterstaat met minister Cora van Nieuwenhuizen (en staatssecretaris Stientje van Veldhoven) houdt niet eens de schijn op dat het om beleid gaat. Het gaat om promotie van vooral de minister. Het valt inderdaad te hopen dat de minister volgend jaar weer normaal doet.

Floris Müller is voorzitter van het Republikeins Gemootschap en zegt in een bericht van het Nieuwsblad van het Noorden: ‘Dat hele circus ook, met die hoedjes, dat leidt allemaal af van waar het allemaal echt om gaat. De boodschap.’ Müller vindt Prinsjesdag een ‘buitengewoon infantiele exercitie’ omdat de koning afgerekend wordt op zijn leesvaardigheid. Volgens hem mogen we ‘onszelf als land best iets serieuzer nemen’.

Deze video van het ministerie van het Infrastructuur en Waterstaat toont aan hoe het werkt. Een minister spant de media-afdeling van het staatsapparaat voor haar karretje, neemt zichzelf serieus en probeert ons te overtuigen met als ultiem argument de uiterlijke schijn van een hoedje. Daarmee neemt ze ons niet serieus.

Taalpolitiek van overheid kan het Nederlands opwaarderen

De VVD wil een taaleis stellen aan iedereen die in aanmerking wil komen voor een bijstandsuitkering. Iedereen moet behoorlijk Nederlands kunnen spreken. VVD-Kamerlid Cora van Nieuwenhuizen hoopt dat een voorstel met deze strekking straks wordt uitgevoerd. CDA, PVV en D66 staan er welwillend tegenover. Naar pas achteraf bekend werd komt staatssecretaris Paul de Krom nog voor de zomer met een wetsvoorstel hierover.

De maatregel raakt vele niet-Westerse allochtonen. Van deze groep heeft 11% een uitkering. Voor autochtonen bedraagt dat percentage 1,7%. Het idee van D66-kamerlid Fatma Koşer Kaya dat ‘iemand in beginsel Nederlands moet spreken als hij een beroep doet op een uitkering’ is een redelijk uitgangspunt. Zeker als dat direct verband houdt met de arbeidsmarkt.

Mijn pijn zit elders, namelijk bij de ontbrekende taalpolitiek van de overheid en het bezuinigen op onderwijs voor allochtonen. Marcia Luyten publiceerde in de NRC van 14 januari 2012 een stuk ‘Is dit nou de stem van Nederland?’ waarin ze aantoont dat het Nederlands in het publieke debat onder druk staat ten koste van het Engels, vaag kosmopolitisme en pseudo-nationalisme. Met name laagopgeleiden verliezen hun identiteit en lopen vervolgens in de richting van de PVV die geborgenheid belooft. In de Nederlandse taal en gebruiken.

Het Nederlands is een beeldende en praktische taal die de Nederlanders past als een handschoen. De overheid kan richtlijnen opstellen en geld vrijmaken om het bereik van het Nederlands in het publieke domein te vergroten. Dat kan om te beginnen door de cultuurbezuinigingen op kunsten zoals toneel, literatuur en film die gebruik maken van het Nederlands terug te draaien. Maar het kan ook door beter onderwijs in het Nederlands. Of door programma’s die de positie van het Nederlands in het straatbeeld verbeteren. Niet ‘sale‘, maar ‘uitverkoop‘. Niet ‘shop‘, maar ‘winkel‘. Liefst geen verboden of quota, maar positieve actie.

Het initiatiefvoorstel van Cora van Nieuwenhuizen komt te vroeg omdat het allochtonen tot iets verplicht dat de overheid zelf niet eens biedt. In haar ronkende turbotaal met Engelstalige woorden en een ambtelijk en gemankeerde versie van het Nederlands. Is het niet verstandiger om laagopgeleide allochtonen die een uitkering aanvragen en voor wie het Nederlands geen moedertaal is een voorbeeld van goed Nederlands voor te houden? Op straat en kantoor, in de media, politiek en ambtenarij. Dat kan door een blik naar de toekomst die onze mooie taal op waarde schat en werk maakt van taalpolitiek, cultuurinvesteringen en onderwijs.

Foto: Winkelruit met aankondiging uitverkoop.