AEX NL bezoedelt met marketing Nationale Herdenking en bedrijfsleven

Een gongslag op 4 mei 2015 voor de Nationale Herdenking door de ooit wegens de Ceteco-affaire afgetreden commissaris van de Koningin van Zuid-Holland en huidig voorzitter van het Nationaal Comité 4 en 5 mei, Joan Leemhuis (VVD). Dat ging over het gebrek aan controle op ongewenst bankieren door een kasgeldbeheerder.

De toelichting van AEX NL op het eigen YouTube-kanaal is verrassend: ‘Op 4 mei is het om 20:00 uur twee minuten stil in het hele land. Dit wordt mede mogelijk gemaakt door een grote betrokkenheid van het bedrijfsleven, dat de Nationale Herdenking branche breed respecteert. Zo is er een start- en landverbod bij Schiphol tussen 19:45 en 20:15 uur, zetten NS, RET en alle openbaar vervoerders het vervoer stil op de baanvakken. Ook hotelketens en restaurants respecteren de stilte.

Mevrouw Joan Leemhuis benadrukt volgens AEX NL de aparte rol van het bedrijfsleven: ‘Het Nationaal Comité 4 en 5 mei is zeer verheugd dat ook 70 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog het bedrijfsleven zich zo betrokken toont. Het is veelzeggend dat die betrokkenheid zich uitstrekt tot juist ook moderne media.’ Maar hoe veelzeggend is het om even betrokken te zijn als anderen en in 2015 anno 2015 te handelen?

AEX NL herdenkt niet de oorlogsslachtoffers, maar het Nederlandse bedrijfsleven. Het doorbreekt hiermee de nationale consensus dat de tijdens de oorlog omgekomen militairen en burgers centraal staan bij de Nationale Herdenking op 4 mei. AEX NL benadrukt het eigenbelang door in de toelichting het Nederlandse bedrijfsleven centraal te stellen. En daarbij niet het in het historisch geheugen opgeslagen respect van de medewerkers in openbaar vervoer of horeca centraal te stellen, maar het besluit van managers om de Nationale Herdenking te respecteren. AEX NL doet alsof dat een verdienste is en of het anders zou kunnen. Het treft de verkeerde toon.

Niet zij die in verzet kwamen, stierven door uitputting of bewust of willekeurig opgepakt werden staan in de visie van AEX NL centraal, maar het Nederlands bedrijfsleven van 70 jaar later. Dat gewoon doet wat de hele samenleving doet, namelijk even stilstaan bij het verleden. Waarom AEX NL er platte marketing van maakt is kenmerkend voor het gebrek aan historisch besef van AEX NL dat ook als de situatie dit niet toestaat en als dat maatschappelijk ongepast is een tekst niet anders kan opvatten dan een verkooppraatje. Het valt niet te hopen dat AEX NL namens het gehele Nederlands bedrijfsleven praat. En het is onverdraagzaam dat het Nationaal Comité 4 en 5 mei via haar voorzitter Joan Leemhuis bij deze platte marketing betrokken werd.

 

Ewald Engelen voelt zich monddood gemaakt in het publieke debat

Sociaal-geograaf Ewald Engelen heeft gelijk over Europese integratie, scherpere begrotingstekortcontrole van de Europese Commissie, het bezuinigings- en lastenverzwaringsbeleid van Nederlandse regeringen, het aanpakken van de bancaire sector en de huizenzeepbel. Maar krijgt het niet. Zo meent hij in een persoonlijk gesprek op 10 maart 2015 met WeAreChangeRotterdam. Terugkijkend op zijn eigen opereren in de media leidde dat er de afgelopen twee jaar toe dat hij steeds feller en scherper werd in het publieke debat. En gefrustreerder omdat hij monddood werd gemaakt. Engelen werd er rond het uitkomen van zijn boek De Schaduwelite in oktober 2014 overspannen van. Nu neemt hij meer afstand tot sociale media en journalistiek.

Engelen legt uit hoe hij in zijn boek uiteenzette hoe de Nederlandse financiële elite voor de crisis bereikte dat Nederlandse banken geen strobreed in de weg werd gelegd. Maar na de crisis werd de rekening van vele miljarden euro’s van wat er was misgegaan met goedvinden van een meerderheid van de politiek eenzijdig bij de belastingbetaler gelegd. Engelen merkt op dat het de bancaire sector goed uitkomt dat zijn kritische stem in het publieke debat feitelijk niet meer klinkt. Hij weet niet of het bewuste strategie was om hem pootje te lichten, maar hij kan zich goed voorstellen dat het links laten liggen van hem de financiële sector wel uitkomt.

Engelen is door de ontvangst van zijn boek erg negatief geworden over de Nederlandse journalistiek die hem afviel over een schaduwlijst (‘ledenlijst’) van hoofdrolspelers die onderdeel uitmaakte van zijn boek. NCRV’s Altijd Wat liet hem in de val lopen, zo denkt hij achteraf. Voorheen zag hij de pers als een noodzakelijke tegenmacht die vanuit maatschappelijk belang namens de burgers in het democratische proces sprak. In deze visie is het de functie voor wetenschappers en journalisten om achter de macht te kijken met het doel om de belangen en het wangedrag van machthebbers te openbaren. Nu suggereert Ewald Engelen dat journalistiek een instrument van de macht is dat niet de intentie heeft om de macht bloot te leggen en te openbaren, maar juist te bevestigen. De argumenten uit zijn boek ziet hij door de gevestigde media zo goed als genegeerd.

Braun spreekt directeur Stedelijk aan. Optimale openheid gevraagd

tra

De vierde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’, ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ en ‘Transparantie: een museumstuk (de Raad van Toezicht)‘ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september en december 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral directeur Beatrix Ruf. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk Museum.

Mede naar aanleiding van deze advertenties stelde D66 op 24 september raadsvragen ‘inzake het voorkomen van belangenverstrengeling bij door de stad Amsterdam gesubsidieerde musea’ aan het college die op 26 november werden beantwoord. In een interview met Claudia Kammer van 20 december in NRC reageerde Ruf desgevraagd: ‘Maar het museum is niet meer alleen van de gemeente. Het is een geprivatiseerde instelling die steeds minder subsidie krijgt. Om te overleven moeten we nieuwe relaties aanknopen met particuliere geldschieters. Mijn ervaringen daarmee in Zwitserland kunnen juist goed van pas komen.

Deze reactie gaat voorbij aan de kern van de kritiek van Braun en de raadsvragen van D66. Dat het Stedelijk zakelijke relaties met externe partijen aanknoopt is niet de kritiek, maar wel het gebrek aan transparantie daarover en de schijn van belangenverstrengeling. Het college en de directie van het Stedelijk vinden dat het museum transparant is, maar omdat dit vooral wordt beargumenteerd vanuit het voldoen aan gedragsregels, ethische codes en eisen van het museumregister draagt deze verantwoording een minimalistische ambtelijk-formele legitimatie die de punten van kritiek van Braun niet overbrugt. Ofwel, ze zullen de kritiek niet doen zwijgen. Openheid die de aanleiding voor de advertentiereeks van Christiaan Braun wegneemt dient optimale transparantie te geven die verder gaat dan wat bestuurlijk vereist wordt. Da’s een kwestie van mentaliteit.

Foto: Schermafbeelding van advertentie Transparantie: een museumstuk (de directeur) in de NRC van 31 december 2014 (achter betaalmuur).

Braun valt Stedelijk opnieuw aan. Deze keer op transparantie

over

De derde advertentie in een reeks, na ‘Tegen belangenconflicten in het Stedelijk Museum’ en ‘Vuistregels voor Musea (voor dagelijks gebruik)’ die in onder meer NRC en Volkskrant verschenen in september 2014. Opnieuw bekritiseert Christiaan Braun in een paginagrote advertentie in NRC het Stedelijk Museum, en dan vooral de Raad van Toezicht. Kunst en handel zouden door elkaar lopen. Braun heeft een getroebleerde relatie met het Stedelijk. De Raad bestaat uit: Alexander Ribbink (voorzitter), Cees de Bruin, Rob Defares, Guusje ter Horst, Prins Constantijn van Oranje, Willem de Rooij, Madeleine de Cock Buning en sinds 19 november Rita Kersting.

Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft er nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is Brauns verdienste. Maar een debat wil het niet worden. Dat past welbeschouwd bij transparantie.

Foto: Schermafbeelding uit de NRC van 11 december 2014, pagina 9 (betaalmuur).

Braun pleit in advertentie voor beter bestuur in museumsector

ad_1_8_901

Christiaan Braun komt vandaag met een tweede paginagrote advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)‘ in De Volkskrant. Op 4/5 september verscheen de eerste advertentie ‘Tegen belangenverstrengeling; in het Stedelijk Museum’ in NRC, De Volkskrant en Het Parool. Hoewel de tweede advertentie niet het Stedelijk Museum bij name noemt, gaat het opnieuw over dit museum. Zoals in 5), 6) en 7) over het lid van de Raad van Toezicht (sinds begin 2011) Willem de Rooij waarvan onlangs het werk Blue to Black werd verworven in de museumcollectie. En 1), 2), 3) en 4) herhaalt de kritiek op belangenverstrengeling van directeur, SM Fonds en SM RvT, en de invloed van de kunsthandel in het Stedelijk Museum Fonds.

Alle vuistregels zijn vanuit goed bestuur, gescheiden verantwoordelijkheden en het voorkomen van niet te controleren kunsthandel goed verdedigbaar, op twee ervan na omdat de werking te beperkt wordt opgevat. Regel 8) dient om het Bert Kreuk-scenario te voorkomen dat ertoe kan leiden dat een museum door een verzamelaar gebruikt wordt om de eigen collectie op te waarderen, maar sluit ook goedwillende collectioneurs uit die niet bezig zijn met kunsthandel. Met 9) worden langdurige bruiklenen van andere musea of het RCE (voorheen ICN) uitgesloten zodat men op z’n minst kan zeggen dat deze regel onzorgvuldig geformuleerd is.

De advertenties zijn vanuit persoonlijke motieven tot stand gekomen, maar daar stopt hun belang niet. Ze kunnen andere doelen dienen. Zoals de bewustwording in de Nederlandse museumsector over goed bestuur die verder gaat dan mooie woorden op een symposium of in een glanzend boekje. Christiaan Braun zet vanuit zijn motieven dit debat op scherp. Op de koop toe moet worden genomen dat hij over de museumsector praat, maar feitelijk alleen het Stedelijk Museum op het oog heeft. Wie hier zelfs maar vluchtig de reeks over Museum Gouda, het Armando Museum of het Wereldmuseum -of nu: Sjors van Beek in De Groene over het Wereldmuseum- leest weet dat er vooral waar het de kwaliteit van het toezicht betreft nog heel wat verbeterd kan worden in de Nederlandse museumsector. Dat aan de orde stellen is de verdienste van Christiaan Braun.

Willem de Rooij_bluetoblack_2013-1.2.0135

Foto 1: Schermafbeelding van advertentie ‘Vuistregels voor musea; (voor dagelijks gebruik)’ in de Volkskrant, 24 september 2014. Ook verschenen in de NRC van 25 september 2014. 

Foto 2: Willem de Rooij, Blue to Black, 2012. Aankoop 2013 Stedelijk Museum.

Hoeveel meer dan absurd drama zijn de Europese verkiezingen?

Wat heeft de EU eigenlijk gedaan om herhaling van een nieuwe bankencrisis zoals die in 2008 plaatsvond te voorkomen? Niets. De oude bankencrisis ziekt nog steeds door zeggen critici. Zie wat Joris Luyendijk zegt. De lijken van de oude crisis liggen nog in de kast. Als de EU meer was dan een economische eenheid, dan was dat allemaal nog te overkomen. Er zou dan iets anders zijn dat zin had. Schrijnend is dat het in de EU juist om de economie draait. Die is niet in orde. Opvallend is dat de EU de bankencrisis in Europa nooit afdoende heeft aangepakt. Wat in de VS wel gebeurde. Het sterke vermoeden bestaat dat dat komt omdat de EU niet is opgewassen tegen de lobbyisten van de financiële sector. Zodat er niet krachtig opgetreden wordt. Toezicht en controle ontbreken. Strenge regelgeving voor banken is afgezwakt. Wie gelooft dat dat in een nieuwe Europese Commissie verandert is een fantast. Kortom, de komende verkiezingen laten de hoofdzaak liggen.

Wie de verkiezingsdebatten over de EU ziet en weet te genieten van het absurdisme aanschouwt een prachtig toneelstuk. Een aantal grijze heren is op zoek naar een personage. Om zich een houding te geven. En een grens af te bakenen. Voor allen wacht de afgrond als ze met fundamentele kritiek komen op de kern van het functioneren van de EU. Dat gespeelde houvast in een politieke familie of de klassieke tegenstellingen tussen links en rechts is saai en van een grote dramatische armoede. Niet alleen omdat het voorspelbaar is, maar ook omdat het aantoonbaar echte kritiek vermijdt en geen idee van urgentie geeft. Dat bij een echte aanpak van de bankencrisis met lijken in en uit de kast wel zou gebeuren. De EU blijft dus een aanpak die geen aanpak is.

Jagdgesellschaft_Theatermuseum

Foto: Toneelbeeld van Thomas Bernhard, Die Jagdgesellschaft. Wenen, 1974.

Reorganisatie van het openbaar bestuur: met burgerzelfbestuur

800px-Landsgemeinde_Glarus_2006

Het openbaar bestuur van Nederland telt te veel lagen is de veelgehoorde kritiek. Tel maar na, rijk, provincie, gemeente, deelgemeente (Amsterdam en Rotterdam) en waterschappen. En het dak van het bestuursbestel is opgetild. Er is een bovenverdieping bijgekomen die steeds voller ingericht wordt: de EU, aldus Arno Korsten. Daarnaast zijn recent de zogenaamde gemeenschappelijke regelingen ontstaan als een nieuw niveau tussen gemeente en provincie. Het bezwaar van die bestuurlijke spaghetti is dat het onoverzichtelijk, ondoelmatig en ondemocratisch is. En het talent dat bestuurt en controleert onnodig wordt verspreid. De focus ontbreekt.

Twee gedachten over hoe het anders kan. Eindhovens burgemeester Rob van Gijzel (PvdA) zoekt het groot. Hij profileert zich binnen de politiek-ambtelijke traditie van een VNG Denktank met onderwerpen op het gebied van bestuurlijke vernieuwing. In het openbaar bestuur van de toekomst ziet-ie plek voor twee bestuurslagen: nationaal en regionaal. Aldus zijn proefballon in het ED. Dat betekent een einde aan gemeenten en provincies. Hij pleit voor klustering van het bestuur in 40 regio’s. Analoog aan het COROP-niveau. Dat zo van denken over demografie, economie en ordening mag promoveren voor het eggie van het openbaar bestuur.

Trendwatcher van beroep Adjiedj Bakas denkt kleiner. In een artikel in NRC over de herverdeling van arbeid en inkomen dat afgeleid is van een speech die hij voor de partijraad van de SP hield zegt-ie: ‘Wordt het land opgedeeld in 10.000 mini-gemeenten met burgerzelfbestuur, naar Zwitsers model, dan kan de overheid ook minimaal de helft goedkoper werken. De burgers zullen meer onbetaald werk doen in onder andere lokaal bestuur, lokale rechtspraak en zorg.’  Wat de burger in lokale rechtspraak moet doen is trouwens de vraag.

Van Gijzel kiest voor reparatie van het huidige model dat overheid en politieke partijen centraal blijft zetten. Bakas slaat een nieuwe richting in en zet in de overgang van Big Government naar Big Society, zoals-ie het zelf omschrijft, de burger en de gemeenschap centraal. Op een hoger niveau verbonden met de instrumenten van de e-democratie. Van Gijzel denkt in eenheden van 400.000 inwoners, Bakas in eenheden van 1.700 inwoners. Nogal een verschil. Complicatie in Van Gijzels denken is dat minister Plasterk niet eens voldoende politieke steun voor gemeenten van 100.000+ inwoners kon mobiliseren en die plannen moest loslaten.

Vernieuwing van het openbaar bestuur is een zaak van lange adem vanwege de ingewikkeldheid en de belangen. De claim op functies is de investering en traditie van jaren die de partijpolitiek niet los kan laten. Paradoxaal vooral niet in het overleg over de reorganisatie zelf. Van een afstand blijkt de discussie over organisatie en reorganisatie van het openbaar bestuur te bestuurlijk gevoerd te worden. Om te beginnen moeten niet de overheid, de politieke partijen, de VNG of de bestuurskundigen het laatste woord hebben over de bestuurlijke reorganisatie van Nederland. Dat moet de burger zijn die actief en serieus aan dat proces moet kunnen deelnemen. Zodat het burgerzelfbestuur volgens Zwitsers model van Bakas hoog op de agenda van de bestuurlijke vernieuwing wordt gezet. Op weg naar drie bestuurslagen: rijk, tussenlaag en burgerzelfbestuur.

Foto: Stemming in de Landsgemeinde (landsvergadering) op 7 mei 2006 in Glarus, Zwitserland.

Gedachten bij diefstal in de politiek. Naar een nieuw evenwicht in de lokale democratie

abstract-mobile-pieces

Update 7 februari 2014: Op een bijeenkomst van de begrafenisvereniging Helpt Elkander is vandaag bekendgemaakt dat het voormalige -geschorste- raadslid voor Lokaal Dinkelland en penningmeester van de begrafenisvereniging Arwin van Gelderen er niet met 21.000 euro is vandoor gegaan zoals werd gedacht, maar met 500.000 euro. Hij heeft de hele kas gestolen. Van Gelderen is nog steeds spoorloos. 

Partijpolitiek ligt onder vuur. Raadsleden die ’t goede voorbeeld moeten geven stelen uit de kas. Op 19 maart 2014 zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het vertrouwen in de politiek neemt af. In korte tijd vier incidenten.

1) In de Twentse gemeente Dinkelland boekte raadslid Arwin van Garderen van partij Lokaal Dinkelland 21.000 euro van de begrafenisverenigingHelpt Elkander in Denekamp naar z’n rekening over. Lokaal Dinkelland zegt Van Garderen vanwege achterstallig lidmaatschapsgeld geschorst te hebben. Dat kwam pas na de ontdekking dat er geld gestolen was en Van Garderen vermoedelijk naar Zwitserland verdwenen was.  

2) In Utrecht ontvreemdde het raadslid van de PvdA Bert van der Roest zo’n 40.000 euro uit de kas van de daklozenkrant. In het bestuur was-ie penningmeester. Naar verluidt heeft het door de PvdA geschorste raadslid 15.000 euro terugbetaald en toegezegd nog een betaling te doen. Maar de voorzitter van de daklozenkrant Straatnieuws wacht dat niet af en heeft inmiddels alsnog aangifte tegen de PvdA’er gedaan.

3)  In Amersfoort stal het PvdA-raadslid Ramón Smits Alvarez 64.024 euro uit de kas van de lokale PvdA. Hij had een bankpas van de rekening van de lokale PvdA-fractie. Hij kon zonder controle jarenlang ongestoord zijn gang gaan. Fractievoorzitter Edwin Hindeloopen trad in december 2013 af vanwege ontbrekend toezicht. Op 21 oktober maakt Smits Alvarez in Noord-Spanje een eind aan zijn leven door van een brug te springen.

4) Bij de partij Leefbaar Amsterdam zijn in november 2013 een man en een vrouw aangehouden die 224.000 euro gestolen hadden. Dat wordt nu pas bekend. Het geld zat in de kas van de stichting Leefbaar Amsterdam ’92 die de raadsfractie ondersteunde, aldus AT5. Leefbaar is al sinds 2006 niet in de raad vertegenwoordigd.

abstract-mobile-1

De lokale democratie staat in Nederland onder druk. De plannen van minister Plasterk van Binnenlandse Zaken om gemeenten ‘op te schalen‘ tot meer dan 100.000 inwoners kunnen inhouden dat het aantal raadszetels met de helft afneemt. Dat komt bovenop de zogenaamde ‘dualiseringscorrectie‘ om gemeenteraden met 10% te verkleinen. Op dit plan van de PvdA heeft de Raad van State kritiek omdat er juist meer taken op de gemeenten afkomen. Er wordt een inschatting gemaakt dat in 2025 van de ruim 9000 raadsleden nu er straks nog zo’n derde over is. Hierdoor neemt de controlerende taak van de gemeenteraden verder af.

Raadsleden of leden van politieke partijen zijn net gewone mensen. Ze zijn niet beter dan anderen en stelen als ze in de verleiding worden gebracht. Als passend toezicht ontbreekt slaan ze hun slag. Toch is het vreemd dat politieke partijen die uitblinken in fractiediscipline en in de organisatie zweren bij strikte hiërarchie geen beter toezicht op het eigen functioneren hebben. Weliswaar gaat het in twee van de vier voorbeelden (Van Garderen en Van der Roest) om verduistering uit kassen die hoogstens als verlengde van een politieke partij zijn op te vatten, het gebeurt wel in een sfeer waar partijleden de dienst uitmaken en elkaar tegenkomen.

De lokale democratie heeft openheid en circuits nodig die minder gesloten zijn. En minder voorspelbaar verlopen. Dat kan door de werving en selectie voor de functies in het openbaar bestuur open te gooien en onder een grotere groep burgers te houden. Dus niet alleen onder de 2,5% van de kiesgerechtigden dat nu lid is van een politieke partij. Mensen die over het randje gaan zullen er altijd blijven. Maar dat kan verminderd worden door de rol van politieke partijen als uitgifteloket voor banen in het openbaar bestuur te beperken en voortaan andere selectiecriteria voorop te zetten. Zodat niet partijtrouw of interne solidariteit, maar het dienen van de openbare zaak zonder de ruis van de politieke partijen zonder omwegen centraal komt te staan. Hoe dat precies moet is weer een andere vraag. Nu wordt deze bewust ontweken door de partijen.

abstract-mobile-chart

Foto’s: Hoe een ‘mobile‘ maken. Uit: Popular Science, 1954. Een kwestie van balans.

Broertjes: kiesdrempel tegen versnippering. Wat is het probleem?

5ba1e7f5-7e6b-4466-b580-d7b2750eb7fc_college

Burgemeester Jan Broertjes (VVD) van de gemeente Midden-Drenthe pleit voor een kiesdrempel. Hij ziet dat als oplossing voor versnippering en versplintering: ‘Laat ik vooropstellen dat ik geen probleem heb met meer partijen, maar als je het aantal eenmansfracties ziet toenemen, dan komt dat de bestuurbaarheid niet ten goede.’ Maar voor welk probleem is zijn analyse eigenlijk de oplossing? Redeneert Broertjes niet vanuit het belang van een gevestigde politieke partij en van een politieke klasse die met de rug naar de toekomst staat?

Broertjes probeert z’n gelijk aan te tonen door het voorbeeld van de Groningse gemeente Bellingwedde dat volgens hem ‘dertien raadsleden heeft en waar de grootste partij twee zetels heeft.’ Maar zijn bewering klopt niet. Volgens de gemeentesite heeft Bellingwedde acht partijen in de raad. De PvdA heeft drie zetels, en Plaatselijk Belang, SP en CDA twee zetels. Plaatselijk Belang en het CDA vormen het collegeSamen met een VVD-burgemeester van wie Broertjes wellicht zijn informatie heeft gekregen. In theorie zouden PvdA, CDA en Plaatselijk Belang of SP een meerderheid in de raad kunnen vormen met zeven van de dertien zetels. Da’s redelijk en er absoluut geen voorbeeld van dat een lage kiesdrempel een gemeente onbestuurbaar maakt.

Jan Broertjes waarschuwt voor ‘schijndemocratie‘ die hij alsvolgt omschrijft: ‘Iedereen heeft het gevoel dat het democratisch is dat iedere stroming een kans krijgt en dat de democratie daar zelfs mee is gediend. Volgens mij is het omgekeerde het geval: de bestuurbaarheid gaat achteruit. Machtspolitiek van collegepartijen is dan het verwijt, maar het is echt gemakkelijker besturen met minder partijen.’  Wat toont Broertjes hiermee aan?

Natuurlijk kan het makkelijker zijn als een raad minder partijen heeft. Dan zijn de lijnen korter. Maar is het ook beter voor de bestuurbaarheid? Kent representativiteit niet een prijs? In het duale raadsstelsel controleert de raad het college dat bestuurt. Dit houdt in dat de meeste bestuursbevoegdheden zijn verschoven van raad naar college. Daarbij komen de ‘gemeenschappelijke regelingen‘ waarvoor wethouders zich niet meer kunnen verantwoorden tegenover de eigen raadsleden. Zodat de democratische controle op de uitvoering afneemt.

Het omgekeerde van wat Broertjes beweert is waar. Op lokaal niveau zit niet in schaalverkleining, maar in schaalvergroting het grootste bestuurlijke en democratische probleem. Niet de versnippering vraagt erom om aangepakt te worden, maar de opschaling die zich onttrekt aan gemeentegrenzen. Herindeling en vergroting van gemeenten kan helpen om de gemeentelijke regelingen weer onder controle van een raad te brengen. Dat staat los van de samenstelling van de raad. Broertjes vindt een personenraad minder dan een partijenraad. Maar dat sluit nieuwe vormen van participatie uit, zoals de invoering van E-democratie. De redding van de lokale politiek ligt niet in het doorgaan met een partijenraad waar politieke partijen het onder elkaar regelen, maar in de combinatie met een personenraad waar de 97,5% niet-partijleden de gemeenteraden aanvullen.

Foto: Het college van de gemeente Midden-Drenthe met in het midden burgemeester Jan Broertjes (VVD).

New World Academy met Jonas Staal, Dirk Poot en BAK

Print

Kunstenaar Jonas Staal zet in Utrecht zijn onderzoek naar de democratie voort. Met zijn langlopend project New World Summit zoekt Staal op het snijvlak van kunst en politiek naar alternatieven voor het vanzelfsprekende. Dat minder dwingend is dan ons altijd voorgehouden wordt. Verandering van het bestaande vraagt langdurige strijd. Hij legt dat alles op een documentaire wijze vast. Als een sociaal architect probeert Staal de marge naar het hart van de samenleving te trekken. Hij is daarin tamelijk succesvol.

In New World Academy bundelen Staal en Maria Hlavajova’s BAK, basis voor actuele kunst hun krachten. Een van de drie sessies (naast ‘Towards a People’s Culture‘ -Filipijnen- en ‘Collective Struggle of Refugees: Lost. In Between. Together.‘ -immigratie en asiel-) is ‘Leaderless Politics -Piratenpartijen- met Dirk Poot als ‘leraar’. Bij de verkiezingen van september 2012 voerde hij de lijst aan van de Piratenpartij met het beste resultaat van alle partijen die het niet haalden. Hem ‘leider’ noemen is ongepast in een partij die inspraak, basisdemocratie en machtsdeling in praktijk brengt. Piraten zweren bij leiderloosschap, maar de stroming brengt krachtige woordvoerders voort als Rick Falkvinge, Christian Engström, Birgitta Jónsdóttir of Poot.

De reader ‘Leaderless Politics‘ geeft bijzonderheden. Vooral het vraaggesprek van Staal met Dirk Poot maakt inzichtelijk waar de Nederlandse Piraten voor staan. Zo willen ze de Senaat opheffen, maar de Tweede Kamer uitbreiden om de controle op de regering te vergroten. Met als bijkomstigheid dat de kiesdrempel lager wordt. Poot herhaalt de kernpunten uit het programma en gelooft in het digitale instrument dat ‘Liquid Democracy‘ heet en als opzet heeft de burgers bij de politiek te betrekken en de besluitvorming te decentraliseren. Poot gelooft nog steeds in een internet dat van de burgers is en als instrument voor democratisering kan worden ingezet. En: ‘Het gaat om de ontwikkeling van een zelfvernieuwende politieke structuur die rechten garandeert en in zich draagt dat niemand inbreuk maakt op die rechten.’  We zullen het zien. Lees de reader en bezoek de tentoonstelling bij BAK in Utrecht die tot 23 december te zien is. Raadpleeg het programma.

Foto: Logo New World Academy