George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘CIOT

Groenhuijsen praat spionage goed die niet goed te praten valt

with 6 comments

Waarom ons drukmaken over de NSA? Why Care About the N.S.A? Of de AIVD waarover met een beroep op de informatiepositie premier Rutte geen openheid van zaken geeft. Burgers en journalisten die de gevaren niet zien praten de geheimzinnigheid goed. Met verwijzing naar een item van Nieuwsuur over het open internet twittert Charles Groenhuijsen: ‘Eenzijdig! Alleen aandacht voor VS-speurders. Geen woord over kwaadaardige cybercrime-plegers. Gevaar onderschat?‘ Roger Vleugels twittert terug: ‘Valt onder jouw definitie van cybercrime ook het niet-constitutionele althans het niet-wettige handelen van diensten als #NSA‘.

Filmmaker Brian Knappenberger laat zien waarom gewone Amerikanen bezorgd moeten zijn over het aftappen van het internet. Of gewone Nederlanders over wat de Nederlandse overheid doet. Providers zijn verplicht het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie elke dag een actuele lijst van online gegevens van alle Nederlanders te geven. Nederland is kampioen aftappen van de eigen bevolking. David Sirota slaat de spijker op de kop. Techdirt zet het op een rijtje. Je kunt stellen dat je niks verkeerd doet omdat je niks verkeerd hebt gedaan. Maar als een overheidsdienst alles van je weet, dan zullen ze altijd iets weten te vinden om je vast te nagelen. Iets waarvan je dat vooraf niet zou vermoeden. Een NSA of AIVD die al je digitale persoonsgegevens kennen zullen als ze dat willen moeiteloos een verhaal tegen je kunnen fabriceren dat aannemelijk klinkt.

Da’s het gevaar waarop burgers en journalisten met intuïtie, gezond wantrouwen tegenover de staatsmacht en kennis van zaken alert moeten zijn. Daarom moeten we ons drukmaken over teveel uitvoerende macht in een hand. Of in dit geval: een overheidsdienst. Waarvan het toezicht door de politiek doorgaans afgezwakt wordt. In de VS is het debat over het bespioneren van burgers uitgelopen op een debat over persvrijheid. Ook journalisten als James Rosen zijn focus van onderzoek of worden geïntimideerd. Ze zouden met hun bronnen ‘samenzweren‘. Dat heeft een bevriezings-effect. Ze durven hun onderzoek niet meer te doen omdat ze niet weten wanneer ze hun bronnen en zichzelf in gevaar brengen. Het is maar net wat je eenzijdig noemt.

Advertenties

Hoe actief is Nederlandse overheid in bescherming privacy burger?

leave a comment »

Oud-lid van het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) Ulco van de Pol waarschuwt dat overheden en bedrijven het vertrouwen van de burger niet moeten verspelen. Dat komt te voet en gaat te paard. Eenmaal verloren is het nauwelijks nog terug te winnen. Afgelopen jaren is het vertrouwen in de Nederlandse overheid aangetast. Waarom ontwikkelt die geen programma om burgers te helpen hun privacy te beschermen? Het kabinet Rutte houdt over de Amerikaanse spionage in Nederland angstvallig de kaken op elkaar. Minister Timmermans vindt dat de VS doorslaan met aftappen, maar vergeet dat Nederland zelf kampioen aftappen is.

Providers zijn wettelijk verplicht het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT) elke dag een actuele lijst van alle telefoonnummers, IP-adressen en e-mailadressen van alle Nederlanders te geven. Deze database wordt 2,7 miljoen keer per jaar geraadpleegd, aldus Niels Huibrechts van XS4ALL. Opereert onze overheid geloofwaardig? Op 11 december is in het WCT Rotterdam het congres Dataprotectie & Privacy. 

Internettaps: afwijkende opsporing van criminelen en terroristen?

leave a comment »

G58261933168103

Het rapport ‘WODC-onderzoek: het gebruik van telefoon- en internettap in de opsporing‘ spoort niet met de onthullingen door Edward Snowden over de spionage door nationale inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Zoals in de VS, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Zweden en het Verenigd Koninkrijk. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) is een onderdeel van het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Het rapport beredeneert dat bij de telefoontaps in Nederland zorgvuldig wordt omgesprongen met de privacy van verdachten. Want opsporingsteams hebben geen capaciteit om veel getapte telefoongesprekken uit te luisteren en uit te werken, en zijn daarom terughoudend met het aantal taps: ‘Volgens eigen zeggen sluiten ook deze teams echter geen taps aan zonder zorgvuldig het nut en de noodzaak van het middel te overwegen‘ (p.182). Opvallend is dat Nederland een tapbevel niet gekoppeld is aan een persoon, zodat onbekend is hoeveel mensen afgetapt worden. Het maken van een vergelijking met andere landen is dan ook  lastig.

De internettap heeft de toekomst omdat er steeds meer wordt gecommuniceerd via internet. Maar: ‘Zowel de internettap zelf als de opsporingsambtenaren blijken echter nog niet klaar te zijn voor de grotere rol die de internettap naar verwachting zal gaan innemen. Vooralsnog is het middel weinig gebruiksvriendelijk en lijkt het nog niet toegerust te zijn voor een bredere inzet‘ (p.186). Vergelijking met de ons omringende landen is lastig, want: ‘Over de inzet van het opsporingsmiddel zijn echter minder gegevens verstrekt dan verwacht. De belangrijkste reden hiervoor is dat het een opsporingsmiddel blijkt te zijn waarover de geïnterviewde personen niet veel in de openbaarheid willen brengen. Het gebrek aan openheid op dit punt lijkt te maken te hebben met mogelijkheden maar vooral ook met de onmogelijkheden van de inzet van de internettap.

Dat laatste is een opvallende conclusie die door de onthullingen van Snowden onhoudbaar is en het rapport gedateerd en onvolledig maakt. Wat zouden volgens de opstellers van het rapport de onmogelijkheden van de internettap zijn in een wereld waar inlichtingendiensten met spionageprogramma’s directe toegang hebben tot alle communicatie op internet? Het rapport praat vanuit een stand van de techniek uit een recent verleden over ‘de inzet van technieken zoals deep-packet-inspection‘. Met de verklaring: ‘Dit is een techniek die het mogelijk maakt om in grote datastromen informatie te selecteren die men wel en niet wil onderscheppen.

Conclusie is dat het rapport te laat komt om geloofwaardig te zijn. Wat erin staat zal binnen de beperkingen kloppen, maar vraag is of de verkenning zo breed is als het rapport suggereert. Uitgebreid wordt stilgestaan bij de voordeur van de opsporing, maar het bestaan van de achterdeur wordt genegeerd. Een verklaring is dat de criminele opsporingsdiensten in middelen, toegeëigende bevoegdheden en politieke steun achterblijven bij de surveillance door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die de nationale veiligheid als werkterrein hebben. De conclusie oogt krom dat de criminele opsporing vanwege juridische, operationele en financiële middelen worstelt met technieken die bij de inlichtingen- en veiligheidsdiensten stilzwijgend ingevoerd zijn.

Foto: Gene Hackman in The Conversation (1974) van Francis Ford Coppola.