George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Cabaret

De duistere zijde van een cabaretrecensie. Ivo Nieuwenhuis verwart (identiteits)politiek en wensdenken met humor en meningsuiting

with one comment

Laat ik vooropstellen dat ik weinig met Nederlands cabaret heb (dat is eufemistisch uitgedrukt), zoals ik ook niets met dominees heb. Maar nog minder heb ik met recensenten die artikelen over de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting schrijven met in de kop het woord fatsoen. Zoals Ivo Nieuwenhuis in Trouw: ‘Moeten witte grappenmakers een stapje terug doen of is fatsoen voor buiten het theater?’ Ik zou zeggen, vooral de recensent die zoiets beweert moet een stapje terug doen.

Nieuwenhuis’ verwijzing naar fatsoen is om verschillende redenen ongelukkig, maar ook verhelderend omdat hij ermee uit de kast komt als een moralist. Naast het feit dat het de meningsuiting inperkt en vrijheid vervangt door burgerlijkheid is het ook eens hoogst subjectief begrip waarvan de interpretatie niet bij voorbaat vaststaat. Goede smaak, fatsoen of goede zeden is niet meer dan een normatieve opvatting van een specifieke sociale klasse waar Nieuwenhuis zich tot vertegenwoordiger van maakt.

Cabaret is amusement en geen kunst. Of kleinkunst. Maar ook amusement moet vrijheid van meningsuiting kennen. De verschijningsvorm van cabaret is eerder ironie dan humor. Het verschil daartussen is dat teksten of liedjes verhuld en ingekleed zijn en de toeschouwer ruimte laat om te betekenis ruim op te vatten. Daarom moet men oppassen met de interpretatie van cabaret. Humor is eenduidiger, rechtstreekser en bijtender.

Nieuwenhuis voedt zijn betoog met voorbeelden uit de identiteitspolitiek. Vanuit de neiging om te oordelen komt hij op voor specifieke sociale groepen. Hij vindt dat ze vanuit een positie van onmacht onrecht worden aangedaan. Dat is een verdedigbaar standpunt, maar zegt toch vooral iets over Nieuwenhuis’ gedachtengang over een situatie die hij schadelijk en ongewenst acht en graag veranderd zou willen zien.

Uiteraard is het aan de politiek en niet aan het cabaret om zo’n situatie te veranderen waarvan Nieuwenhuis meent dat die ongewenst is. Cabaret geeft er commentaar op, maar is geen beleidsmaker en moet daarom ook niet als zodanig beoordeeld worden. Juist door de indirecte, ironische opzet van cabaret in een gedramatiseerde als/dan-situatie onderscheidt ook een politiek aandoend betoog van iemand als Theo Maassen of Hans Teeuwen zich fundamenteel van een politiek betoog dat die dubbelzinnigheid mist.

Nieuwenhuis heeft vooral moeite met humor (dat hij als een andere term voor cabaret hanteert) die niet naar boven, maar naar beneden trapt. Dus niet naar ministers en popsterren, maar naar ‘vrouwen die niet kunnen autorijden en homo’s die zich verwijfd gedragen’, zoals hij het uitlegt. Zo laat Nieuwenhuis zijn oordeel over een gewenste politieke situatie zijn oordeel over de toelaatbaarheid van, en de grenzen aan cabaret bepalen.

Nieuwenhuis stelt voorwaarden aan cabaret waarbij hij het in zijn denkraam inperkt en onmachtig maakt. Zijn betoog dat een ‘essay’ wordt genoemd lijkt veelzijdig, maar is zo regulatief dat het in strijd komt met waar meningsuiting of cabaret voor staat. Namelijk een vorm van vermaak die op een ironische wijze zonder de cabaretier, de macht of de onmacht te sparen doorgaans dubbelzinnig commentaar geeft op de wereld.

Nieuwenhuis stelt terecht dat humor nooit onschuldig is, dat het slachtoffers maakt en dat die slachtoffers niet zelden in de hoek zitten waar ook buiten humor om de zwaarste klappen vallen. Dat laatste kan echter het cabaret niet verweten worden. Hij verwijt cabaretiers die zich richten op degenen die in de samenleving de zwaarste klappen krijgen geen oprechte betrokkenheid bij de ­samenleving te hebben. Dat is een ongegronde uitspraak die vooral ontspringt aan Nieuwenhuis’ wereldbeeld en opvatting van identiteitspolitiek.

Nieuwenhuis besluit zijn essay met de conclusie dat omwille van de gelijkheid de ‘leden van dominante sociale groepen soms een stapje terug moeten doen’. Dat is een griezelige opvatting die voorbijgaat aan de functie van spot die mede dient als uitlaatklep én signaal voor ongenoegen. Maar wat erger is, ermee vermengt hij zijn politieke denken met een maatschappelijke ontwikkeling. Het realiseren van emancipatie en gelijkstelling van recessieve sociale groepen behoort tot het domein van de politiek en niet tot dat van het cabaret.

Nieuwenhuis draait oorzaak en gevolg om. Hij spant het paard achter de wagen. Hoe potsierlijk zijn mening is blijkt als men dat toepast op andere sectoren, zoals religie, krijgsmacht, industrie of koningshuis. Moeten bisschoppen, generaals, CEO’s of staatshoofden vrijwillig een stapje terug doen omwille van de gelijkheid? Dat zullen ze uit zichzelf niet doen, en daarom is het evenmin proportioneel om dat van het cabaret te eisen.

In een reactie op Nieuwenhuis’ artikel weerspreekt cabaretier Micha Wertheim diens beweringen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDe duistere zijde van humorMoeten witte grappenmakers een stapje terug doen of is fatsoen voor buiten het theater?’ van Ivo Nieuwenhuis in Trouw, 3 oktober 2020.

Lompheid, ongevoeligheid, baldadigheid, afzeiken, onkunde en ‘leukheid’ zijn kenmerken van NRC-column Youp van ’t Hek

with 4 comments

Wat volgt is gekleurd en volgt uit een afkeer van persoon en vakgebied. Het gaat om de 64-jarige cabaretier Youp van ’t Hek en cabaret. Over dat laatste schreef ik in 2013: ‘Cabaret is amusement dat onder het mom van een hogere waarheid op een domineestoon het dagelijkse naar een dramatisch niveau tilt door te shockeren, op scherp te zetten of te ontroeren. Cabaret bestaat bij gratie van ontvankelijkheid in de wederzijdse afspraak tussen publiek en cabaretier. Fransen noemen dat zo aardig ‘Épater la bourgeoisie‘ ofwel indruk maken op de burgerij. Die laat zich graag afzeiken om deel te worden van iets groters dat het vermoedt. Cabaret is kleinkunst voor de kleinburger die egalitair geniet van zelfkastijding.

Wat mijn weerzin tegen cabaret verklaart is denk ik de ondraaglijke lichtheid en dominees-achtige pretentie ervan. Tegelijk besef ik dat de aanstellerij ervan goed aansluit bij de Nederlandse volksaard en bij bepaalde lagen van de samenleving (lagere middenklasse) populair is daarom een interessant fenomeen is. Mij kan kunst niet ‘hoog’ genoeg zijn (vooral muziek en beeldende kunst) en voor folklore of volkszang die van ‘onderop’ uit de samenleving ontstaat heb ik ook waardering. Aan die tussenvorm in het midden dat cabaret ofwel kleinkunst is en zich boven volkskunst verheven voelt, maar niet kan tippen aan ‘hoge’ kunst kan ik niet wennen. Het mist zowel de oprechte eenvoud als de diepte van respectievelijk volkskunst of ‘hoge’ kunst.

Youp van ’t Hek volg ik niet als cabaretier, maar als NRC-abonnee lees ik onregelmatig zijn zaterdagse columns. Na zijn eerste TV-optreden bij de KRO dat ik lang geleden toevallig zag begreep ik dat Épater la bourgeoisie het alpha en omega van zijn kleinkunst was. Die columns zijn geen plezier omdat ze alleen maar bevestigen wat ik al vind van cabaret en degenen die zich er professioneel mee bezighouden. Nieuwe ideeën of inzichten zijn er niet in te vinden. De columns zijn een herhaling van de paden die al door velen zijn platgetreden en Van ’t Hek in extreme vorm herhaalt. Hij verkondigt makkelijke meningen over de actualiteit die hij op elkaar stapelt en voorziet van een literaire vorm door spiegeling en overdrijving. Het is flinterdun, maar ongetwijfeld populair. Anders valt niet te begrijpen waarom de NRC-hoofdredactie de column handhaaft.

Erger dan weerzin tegen een persoon of vakgebied is desinteresse. Juist omdat het Van ’t Heks vaste benadering is om de kleinburgers af te zeiken en op de kast te jagen is wat hij nastreeft het oproepen van afkeer. Daar wil hij ons hebben omdat dat via een omweg de aandacht op hemzelf vestigt. Door de omkering van waarden zegt deze cabaretier dat hij ons in de spiegel laat kijken. Dat is slim omdat hij hiermee kritiek bij voorbaat terugkaatst en zich achter de spiegel onkwetsbaar maakt. Maar hoe kan een criticus voorbijgaan aan die positie die Van ’t Hek voor ons gecreëerd heeft en toch kritiek leveren die aan zijn straatje voorbijgaat?

Aanleiding voor mijn gebulder is van ’t Heks columnEen knietje’ van 29 september 2018 over de benoeming van rechter Brett Kavanaugh en de getuigenis van Christine Blasey Ford voor de Senaat. Van ’t Hek: ‘Bij die Ford vroeg ik me steeds af: waarom dit wanstaltige amateurtoneel met die gebroken stem en die krokodillentranen? Na 35 jaar! Waarom is ze toen niet krijsend naar haar moeder gerend? Aanranding en bijna-dood! Hallo? Is het geen belediging voor echt verkrachte vrouwen die de rest van hun leven worstelen met de grootste trauma’s? Dit is toch gewoon een van de miljoenen dronken studentenkamerincidentjes?’ Van ’t Hek heeft hier al volop kritiek op gekregen. Niet alleen doordat hij aantoonbaar van toeten noch blazen weet over de verwerking van een trauma, maar ook door zijn vrouwonvriendelijk standpunt. Hij glorieert in zijn onkunde, gebrek aan empathie voor een slachtoffer van grensoverschrijdend seksueel gedrag en gebrek aan politiek besef. Is het leuk wat hij ondanks zijn groteske lompheid zegt? Ik denk het niet, maar enfin, ik ben dan ook niet onpartijdig omdat ik een afkeer van cabaret heb en de manier waarop Youp van ’t Hek zijn vak uitoefent. NRC-lezers worden door Van ’t Hek heerlijk bevestigd in hun afkeer van dat wat kleinkunst is.

Foto: Schermafbeelding van deel columnEen knietje’ van Youp van ’t Hek in NRC, 29 september 2018.

Written by George Knight

16 oktober 2018 at 12:39

Gedachten bij een oproep tot boycot van rapper Boef

with 4 comments

Programmamaker Guilly Koster gaat in op de oproep tot boycot van de Frans-Nederlandse rapper Boef. Met voorbeelden uit het lichte amusement toont hij dat wat Boef heeft gezegd niet uitzonderlijk is. Boef wordt erop afgerekend en andere artiesten als Hans Teeuwen of Youp van ’t Hek niet. Er lijkt hier met twee maten te worden gemeten omdat Boef een moslim is. Wat trouwens in een geconditioneerde reflex wordt gerelativeerd door de geïnstitutionaliseerde islam zoals godsdiensten altijd afstand nemen van probleemgevallen in eigen huis om hun blazoen schoon te poetsen. Of Boefs huidskleur of religie de hele verklaring is valt te betwijfelen.

Het lijkt er eerder om te gaan dat Teeuwen en Van ’t Hek publiekstrekkers in theaters en op televisie zijn, politieke dekking hebben en een machtspositie hebben opgebouwd die Boef mist. Maar wel vanuit hun witheid. Daarom heeft een oproep tot boycot bij de machteloze Boef succes en bij Teeuwen en van ’t Hek niet. Daarom richten de pijlen van verontwaardiging zich op Boef omdat de anderen onschendbaar zijn voor kritiek.

Wat in Kosters betoog ontbreekt is de context waarin deze artiesten hun uitspraken doen. Satire vormt binnen het cabaret een alibi om straffeloos alles te kunnen zeggen. Die context ontbreekt bij Boef. Dat is zijn pech.

Nederlands cabaret is een stilzwijgende afspraak aan twee kanten. Het is een uitlaatklep voor de gevestigde orde om binnen de bescherming en grenzen van een gedramatiseerde alsof-situatie voor burgermannetjes door burgermannetjes alle burgermannetjes en burgervrouwtjes van Nederland af te zeiken. Nederlands cabaret is een door de overheid getolereerd en geregulariseerd escapisme. De oproep tot boycot van Boef kan via een omweg als herkenningsteken van zijn authenticiteit worden opgevat. Het lijkt alsof wat hij zegt echt waar is en hij gemeend zegt. Die indruk ontbreekt bij de spelende en vrijblijvende Teeuwen en Van ’t Hek.

Het onverstand van Bill Maher

with 4 comments

Bill Maher is een cabaretier van het Amerikaanse soort. Cabaret of comedy is een genre voor liefhebbers, en ik ben er geen liefhebber van omdat het me veel aan domineesland doet denken. Maher is overigens opvallend anti-islam, dus dat past precies in dat plaatje van getuigen en prediken. Ik heb niet niets met het genre omdat het te absurd zou zijn, integendeel, maar juist realistisch is zonder realistisch te zijn. Pseudo-realistisch dus. Zo krijgen comedians een beetje politieke macht zonder dat ze verantwoording af hoeven te  leggen. Met grappen of het op effect spelen vullen ze hun argumentatie aan, of verbergen ze het ontbreken ervan. Als ze een rol in het publieke debat als hofnar zouden ambiëren, dan zou dat een duidelijke positie zijn. Dat heeft een maatschappelijke functie. Maar hun pretentie gaat verder. En dat maakt het misleidend en vrijblijvend.

Neem nou Bill Maher in een sketch over Trump voor zijn show Real Time van 29 april 2017. Mediaite doet er in een bericht verslag van onder de titel ‘Bill Maher: ‘Liberals Need to Stop Trying to Win Over Trump Voters With Facts’’. Progressieven hoeven volgens Maher niet te proberen om Trumps achterban te overtuigen met feiten omdat die feiten toch niet zouden aankomen. Trumps kiezers zouden alleen aanslaan op emotie en niets om feiten geven. Dit is om een aantal redenen een bedenkelijk standpunt. Het geeft de indruk dat Trumps kiezers zich niet laten leiden door feiten en door zo’n neerbuigende houding vergroot het de kloof met die groep, dat progressieven of de Democratische partij DNC daarom geen moeite hoeven te doen om de feiten -ingebed in een sterk politiek programma- overtuigend te formuleren en presenteren, en het gaat mee in de hedendaagse mode om de waarde van feiten te relativeren. Maher vraagt om een reactie:

Nonsense. Liberals need to start trying to win over Trump voters with other facts. Liberals must demonstrate that Trumps policy is bad for employment, competitiveness and well-being.

It is not about all against Trump, it is about all in favor of a prosperous, fair and open USA. And Trump can’t deliver such a policy. These are the facts which must be put forward. Trump can only be beaten by demonstrating his bad record.

Bill Maher misses the point. Liberals should distance themselves from big money in politics and assume the interests of all ordinary citizens. That can only be convincingly demonstrated by carefully summarizing the facts.

De les die Maher niet volgt omdat hij met zijn pseudo-confrontatie grappig wil zijn en op effect speelt is dat de achterban van populisten juist met feiten tegemoet getreden moeten worden. Want feiten kunnen aantonen dat hun belang door de populist van dienst niet gediend wordt. Wellicht valt dat kwartje bij Trumps achterban niet meteen, maar dat is geen reden de poging te staken. Politiek is het verdelen van macht door overtuiging. Als politici van centrumpartijen dat nalaten, dan geven ze het geloof in de politiek op en posteren zich als belangenbehartiger van de eigen doelgroep in het eigen domein. Opspelende emotie bij Trumps achterban is geen excuus om de pogingen te staken. Het is rampzalig omdat het politici niet langer verplicht om breed en ‘inclusief’ te denken. Het is gemakzuchtig omdat zo nergens meer een politiek programma tot stand komt dat zowel uitgaat van feiten alsook de pretentie heeft allen te bedienen en probeert in het verleden gemaakte fouten te herstellen en in te bedden. Maher is dwaas in de zin van ‘onverstandig’. Was hij maar gewoon ‘zot‘.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelBill Maher: ‘Liberals Need to Stop Trying to Win Over Trump Voters With Facts’’ op Mediaite, 29 april 2017.

Written by George Knight

29 april 2017 at 15:13

Sjaak Bral kritisch op graaicultuur koningshuis. Luim of ernst?

with 3 comments

Cabaretier Sjaak Bral is kritisch op de graaicultuur. Van koning Willem-Alexander. Da’s weer eens wat anders dan het afkammen van bankiers. ‘Zo’n president is ook niet goedkoop, dat klopt. Maar die kan je in ieder geval kiezen en beoordelen op zijn kwaliteiten’ zo luidt de toelichting op YouTube bij dit fragment. Willem-Alexander of zijn voorgangers zijn niet door het volk gekozen. Ze hebben zichzelf in onze naam benoemd. Of Willem-Alexander geschikt is als staatshoofd is geen vraag die er toe doet. We zullen het nooit weten. Omdat we het niet mogen weten. Omdat we de vraag niet mogen stellen. Omdat de vraag nooit beantwoord wordt.

Koning Willem-Alexander is een normale calculerende burger die zich van anderen niets aantrekt. Zeker niet van een slap en verdeeld parlement dat geen vuist durft te maken. De mythe van de monarchie is een mysterie dat de onmacht van het parlement in stand houdt. Kritisch PvdA-kamerlid Jan Vos wilde in 2014 het salaris van Willem-Alexander terugbrengen naar de Balkenende-norm. Zo’n 230.000 euro. Nu ontvangt de koning 825.000 euro. Vos werd teruggefloten en zweeg. Uit onderzoek in 2008 en 2009 van de Gentse hoogleraar Herman Matthijs bleek het Nederlandse koningshuis het duurste van Europa. Recent onderzoek zou uitwijzen dat de Noorse monarchie duurder is. Wat de kosten van de Nederlandse monarchie zijn valt lastig te zeggen, des te meer omdat het niet in het belang van de monarchie is om de kosten openbaar te maken.

Sochi-3-600x278

Foto: Koning Willem-Alexander drinkt bier samen met de Russische president Vladimir Putin. Sochi 2014.

Berlijnse imam: vrouw moet thuisblijven en echtgenoot nooit seks weigeren

with 6 comments

Nederlands cabaret doet me niks, maar van de echte predikers kan ik geen genoeg krijgen. Dat heeft te maken met het ‘als of’ dat de afspraak van theater is. Publiek en toneelspelers doen net alsof. Maar Abdel Moez Al-Eila in de Berlijnse Al-Nur Moskee is van een andere orde. Da’s echte humor. Goed amusement dat ergens over gaat. Niet over doorzonwoningen, hockeymeisjes of Opel-rijders, maar over het echte leven.

De prediker zegt (Engelse vertaling): ‘A woman should be confined to the home and should dedicatie her time and efforts to taking care of her children and het husband. (..) Moreover, a woman is not allowed to refuse to sleep with her husband. She is not allowed to make excuses or use pretexts. (..) A wife is not allowed to say ‘no’, under any pretext – not even if she gets her period.’ Prediker Abdel Moez Al-Eila heeft het dus niet zo op vrouwenrechten. Als de man maar aan zijn trekken komt. Dat gaat hem boven alles. Het is zijn essentie.

Vraag is of dit nog iets met de islam te maken heeft. Waarschijnlijk niet. In alle religies vinden voorgangers en predikers volop ruimte om hun eigen interpretatie te geven. Zodat ze hun eigen positie binnen die religie versterken door harde standpunten in te nemen. Daardoor kan religie ontsporen. Daarom is het verstandig om deze prediker te vragen waar hij zich op baseert. Hoe hij zijn meninkjes uit zijn hoge doek tovert. Want zijn optreden kan dan wel om te lachen zijn, voor de betrokken vrouwen is het rampzalig en tenhemelschreiend. Trouwens, het vrouwenprogramma van de Al-Nur Moskee is nog niet ingevuld. Hoe zou dat nou komen?

fr

Foto: Schermafbeelding van het vrouwenprogramma van de Berlijnse Al-Nur Moskee, 3 februari 2015.

Lachen met dominee Ezinga om religieuze echo van God

with 2 comments

Geef mij maar dit soort video’s over de Here, Allah, tot God gaan, bekeren, geloven of zonde. Nederlands cabaret verbleekt erbij. Iedereen ontleent het eigene erin en vindt zichzelf. Religie is een bron voor zingeving voor sommigen, voor mij is het een onuitputtelijke bron van humor. Ik moet altijd zo onbedaarlijk lachen om de religieus geïnspireerden die zichzelf en hun God zo ontzettend serieus nemen. Trouwens niet in de zin van ‘uitlachen’ uit misnoegen, nee, echt als inspiratie om te lachen en alle zorgen en muizenissen te vergeten.

Dominee Ezinga stelt het duidelijk. Jij verlangt niet naar God en wilt niks met hem te maken hebben. Hij tuigt een actieve weerstand op die juist in die weerstand God centraal zet en aan waarde wint. Een win-win-situatie voor religie en degenen die hun brood in de religieuze sector verdienen: in het negatieve en het positieve draait het om God. Ezinga schetst niet het beeld dat God niet inspireert en buiten iemands gedachtenwereld valt. Of geen keuze is van een andere macht, maar een projectie van wat je er eerst instopt. Zoals een zoeker die van de waarzegster terughoort wat-ie haar zojuist vertelde. Uit onderzoek van het SCP blijkt dat religie een langzaam aan belang inboetende bedrijfstak is. Wellicht moeten religieuze organisaties de revitalisatie zoeken in het inzetten van humor. Ezinga maakt er een succesvol begin mee. Het is fijn lachen met hem.

ezi

Foto: Schermafbeelding van dominee Ezinga uit bovenstaande video ‘Het is (on)mogelijk om tot God te gaan

Ondraaglijke lichtheid van het Nederlands cabaret: Theo Maassen

with 4 comments

15612606-568x378

Er blijkt afgelopen weken in de Nederlandse media een heuse storm opgestoken te zijn. Over een belangrijk iets. Internetactivist Aaron Swartz die in het nauw gebracht door de Amerikaanse overheid zelfmoord pleegt? Nee. De Franse interventie in Mali? Nee. De oorlog in Syrië? Nee. Waarover dan wel? Theo Maassen. Een cabaretier met Brabantse tongval die agressie speelt en oogst. In de ‘als of‘-wereld van de dramatiek dus.

Cabaret is amusement dat onder het mom van een hogere waarheid op een domineestoon het dagelijkse naar een dramatisch niveau tilt door te shockeren, op scherp te zetten of te ontroeren. Cabaret bestaat bij gratie van ontvankelijkheid in de wederzijdse afspraak tussen publiek en cabaretier. Fransen noemen dat zo aardig ‘Épater la bourgeoisie‘ ofwel indruk maken op de burgerij. Die laat zich graag afzeiken om deel te worden van iets groters dat het vermoedt. Cabaret is kleinkunst voor de kleinburger die egalitair geniet van zelfkastijding.

De mediastorm spitste zich toe op een uitspraak van Maassen over de beveiliging van een politicus als Geert Wilders. Hij zegt daartegen te zijn: ‘Misschien dat mensen dan net effe iets langer nadenken voordat ze iets zeggen.’  Da’s een mening die slecht valt bij rechts en links tot bijval verleidt. Ook wordt Maassen verweten door Nausicaa Marbe dat-ie de islam niet hard durft aan te pakken, maar zich confortabel als pseudo-rebel richt op Wilders als symbool van een voorbij verleden. Theo Maassen symboliseert de ultieme kleinburger.

Kritiek gaat voorbij aan het wezen van de ‘als of‘-wereld van dramatiek. Aan de stilzwijgende afspraak tussen acteur en publiek om binnen theaterconventies een gezellig loopje met de werkelijkheid te nemen. Om effect te resulteren dikt een voorstelling in en verdraait. Juist daarom kan een cabaretier alleen afgemeten worden aan het feit of-ie succesvol zijn schijnwereld dramatiseert, maar niet aan de waarde van politieke uitspraken over de echte wereld. Cabaret is immers geen politiek debat. Nederlands cabaret veinst met licht vermaak onder een loodzware mantel van ongeveinsdheid de realiteit, maar zal er per definitie nooit arriveren.

Foto: Theo Maassen in zijn voorstelling ‘Met alle respect’, 2012. Credits: Hollandse Hoogte / Vincent van den Hoogen.

Is het bijzonder dat Haye van der Heyden PVV stemt?

with 3 comments

Haye van het Heyden stapt in de rol van Geert Wilders. Hij is van mening dat het gedachtegoed van Wilders gediscrimineerd wordt, net als de persoon. Want Wilders vervult een duidelijke en nuttige rol in de loop der dingen en hem politiek of sociaal uitsluiten druist in tegen alle beginselen van het democratisch systeem. De toneelschrijver probeert als PVV-stemmer zinnige dingen te beweren. Hij zegt in een VK-opiniestuk zich een volbloed liberale democraat te voelen en reageert in een vervolgstuk omdat-ie zich gediscrimineerd voelt.

Wilders dient inderdaad als breekijzer, wordt dag en nacht bewaakt, is een normaal leven ontnomen en wordt meer gediscrimineerd dan wie dan ook. Sommigen vermoeden dat deze isolatie hem verder radicaliseert en dus averechts uitpakt. Van der Heyden zegt in een NRC-interview dat-ie net zolang op Wilders zal stemmen totdat deze niet meer bekeken wordt als een vies beest, en hij als PVV-stemmer niet meer bekeken zal worden als vies beest. Pas dan zal-ie niet meer op hem stemmen. Of wanneer Wilders een meerderheid haalt.

Met dit beroep op tegenstand bouwt Van der Heyden zijn argumenten. Het is krachtig, maar wel het enige dat-ie aandraagt. Iedereen moet uiteraard voor zichzelf weten of de sociale uitsluiting van een partij of persoon een voldoende reden voor steun is. Waarbij het verschil uitmaakt of partij of politicus of de stemmer op een partij uitgesloten wordt. Opvallend is dat vertegenwoordigers van het lichte genre in de terugblik Lachen na de Twin Towers afstand nemen tot hun eerdere felheid tegenover Wilders en de PVV-stemmer.

Van der Heyden wil niet dat er over hem gepsychologiseerd wordt, maar hij draagt hiervoor munitie aan door te verwijzen naar het gezin als hoeksteen, straf in de opvoeding en zijn katholieke NSB-vader die zijn moeder verliet. Maar daar gaat het niet om. Niemand zou op straffe van sociale en professionele uitsluiting moeten verantwoorden waarom-ie PVV stemt. Zoals dat voor andere goedgekeurde politieke partijen evenmin geldt.

Van der Heyden is door alle publiciteit gedwongen te verklaren dat-ie afstand neemt van de helft van het PVV-programma. Da’s niet afwijkend, want burgers calculeren hun partijkeuze en hoppen van partij tot partij. Merkwaardig is juist dat-ie berekening nalaat. Dat Van der Heyden een weinig consistent verhaal houdt kan evenmin voorwaarde voor zijn keuze zijn. Weliswaar normaliseert de PVV-stemmer en komt-ie steeds meer overeen met de gemiddelde kiezer, maar in de steun blijkbaar niet. Daarover zal Wilders niet rouwig zijn.

Foto: Scene uit de Broadway-show Waiting for Lefty van Clifford Odets en het Group Theatre, najaar 1935. Met Elia Kazan als Agate Keller. Regie Clifford Odets en Sandford Meisner

Beeldreligie

with 18 comments

Op 4 januari 1964 zond het satirische VARA-programma Zo is het toevallig ook nog ‘ns een keer een sketch over Beeldreligie uit. Gebaseerd op een Engels voorbeeld maakte het de opmars van de televisie in bijbelse termen belachelijk. Kerkleiders en voornamelijk christelijke politici protesteerden, maar de VARA-leiding hield voet bij stuk. In 1966 kwam er een einde aan Zo is het .. vanwege een sketch over rellen in Amsterdam.

Sinds die tijd smacht Nederland naar een politiek satirisch programma dat dicht op de actualiteit zit. Toen het eigenlijk niet kon was het er, en nu het wel kan is het er niet. Misschien de ware voedingsbodem voor satire. De luxe van het kiezen en de vrijheid maakt programmmakers en omroepbazen lui.

Het tegenwoordige cabaret toont als aflaat en mist urgentie. Kluchtig en boertig, pruik en aangeplakte snor, liedje en grapje, maar alles zo ingebed in een format dat het al bij voorbaat onschadelijk is. Na het literair-absurde Zo is het .. kwam het politiek-cabarateske radioprogramma In de Rooie Haan dat overging in het cabareteske Spijkers met Koppen. Alleen het VPRO-programma Van Kooten en de Bie deed een goede poging, maar miste uiteindelijk scherpte door het scala aan typetjes dat de macht overnam.

Het tekent de ontwikkeling. De avant-garde van weldenkend Nederland werd vervangen door inwisselbare televisieprofessionals. Zoals nu voor de totale Nederlandse omroep geldt. Het wachten is op narrowcasting dat oude scherpte terugbrengt.

Schoppen tegen huidige wantoestanden is iets wat de VARA nu niet meer zou kunnen. De verwording in omroepland uit zich in het oprekken van programmacategorieën als informatie en kunst, die toenmalig minister Brinkman in 1984 in zijn medianota formuleerde. Het mocht niet baten. Een quiz, een kerkkoor, life style alles valt er tegenwoordig onder. Kijkcijfers staan centraal en netcoördinatoren hebben de macht gegrepen. Alles loopt in elkaar over.

De verzuiling maakte Zo is het .. mogelijk. De VARA bood een relatieve vrijplaats waar kritische schrijvers, journalisten en acteurs konden stoeien. Zuilen wilden zich van elkaar onderscheiden. Nu worden restanten van dezelfde verzuiling krampachtig bij elkaar gehouden. Elke gedachte om zich van de ander te onderscheiden wordt door het systeem gefrustreerd. Nog meer dan voorheen staat de overlevingsstrategie van het bestel centraal. Programma’s zijn ondergeschikt geworden. We zien het elke dag.

Foto: Gezin kijkt televisie, omstreeks 1958

%d bloggers liken dit: