Gedachte bij foto ‘Photographie de propagande : foule à Auteuil’ (1943)

Photographie de propagande : foule à Auteuil, 20 juni 1943. Collectie: Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

De titel van deze foto zegt dat er een menigte in Auteuil is. Dat is een Westelijk deel van Parijs. De toelichting geeft geen bijzonderheden, maar waarschijnlijk is de locatie het Bois de Boulogne of het Parc Sainte-Périne.

De menigte staat op een grasveld. Sommigen staan zelfs op stoelen om iets te zien dat zich buiten het kader van de foto afspeelt. Dat geeft spanning. Het onderwerp is niet het evenement waarnaar men kijkt, maar het kijkende publiek zelf. Zonder dat men het doorheeft wordt men zelf tot evenement gemaakt. Vrouwen dragen sjieke hoeden. Dat kan een aanwijzing zijn dat het om een paardenrace gaat. Hoewel, waarom staat men dan niet dichter langs de lijn?

De datum maakt het wrang. Het is zondag 20 juni 1943. In Amsterdam wordt bij een grote razzia een groep Joden opgepakt. Op vele plekken wordt gevochten op leven en dood. Hier wordt alleen gevochten om een goed plekje om te zien wat wij niet zien. Deze foto is dan ook een propagandafoto van de Franse pro-Duitse Vichy-regering. Alles moet lijken alsof het normaal is.

Het publiek krijgt brood en spelen. Het ziet er goed doorvoed en welvarend uit en is blijkbaar uitgelopen voor een race. Het is geen toeval dat de anonieme fotograaf hierheen gestuurd is. ‘Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was‘, zo zegt betreffend lemma van Genootschap Onze Taal.

Is het flauw om de lijn te trekken die van het Romeinse Rijk via Auteuil naar de huidige tijd loopt? Sport, spel, games en media bieden het volk afleiding en ontspanning. Een verzetje dat het verzet breekt. Het is lastig om de massa die niet verder kijkt dan de eigen neus lang is niet te zien, maar het is zanikerig om het op te merken. Zo komen we er niet uit. Laten we maar opmerken dat propaganda houdt van de menigte. Dat is de vaste regel. En de menigte laat het zich graag overkomen.

Aandacht voor topsport is buitensporig. Het verbindt niet, maar verdeelt

Bukayo Saka, 19, was targeted with racist abuse after Sunday’s Euro 2020 loss. (Reuters/Carl Recine)

De claim dat topsport verbindt is een misverstand. Degenen die dat zeggen en verbinding naar voren brengen als kenmerk van topsport weten dat het onzin is, maar om commerciële en politieke redenen houden ze uit eigenbelang de claim in de lucht.

De Londense Metropolitan Police meldt vandaag volgens een bericht op Politico dat het ‘onderzoek deed naar de golven van online raciaal misbruik waarmee de zwarte spelers van het Engelse voetbalteam werden geconfronteerd nadat de ploeg door Italië was verslagen in de Euro 2020-finale’. Bukayo Saka, Marcus Rashford en Jadon Sancho, die allemaal zwart zijn, namen deel aan de strafschoppenserie die nodig was nadat de stand na 120 minuten wedstrijd gelijk was. Sindsdien zijn ze het slachtoffer van racistische scheldpartijen op hun sociale media-pagina’s.

Tweet van Londense politie, 12 juni 2021.

De claim over die verbinding maakt topsport belangrijker dan het feitelijk is en trekt geld aan. Omroepen die hun zendtijd rijkelijk vullen met uitzendingen van topsport werken er bewust aan mee om het misverstand in de lucht te houden. Ze geven zich over aan de gemakzucht. Zodat het misverstand in de beeldvorming nog sterker benadrukt wordt. Want omroepen hebben zich grotendeels afhankelijk gemaakt van de aanbieders van topsport. Ze larderen dat met ellenlange praatprogramma’s over sport die relatief makkelijk te maken zijn en niet veel kosten.

Zo tekent zich een bizarre samenklontering af van sportbobo’s, sportbemiddelaars, sportbonden, investeerders in topsport, politici die de nationale kaart trekken als er een sportprestatie geleverd wordt door de ‘eigen’ sporters, mediabedrijven die sport aanbieden, omroepen die topsport uitzenden en het publiek dat topsport in grote porties voorgeschoteld krijgt en geconditioneerd is om niet verder te vragen.

De politiek vindt de buitensporige aandacht voor topsport best omdat het de perfecte afleiding is van echte problemen die niet of slechts mondjesmaat aangepakt worden. Zoals de klimaatproblematiek, de pandemie, goed bestuur of evenwichtige eigendomsverhoudingen.

Van de aandacht voor topsport wordt gezegd dat het iets is ‘waarmee je het volk tevreden houdt’. Maar de waarheid is dat de Romeinse schrijver Juvenalis die de term brood en spelen (‘panem et circenses‘) bedacht het niet serieus, maar spottend bedoelde. Onze Taal zegt in een trefwoord hierover: ‘De keizers zorgden voor deze gratis spelen en dit gratis brood om het volk rustig te houden. Juvenalis gebruikte de term brood en spelen sarcastisch. Hij wilde ermee aangeven dat het Romeinse volk oogkleppen ophad voor het verval van het Romeinse Rijk. Zolang er maar brood werd uitgedeeld en spelen werden georganiseerd, was het volk tevreden, en keek het niet verder dan zijn neus lang was.

Het is merkwaardig dat de term brood en spelen ontdaan is van de spottende betekenis en tegenwoordig ver is afgedwaald van wat het ooit betekende. Het wordt als verdienste voorgesteld, maar dient om te verhullen. Dat is het gevolg van misleiding (‘sport verbindt’) en afleiding (‘het volk kijkt niet verder dan de neus lang is’).

Moeten we ons druk maken over de in ogen van sommigen onevenredige aandacht voor topsport in de media? Je kunt toch zeggen dat het volk uiteindelijk krijgt wat het verdient? Maar dat is te simpel bekeken omdat er geen echte keuze meer is. De rest is wegbezuinigd. Liefhebbers van sport die buiten de topsport valt, kunst, film of natuur worden in de media stiefmoederlijk bedeeld. Ze worden in de steek gelaten. Daar gaat het mis.

Het begin van een oplossing om te komen tot een evenredige aandacht voor topsport die niet zo buitensporig is als nu is het besef dat topsport niet verbindt, maar verdeelt. Wellicht kan men nog beweren dat aandacht voor topsport mensen in de eigen kring beter insluit, maar de keerzijde daarvan is dat het de verdeeldheid tussen groepen mensen vergroot. Topsport raakt aan de open zenuwen van een samenleving zoals de racistische uitingen van het Engelse voorbeeld illustreren.

Welke sport- of mediabobo wil daarmee geassocieerd worden in deze tijden waar de termen diversiteit en inclusie bekende begrippen zijn? Laten we ze ter verantwoording roepen door de claim dat sport verbindt door te prikken. Het sprookje heeft lang genoeg geduurd.

Alain Delon te politiek voor neutrale schijn: Miss France

Een relletje met de 77-jarige Zwitsers-Franse Alain Delon. Wat is het geval? Hij sprak zich op 9 oktober positief uit over het Front National (FN) in een interview met de Zwitserse krant Le Matin. Het FN kan de eerste partij van Frankrijk worden. Delon zegt in antwoord op een vraag naar de opkomst van de lokale Geneefse partij MCG: ‘Ik wil alleen maar zeggen dat de strekking van de MCG zoals het Front National heel opbouwend is. Positief omdat mensen het beu zijn om te praten zoals wij deden. Ze willen actie, ze willen iets anders. Ze kenden een ander Frankrijk onder De Gaulle of zelfs Mitterrand. Daarom is het Front National, zoals de MCG in Genève erg belangrijk en daar ben ik het mee eens, ik ondersteun en begrijp het volkomen‘.

Op deze uitspraak kwam veel kritiek. Ook van de Miss France-organisatie. Alain Delon besloot daarop zijn erevoorzitterschap voor het leven van de Miss France-verkiezingen neer te leggen. Hoewel de organisatie het deed voorkomen alsof het Delon de laan uitstuurde. Daar laat een ster van het kaliber Delon geen misverstand over bestaan. Hij houdt de eer aan zichzelf, neemt officieel afstand van z’n voorzitterschap en vertrekt.

Dit meningsverschil is te herleiden tot de vraag of de status quo neutraal is. De Miss France-organisatie zegt dat de verkiezingen amusement zijn en het om die reden weg wil blijven van het innemen van politieke standpunten (elle est par nature à l’écart de toutes prises de positions politiques). Maar het is juist de vraag of het louter bestaan van de verkiezingen of soortgelijk amusement geen politiek standpunt vertegenwoordigt. Door maatschappijcritici wordt zulke verstrooiing als brood en spelen gezien om het volk tevreden te stellen en af te leiden. Als blokkering van de vraag hoe de macht verdeeld wordt en hoe rechtvaardig dat is.

Conclusie kan zijn dat Alain Delon een te uitgesproken mening heeft voor een Miss France-organisatie die zich in het openbaar om economische redenen presenteert als politiek neutraal, maar dat per definitie door haar bestaan niet kan zijn. Het is kien genoeg om dat te beseffen en probeert dat te neutraliseren door een schijn van neutraliteit in stand te houden. Die Delon dus te zichtbaar doorbreekt. Vraag is wat erger pijn doet: de hypocrisie van de Miss France-organisatie of de steun van Alain Delon voor Marine Le Pen en het FN.

Brigitte BARDOT und Alain DELON , 1967

Foto: Alain Delon en Brigitte Bardot, 1967.