Waarom gaven media afgelopen week zoveel ruimte aan de spindoctors van de VVD?

Het is inderdaad schandalig, die spindoctors van de VVD. Media gaven afgelopen week de meningen van spindoctors van de VVD door. Het is als het overnemen van persberichten. Gratis inhoud. Lekker makkelijk.

De verdedigingswal van de spindoctors van de VVD die afgelopen als een door de VVD georkestreerde sprinkhanenplaag de media teisterden (Jan Driessen, Mark Thiessen, Henri Kruithof, ‘mastodonten’ etc.) is dat namens de VVD Mark Rutte zich uit kan spreken over het personeelsbeleid van het CDA (Omtzigt elders), maar de andere partijen niet over het personeelsbeleid van de VVD (geen Rutte). Uiteraard wordt die orkestratie ontkend. Maar ze zeiden allen hetzelfde.

De meest botte bijl was reputatiemanager Jan Driessen die met verve de rol van ‘bad guy’ op zich nam. Driessen is het breekijzer van de onredelijkheid die in deze VVD-campagne om Rutte te redden als een van de eersten aftrapte. NRC gaf hem ruimte voor een artikel op de opiniepagina. NRC-Ombudsman Sjoerd de Jong reageerde desgevraagd op FB. Over Driessen schreef ik op FB: ‘

Jan Driessen is niet onpartijdig als oud-campagnestrateeg van de VVD en Mark Rutte. Dat dient bij lezing van zijn stuk in gedachten te worden gehouden. Hij spreekt over de ‘rücksichtslose en genadeloze Kaag’. Dat is nogal een aantijging. Via een omweg doet Driessen precies dat wat hij Kaag verwijt. Denkt Driessen dat hij buiten de wedstrijd staat?

Uit zijn stukken in Adformatie over de formatie blijkt een patroon. Driessen valt D66 hard aan en verdedigt de VVD. Wat Driessen beweert, zegt vooral iets over Driessen. Met zijn ronkende oorlogstaal laat hij zich kennen als een vertegenwoordiger van oud leiderschap en een oude politieke cultuur.

De kern van de kwestie Rutte is niet dat hij loog over Omtzigt, maar dat hij dit kamerlid van de CDA op een zijspoor wilde zetten. De kern van de kwestie van de spindoctors van de VVD is niet dat zij georkestreerd de media opzoeken, maar dat de media daar zo naïef over zijn en in meegaan. Het betreft zowel dagbladen als omroepen.

De missie van de VVD om de reputatie van Rutte te redden lijkt voorlopig geslaagd, hoewel afgewacht moet worden hoe aanvaardbaar Rutte nog is voor andere partijen. Het zijn vooral de media die afgelopen week door hun gemakzucht aan geloofwaardigheid verloren. Hun reputatie is geschaad. Spindoctors van andere partijen dan de VVD kwamen niet aan het woord. De pluriformiteit was zoek. Uiteraard ontkennen media dat zelf. Of ze beseffen niet hoe ze gemanipuleerd werden door de VVD of ze hebben er vrede mee en zien het als een normaal verschijnsel. Dat laatste is nog het meest verontrustend. Zo werd de kwestie Rutte binnen een week de kwestie Rutte in de media.

Achmea opent een tentoonstelling, maar geen museum

Hemelbestormend is de vraag niet wat een museum tot een museum maakt. Toch is het geen oninteressante vraag omdat het in het voorbijgaan de functies van een museum benadrukt. Zoals naast presentatie ook registratie, documentatie, onderzoek en collectievorming. Want een tentoonstelling maakt nog geen museum.

Zo ontstaat het misverstand over een tentoonstelling bij Achmea. Voorzitter Willem van Duin heeft het over een museum, maar lijkt niet goed te begrijpen waarover hij praat. Hij is niet goed gebriefd. De deskundigen van Achmea, te weten projectleider Marieke Hamming en bedrijfshistoricus Wim Dral weten dat wel en praten over een tentoonstelling of een fysieke plek voor het tonen van de eigen coöperatieve geschiedenis. Ook in een persbericht heeft Achmea het over een tentoonstelling of expositie en vermijdt het de term museum.

Tot sommige media dringt dat verschil tussen een tentoonstelling en een museum niet door, zoals blijkt uit onderstaand bericht van BNR Nieuwsradio dat meent dat Achmea een museum opent. Dit medium doet aan desinformatie. Dat roept de vraag op over de journalistieke zorgvuldigheid en kwaliteit van BNR Nieuwsradio.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelACHMEA OPENT EIGEN MUSEUM’ van BNR Nieuwsradio, 9 november 2019.

Geerdink neemt afstand van complottheorieën. Kunstroof Westfries Museum diende Telegraaf als middel in Nee-campagne referendum

De toekomst zal uitwijzen of hij het bij het juiste eind had’, aldus museumdirecteur Ad Geerdink in een bericht van BNR Nieuwsradio over kunstspeurder Arthur Brand. Dit is een nieuwe kanttekening bij wat eerder een tweemanschap leek dat door dik en dun samen optrok. Voor het eerst houdt Geerdink in het openbaar duidelijk afstand van niet onderbouwde beweringen, zoals de laatste in een reeks dat resterende schilderijen in handen zijn van Russische criminelen: ‘Als dat klopt is dit geen prettige boodschap, maar er zijn wel meer uitspraken gedaan die later niet bleken te kloppen.’ Een understatement te elfder ure, maar een terechte opmerking van Geerdink. Het lijkt er sterk op dat hij lange tijd heeft vertrouwd op complottheorieën en slecht onderbouwde aannames, maar nu tot inzicht is gekomen of gebracht dat dat het Westfries Museum niet dient.

Zo was er op de dag van het Oekraïne-referendum een bericht in De Telegraaf zonder harde feiten met verwijzing naar ‘welingelichte bronnen’ waarin werd beweerd dat 12 van de 24 schilderijen zich in de buurt van de Poolse stad Krakau zouden bevinden. De Telegraaf stelde dat de opsporingen van de Oekraïense autoriteiten nog zonder resultaat waren, wat nu dus als aantoonbaar onjuist kan worden vastgesteld. Want op 6 april waren naar zeggen van de Oekraïense regering al twee schilderijen teruggevonden. Uitspraken die vanuit de marge van het Westfries Museum werden gedaan dat de nog niet teruggevonden schilderijen eerst in handen van personen in de entourage van oud-president Janoekovitsj waren, toen overgingen naar de extreem-rechtse OUN militie met medewerking van de geheime dienst SBU, toen naar Polen verhuisden en nu weer in handen van Russische criminelen zouden zijn moeten met een korreltje zout worden genomen.

betrokkenen

Welke rol de publiciteit over de kunstroof gespeeld heeft bij het Oekraïne-referendum valt te bezien. In de publiciteit beweert de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Pavlo Klimkin dat het teruggeven van de schilderijen voor 6 april het Nederlandse referendum hadden kunnen beïnvloeden. Dat valt te betwijfelen.

Duidelijk is dat verschillende uitingen van de Telegraaf Media Groep, zoals dagblad De Telegraaf en weblog Geen Stijl actief campagne hebben gevoerd tegen de associatie-overeenkomst van de EU met Oekraïne. Hiertoe gebruikten ze de kunstroof van het Westfries Museum dat hun vanwege alle suggesties, aannames en complottheorieën een ideale focus bood voor hun eigen suggesties, aannames en complottheorieën over de EU en Oekraïne. Geen enkele bewering hoefde bewezen te worden, alles kon straffeloos worden beweerd. Het werd een succes omdat andere media de suggesties tamelijk kritiekloos verspreidden en zo de werking van de geruchten op het referendum hielpen vergroten. Dat werkte volgens het model: aandacht opwekken, de interesse wekkeneen mening opwekkeneen mening doen postvatten. Een ingreep van de Oekraïense regering had daar in een later stadium geen invloed meer op. Het vooroordeel was al in het onderbewuste vastgezet bij de doelgroep van vooral sociale achterblijvers, laagopgeleiden en malcontenten.

Foto: Afbeelding van Schema van Betrokkenen volgens het Westfries Museum in een bericht van december 2015. (Doorklikken op ‘Afbeeldingen gestolen kunst WFM’).

Banken kunnen niet vertrouwd worden in zelfregulering

Zegt Boele Staal nu dat de miljarden die de Nederlandse staat in de banken heeft gestopt door deze banken worden terugbetaald? Dat suggereert-ie zonder te zeggen. Maar hoe rijmt dat met de uitspraak van oud-minister van Financiën Gerrit Zalm over de steun aan de banken ABN, Fortis en verzekeraar ASR dat het ‘moeilijk haalbaar [zal] zijn die € 30 mrd terug te halen’, aldus BNR Nieuwsradio? Zalm gaf ‘uiteindelijk toe dat de Nederlandse belastingbetaler een deel van het in ABN Amro gestoken geld waarschijnlijk kwijt is.’ Niets aan de hand volgens Staal, want Nederlandse banken zijn nooit ongezond geweest. Staal is niet te volgen.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) behartigt de gemeenschappelijke belangen van de Nederlandse banken. Voorzitter en D66’er Boele Staal legt in het jaarverslag 2011 de schuld van de financiële crisis bij de landen en niet bij de banken. Kees van Dijkhuizen, de voorzitter van de commissie Toezicht stelt: ‘Sluitend toezicht op Europees en nationaal niveau draagt bij aan het herstel van vertrouwen in de banken.’ Welk vertrouwen? Grootschalige, langdurige fraude met de LIBOR-rente doet niet vermoeden dat er een begin van sluitend toezicht is. Twee voormalige Rabobank-handelaren zijn geschorst voor hun werk bij de Rabobank.

Wie heeft het toezicht op het toezicht van de banken? Een belangenbehartiger als de NVB heeft per definitie andere belangen dan de Nederlandse staat of belastingbetaler. James Surowiecki verbaast zich in The New Yorker naar aanleiding van de LIBOR-fraude over de vrije hand van de banken: ‘The most striking thing about this scandal is that it was predictable—the way LIBOR was designed practically invited corruption—yet no one did anything to stop it. That’s because, for decades, regulators and people in the financial industry assumed that banks’ desire to protect their reputations would keep them honest’. De zelfregulering is uitgewerkt.

Het ‘gentleman’s-club ethos‘ van Boele Staal en Kees van Dijkhuizen is niet langer geschikt voor de financiële wereld. Bankiers blijken niet altijd eerlijk te zijn en de financiële industrie is te omvangrijk geworden. Naast de voor de hand liggende financieel-technisch inhaalslag die zowel de buffers als de transparantie vergroot, is er een nieuwe aanpak nodig die het toezicht op de banken aanscherpt, een zero tolerance beleid voor bankiers en handelaren met forse sancties instelt en de Boele Staals van deze wereld niet langer weg laat komen met halve waarheden en een houding dat heren onder elkaar het wel zullen regelen. De politiek is nodig aan zet.