Petitie ‘Strafbaar stellen beledigen van de profeet’ is ongewenst. Voorrechten voor godsdiensten moeten afgeschaft worden

Moslims voelen zich bijzonder vanwege hun profeet. Bovenstaande petitie die oproept de belediging van de profeet strafbaar te stellen is al meer dan 115.000 keer ondertekend. Moslims vragen om voorrechten voor zichzelf. Cartoonist Cortés vindt deze inperking van de meningsuiting vanwege gevoeligheden van gelovigen een slecht idee en zegt volgens een bericht van RTL Nieuws: ‘Je kweekt dan ook een samenleving die wordt aangemoedigd om – figuurlijk – alles met rubberen tegels te bedekken, in plaats van eelt op de ziel te kweken. Ik vind het zorgelijk dat mensen met een imaginair vriendje in de wolken voorrang hebben op gekwetst zijn.’

Deze petitie van Nederlandse moslims kan niet worden los gezien van de uit de VS overgewaaide cancel culture die verboden stelt aan als onaangenaam en onrechtvaardig ervaren uitingen en gedragingen van anderen. In die zin is de petitie een modeverschijnsel. Het is een reflectie van de emancipatie van Nederlandse moslims. Dat gaat niet altijd in een rechte lijn naar burgerschap, relativerings- en incasseringsvermogen. De afwijzende reactie van critici erop dat de petitie die pleit voor het inperken van de vrijheid een zorgelijke ontwikkeling is moet in perspectief worden geplaatst. Het is eerder een poging om actief mee te doen aan de moderne samenleving. Dat moet toegejuicht worden. Dat dit met vallen en opstaan gaat en wellicht het overspelen van de eigen hand is ondergeschikt. Hiermee gaan moslims in gesprek met andersdenkenden.

Een misverstand in de petitie is het beroep op het fatsoen. De petitionaris wil vanwege de dogmatiek van een specifieke godsdienst, te weten de islam grenzen stellen aan de vrijheid van meningsuiting onder verwijzing naar het begrip fatsoen. Deze verwijzing is om verschillende redenen ongelukkig, maar ook verhelderend omdat de petitionaris ermee uit de kast komt als een moralist. Naast het feit dat de petitie oproept om de de meningsuiting in te perken en vrijheid te vervangen door burgerlijkheid is fatsoen ook een subjectief begrip waarvan de interpretatie niet bij voorbaat vaststaat. Goede smaak, fatsoen of goede zeden is niet meer dan een normatieve opvatting van een specifieke groep waar de petitionaris zich een vertegenwoordiger van maakt. Dat kan niet zomaar aan anderen opgelegd worden omdat die andere normen over fatsoen hebben.

De religieuze dogmatiek van een godsdienst over een opperwezen of stichter is voorbehouden aan de gelovigen die zich aan betreffende godsdienst verbonden hebben. De werking van de dogmatiek kan niet uitgebreid worden tot buiten de godsdienst omdat dit een interne geloofskwestie betreft. Een geloof kan niet alleen om juridische redenen niet aan andersdenkenden opgelegd worden, maar psychologisch werkt het niet. Het is onmogelijk om iemand die de dogmatiek van een godsdienst niet gelooft die ondanks dat ongeloof op te leggen. Om deze reden is het strafbaar stellen van het beledigen van de profeet onhaalbaar. Waarschijnlijk weet de petitionaris dit en heeft hij een andere reden om deze petitie op te stellen en openbaar te maken.

De verworvenheid van de Nederlandse pluriforme samenleving is immers dat iedereen een andere kijk op de wereld kan hebben en zijn of haar zegje mag doen over van alles en nog wat. Moslims mogen anderen beledigen en anderen mogen moslims beledigen. Zolang dat geen oproep tot geweld inhoudt is beledigen toegestaan. In dit geval gaat het dan ook nog niet eens om de belediging van een persoon, maar om het bespotten van een godsdienst. De Nederlandse samenleving heeft als politieke filosofie het secularisme. Dat betekent dat alle godsdiensten en levensovertuigingen gelijk zijn en dat leden ervan door de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd om een godsdienst of levensovertuiging te kiezen of niet te kiezen. In theorie heeft een specifieke godsdienst niet meer rechten dan andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Voorrechten voor godsdiensten moeten niet ingevoerd, maar afgeschaft worden. Want dat is in strijd met het uitgangspunt van het secularisme over fundamentele gelijkheid van alle godsdiensten en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van petitieStrafbaar stellen beledigen van de profeet’ van Ismail About Soumayyah op petities.com, 1 november 2020.

Verbod van islam en andere godsdiensten is enige remedie tegen intolerante religie als de democratie in gevaar komt

Mensen moeten op hun woord geloofd worden. Autoritair denkende opinieleiders zeggen wat ze denken en denken wat ze zeggen. Imam Yassin Elforkani van de Blauwe Moskee in Amsterdam meent dat er de komende jaren een aantal nieuwe moskeeën in grote steden bij komt dankzij geld uit het buitenland. Hij deed de volgende uitspraak in het radioprogramma ‘Dit is De Dag’ van 13 februari 2020: ‘De komende tien jaar willen we in bijna elke grote Nederlandse stad zo’n prachtige mooie moskee als de Blauwe Moskee neerzetten, met geld uit het buitenland. Omdat we vinden dat dit concept een van de mooie concepten is die ervoor kunnen zorgen dat de Nederlandse moslims in Nederland gewoon hun Nederlandse islam kunnen beleven’.

Dat is het gevolg van de godsdienstvrijheid. Kritiek op Elforkani die de kritiek op de islam buiten beschouwing laat, klinkt dan ook hypocriet. Of men legt alle godsdiensten aan banden en stelt er harde voorwaarden aan, of men laat alle godsdiensten vrij. Daarin kan niet selectief in geshopt worden vanwege de rechtsongelijkheid. De uitspraak van deze imam kan betekenen dat autoritaire regimes door de financiering van moskeeën hun invloed uitbreiden naar Nederland en de lange arm van de islam zich uitstrekt tot in Nederland.

Oud-kamerlid van de PvdA Keklik Yücel noemt de plannen van Elforkani alarmerend. Ze zegt: ‘De vrijheid van godsdienst is mij dierbaar, maar financiering uit onvrije landen gaat vaak gepaard met dwang. Imams worden door de landen inhoudelijk gestuurd. Het creëert een mix van superioriteitsdenken en vijandsbeelden’. Daarin heeft ze gelijk. Maar dwang en onvrijheid zijn nou eenmaal ingebakken in religie. Wie ook maar enigszins oppervlakkig het nieuws volgt weet dat intolerante en anti-democratische elementen voorkomen in de islam. Dat is nu eenmaal het gevolg van godsdienstvrijheid. Daarom heeft Keklik Yücel ook ongelijk omdat ze voorwaarden aan de islam probeert te stellen die onmogelijk zijn. Hoe intolerant en vijandig de islam staat tegenover Nederland en de Nederlandse cultuur en democratie is iets wat aan de islam alleen is. Een verbod is de enige remedie, met het gevaar dat het middel erger is dan de kwaal van een intolerante islam.

Het is in strijd met de godsdienstvrijheid én de realiteit van de islam in Nederland dat Nederlanders of de Nederlandse overheid zeggen dat ze uitsluitend een gematigde, tolerante of hervormde versie van de islam willen toestaan. Dat kan niet. De recente geschiedenis leert trouwens dat achtereenvolgende overheden de orthodoxe, conservatieve en goed georganiseerde versie van de islam als gesprekspartner hebben aanvaard en niet de hervormde, meer tolerante en vrijgevochten versie van de islam. Imam Elforkani oogst wat de Nederlandse overheid sinds de jaren 1970 heeft gezaaid: een intolerante islam die door seculier links werd gepamperd en door christelijk rechts werd getolereerd ter bescherming van de eigen christelijke zuil.

Grenzen aan de vrijheid van godsdienst: invloed buitenlandse islam

wp04bda3dd_05

Begin dit jaar waren kamerleden van SGP en CU het ‘Christenpesten‘ door D66 beu, aldus Trouw. Stichting Interkerkelijke Ledenadministratie krijgt informatie over haar leden uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Volgens D66-kamelid Gerard Schouw zouden gemeenten niet langer persoonsgegevens mogen verstrekken aan kerken, omdat ‘sommige levensbeschouwelijke groepen wel uit de gemeentelijke basisadministratie kunnen putten en anderen niet‘. SGP-kamerlid Roelof Bisschop typeerde het voorstel als ‘kleinzielig christenpesten‘. CU-kamerlid Gert-Jan Segers zag er een ‘hoge zuurgraad‘ in. Zijn oplossing was om de toegang tot de GBA te verruimen zodat de uitzonderingspositie van de kerken verdwijnt.

Bezondigt de CU zich nu aan ‘Moslimpesten‘? Opnieuw volgens Trouw stelde Gert-Jan Segers vorige week in een kamerdebat over terrorisme voor om ‘buitenlandse geldstromen naar radicale moskeeën te verbieden, wanneer wordt opgeroepen tot haat of tot geweld tegen andersdenkenden’. De overheid zou volgens Segers te weinig doen om radicalisering van moslims te voorkomen. Vraag is echter of dit een taak van de overheid is. Religieuze instellingen gaan zelf over de inhoud. Of het nou christelijke of islamitische instellingen betreft. Segers simplificeert door radicalisering direct te koppelen aan oproepen tot haat en geweld. Dat hoeft het niet te zijn. Radicalisering kan ook het nastreven van verandering binnen de rechtsstaat inhouden.

Dat Nederlandse politici worstelen met de grenzen aan de vrijheid van godsdienst blijkt uit kamervragen van Keklik Yücel (PvdA) aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken over de Blauwe Moskee in Amsterdam Slotervaart. Ze verwijst naar berichtgeving van 25 mei in Het Parool. De moslimbroeder en hoge ambtenaar van het ministerie van Religieuze Zaken van Koeweit Mutlaq Alqarawi wordt er bestuursvoorzitter. Journalist Carel Brendel doet op zijn blog al jaren verslag van de toenemende invloed van buitenlandse mogendheden op in Nederland gevestigde moskeeën. Hij merkt op dat Koeweit feitelijk al sinds 2011 aan de macht is bij deze moskee in Slotervaart. De reacties op de berichtgeving in Het Parool tekenen de gebrekkige kennis.

Yücel vraagt wat Asscher vindt van ‘de sturing door buitenlandse mogendheden van Nederlandse moskeeën en daarmee indirect aan Nederlandse moslims‘ en wat zijn opvatting is ‘over het (mede) financieren door andere landen van gebedshuizen in Nederland‘. Ze vraagt om een ‘zo compleet mogelijk overzicht (..) van de moskeeën in Nederland die worden geleid, nadrukkelijk gestuurd of overwegend beïnvloed door (iemand uit) een ander land‘ en of er indicaties zijn of door ‘een meer orthodoxe instelling van het islamitische gebedswerk in moskeeën‘ ‘radicalisering kan worden bevorderd‘. En Yücel vraagt of dat dan ‘de integratie van moslims in de Nederlandse samenleving belemmert‘. Tenslotte wil Yücel weten of ‘moskeeën zoals de Blauwe Moskee en andere kerkelijke instellingen subsidie [wordt] verstrekt‘ en als dit zo is of dit wenselijk is.

De vragen van Keklik Yücel hebben de verdienste dat ze lezen als de opzet voor een nota over de toekomstige omgang met religieuze instellingen. Inclusief ondersteuning door landelijke en lokale overheden. Politieke of maatschappelijke afkeuring over radicalisering van moslims of moskeeën legt geen juridische grond onder het verbieden van buitenlandse geldstromen. Of het moet gaan via de omweg van de openbare orde. Gert-Jan Segers loopt een risico dat PvdA, D66 en VVD de uiterste consequentie uit zijn oproep trekken. Door als voorwaarde voor steun te stellen dat religieuze instellingen voortaan algemeen toegankelijk moeten zijn en ‘neutraal’ van aard. Of door een stop aan alle facilitaire, geldelijke en bestuurlijke steun van de overheden.

Foto: Blauwe Moskee in Amsterdam Nieuw-West (Slotervaart).