OPZIJ doet aan promotie en slachtofferschap door te beweren dat een cover die op Facebook is te zien daar geweigerd wordt

Sommige media weten van gekkigheid niet hoe ze aandacht moeten trekken. Neem het feministische maandblad OPZIJ. Het Parool komt op 17 augustus 2020 om 15.20 uur met een bericht van het ANP dat zegt dat de omslag van OPZIJ op Facebook geweigerd is na nieuwe regels. ‘De promotie is geweigerd omdat ze in strijd zou zijn met de richtlijnen van het sociale platform, meldt het tijdschrift maandag’ aldus het ANP. OPZIJ heeft dus contact gezocht met het ANP om dit te melden. Maar het klopt niet of in elk geval niet zo definitief. Wie doorklikt naar de FB-pagina van OPZIJ ziet bovenstaande foto van de betreffende omslag. Het heeft notabene als onderschrift: ‘De cover van Opzij die is geweigerd. BEELD OPZIJ’. OPZIJ spaart de eigen leegte uit.

Het kan niet allebei waar zijn, een foto die onderdeel is van een promotiecampagne voor het augustus/september nummer 2020 kan niet geweigerd worden door FB, maar toch getoond worden. Het portret van de zwarte Abbie Vandivere, conservator van het Mauritshuis, heeft ook niks te maken met de nieuwe richtlijnen van FB over blackface, ofwel het zwart maken van iemand die van origine niet zwart is.

Een en ander brengt me tot de volgende reactie bij deze foto op de FB-tijdlijn van OPZIJ: ‘Is dit de foto die volgens OPZIJ geweigerd wordt door Facebook vanwege nieuwe richtlijnen? Is dit de foto waarvan OPZIJ zegt dat Facebook die verwijdert, maar die op Facebook op 17 augustus 2020 om 16.00 uur gewoon is te zien? Is dit de foto waarmee OPZIJ marketing bedrijft door te proberen non-nieuws te promoveren tot nieuws? Is dit de foto die accentueert dat OPZIJ de framing van identiteit belangrijker vindt dat de framing van de waarheid?

Als Henk Broekhuis (Karel van het Reve) nog geleefd had, dan had hij in een column hier aandacht aan kunnen besteden. In zijn behandeling van de gemeenplaatsen van onze tijd had de algemene uitspraak ‘Publiciteit over identiteit die niet waar is, wordt waar als identiteit van de publiciteit’ niet misstaan. De redactie van OPZIJ heeft in elk geval begrepen dat de beste (en goedkoopste) zelfpromotie de openbare ontkenning ervan is.

Foto: Cover van het augustus/september nummer van 2020 van OPZIJ, zoals te zien op Facebook.

Facebook maakt begin met aanpak van racistische stereotypering

De maatschappelijke bestrijding van stereotypering kent een rangorde. Dat sijpelt door naar sociale media. Het is afhankelijk van de economische macht van minderheden. De krachtigste lobby of de politiek meest machtige groepering komen het eerst aan de beurt. Dus Facebook en Instagram zeggen nu stereotypering van joden en blackface te gaan bestrijden, maar de bestrijding van yellowface, redface, brownface of arabface op deze platforms blijft (nog) achterwege. Uiteraard moet Facebook ergens beginnen, maar deze selectieve aanpak bevestigt het beeld dat racisme relatief is. Facebook plukt na jarenlange druk wat laaghangend fruit in de hoop dat het na deze uitdrukkelijke uiting van daadkracht verder met rust gelaten wordt door overheden. FB-aanhangers van Zwarte Piet kunnen zich voorlopig richten op de kleuren geel, rood, bruin en lichtgetint.

Foto: De Zweeds-Amerikaanse acteur Warner Oland in de film ‘Charlie Chan’s Greatest Case‘ (1933) als de Chinese inspecteur Charlie Chan. Een voorbeeld van yellowface omdat een niet-Aziaat de rol van een Oost-Aziaat speelt. 

Ross Williams verstoort met Amerikaans cultureel imperialisme de blik op Zwarte Piet

In plaats daarvan legt hij Nederlanders een nadrukkelijk uit de VS stammende opvatting van racisme op.’ Dat is de sleutelzin uit de ingezonden brief in de NRC van dr. Hans Siebers die als wetenschapper aan de Universiteit Tilburg gespecialiseerd is in culturele diversiteit en etnische identiteit. Hans Siebers heeft het over de Afro-Amerikaanse regisseur Roger Ross Williams die met een Nederlander getrouwd is en in opdracht van CNN de documentaire Blackface maakte die vorige week online ging. Een bij vlagen humoristisch verslag met een ernstige ondertoon dat bedoelt lijkt om racisme te bestrijden. Maar Siebers ziet in de stellingname van Ross Williams juist het omgekeerde: ‘Zijn bewering mist elk fundament en dreigt racisme juist te bevorderen.

Siebers stelt dat ‘de relevante vraag is of Zwarte Piet de sinterklaasvierders hier en nu aanzet tot racistische gedachtes en handelingen. Hiervoor is geen enkel bewijs.’  Vervolgens meent Siebers dat het racisme in Nederland onlosmakelijk is verbonden met de Holocaust dat leidde tot ‘naoorlogse antiracisme in dit land’. Een complexe redenering waarvan het niet op voorhand duidelijk is of het klopt. Want door sinterklaasvierders van racisme te betichten, zou je ze er volgens Siebers van beschuldigen de Holocaust te legitimeren.

Siebers heeft een punt dat Ross Williams als Amerikaans staatsburger cultureel imperialisme bedrijft door zijn in de Amerikaanse situatie gewortelde opvattingen over racisme naar Nederland te transformeren en deze zonder enig voorbehoud voor andere omstandigheden voor Nederland geldig te verklaren. Ondersteunend bewijs voor het feit dat Ross Williams cultureel imperialisme bedrijft is dat in de documentaire degenen die het beste Engels spreken, de Amerikaanse opvatting over racisme het meeste delen en zich het meest lijken te vereenzelvigen met de Amerikaanse kritiek Ross Williams bijvallen in de verontwaardiging over Zwarte Piet.

Maar zal iemand zich mogelijk afvragen is gelijkheid dan geen universele waarde die in gelijke mate geldt voor alle landen? Dat ligt genuanceerd. De activisten tegen Zwarte Piet verwarren discriminatie en racisme met elkaar. Discriminatie als sociologisch verschijnsel  kan een positieve sociale werking hebben omdat het door binding dient om groepsvorming te bevorderen. Zoals gelovigen zich verzamelen binnen een religie en zich onderscheiden van andersdenkenden. Positieve discriminatie wordt maatschappelijk en juridisch toegestaan en komt in alle landen voor. Dat is geen racisme. Daarvoor is meer nodig, zoals het als minderwaardig bestempelen van alle leden van een ras. Dat is bij het Sinterklaasfeest niet aan de orde. Stereotyperende uiterlijkheden zoals dikke lippen, kroeshaar en krom praten die vermoedelijk sinds het midden van de 19de eeuw in de Sinterklaastraditie zijn ingeweven worden de afgelopen jaren juist van bovenaf afgezwakt.

Ross Williams lijkt door zijn begripvolle houding heel wat van het Sinterklaasfeest te begrijpen, maar begrijpt er uiteindelijk toch te weinig van. De grootste fout die hij maakt is dat hij zijn Amerikaanse opvatting van racisme die wortelt in de keiharde politieke en maatschappelijke Amerikaanse verhoudingen zonder voldoende rekening te houden met fundamentele verschillen projecteert op de Nederlandse situatie. Dat gaat mank. Ross Williams heeft gelijk dat racisme bestreden moet worden en onder alle omstandigheden onaanvaardbaar is, maar waarom hij dat met het Sinterklaasfeest verbindt is de vraag. Door ‘wit’ en ‘zwart’ tegenover elkaar te zetten introduceert hij juist het racisme in het Sinterklaasfeest dat er helemaal niet is.

In A’dam verandert uiterlijk Zwarte Piet om hetzelfde te blijven

Zwarte Piet moet veranderen om hetzelfde te blijven. Da’s de uitkomst van een maatschappelijk proces. Burgemeester Van der Laan liet vandaag weten in beroep te gaan bij de Raad van State tegen de beslissing dat hij de vergunning voor de sinterklaasintocht opnieuw moet bekijken. Het Amsterdamse Sinterklaascomité werkt al aan een nieuw uiterlijk van Zwarte Piet. Dat Amsterdamse voorbeeld doet wellicht elders volgen.

De burgemeester heeft gelijk zich niet in de rol van zedenmeester te laten drukken. Voor je het weet beginnen tegenstanders van de Gay Pride een zaak om een voor velen controversieel uiterlijk aan de kaak te stellen. Verschil is dat nu Zwarte Piet de wind tegen heeft en de Gay Pride de wind mee. Ofwel, Gay Pride is nu politiek correct en Zwarte Piet incorrect. Maar die mode kan zo omdraaien. Dan moeten homojongens en lesbomeisjes zich aanpassen aan de nieuwe zedelijkheid om stereotypering tegen te gaan. Tegenstanders van Zwarte Piet doen er verstandig aan geleidelijkheid te zoeken. Altijd beter om verder te kijken dan de eigen neus lang is.

Zwarte Piet: wat doen we ermee? Pleidooi voor onderzoek en debat

1_image06

Over de herkomst van Zwarte Piet wordt onzin verteld. Zoals Verene Shepherd van een VN-werkgroep gisteren deed. Nederland barstte los in verontwaardiging. Omdat Shepherd in Zwarte Piet een terugkeer naar slavernij ziet wil ze het Sinterklaasfeest verbieden. Maar wat zij zegt is niet meer dan een van de vele meningen. Ze is niet deskundig in de volkswetenschap en heeft naar het onderwerp geen onderzoek gedaan. Haar specialisme is slavernij en Afrika. Zodat het voor de hand ligt dat ze vanuit haar expertise alles aan de slavernij koppelt.

Het is haar tunnelvisie. Shepherd beschadigt de VN en critici die wel een onderbouwde mening hebben over alledaags racisme. Kortom, het rechtstreekse verband dat zij tussen Zwarte Piet en slavernij ziet is niet zeker. De feiten staan nauwelijks vast. De volkswetenschap moet maar eens hard aan het werk om duidelijkheid te geven hoe Zwarte Piet in de samenleving is terechtgekomen. Wikipedia geeft volgende zekerheden en opties:

Vaststaat dat de knecht die later de naam Zwarte Piet kreeg, pas in 1850 is geïntroduceerd. Voor die tijd had de folkloristische Sinterklaas in Nederland voor zover bekend geen helper. Desondanks circuleren er voor die helper van Sinterklaas diverse volkswetenschappelijke verklaringen:

  • hij zou oorspronkelijk een schoorsteenveger zijn, en van het roet zwart zijn geworden;
  • hij zou een Ethiopische zwarte slaaf Piter zijn die door de heilige Nicolaas op een slavenmarkt in Myra werd vrijgekocht;
  • hij zou oorspronkelijk een demon zijn geweest die door de heilige gedwongen werd goede daden te verrichten;
  • hij zou een voorchristelijke godheid zijn die zich moest onderwerpen aan de christelijke sint;
  • hij zou de bedwongen satan zijn, plaatsvervanger van de overwonnen Wodan, of diens helper Nörvi, de zwarte vader des nachts, die ook een roe droeg (alsvruchtbaarheidssymbool);
  • hij zou afstammen van de zwarte raven Huginn en Muninn, die Odin vergezelden;
  • hij zou afstammen van berserkers, die het lichaam zwart verfden en dierenhuiden droegen.

LW331

En er zijn nog meer verklaringen, zoals van kunsthistoricus Elmer Kolfin in De Volkskrant dat Zwarte Piet afstamt van 17de eeuwse kindslaven. Wie weet, het is scoren met dit onderwerp. Het Tropenmuseum komt met de tentoonstelling Zwart & Wit en zegt in dezelfde Volkskrant: ‘Er is ook aandacht voor Zwarte Piet en Sinterklaas, aldus een woordvoerster. Het Tropenmuseum mengt zich volgens haar niet zelf in de discussie over Zwarte Piet‘. Dat moet dan een tentoonstelling zijn die echt nergens over gaat, want door een presentatie te maken neemt een museum per definitie een standpunt in. Het nieuwe Tropenmuseum is wellicht overvallen door de discussie over rol en herkomst van Zwarte Piet. Dat toegeven is een kunst die geleerd kan worden.

Mij trekt de verklaring van de demon die door de heilige gedwongen wordt goede daden te verrichten wel aan. In Europa en elders bestaan in de volkscultuur verschijningsvormen van monsters, vampiers, duivels, heksen en geesten. Deze volkscultuur is een onderstroom die zich vermengt met andere culturen. Zodat het beelden van slavernij van lang geleden kan hebben opgezogen. Maar daarmee is de verschijningsvorm van Zwarte Piet niet terug te brengen tot slavernij alleen. Volkscultuur is diverser en gelaagder. Dus: gecompliceerder. Juist daarom zijn zoveel feiten nog onduidelijk. Het debat over de rol van Zwarte Piet moet gevoerd worden. In alle rust. Want als een bevolkingsgroep bezwaren heeft tegen die rol, dan moeten die serieus genomen worden. Maar het gaat ook om een eigen volkscultuur die Nederlanders koesteren en niemand hen af kan pakken.

421px-Hans_Trapp

Foto 1: Hans Trapp in Wissembourg. Elzas, Frankrijk.

Foto 2: M.C. Escher, ‘Ontmoeting‘. 1944. Steendruk.

Foto 3: Hans Trapp in Wintzenheim, 1953. Elzas, Frankrijk.

Sinterklaasfeest moet veranderen om te kunnen blijven bestaan

Ik heb een witte huid, blauwe ogen en ooit blond haar. Het debat over Zwarte Piet zie ik van een afstand aan. Goed kan ik me indenken dat mensen met een gekleurde huid zich verbazen of zelfs ergeren aan elementen van het Sinterklaasfeest. Zoals Zwarte Piet die een knecht van de witte Sinterklaas is. De volkse traditie van het kinderfeest die ooit in de 19 de eeuw uitgevonden is kan best aangepast worden aan de nieuwe tijd. Als het Sinterklaasfeest niet wil verdwijnen, moet het meegaan met de eigen tijd. Op hoofdlijnen. Verwijzingen naar slavernij of kolonialisme zijn niet nodig om de stereotypering af te wijzen. Ze verwarren juist het debat omdat het een nieuwe politieke agenda van anti-(neo)kolonialisme optuigt. Maar daar gaat het helemaal niet om.

In dit debat in DWDD valt de belerende toon van NTR-directeur Paul Römer op. Hij reduceert de tegenstanders van Zwarte Piet tot mensen die geëmotioneerd zijn. Zodat hun argumenten er niet meer toe doen. Uiteraard toont-ie dat-ie begrip toont. Het onbegrip, de hooghartigheid en de botheid van Römer zijn te veel voor een neutrale toeschouwer. Hij begrijp z’n eigen racisme niet. Van de andere kant is het een brug te ver dat onder verantwoordelijkheid van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten een VN-commissie zich over de vraag buigt of Zwarte Piet het gevolg van blank racisme is, zoals NRC meldt. Dat mobiliseert de tegenkrachten. De Nederlandse samenleving in alle breedte kan dit goed zelf oplossen in een discussie over het Sinterklaasfeest.

In de tijd van Shakespeare speelden mannen de vrouwenrollen. En Othello, de Moor van Venetië werd in de toneelgeschiedenis doorgaans door witte acteurs gespeeld. En wat te denken van de Black Minstrel Shows en de Blackfaces? Maar nu kan en hoeft dat allemaal niet meer. Het Sinterklaasfeest is ook niet zozeer racistisch, maar eerder het bezinksel van een oude tijd. Dat kan best aangepast worden door vernieuwing van de traditie.

Annex - Welles, Orson (Othello)_NRFPT_01

Foto: Orson Welles als Othello, 1952.