BBC over standbeeldenoorlog in Bristol van 2020 met burgemeester Marvin Rees die manoeuvreert tussen links en rechts

Met verbazing, bewondering maar ook met open vragen die niet beantwoord worden heb ik gekeken naar de documentaire ‘Statue Wars: One Summer in Bristol‘ van de BBC over de City Mayor van het Engelse Bristol Marvin Rees (Labour). Hij is van gemengde afkomst met een witte moeder en zwarte vader. Hij vertelt dat hij in armoede is opgevoed. Zijn claim dat hij de eerste zwarte burgemeester van Europa is klinkt te ongeloofwaardig om waar te zijn en is dan ook onjuist.

Aanleiding voor dit verslag met veel talking heads en meer journalistieke dan cinematografische ambitie was de reactie op de moord in de VS op George Floyd. Om die reden is het de vraag of het wel een documentaire genoemd kan worden. Het meer neutrale verslag past beter.

Een verslaggever van het lokale BBC Bristol die Rees interviewt krijgt volop kritiek voor wat door Rees en zijn medewerkers insinuerende en weinig constructieve vragen worden gevonden. Door dit in het verslag op te nemen versterkt de BBC het beeld dat het objectief handelt.

Op 7 juni 2020 werd in Bristol het standbeeld van slavenhouder George Colston door een menigte van zijn voetstuk gehaald en in de haven gekieperd. Het was wereldnieuws. Dat wordt getoond. Rees wordt geïnterviewd door de New York Times en belangrijke media. In de naweeën van de zaak Floyd.

Het verslag gaat erover hoe Rees met zijn team de stad bij elkaar probeert te houden. Dat is de mantra die hij herhaalt. Colston is in Bristol een belangrijke historische figuur en stond voor velen eerder bekend als filantroop, dan slavenhouder. Dat is sinds juni 2020 veranderd. Vele instellingen die zich tooiden met de naam Colston hebben inmiddels een minder beladen naam gekozen.

Interessant zijn de overwegingen van Rees en zijn team om de radicalen aan beide zijden van dit conflict de wind uit de zeilen te nemen, zonder ze het recht op demonstratie te ontnemen. Het wordt met zoveel woorden manoeuvreren genoemd.

Het beeld dat ontstaat is dat hier een bestuurlijk leider in optima forma binnen de betrekkelijk kleine marges die hij heeft met politiek handwerk, geloof in zichzelf, een fijnzinnige antenne en ‘verbindend’ handelen aan het werk is. Dit verslag valt op te vatten als voorbeeld van zijn dynamische mediabeleid waarmee hij zich ook landelijk profileert voor Westminster.

Het gaat dus om het zoeken van de verbinding tussen activisten die opkomen voor de doelstelling van Black Lives Matter (BLM) en degenen die vinden dat met het protest de geschiedenis en de eigenheid van de stad Bristol geweld wordt aangedaan. Die balanceert tussen radicaal links en rechts gaat lange tijd goed, maar ontspoort uiteindelijk toch in maart 2021. Het thema is te groot.

Opvallend is hoe het verslag is ontdaan van verwijzingen naar de partijpolitieke achtergrond van de hoofdpersonen. Dat hindert het begrip, hoewel hun opereren op het oog aardig overeenkomt met hun partijpolitieke achtergrond. Men vraagt zich af of het feit dat dit niet vermeld wordt te gevoelig ligt voor de BBC die politiek toch al zo onder druk ligt door voortdurende kritiek van de Tories.

Marvin Rees is een sociaal-democraat uit het midden van het politieke spectrum die door BLM-activisten geframed wordt als verrader van de zwarte zaak. Rees’ antwoord daarop is dat hij er niet voor zichzelf of zijn achtergrond zit, maar voor de stad. Cleo Lake is zijn linkse tegenpool en zet zich als raadslid van de Green Party bewust in voor de zwarte zaak. Zij verwijt Rees te weinig te doen aan de gevolgen van de slavernij en in de oorlog over de standbeelden geen partij te willen kiezen.

In de laatste, uitgestelde verkiezingen van mei 2021 werd Rees herkozen als burgemeester, maar werd Labour bijna ingelopen door de Groenen. Die spanning tussen Lake en Rees is voelbaar als ze in een digitale vergadering op elkaar reageren. Ze zijn politieke rivalen die het oneens zijn over de aanpak van de standbeeldenoorlog. Maar ze hebben ook verschillende verantwoordelijkheden. Dat maakt duidelijk wat praktische politiek inhoudt en wat de grenzen en voorwaarden ervan zijn. Dat inzichtelijk maken is de grote verdienste van ‘Statue Wars: One Summer in Bristol‘.

NOS ziet geen 50 tinten zwart en husselt alles door elkaar: migratie, zwartheid, discriminatie en BLM

De term witheid is verhullend en onjuist. Gisteren 30 november 2020 was er op het NOS Journaal van 20.00 uur een item over jongeren met een migratie-achtergrond naar aanleiding van het feit dat het een half jaar geleden is dat er een Black Lives Matter (BLM) demonstratie op de Dam was. Er werden twee jonge vrouwen opgevoerd: een met een Chinese naam en een met een hoofddoek op. Verdere details over hun achtergrond werden niet gegeven.

De suggestie die het NOS-Journaal hiermee geeft is dat wit tegenover zwart staat. En dat ‘zwart’ wordt niet gedefinieerd door eigen, specifieke kenmerken, maar door de tegenstelling tegenover wit. Ofwel, zwart bestaat niet in zichzelf, maar vooral door de tegenstelling tegenover de maatstaf ‘wit’. Daarnaast is die indirecte suggestie van ‘zwart’ verwarrend en onjuist omdat de directe term ‘migratie-achtergrond’ de lading niet dekt. Niet alle migranten zijn immers ‘zwart’.

Met deze opstelling ondersteunt het NOS-Journaal het wij/zij-denken en versterkt dat in de beeldvorming. Dat kan niet de opzet van de publieke omroep zijn. In elk geval probeert het NOS-Journaal niet te nuanceren door te onderscheiden, maar poetst het in de gemakzucht van lui en voorspelbaar denken in combinatie met begripsverwarring over etniciteit, discriminatie, huidskleur en migratie de verschillen tussen etnische groepen weg.

Het valt zelfs niet in deze slordige journalistieke opstelling van het NOS-Journaal in te zien dat er geen verschillen in achtergrond bestaan tussen deze twee vrouwen van Chinese en Arabische herkomst, maar uitsluitend tussen deze twee vrouwen én hun witte zuster.

Dat is respectloos tegenover de witheid die eenzijdig in een daderrol wordt geframed als tegenover de ‘zwarte’ etnische migrantengroepen die over één kam worden geschoren en als belangrijkste eigenschap hun slachtofferschap zouden hebben.

Het Afro-Amerikaanse ‘Black’ van BLM was niet terug te vinden in beide vrouwen die geen van tweeën Afro zijn, maar door het NOS-Journaal via een omweg als zwart worden voorgesteld. Maar beseft het NOS-Journaal dan niet dat het door dit simplisme wel 50 tinten zwart onder het tapijt veegt? Jammergenoeg staat het NOS-Journaal niet alleen in deze foute stereotypering van witheid, zwartheid en migratie.

Juist om achterstanden die zijn ontstaan als gevolg van migratie aan te pakken is het nodig dat er een goede analyse wordt gemaakt. Het NOS-Journaal bereikt het omgekeerde in dit ongetwijfeld goedbedoelde, maar toch ontspoorde item. Door het direct te verbinden aan het BLM-protest wordt het er eerder verwarrender dan helderder op. Beide vrouwen zijn op z’n best een verre afgeleide van de Amerikaanse BLM-protesten die in de VS ontstonden na de dood van George Floyd.

Door op de knop te drukken van de makkelijke emotie is het NOS-Journaal zich ervan bewust dat het verontwaardiging oproept. De conclusie kan moeilijk een andere zijn dan dat het NOS-Journaal denkt zich hiermee blijkbaar aan de veilige kant van het politiek correcte denken op te stellen. Bevreesd dat het vermoedelijk is dat het verweten wordt de tijdgeest niet te begrijpen en mentaal achter te blijven door oude posities te verdedigen.

De tragiek is dat het NOS-Journaal het eigen handelen niet begrijpt en precies dat doet waarvan het weg probeert te komen: het wettigt het wij/zij-denken en versterkt vooroordelen. Tijd voor een echte analyse die niet alles met alles verwart. Het onderwerp is te serieus om er een potje van te maken.

Foto: schermafbeelding van deel artikelHalf jaar na Black Lives Matter-protest: ‘Ik wil niet boos zijn op de witte man’ op NOS, dat later op die dag van titel veranderde: ‘Halfjaar na het Damprotest: wat heeft het teweeggebracht?’, 30 november 2020.

Misleidende column van Frits Bosch over Trump en Biden valt op te vatten als een vreemde reis naar een alternatief sprookjesland

Mijn reactie bij het artikelColumn Frits Bosch: Democraten spreken goed, maar slaan de plank toch mis’ op DDS, 25 augustus 2020. Met een rare rol voor een academicus die opgevoerd wordt als Bosch’ influisteraar.

De kern van de kritiek op president Trump van Democraten, Republikeinen, ex-Republikeinen en Onafhankelijken is het omgekeerde van wat Manfred Wolf zegt. Namelijk dat ze voelen en weten dat Trump niet voor hen, maar voor zichzelf spreekt. Trump en zijn kinderen beschouwen zich als ‘royals’ en gedragen zich als zodanig, namelijk vanuit het idee dat ze het recht op hun positie hebben.

Trump laat zijn persoonlijk belang voor het algemeen belang gaan. Dat begrijpen steeds meer kiezers. Niet in het minst door Trumps mislukte aanpak van COVID-19 waardoor hij onnodig de levens van Amerikanen in gevaar heeft gebracht. De kritiek op Trump is dat hij niks geeft om gewone Amerikanen en geen empathie heeft voor en verbondenheid toont met gewone mensen. Trump is vooral betrokken bij zijn donors die hij belastingvoordelen geeft.

Uit een recente peiling van ABC News / Ipsos blijkt dat Trump populariteitscijfers laag zijn en steeds verder wegzakken. Met 60% die hem ongunstig inschat, tegenover 32% gunstig doet Trump het slecht. Ook in vergelijking met Joe Biden die een score heeft van 45% gunstig tegenover 40% ongunstig. Dat is een verschil in persoonlijke populariteit van 33% in het nadeel van Trump. Dat is het grote verschil met 2016 toen Hillary Clinton even slechte cijfers had als Trump. De twijfelende kiezers liepen toen over naar Trump en lopen nu over naar Biden. Dat is het verschil tussen 2016 en 2020.

De stijlfiguur die Wolf hanteert is de omkering. Van zwart maakt hij wit, van hoog maakt hij laag en van dik maakt hij dun. Met als gevolg dat hij van een geloofwaardige academicus die hij was een ongenuanceerde partijpoliticus maakt. Waarom doet Wolf dat zichzelf aan? Is hij de Rudy Giuliani van San Francisco State University?

Zo zijn het niet de Democraten die de toon van het land bepalen, maar is dat Trump. Hij is 3,5 jaar aan de macht en bepaalt de toon van het land met zijn voortdurende tweets, persconferenties, interviews en losse uitspraken.

Trump zaait verdeeldheid, sluit Amerikanen uit en richt zich in zijn retoriek uitsluitend tot zijn basis van zo’n 40% van de kiezers. Trump doet geen enkele handreiking naar de gematigde centrumkiezers. Peilingen wijzen erop dat de meeste Amerikanen buiten adem zijn van de aandacht die Trump voor zichzelf creëert en zijn nalatigheid om zijn land kundig te besturen.

De consensus over de Democratische Conventie is dat de Democraten een breed platform, een brede tent, hebben weten te creëren en dat hun stem tamelijk eensgezind klonk. Ook Fox News sprak daar waardering voor uit. Democraten zetten hard in op de inhoud en bereiden een mogelijke regering serieus voor met beleidsprogramma’s. Zo zijn op Bidens website allerlei gedetailleerde plannen voor de reparatie van de buitenlandse politiek te vinden. Zeg, een nieuwe start. Zoals bekend heeft Trump de relaties met de Europese bondgenoten onder druk gezet en heeft hij zich om onverklaarbare redenen verbonden met autoritaire leiders zoals president Putin.

Hoe er binnen het Republikeinse establishment werkelijk over de eigen achterban wordt gedacht maakt Steve Bannon duidelijk. Voor zijn flessentrekkerij klopte hij met enkele medestanders de goedgelovige ‘deplorables’ tientallen miljoenen dollars uit de zakken om zogenaamd een grensmuur te bouwen die hij nooit van plan was om te bouwen. Bannon was de belangrijkste adviseur van Trump en staat nog steeds in contact met hem. Het OM heeft hem in staat van beschuldiging gesteld.

Geloofwaardige kritiek op Democraten moet een andere zijn. De vraag is niet of ze goed kunnen besturen of beleidprogramma’s en -nota’s kunnen produceren, want dat hebben ze keer op keer bewezen, maar of ze wel kunnen vechten. Zijn de Democraten wel opgewassen tegen de harde, bijna oorlogszuchtige toon van de Republikeinen die politiek bedrijven die valt samen te vatten als politiek van de verschroeide aarde?

Het uitgebreide programma van kiezersonderdrukking dat de Republikeinen (al vóór Trump) hebben opgetuigd moet vanwege demografische ontwikkelingen hun geleidelijk afkalvende steun bij de kiezers neutraliseren. De brug naar de niet-witte kiezer is onder Trump opgehaald. Zelfs president George ‘W’ Bush probeerde zwarte en Latino kiezers te bereiken. Het opvallende aan het Amerikaanse politieke systeem is dat kiezersonderdrukking succesvol is. In West-Europese landen zouden kiezers, politieke partijen en juridische colleges dit onrecht corrigeren, maar in de VS zijn de onregelmatigheden de regel geworden.

Dat is nog gerekend buiten de inmenging van het Kremlin in het electorale proces. Dat gebeurde in 2016 en herhaalt zich in 2020, zoals inlichtingendiensten en de Inlichtingencommissie in de Senaat objectief hebben vastgesteld. Daarnaast heeft het grote geld de macht in de politiek naar zich toe weten te trekken door een gerechtelijke uitspraak die dat mogelijk maakt (Citizens United; 2010).

Frits Bosch maakt een parodie van een serieuze analyse van de toestand in de VS. Hij probeert in navolging van Manfred Wolf alles in een links-rechts frame te passen. Maar dat gaat voorbij aan de werkelijke situatie. Op dit moment krijgt Trump de felste tegenstand van conservatieven die Trump beschouwen als een afvallige Democraat en iemand die de Republikeinse partij en zijn land in het verderf heeft gestort en de nationale veiligheid van de VS in gevaar heeft gebracht.

De breuklijnen lopen anders dan Bosch en Wolf het voorstellen. Want het merkwaardige is dat in de VS de grootste links-rechts tegenstellingen binnen de grote partijen te vinden zijn. In geen enkel ander land zouden een centrumrechtse, pro-establishment politicus als Joe Biden en een links-radicale progressieve vertegenwoordiger als Alexandria Ocasio-Cortez in dezelfde partij te vinden zijn. Voor Nederlandse begrippen is dat het verschil tussen de VVD en GroenLinks. In de Republikeinse partij is onder Trump de interne pluriformiteit afgenomen. De meeste gematigde Republikeinen hebben vanwege Trump de partij verlaten, zodat een tamelijk eenzijdig versie van het gedachtengoed van de Republikeinse partij is overgebleven. Uitzonderingen zijn politici als John Kasich en Colin Powell die echter al een loopbaan achter zich hebben. Voor de toekomst is dat een slecht uitgangspunt voor de partij om zich te vernieuwen en te herbronnen met nieuwe ideeën.

Of het verstandig is om de alternatieve feiten van Bosch en zijn influisteraar Wolf te negeren omdat ze toch maar uitsluitend resoneren in het eigen afgesloten domein van rechts-radicale retoriek of dat het zinvol is om ze te voorzien van nuanceringen en de echte feiten valt te bezien. Mij verbaast het niet dat Bosch die een karikatuur van zichzelf maakt zegt wat hij zegt omdat hij nu eenmaal niet beter lijkt te weten in zijn alternatieve werkelijkheid. Mij verbaast het wel dat een persoon als Wolf die wel beter weet niet de ruimdenkendheid en ruimhartigheid vindt om genuanceerd naar de Amerikaanse politiek te kijken. Dat is de tragiek van de politiek die slachtoffers maakt.

Zie hier voor een ander commentaar van 18 augustus 2020 op een DDS-column van Frits Bosch.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelColumn Frits Bosch: Democraten spreken goed, maar slaan de plank toch mis’ op DDS, 25 augustus 2020.

Misleidende column van Frits Bosch over Trump valt op te vatten als een raar sprookje. DDS is totaal losgezongen van de realiteit

Mijn reactie bij de columnTrump is bezig aan een inhaalrace’ van Frits Bosch op DDS. Wie het beschouwt als een sprookje dat niks met de werkelijkheid te maken heeft kan volop genieten van de absurde beweringen:

De auteur strooit met zoveel desinformatie, dat het lastig is waar te beginnen. Het is jammer dat Frits Bosch geen poging doet om de situatie te verduidelijken, maar klaarblijkelijk bewust een misleidend beeld van de realiteit geeft. Daar heeft de lezer van DDS die geïnformeerd wil worden niets aan. Ik ga de hoofdpunten van kritiek langs. Men kan zich overigens alleen maar afvragen uit welke duim Bosch zijn schijnwerkelijkheid zuigt en waarom DDS deze aantoonbare onzin publiceert.

De achterstand van president Trump in de peilingen is gemiddeld nog steeds zo’n 7 tot 8%. De peiling van CNN die een verschil van 4% meet wordt door deskundigen niet als representatief gezien, maar als een outlier, een afwijking.

De gezaghebbende statistische nieuwssite FiveThirtyEight van journalist Nate Silver voorspelt dat Joe Biden een kans van 72 tegen 27 heeft om in november 2020 tot president te worden gekozen. Dat vertaalt zich in 323 tegen 215 Electoral Votes voor Biden. Zeker is echter niks, het is nog lang tot 3 november 2020. Maar op dit moment wijzen alle peilingen erop dat Trump kansloos is.

De bevolking is BLM niet zat, maar steunt de antiracisme beweging. Dat is een tamelijk stabiele meerderheid die niet afneemt. Volgens onderzoek van Monmouth University beschouwt zo’n 76% van de bevolking racisme als een groot probleem. Dat is een forse toename van 26% vergeleken met 2015. Ofwel, de uitgangspunten van Trump om electoraal te kunnen profiteren van racistische uitspraken of kritisch te zijn op de antiracisme-beweging is fundamenteel slechter dan in 2016.

Wat Bosch bedoelt met zijn uitspraak dat Trump het goed heeft gedaan met ‘minder doden dan bij ons’ is onduidelijk. Maar als dat over de COVID-19 pandemie gaat, dan klopt deze observatie niet. De VS heeft op dit moment meer dan 170.000 doden als gevolg van deze pandemie, dat zijn proportioneel meer doden dan in Nederland of in andere westerse landen. Trump verkeert op voet van oorlog met zijn eigen medische deskundigen met als gevolg een volkomen mislukte bestrijding van COVID-19.

Economisch heeft Trump niet kunnen leveren wat hij beloofde. Daarmee heeft hij ook zijn sterkste wapen uit handen laten slaan. De groei van het BNP is in het tweede kwartaal van 2020 met 32,9% (op jaarbasis) gedaald. Dat is de hoogste afname in 75 jaar. De werkloosheid is hoog en een aantal van liefst 56,2 miljoen Amerikanen zocht in juli 2020 ondersteuning vanwege werkloosheid.

Werkloosheid en een haperende economie zijn geen aanbeveling om op Trump te stemmen. Daarbij komt de harde opstelling van de Republikeinse Senaatsfractie die weigert om de steunmaatregelen van het eerste pakket voort te zetten.

Joe Biden en Kamala Harris hebben niets met de zogenaamde antifa-beweging te maken. Ze nemen er afstand van. Dat zou ook niet logisch zijn omdat zowel Biden als Harris gematigde Democraten zijn die niks van The Squad of de links-radicalen moeten hebben.

Trump scoort slecht bij de gekleurde gemeenschap. Volgens een recent PEW-onderzoek heeft hij zo’n 11% steun onder Afro-Amerikanen. Biden heeft hier een marge van +81%. Trump heeft totaal niks voor de gekleurde gemeenschap gedaan. Of het moeten de spaarzame zwarte miljardairs en sponsors van hem zijn die hij een belastingvoordeel heeft gegeven door de invoering van een nieuw belastingstelsel dat de rijken bevoordeelt.

Kamala Harris komt uit California en is daar senator. Dat is een veilige Democratische zetel in een staat met een Democratische gouverneur die over haar vervanging gaat. Andere Democratische senatoren in staten die minder uitgesproken Democratisch waren hadden daardoor het nadeel om vice-president te worden omdat daardoor de gooi naar de meerderheid in de Senaat door de Democraten bemoeilijkt werd.

Kamala Harris wordt door de overgrote meerderheid van meer dan 90% van de Democraten enthousiast gesteund. De Democraten opereren hoe dan ook tamelijk eensgezind in hun steun voor Biden. Ze zien haar als een gekwalificeerde, stevige kandidaat die het bijvoorbeeld vice-president Mike Pence in de vice-presidentiële debatten aardig moeilijk kan maken.

Bosch laat zich kennen als iemand die nauwgezet de talking points van Trump volgt door president Obama en Hillary Clinton erbij te halen. Maar teruggrijpen naar het verleden toont een gebrek aan argumenten. Het is nu 2020 en niet 2016.

Trump laat zich kennen als een gevaar voor de democratie, de grondwet, het welzijn én het leven van gewone Amerikanen. Hij werkt samen met het Kremlin om door kiezersonderdrukking, fraude en misleiding de verkiezingen te stelen. Want normaal kan hij niet winnen. Vele Republikeinen zeggen voor Joe Biden te stemmen omdat ze het ermee eens zijn dat Trump alleen het belang van Trump dient. Niet dat van zijn land, dat van zijn bewoners en zelfs niet van zijn partij.

Het is een raadsel waarom een commentator van DDS meent Nederlandse lezers zoveel onwaarheden op de mouw te moeten spelden. Denkt hij dat die lezers gek zijn en zijn desinformatie geloven? Enfin, een ding maakt het duidelijk, DDS en Frits Bosch zijn er niet om de lezers te informeren, maar om ze te desinformeren.

DDS laat zich weer eens kennen als een politiek platform. Met journalistiek heeft dat niks te maken. Goed dat het weer eens bevestigd wordt. De verdienste van Frits Bosch is zijn misleiding. Hij is een prima sprookjesverteller.

Foto: Schermafbeelding van deel columnTrump is bezig aan een inhaalrace’ van Frits Bosch op DDS, 18 augustus 2020.

Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue is warning of false claim to black identity

It is time to introduce nuances to the black and white thinking about identity. In the past six months, the anti-racism movement Black Lives Matter in the US has sent a copied version of the cancel culture to Western Europe. It is understandable that disadvantaged groups claim their place and so-called privileged groups are called upon to give up their preferred position. It is not a gentle way though when people, because they are white, are denied the right to speak and are socially excluded. But conditions in the US are different from those in Western Europe because an old white society cannot be retroactively blamed for being white. The core of criticism cannot be that white Europeans have a certain position or identity, but that they are not willing to allow newcomers from other countries of origin into their professional group, environment or mental space.

This identity debate is usually dominated by political activists who profile themselves as black underprivileged people. This approach reduces it to discrimination against people with black identities. This alone indicates how misleading this debate is. Because in reality the black community is extremely diverse, economically, socially and culturally. Politically it is probably only more or less homogeneous by voting predominantly on the left, although in the Netherlands the old automatism of voting for the social-democratic PvdA has disappeared.

It is amazing how public opinion can take shape in this way and the media go along in a one-sided interpretation of the black story. Even the liberal Dutch newspaper NRC, which claims to seek nuance, loses the nuance in an article about identity in which it lets five visual artists have their say. They are given room for their simplifications, assumptions and individual marketing that stimulate their self-interest in this debate.

This indicates that it is not necessarily catching up, but that this debate about identity can serve as a cover for members of the black community to achieve their own goals. There is nothing wrong with that if that individual scoring drive is honestly recognized. However, things get confusing when a black mask is applied to disguise commercial or individual motifs. Then the black struggle for equality only serves its own purpose. Lack of talent can thus be disguised by hiding it behind a political debate about identity and deprivation. But the individual is never equal to that.

How this works in practice is shown in the recent Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton issue. Van Beirendonk is a renowned white Flemish fashion designer. Virgil Abloh is an African American who is employed by fashion brand Louis Vuitton. He is not a fashion designer, but someone who deftly “borrows” from fashion designers whom he is “inspired” by. Abloh refers to Marcel Duchamp for legitimacy, but does not seem to understand the essence of the conceptual art of which Duchamp was one of the founders. Van Beirendonck accuses Abloh of plagiarism, but because of Abloh’s “black mask” and his position at fashion company Louis Vuitton, that criticism does not get through. Or rather, Abloh’s background as an African American and the complexity of the identity debate neutralizes the criticism of Abloh’s grabbing.

An article by the Flemish business newspaper De Tijd also shows that Abloh’s friend-rapper Kanye West, who has a special talent for drawing attention, is getting involved in the debate. In a tweet he expresses the gist of what matters and the way Abloh works: “Virgil can do whatever he wants. Do you know how hard it’s been for us to be recognized? Coming from Chicago?”. According to West, the end justifies all means. He suggests that his and Abloh’s black background is the justification for stealing ideas from someone like Van Beirendonck rather flat and creativeless and for taking over the position of white artists by accusing them of anything and everything in a political debate about identity. Most striking about this issue is that fashion brand Louis Vuitton willingly and knowingly offers Abloh a cover for individual and corporate marketing, while he can cunningly hide behind a black cover of victimization and disregard.

NB This comment is a slightly modified English translation of ‘Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit’, August 16, 2020.

Photo 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (gallery Polaris), 2020.
Photo 2: Screenshot of Andrea Ciarlatano’s FB post, Aug 7, 2020.

Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit

Het is tijd om te nuanceren in het zwart/wit-denken over identiteit. Afgelopen half jaar is door pressie van de antiracismebeweging Black Lives Matter in de VS een gekopieerde versie van de afrekencultuur (‘cancel culture’) naar West-Europa overgewaaid. Het is begrijpelijk dat achtergestelde groepen hun plek opeisen en zogenaamde bevoorrechte groepen worden opgeroepen hun voorkeurspositie af te staan. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe als mensen omdat ze wit zijn het recht van spreken wordt ontzegd en maatschappelijk worden uitgesloten. Maar de omstandigheden in de VS verschillen van die in West-Europa omdat een vanouds witte samenleving met terugwerkende kracht niet verweten kan worden wit te zijn. Kern van kritiek kan niet zijn dat witte Europeanen een bepaalde positie of identiteit hebben, maar dat ze niet bereid zijn nieuwkomers uit andere landen van herkomst toe te laten in hun beroepsgroep, woonomgeving of mentale ruimte.

Dit debat over identiteit wordt doorgaans gedomineerd door politieke activisten die zich profileren als zwarte achtergestelden. Door die invalshoek wordt het gereduceerd tot de achterstelling van mensen met een zwarte identiteit. Dit alleen al geeft aan hoe misleidend dit debat is. Want de zwarte gemeenschap is in economisch, sociaal en cultureel uiterst divers. Het is waarschijnlijk uitsluitend in politiek opzicht min of meer homogeen door overwegend links te stemmen, hoewel het oude automatisme van een stem op de PvdA is verdwenen.

Het is verbazingwekkend hoe de publieke opinie zo gevormd kan worden en media meegaan in een eenzijdige interpretatie van het zwarte verhaal. Zelfs NRC dat de nuancering claimt te zoeken, verliest de nuance uit beeld in een artikel over identiteit waarin het vijf beeldend kunstenaars aan het woord laat. Ze krijgen ruimte voor hun versimpelingen, aannames en individuele marketing dat hun eigenbelang in dit debat oppimpt.

Dit geeft aan dat het niet per se om het wegwerken van achterstand gaat, maar dat dit debat over identiteit voor leden van de zwarte gemeenschap als dekmantel kan dienen om eigen doelen te realiseren. Daar is niks mis mee als die individuele scoringsdrift eerlijk erkend wordt. Het wordt er echter verwarrend op als een zwart masker wordt opgezet om commerciële of individuele beweegredenen te verhullen. Dan dient de zwarte strijd voor gelijkheid uitsluitend eigen doeleinden. Gebrek aan talent kan zo versluierd worden door het te verbergen achter een politiek debat over identiteit en achterstelling. Maar het individu is daar nooit gelijk aan.

Hoe dat in de praktijk werkt toont de kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton. Van Beirendonk is een gerenommeerde witte, Vlaamse modeontwerper. Virgil Abloh is een Afro-Amerikaan die in dienst is bij modemerk Louis Vuitton. Hij is geen modeontwerper, maar iemand die handig ‘leent’ van modeontwerpers door wie hij zich laat ‘inspireren’. Ter legitimatie verwijst Abloh naar Marcel Duchamp, maar begrijpt hij de essentie niet van de conceptuele kunst waar Duchamp een van de grondleggers van was. Van Beirendonck beschuldigt Abloh van plagiaat, maar door het ‘zwarte masker’ van Abloh én zijn positie bij modebedrijf Louis Vuitton dringt die kritiek niet goed door. Of liever gezegd, Ablohs achtergrond als Afro-Amerikaan en de complexiteit van het identiteitsdebat neutraliseert de kritiek op het jatwerk van Abloh.

Uit een artikel van De Tijd blijkt ook dat Ablohs vriend rapper Kanye West die een bijzonder talent voor aandacht heeft, zich in het debat mengt. In een tweet verwoordt hij in de kern waar het om gaat en de wijze waarop Abloh opereert: ‘Virgil kan doen wat hij maar wil. Weet je hoe moeilijk het voor ons was om erkenning te krijgen? Vanuit Chicago?’. Volgens West heiligt het doel alle middelen. Hij suggereert hiermee dat de zwarte achtergrond van hem en Abloh de rechtvaardiging is om van iemand als Van Beirendonck tamelijk plat en creatiefloos ideeën te jatten en om de positie van witte kunstenaars over te nemen door ze in een politiek debat over identiteit van alles en nog wat te beschuldigen. Het meest opvallende aan deze kwestie is nog dat modemerk Louis Vuitton willens en weten Abloh een dekmantel biedt voor de individuele en corporatieve marketing terwijl deze zich sluw verbergt achter een zwarte dekmantel van slachtofferschap en miskenning.

Foto 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (galerie Polaris), 2020.
Foto 2:  Schermafbeelding van FB-post van Andrea Ciarlatano, 7 augustus 2020.

Afrika Museum staakt marketingcampagne na kritiek. Het toont de beperkte houdbaarheid van het management van het NMVW

Update 4 januari 2021: Positief nieuws voor het Nationaal Museum van Wereldculturen (NMVW): directeur Stijn Schoonderwoerd vertrekt naar Nationale Opera & Ballet waar hij per 1 februari 2021 algemeen directeur wordt. Dat geeft zicht op een nieuwe koers, weg van het populisme en de politieke correctheid die tijdens Schoonderwoerds directoraat werden doorgevoerd. Met als gevolg dat het NMVW afgelopen jaren in coma is geraakt.

Zijn vertrek geeft ruimte aan museumprofessionals en professioneel handelen bij het NMVW waar het afgelopen jaren zo aan heeft ontbroken. Voorwaarde is wel dat Schoonderwoerd niet opgevolgd wordt door een meeloper die nu al in dienst is, maar door een krachtige buitenstaander die schoon schip maakt. Niet een softe wereldverbeteraar als Schoonderwoerd die het niet om de kunst gaat, maar een (kunst)historicus met ruime museale ervaring. Maar of de Raad van Toezicht  schoon schip durft maken is zeer de vraag. 

Een teken aan de wand dat de huidige koers wordt voortgezet is de benoeming van Wayne Modest tot inhoudelijk directeur, aldus een bericht van het Tropenmuseum. Volgens Schoonderwoerd is door de benoeming van Modest de ‘continuïteit in de directie na mijn vertrek verzekerd. Ik vertrek dan ook met een gerust hart, in de wetenschap dat met Wayne als inhoudelijk directeur ons beleid wordt voortgezet.’ Maar dat is juist wat niet moet gebeuren. Vraag is hoe Modest er zelf over denkt. Dat is de onzekere factor, naast het feit wie er tot algemeen directeur wordt benoemd en hoe de Raad van Toezicht denkt. De twee ‘Rotterdamse’ leden in de Raad van Toezicht kunnen hun kans grijpen om te eisen dat de onder Schoonderwoerd verwaarloosde Rotterdamse signatuur van het Wereldmuseum serieus wordt genomen. Dat kunnen ze als eis aan de nieuwe algemeen directeur stellen. 

Het Afrika Museum in Berg en Dal betuigt spijt over bovenstaande video die onderdeel is van een marketingcampagne. Na een ‘storm van kritiek’ uit de zwarte gemeenschap is de campagne ingetrokken, aldus een bericht van Omroep Gelderland. Het museum is onderdeel van het NMVW (Nationaal Museum van Wereldculturen) dat centralistisch geleid wordt. Als er fouten zijn gemaakt dan moeten die toegerekend worden aan de directie van de NMVW. In dit geval directeur Stijn Schoonderwoerd, adjunct-directeur John Sijmonsbergen en hoofd marketing Nienke Bloemers. De drie musea van het NMVW hebben geen locatiehoofd en kunnen niet autonoom programmeren of een eigen marketingbeleid voeren. Deze museum zijn naast het Afrika Museum, Museum Volkenkunde in Leiden en het Tropenmuseum in Amsterdam. Het Rotterdamse Wereldmuseum is sinds 2017 formeel een samenwerkingspartner van de NMVW, maar is in de praktijk net zo gelijkgeschakeld als de andere drie musea onder het straffe management van de koepel NMVW.

De ontspoorde marketingcampagne van het Afrika Museum is des te opmerkelijker omdat het NMVW een politiek correcte koers vaart. Het combineert een linksig-humanistisch wereldbeeld met een populistische programmering en marketing. Dat leidt tot thema’s die het bij de politiek goed doen en waaraan het NMVW zich geen buil kan vallen. Dat het met de marketingcampagne voor Dagje Ghana is misgegaan wekt dan ook verbazing. De voormalige tentoonstellingsmaker Richard Kofi heeft het volgens Omroep Gelderland over een ‘ridiculicerende’ campagne. De sleutel van wat er bij het NMVW aan de hand is zit in zijn volgende opmerking: ‘Een klap in het gezicht van iedereen die tijd, geld en energie heeft gestoken in dat museum.’ Door de afstand tussen de werkvloer inclusief de museale en inhoudelijke deskundigen én het management van het NMVW dat fysiek en mentaal in een ivoren toren op afstand staat kunnen dit soort bedrijfsongelukjes blijkbaar gebeuren.

Het management van het NMVW is een overwegend witte organisatie met een zwarte (Wayne Modest) en negen witte stafleden waar de theorie de praktijk bepaalt. Dat spoort met de kritiek van ‘de zwarte gemeenschap’ op de campagne volgens Omroep Gelderland: ‘Uit de reacties op de campagne blijkt dat het om meer dan de campagne alleen gaat. Het museum wordt algeheel als ‘te wit’ ervaren. Afrika wordt nog te veel bezien vanuit een wit perspectief en bij het museum werken volgens de critici te weinig mensen met een Afrikaanse achtergrond. Juist een museum over een continent als Afrika zou veel bewuster bezig moeten zijn om zaken als diversiteit en inclusie te verankeren in het dna van de organisatie, luidt de kritiek.’ Dat is terechte kritiek die in het bericht van Omroep Gelderland verkeerd geadresseerd wordt. Organisatorisch bestaat er geen Afrika Museum. Het is directeur Stijn Schoonderwoerd die eigenmachtig vanuit de koepel NMVW de lijnen uitzet en bepaalt. Nu het mis gaat houdt hij zich om begrijpelijke redenen onzichtbaar.

In Nederland is niet institutioneel racisme, maar gelijkheid de norm

Met de opinie van Martin Sommer in de Volkskrant ben ik het eens. Hij meent dat gelijkheid in Nederland de norm is. Daar valt weinig tegen in te brengen. Maar het is wel de actuele mode om het te hebben over het zogenaamde institutionele racisme. Opeens delibereren opinieleiders dat er institutioneel racisme bestaat in Nederland. Zonder dat ze uitleggen wat ze daar precies mee bedoelen. Sommer maakt duidelijk dat dit een misverstand is en er in Nederland geen institutioneel racisme bestaat (zonder dat hij hier die term gebruikt).

Een voorbeeld van zo’n opinieleider die de race naar de bodem van de redelijkheid en het overzicht succesvol heeft ingezet is voormalig kamerlid voor GroenLinks en huidig NRC-columnist Zihni Özdil. Zijn columnOok Jort Kelder mag zijn werk niet verliezen door zijn kleur’ van 11 juli 2020 geeft aan hoe een columnist zich in het proces kan verliezen. Het favoriete stijlmiddel van Özdil is de ontkenning en zijn retorische procedé is de antithese waarmee hij spanning oproept en vasthoudt zonder tot een afronding te komen. Zijn columns zijn de coïtus interruptus van de dagbladjournalistiek die bol staan van losse flodders en losse draden. Hij weeft geen samenhang. De columnist suggereert dat er in Nederland institutioneel racisme bestaat als hij opmerkt dat hij ooit iemand daarvan overtuigde. Het zou volgens hem ‘systematisch’ doorwerken in de maatschappij. Wat hij daarmee bedoelt is onduidelijk. Hij spreekt zichzelf tegen als hij universiteiten, media en de culturele sector van sektarisme en antiracisme beticht. Hoe deze instituties zich dan logischerwijze verhouden tot het institutioneel racisme waarmee de samenleving doordesemd zou zijn is het raadsel. Zihni Özdil maakt de hapsnapperigheid van zijn column duidelijk in zijn poging om een originele opinie af te leveren die hem weliswaar onderscheidend maakt, maar ook het beeld vestigt van een opinieleider die onorderlijk en warrig is.

Er bestaan uitingen van racisme in Nederland. Die moeten bestreden worden. Ze worden niet van bovenaf georkestreerd, in wetten vastgelegd en door de democratische instituties of een abstracte institutie als de rechtsstaat gesteund. Zoals Sommer beschrijft is het tegendeel waar. In Nederland is gelijkheid het streven. Dat dat nog niet gerealiseerd is en dat er nog steeds fouten in beleid en uitvoering worden gemaakt door onder meer de politie (etnisch profileren), de Belastingdienst (toeslagenaffaire) of de toegang van Antilliaanse Nederlanders tot Nederland is duidelijk. Maar institutioneel racisme dat zich niet afspeelt tussen individuen, maar in de relatie van de burger met de staat, is in Nederland formeel noch informeel overheidsbeleid.

Dat was het wel in Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime van de Nasionale Party (1948-1994). Hetzelfde geldt voor de Rwandese genocide (1994), de Armeense genocide (1915) door het Ottomaanse rijk of de Joegoslavische oorlogen (1991-2001) die draaiden om etniciteit. Dit soort racisme resulteerde in grof geweld dat van bovenaf werd gestuurd. Deze voorbeelden geven aan dat Nederland niet in dit rijtje past. In Nederland bestaat racisme, maar geen institutioneel racisme. Hoe graag opinieleiders ook gretig het tegendeel beweren.

Foto: Schermafbeelding van deel columnNiet racisme, maar juist gelijkheid is hier sinds jaar en dag de norm’ van Martin Sommer in de Volkskrant, 26 juni 2020.

Laten we vrijdenken en het publieke debat niet politiek correct afgrendelen. Daarmee beperken we uiteindelijk onze eigen vrijheid

Het is betrekkelijk ongemerkt gebleven in de recente beeldenstorm. Ook religieuze standbeelden zijn vernield.

Dat is ongewenst.

Ik kan me vinden in de uitleg van de gastheer van American Cholo die niks heeft met religie en meent dat het vernietigen van religieuze standbeelden over een grens gaat. Waarom dat trouwens anders is dan het vernietigen van niet-religieuze standbeelden is de vraag. Gaan die niet exact dezelfde grens over? Want waarom zouden religieuze symbolen bescherming verdienen die niet-religieuze symbolen niet verdienen?

Het argument dat Confederale standbeelden kunnen worden vernietigd omdat de Confederatie de burgeroorlog heeft verloren is onzinnig. Een schijnreden verkleed als kwinkslag. In vele landen heeft religie immers de culturele oorlog verloren. Mogen daarom daar hun symbolen vernietigd worden? Nee.

Het argument om geen standbeelden of symbolen te vernietigen of te verbieden is eerder dat de censuur of intolerantie die vandaag de ander overkomt, morgen de eigen persoon kan overkomen. Of de naasten en de leden van de eigen groep. Vanwege een verkeerd T-shirt, een verkeerde mening of een verkeerd uiterlijk.

Wat nu op het spel staat door de beeldenstorm die zich niet beperkt tot standbeelden in de publieke ruimte, maar zich ook doet gelden in krantenkolommen, op sociale media en in talkshows is de opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat erom of de meningsuiting breed of smal opgevat moet worden.

Ik pleit voor een publiek debat waarin alles gezegd kan worden dat binnen de wet mogelijk is. Dat is zo goed als alles behalve oproepen tot of dreigen met geweld. Beledigen mag. Ook van religie. Ik heb niks met een beeld van Jezus Christus of een katholieke martelaar, maar gun anderen het ongehinderd aanbidden ervan.

Dat is het verschil tussen de vrijdenker die anderen gunt wat hij ook voor zichzelf claimt en niet bang is om in debat te gaan en de politieke correcte golf van (gespeelde) verontwaardiging, symbolische borstklopperij, intolerantie en identiteitspolitiek van radicaal-links én radicaal-rechts die nu door de westerse wereld golft.

Dat laatste is een doodlopende weg die het publieke debat en de democratie ernstig dreigt te beschadigen. Laten we zo verstandig en redelijk zijn om de radicale intolerantie af te wijzen. We verdedigen ook datgene waarmee we het niet eens zijn. Als we dat te bont vinden, dan zetten we er een tegenargument tegenover.

Sven-Ake Hulleman verlaat met zijn uitspraak over stammen vol met Afrikanen en wortelen het niveau van de normale gekte

Van Sven-Ake Hulleman had ik nooit gehoord. Googlen maakt duidelijk dat hij net als zijn gesprekspartner Karel van Wolferen een satelliet is aan de hemel van het tegen het vanzelfsprekende aanschoppende Café Weltschmerz. Dat onderdak biedt aan complotdenkers. Pepijn van Erp plaatst dit fragment op zijn YouTube-kanaal en zegt erbij dat je zou willen dat het satire was. Dat is een rake opmerking, want dit tweegesprek tussen deze twee niet meer zo jonge witte mannen heeft alle kenmerken van satire. Het paternalisme en het racisme druipen ervan af als Hulleman zegt: ‘stammen vol met Afrikanen dood van de honger, omdat wij hier coronagekte maatregelen hadden’. Neemt hij zichzelf echt serieus met zulke onzin? Alsof het leven van Afrikanen ervan afhangt dat ze voorzien worden van Nederlandse wortelen en dit direct te maken heeft met de Nederlandse maatregelen als gevolg van COVID-19. Van Wolferen die nooit te beroerd is om een dwarsstraat in te slaan die niets met het onderwerp te maken heeft voegt er nog een schitterend voorbeeld van generalisering aan toe: ‘Black Lives Matter gaat niet over het welzijn of de levensomstandigheden van Blacks’. Wat weet Van Wolferen dat toch allemaal goed en wat is het fijn dat hij ons daar wekelijks van op de hoogte houdt. Dit tweegesprek gaat niet over het gebrek aan verstand en empathie van Whites. Of toch wel?

Treffend is een reactie bij deze video van Ecto Plasma: ‘Sprakeloos, ongelofelijk. En dit is dan de rationele, intellectuele vleugel van de complotbeweging’. Dat doet denken aan een andere kwestie die te herleiden is tot relatieve gekte. In mei 2020 werd door de complotdenker van beginnende omroep Ongehoord Nederland Arnold Karskens een andere complotdenker Ybeltje Berckmoes de laan uitgestuurd. Ze had 18 jaar na diens dood een interview met Pim Fortuyn. Ik schreef dit commentaar: ‘Er zijn in Nederland volop gekkies, maar bij radicaal-rechts zijn ze oververtegenwoordigd. Dat is voor degenen die niet van complottheorieën en zweverigheid houden een geruststelling. Opvallend is dat bij een rechts nieuwskanaal als Ongehoord Nederland een erge gekkie de deur wordt gewezen. Want gekte is relatief. Als zelfs radicaal-rechts dit niet meer trekt, dan moet het wel erg zijn. De vijand van gek en wantrouwen is immers te opzichtige gekte die gelijk door de mand valt. Want zo kan men een interview met Pim Fortuyn wel kwalificeren. Zo’n 18 jaar na zijn dood. De gekke gekte wijkt op rechts voor normale gekte. Gezellig met elkaar terug naar normaal abnormaal. Zo hoort het.’ Vraag is of de gekte van Hulleman en Van Wolferen normale gekte is of het niveau van te opzichtige gekte heeft bereikt. Beide heren moeten oppassen dat hun gekte niet te gek wordt.