George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Bill Kristol

Joe Walsh en conservatief Amerika. Schoppen van rechts tegen media is onvergelijkbaar met links dat haatspraak wil verbieden

with 3 comments

Joe Walsh is een voormalig Republikeins, conservatief congreslid voor Illinois. Ooit lid van de Tea Party causus. Hij is nu gastheer van een conservatief radioprogramma. Walsh was aanvankelijk een aanhanger van Trump, maar kwam daar na de ontmoeting van Trump met Putin en de ontluisterende afsluitende persconferentie in juli 2018 op terug. Walsh noemde Trump een verrader. Walsh steunt het onderzoek van speciale aanklager Robert Mueller naar de samenwerking van Team Trump met het Kremlin. Walsh is vergelijkbaar met het wereldbeeld van andere vanouds conservatieve opinie-makers als Max Boot, Ben Shapiro, John Schindler of Bill Kristol die doorgaans pro-Israël, pro-kleine overheid en een strikte fiscale politiek, anti-abortus, pro-Navo, pro-Westerse alliantie en anti-Putin zijn. Een artikel van Arch Puddington in het conservatieve Weekly Standard gaat in op de vraag in hoeverre conservatieven en Republikeinen de Rusland-politiek van Trump steunen. Zijn Walsh en consorten de regel of de uitzondering binnen de conservatieve beweging in de VS?

Bij genoemd wereldbeeld hoort de opvatting van ongebreidelde persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Zoals Jaap Tielbeke in een artikel in De Groene uitlegt valt dat te herleiden tot de liberale filosoof John Stuart Mill die van mening was dat ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën‘ in het publieke debat ‘een essentiële voorwaarde‘ was ‘om dichter bij de waarheid te komen’. Tielbeke doet het af als ‘naïef‘ en ‘een valse voorstelling van zaken’ omdat ‘de vrije markt voor ideeën een illusie’ is. Overigens des te meer omdat door de verslechterde economische situatie van traditionele media de rol van de journalistiek is afgenomen en er gaten zijn gevallen in ‘de vrije markt voor ideeën‘ en nieuwe media als Facebook tot nu toe onvoldoende beseffen en aarzelen om de verantwoordelijkheid te nemen die bij hun journalistieke verplichtingen past. 

Walsh’ tweet verwijst in de tweede alinea (‘hate speech banned’) naar complotdenker Alex Jones en diens radicaal-rechts vehikel ‘Infowars’. Zoals techsite The Verge in het artikel ‘How Alex Jones lost his info war; Misinformation is fine — but hate speech isn’t’ opmerkt is Jones door de techbedrijven behalve Twitter in de ban gedaan vanwege haatspraak of aanzetten tot haat. Casey Newton vraagt zich trouwens af of de echte uitdaging voor de techbedrijven pas komt als gebruikers de inhoud van Jones’ programma’s gaan kopiëren.

Walsh’ vergelijking tussen rechts dat niet gelooft in persvrijheid en links dat niet gelooft in vrijheid van meningsuiting is onevenwichtig. Het eerste is realiteit, maar het tweede niet. Trumps tirades tegen ‘de pers als vijand van het volk’ omdat nieuwsorganisaties ‘nepnieuws’ zouden bieden is een afleiding om de actuele en nog te verschijnen verslagen van de media over de uitkomsten van de onderzoeken naar de samenzwering van Team Trump met het Kremlin in een kwaad daglicht te stellen. Walsh heeft gelijk dat Trumps achterban hem daarin steunt. Ook onafhankelijk kiezers zijn gevoelig voor die continue tirades van Trump en zijn waterdragers tegen de media. Enig bewijs dat media werkelijk vijanden van het volk zijn ontbreekt echter.

Dat is anders met haatspraak. Zoals ook Tielbeke stelt is een ‘een ongehinderde uitwisseling van ideeën’ waarin het denken van Alex Jones past naïef. Niet alleen omdat de ‘vrije markt van ideeën’ van de traditionele media een illusie is en nieuwe (sociale) media nu pas schoorvoetend hun journalistieke verantwoordelijkheid beginnen te nemen, maar ook omdat in de echokamers van de sociale media per definitie een publiek debat ontbreekt waarbij de beste ideeën komen bovendrijven. Hier moeten overheden op inspringen om het open, publieke debat en de democratie te redden. Door zelf actie te nemen en richtlijnen op te stellen, en door bedrijven te verplichten tot actie. Het is Jones’ intentie niet om zijn meningen te meten met die van anderen en zonodig in te wisselen voor een betere mening. Kwam Jones met het verspreiden van desinformatie jarenlang weg, nu hij wordt aangesproken op haatspraak of aanzet tot haat lijkt ineens de maat vol te zijn. Als indirecte terechtwijzing van Trump? De maat die allang vol was, maar eindelijk echt als vol bevonden wordt. 

Foto: Tweet van Joe Walsh, 9 augustus 2018.

Advertenties

Elsevier Weekblad geeft ruim baan aan Ellian en Eppink die Trump in verdediging nemen. Dat is het conservatisme voorbij

with 5 comments

Wikipedia zegt over Elsevier Weekblad dat het ‘een Nederlands opinieblad van conservatief-liberale signatuur’ is. Maar het is de vraag of het dat (nog) is. Twee opinie-artikelen van de columnisten Afshin Ellian en Derk Jan Eppink wijzen in een andere richting. Namelijk niet die van het conservatisme, maar van de alt-right beweging. Deze beweging zet zich af tegen het conservatisme binnen de Republikeinse partij, omdat het zich hoe dan ook afzet tegen het establishment. Alt-right voorman en voormalig hoofdredacteur van Breitbart Steve Bannon die aan macht heeft ingeboet sinds hij door Trump aan de kant is gezet had als voornaamste doel om de Republikeinse partij inclusief het conservatisme te vernietigen. Trump wordt overigens door vele critici niet als Republikein of conservatief gezien, maar als een halfwas Democraat uit het New Yorkse Queens die uit opportunisme speelt dat hij Republikein is zonder er iets van te menen. Hij interesseert zich alleen voor zijn eigen ego en zaak. Dus voor wie of wat denken Ellian en Eppink nu eigenlijk dat ze het opnemen?

Amerikaanse (neo)-conservatieve opiniemakers uit de sfeer van de regering Bush zoals Bill Kristol, David Frum of Max Boot of Morning Joe gastheer en voormalig Republikeins afgevaardigde uit Florida Joe Scarborough zijn uitermate kritisch op Donald Trump. Ellian en Eppink nemen het op voor Trump, of liever gezegd tegen de krachten die het tegen Trump opnemen. In dit geval ‘de journalistiek’ en de speciale aanklager Robert Mueller.

Met Eppink is wat bijzonders aan de hand en hij valt meer uit de toon dan Ellian. In een commentaar schreef ik: ‘De in de VS wonende Derk Jan Eppink is volgens een analyse uit augustus 2017 van gepensioneerd VRT-journalist Johan Depoortere in De Morgengeen “waarnemer” of “analist” maar een (ex-)politicus van rechtse tot extreemrechtse signatuur en een ideologische scherpslijper die werkt voor “een instelling die de Republikeinse partij van reactionair ideologisch voer voorziet”. Eppink is dus geen objectieve waarnemer of analist constateert Depoortere. Toch is Eppink in de Nederlandse media, zoals het radioprogramma Met het oog op Morgen vaak opgevoerd als een objectief waarnemer. Eppink werkt voor het London Policy Center in New York. Naamgever Herbert London was in een politieke campagne in New York in 1994 tegen de Afro-Amerikaanse kandidaat Carl McCall zo openlijk racistisch dat Republikeinen zich van hem distantieerden.’

Volgens conservatieve critici verraadt de regering Trump de conservatieve zaak. Conservatieve fiscalisten die gaan voor een compacte overheid, een lage overheidsschuld en lage belastingen zien met schrik dat in het recente belastingplan de overheidsschuld met 1,5 biljoen (= miljoen x miljoen, 1012) dollar toeneemt en naar de volgende generatie wordt doorgeschoven. Ook vinden critici dat de regering Trump zich wat de nationale veiligheid betreft onbegrijpelijk onvoorzichtig en naïef opstelt jegens de Russische Federatie dat er volgens vele conservatieven op uit is om de VS te verzwakken en de westerse alliantie tussen de Europese landen en de VS af te breken. Het gaat er niet zozeer om om aan te tonen dat ze gelijk hebben, maar wel om aan te tonen dat kritiek op Trumps beleid niet uitsluitend uit linkse hoek komt zoals Ellian en vooral Eppink beweren. De felste criticasters van Trump en zijn fiscaal en buitenlands beleid zijn van conservatieve signatuur.

Een nieuwsmedium mag uiteraard de politieke richting kiezen die het juist acht en opiniërende columnisten dekken niet de hele pluriformiteit ervan af, maar Ellian en Eppink geven in hun verdediging van Trump er wel een aanwijzing voor dat Elsevier Weekblad niet langer eenduidig als een conservatief-liberaal opinieblad valt te duiden. Dat was ooit zo. Mijn reactie op het artikel van Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad:

Foto 1: Schermafbeelding van deel artikelDe journalistiek gaat ten onder aan Trump-fobie’ van Derk Jan Eppink in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018  (achter betaalmuur).

Foto 2: Schermafbeelding van deel artikelStop heksenjacht van Mueller tegen Trump!’ van Afshin Ellian in Elsevier Weekblad, 16 mei 2018 (achter betaalmuur).

Foto 3: Mijn reactie op het artikel van Afshin Ellian op de FB-pagina van Elsevier Weekblad.

Een eenzijdige opinie van Derk Jan Eppink over Trump en de media

with one comment

Derk Jan Eppink is een Nederlands ‘journalist’ die in New York woont. Bij de Europese verkiezingen was hij lijstduwer voor de VVD. In een opinie-artikel in de Volkskrant neemt hij de talking points van rechts over. Dat gebrek aan nuancering en eigen mening is opvallend. Eppink laat zich voor een karretje spannen. Over deze opinie is jammergenoeg geen debat mogelijk op de pagina’s van de Volkskrant. Dat bevordert de tweedeling in de beeldvorming. Daarom deze reactie omdat de opinie van Eppink niet onbeantwoord kan blijven.

Eppink meent dat de media de verliezers zijn van een jaar Trump. Hij verwijt dat ze eenzijdig zijn, zich teveel anti-Trump opstellen en zelfs ‘hysterisch’ zouden zijn over hem. Hierbij gaat Eppink voorbij aan de negatieve opstelling van Trump tegenover de media (‘fake news’) die hij al tijdens de campagne van 2016 gebruikte om zijn basis tegen het establishment op te zetten. Dat was dus ruim voordat de media zich teweer gingen stellen tegenover Trump. Het is andersom, door de steun van gevestigde media die hem miljarden aan free publicity gaf, heeft Trump de Republikeinse nominatie kunnen verzilveren. Illustratief is de opstelling van het MSNBC-programma ‘Morning Joe’ dat in 2016 als kritiekloos doorgeefluik voor Trumps opinies diende voordat de programmamakers Joe Scarborough en Mika Brzezinski pas in 2017 met hun kritiek op Trump kwamen toen ze vonden dat hij de rede voorbijging. Ondermeer door zijn kritiek op de media. Die overigens met onthulling op onthulling komen. Eppink die de kritiek op Trump reduceert tot ‘Progressief Amerika’ moffelt hierbij weg dat een voormalige Republikeinse afgevaardigde als Scarborough en andere gematigde of traditioneel-conservatieve Republikeinen als Bill Kristol evenzeer kritiek hebben op Trumps houding tegenover de media.

Eppink onderbouwt zijn aanval op de media door een citaat van de Democratische oud-president Carter in een artikel van Maureen Dowd in The New York Times: ‘De media zijn harder voor Trump dan voor enige andere president die ik heb meegemaakt’. Eppink laat na om dat in een context te plaatsen. Jimmy Carter hoopt op een bemiddelingsrol in de kwestie Noord-Korea en is daarvoor afhankelijk van Trump. Op andere aspecten zoals de verbindende rol van de president is Carter overigens kritisch op Trump. En Eppink laat de essentie ongenoemd, namelijk dat Trump harder en vijandiger is voor de gevestigde media dan enige andere president in de moderne geschiedenis. Het is een kwestie van oorzaak en gevolg, waarbij Eppink de oorzaak achterwege laat. Dat leidt tot een merkwaardige selectieve opinie waarvan het een raadsel is waarom de Volkskrant het plaatst of geen ruimte voor kritiek erop laat om Eppink per omgaande van een weerwoord te kunnen dienen.

Het is een breed gedragen constatering dat de Democratische partij (DNC) er bijna even slecht aan toe is als de Republikeinse partij (RNC). Beide partijen hebben de verkiezingen van precies een jaar geleden nog steeds niet goed verwerkt. Dat wordt gecompliceerd door de Rusland-onderzoeken van speciale aanklager Robert Mueller (sinds 17 mei 2017) en het congres. Ze zijn nog niet afgerond en vooral Mueller komt pas op stoom. Ze laten nog in het midden of de inmenging van het Kremlin op sociale media en de (poging tot) inbraak van Russische hackers in de electorale systemen in 39 staten Trump een onrechtmatige verkiezing opleverde.

Terwijl in de RNC het door grote donors en bedrijven aangejaagde opportunisme over belastinghervormingen en het racistisch-nativistisch denken voor de slinkende basis de partij op een hellend vlak heeft gebracht, zijn er binnen de DNC enige lichtpuntjes. In de DNC gaat het om een normale richtingenstrijd tussen de oude corporatistische Democraten uit de school van Hillary Clinton en de meer progressieve ingestelde richting van Bernie Sanders, Elizabeth Warren of Keith Ellison. De RNC staat wel degelijk op instorten omdat de gematigde en traditioneel-conservatieve politici gemarginaliseerd zijn en overspoeld zijn door de rechts-nationalisten die aanschuren tegen het racistisch denken en vuile zaak maken met populistische media als Fox of Breitbart.

Wat zegt de opstelling van Eppink die grossiert in rechtse talking points en die kritiekloos overneemt? Hij is selectief in zijn feitenrelaas. Hij meldt niet dat het Steele-dossier van Fusion GPS in eerste instantie in opdracht van een Republikeinse opponent van Trump is opgesteld. Pas daarna namen de Democraten het over. Als het opstellen van een kritisch dossier over een opponent hetzelfde is als het samenspannen van Team Trump met ‘de Russen’ zoals Eppink suggereert, dan verdwijnen elk onderscheid en elke nuancering.

Eppink poetst de kritiek vanuit het oude establishment van de RNC op Trump weg en probeert het te framen als kritiek van progressieve zijde. Daarbij gaat hij bijvoorbeeld voorbij aan de recente inschatting van oud-adviseur van Trump Steve Bannon dat de president een afzetting door de Republikeinse kabinetsleden via het 25ste Amendement waarschijnlijk niet zal overleven. Het zijn niet de gevestigde media of de DNC waarvoor Trump het meest te vrezen heeft en die hem het hardst bestrijden, maar het gevaar voor Trump loert in eigen gelederen. Bij een big sponsor als Robert Mercer die afstand neemt van het racisme van Trump en Breitbart. Waarschijnlijk uit berekening, maar wel schadelijk voor Trumps geloofwaardigheid. Gevestigde media die dankzij lekkende overheidsdiensten dagelijks met onthullingen komen zijn niet de grote verliezers na een jaar Trump. Dat zijn de modale Amerikanen die lijden onder het spagaat van de culturele mobilisatie door Trump en rechtse media, en hun eigenbelang zoals de zorgverzekering of overheidssubsidies die Trump wil korten. Maar vooral de VS zijn de verliezers na een jaar Trump. Internationaal is de positie beschadigd en verzwakt.

Foto: Schermafbeelding van deel opinie-artikelDerk Jan Eppink: Media zijn de grote verliezers na een jaar Trump’ in de Volkskrant, 8 november 2017.