Pseudokunst van Power of Art House: miniatuurvluchtelingen

rwanda

De vluchtelingensituatie in en buiten Europa is gecompliceerd en ernstig. Iedereen heeft er een mening over. Hoewel de kanttekening past dat altijd zo’n 3% van de wereldbevolking op de vlucht is. Dus zo speciaal is de huidige situatie ook weer niet. De reactie op de vluchtelingen wordt even opmerkelijk als de situatie zelf.

Voorspelbaar is dat maatschappelijke organisaties het met beide handen aangrijpen om zich te profileren. Of dat nou voor of tegen de opname van vluchtelingen en migranten in Europa of Nederland is. Om marktaandeel te vergroten, subsidie te verantwoorden, aan prestige of aan zieltjes te winnen, of een politiek programma over het voetlicht te brengen. Niets menselijks is een organisatie vreemd die lekker aan invloed kan winnen.

Migranten en vluchtelingen bieden zelfs kansen voor propaganda. Power of Art House probeert ‘beladen onderwerpen toegankelijk te maken voor een breed publiek om het publieke debat op gang te brengen’. Dat debat lijkt door anderen al in gang gezet te zijn. Het is afgelopen week het project ‘Moving People’ begonnen: ‘Guerrilla street art project vanaf september 2015: duizenden miniatuurvluchtelingen in de straten van Amsterdam en Den Haag.’ Madurodam kan als tijdsbeeld toestroom verwachten van miniatuurvluchtelingen.

Power of Art House bestaat niet uit kunstenaars, maar uit creative directors, een creatieve denktank en een bestuur. Dat type welwillende creatieve klasse met veel organisatie. Het verspreidt tien soorten poppetjes waarvan het de bedoeling is dat het ‘de vluchtelingen een gezicht geeft en hun verhalen vertelt. Om ogen te openen, empathie  en sociale cohesie te versterken.’ Dit streven is nogal een pretentie. Vooralsnog geeft Power of Art House vooral zichzelf een gezicht en dringt het zich op als tolk voor vluchtelingen die best in staat zijn hun eigen verhaal te vertellen. De betuttelende pseudokunst van Power of Art House is overbodig.

Foto: Project Moving People van Power of Art House met miniatuurpoppetjes.

Stichting MoslimPleegkind gebruikt vijandbeeld in spotje. Waarom?

Het promotiefilmpje ‘Ontmoet Leyla: een moslimpleegkind’ van Stichting MoslimPleegkind zit moeilijker in elkaar dan voor snel begrip nodig lijkt. De opzet lijkt dat een meisje door verschillende kleren (een rokje en roze vestje tegenover een lange broek en een  grijskleurig jack) twee verschijningsvormen verbeeldt. De meest aannemelijke verklaring is dat roze vestje het ideaalbeeld is en grijskleurig jack de realiteit.

Een witte en blonde man en vrouw komen langs en nemen roze vestje mee. Het rugzakje blijft op stoep staan. Maar het ouderpaar brengt het meisje terug, nu gekleed in grijskleurig jack. Het meisje verandert weer in roze vestje en in grijskleurig jack. Een vrouw met hoofddoek en een kale man komen langs en nemen grijskleurig jack mee. Ze vergeten de rugzak, maar de vrouw met hoofddoek loopt terug om deze op te halen. Eind. 

De bedoeling van de campagne is bewustwording bij moslims van het fenomeen pleegzorg en de mogelijkheid om kinderen in huis te nemen. De kritiek op moslims is dat ze zich te weinig melden als pleegouder.

De kamerleden Fleur Agema en Machiel de Graaf (PVV) stellen vandaag kamervragen over dit spotje aan minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken en staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid. Ze merken op dat het filmpje suggereert dat blanke ouders niet goed voor moslimkinderen kunnen zorgen. De PVV’ers vragen de regering om te zorgen dat de campagne beëindigd wordt. Door intrekken van de subsidie?

De PVV’ers hebben deels gelijk met hun vragen. Niet waar ze zeggen dat het gaat om ‘het schaamteloos promoten van de kwaadaardige ideologie die de islam is’. Wel waar ze zeggen dat het filmpje suggereert dat blanke ouders -die trouwens ook islamitisch kunnen zijn- niet goed voor moslimkinderen kunnen zorgen. Dat is onbewezen en in strijd met de praktijk van de pleegzorg. Het is niet te hopen dat Stichting MoslimPleegkind werkelijk meent dat een vijandbeeld nodig is om moslims aan te sporen om pleegouder te worden. Welke fase in de emancipatie dit symboliseert is een vraag die dit filmpje oproept. Het is jammer dat de Stichting MoslimPleegkind meent dat het aanspreken van de doelgroep niet op een louter positieve manier mogelijk is.

Rapport toont Russische militaire betrokkenheid in Oekraïne aan. En roept op tot bewustwording

hidin

Wie meer wil weten over de betrokkenheid van het Russische leger in Oekraïne geeft het rapport ‘Hiding in Plain Sight: Putin’s War in Ukrainevan The Atlantic Council informatie. De op openbare bronnen (commerciële satelliet-informatie en sociale media) gebaseerde conclusie is dat het om een heuse oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie gaat. Het rapport stelt vast dat Rusland de agressor, de indringer is. Het Kremlin ontkent dat het Russische leger opereert in Oekraïne en vraagt steeds weer om feiten die dat bewijzen. Het rapport probeert de feiten zo overtuigend te presenteren dat het de Russische ontkenning ontmaskert.

Zo’n rapport met verfijnde details had 5 jaar geleden niet gemaakt kunnen worden doordat toen de technische tools ontbraken. Eliot Higgins van het in Groot-Brittannië gevestigde onderzoekscollectief bellincat speelt een doorslaggevende rol bij het opsporen en analyseren van de feiten. Geolocatie die foto’s van sociale media aan een locatie koppelt geeft aanwijzingen over verplaatsingen en locatie van Russische militairen en materieel.

Voor wie de Russisch-Oekraïense gebeurtenissen sinds het voorjaar van 2014 op de voet gevolgd heeft biedt het rapport in de aanwezige feiten niets nieuws. De waarde ervan zit ‚m in de presentatie. Die bestaat uit een dwingende vorm met het accent op enkele duidelijke voorbeelden die onvermijdelijk tot de conclusie leiden dat het Russische leger in Oekraïne betrokken is. Die voorbeelden gaan over het in Oekraïne aanwezige Russisch militair materieel en personeel (inclusief doden), artilleriebeschietingen vanaf Russisch grondgebied en de vestiging van trainings- en doorgangskampen op Russisch grondgebied aan de Oekraïense grens.

Aanbevelingen voor ander beleid (zie hierboven) slaan een nieuwe toon aan en bewandelen een middenweg. Ze roepen niet op tot alertheid van de NAVO of bewapening van het Oekraïense leger met defensieve lethale wapens zoals een eerder rapport ‘Preserving Ukraine’s Independence, Resisting Russian Aggression: What the United States and NATO Must Do’ van maart 2015 deed waaraan The Atlantic Council ook meewerkte. ‘Hiding in Plain Sight‘ roept aan de hand van de feiten op tot bewustwording over de Russische agressie in Oekraïne.

Opvallend genoeg is die bewustwording niet alleen gericht op een onwetend westers publiek, maar ook op westerse politieke leiders van wie gezegd wordt dat ze niet altijd even duidelijk en moedig zeggen waar het bij deze oorlog op staat. Tevens menen de opstellers die het politiek deel voor hun rekening nemen dat de feiten eerder het aanscherpen, dan het versoepelen van de sancties tegen Rusland rechtvaardigen. Het rapport is feitelijk niet gericht aan Putin, maar aan Obama en die westerse leiders die de Russische agressie het liefst willen vergoelijken om zo snel mogelijk over te gaan tot de orde van de dag. Met voorbijgaan aan Oekraïne.

Foto: Schermafbeelding van ‘Policy Recommendations’ in het vandaag verschenen rapport Hiding in Plain Sight: Putin’s War in Ukraine’ van The Atlantic Council. 

Wat verandert gevangenneming van twee Russische GRU-militairen in Oekraïne?

Kapitein Evgenii Yerofeyev van de Russische militaire inlichtingendienst GRU doet verslag voor de Oekraïense Inlichtingendienst SBU van zijn opereren in Oekraïne. Hij werd op 16 mei 2015 gevangen genomen door Oekraïense militairen bij Shchastya in de regio Luhansk, samen met sergeant Alexander Alexandrov die ook dient bij de Russische speciale troepen. Het Russische ministerie van Defensie ontkent dat de twee gevangen genomen Russen in actieve dienst waren, maar vraagt toch om hun uitlevering. Dat laatste klinkt tegenstrijdig.

Het optreden van Yerofeyev en Alexandrov past in het patroon van de hybride oorlog van het Russische leger in Oekraïne. Het is een complex beeld dat deels opgetuigd wordt voor de propaganda, en deels om politieke en militaire doeleinden. Er zijn lokale leiders met hun entourage die optreden in de Russische media om een idee van draagvlak onder de lokale bevolking te suggereren, er zijn naar schatting zo’n 25.000 huurlingen uit Rusland en uit landen in de sfeer van Rusland die het voetvolk (ook: kanonnenvlees) vormen, er zijn zo’n 9.000 reguliere Russische militairen met modern materiaal die vanuit de tweede linie vuurkracht geven als het penibel wordt (Ilovaisk, Debaltseve) en op roulatiebasis de Oekraïense grens oversteken, en er zijn zo’n 1000 speciale Russische troepen die operaties uitvoeren zoals sabotage, het leggen van mijnen en het achter de linies opereren om Oekraïense militairen in hinderlagen te doden. Yerofeyev behoort tot de laatste groep.

Ondanks overtuigend en omvangrijk bewijs dat reguliere Russische onderdelen in Oekraïne opereren is het een raadsel waarom dit bewijs toch maar geen doorslaggevende rol speelt in de bewustwording in het Westen over de Oekraïens-Russische oorlog. Er zit een rem op westerse regeringen en media om een feit een feit te noemen. Het hoor en wederhoor van de media wordt ongeloofwaardig en zelf beschadigend voor die media als het maar steeds de Russische ontkenning van de militaire aanwezigheid in Oekraïne zonder kanttekening blijft herhalen. Zoals de NOS doet. Toch is er beweging en is de tot voor kort terughoudende BBC kritischer geworden op de Russische ontkenning. Vraag is wat eerder komt: het einde van deze oorlog of de bereidheid bij westerse media en regeringen om volmondig te benoemen wat de Russen feitelijk in Oekraïne uitvoeren.

Overheidscampagne ‘Huwelijksdwang’ vermijdt verwijzingen islam

De campagne ‘Trouw tegen je wil‘ van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beoogt de bevordering van de bewustwording over huwelijksdwang: ‘In Nederland hoef je niet te accepteren, dat je van je ouders moet trouwen met iemand waar je niet zelf voor gekozen hebt. (..) Hier in Nederland mag je niet gedwongen worden. Sterker nog, het is volgens de wet zelfs verboden.’ De site verwijst naar het onderzoek ‘Zo zijn we niet getrouwd’ (2014) dat in opdracht van Sociale Zaken door het Verwey-Jonker Instituut werd gehouden. Daaruit blijkt dat in Nederland jaarlijks een paar honderd gevallen van huwelijksdwang voorkomen.

Huwelijksdwang is een ernstig onderwerp dat een overheidscampagne rechtvaardigt. Maar er is iets geks aan de hand met het campagnebeeld. Uit het onderzoek ‘Zo zijn we niet getrouwd’ blijkt dat huwelijksdwang sterk gerelateerd is aan de islam: ‘Bij alle drie de thema’s [GK: Huwelijksdwang, achterlating en huwelijkse gevangenschap] hebben de meeste slachtoffers een islamitische achtergrond. Een hindoeïstische of christelijke achtergrond komt in (veel) mindere mate voor (5%).’ Zodat het logisch zou zijn dat de campagne zich op de grootste doelgroep zou richten: moslims of huwelijkspartners in een islamitische omgeving.

Maar dat doet de campagne niet. Vermijden van verwijzingen naar de islam is een bewuste keuze. Het vermijdt in woord en beeld verwijzingen naar de islam. De campagne spreekt in abstracties en richt zich tot wat op het oog doorsnee jong-volwassen Nederlanders lijken. Eerder in een neutraal-modernistische dan een conservatieve omgeving. Met eigen kamer, computer, zonder hoofddoek of geloofskenmerken. De doelgroep waar het om gaat krijgt geen gezicht. Is een campagne die zich in niemandsland afspeelt optimaal effectief?

Actie ‘IkStapOverVanBank’ stemt tot nadenken. Middenbank gevraagd

cor

Journalist Rutger Bregman is deze week de actie ‘Ik Stap Over Van Bank Week’ gestart. Met de hashtag #ikstapovervanbank. In een artikel voor De Correspondent meent hij dat de burgers aan hun woede over het handelen van de banken geen consequenties verbinden en niet overstappen. Ze blijven klant van de grote banken ING, ABN en Rabobank. Bregman zoekt een verklaring voor de onverschilligheid, maar vindt deze niet echt. Bregman werkt aan de bewustwording van de burgers. Er bestaat geen misverstand over dat de grote banken na de crisis van 2008 geen spaan veranderd zijn, en zich niet structureel versterkt hebben om een tweede crisis te weerstaan. Die naar verwachting harder aan zal komen omdat er nu minder overheidsreserves zijn dan zeven jaar geleden en vele burgers het autistisch opereren van de banken hartgrondig beu zijn.

De oproep van Bregman is sympathiek, maar slecht doordacht. Hij reduceert de overstap tot het overzetten van een betaalrekening en vergeet daarbij andere financiële producten die burgers dwingt bij de grote banken te blijven. In een interview met NPO Radio 1 noemt hij de meer duurzame banken als ASN, Triodos Bank of Handelsbanken als alternatief. Daar kan de De Financiële Coöperatie in Apeldoorn nog aan toegevoegd worden. Wat Bregman niet noemt is dat het bij die ethische banken niet mogelijk is om een effectendepot aan te houden en zelfstandig te handelen in aandelen. De kleinere banken bieden alleen eigen beleggingsfondsen aan. Verder kan het het depositogarantiestelsel dat 100.000 euro garandeert een reden voor vermogenden die hun geld niet offshore hebben geparkeerd een reden zijn om rekeningen bij meerdere banken aan te houden.

De oproep van Bregman is symbolisch en het begin van een oplossing. Maar niet meer dan dat. In de praktijk is het voor velen onwerkbaar. Wat Nederlanders nodig hebben is een ethische basisbank die een breed scala van de meest gangbare financiële producten aanbiedt inclusief de mogelijkheid om op de beurs te handelen en het aangaan van een hypotheeklening. Nu blijft het kiezen voor de ‘verkeerde’ banken als ING, ABN en Rabobank die de klant feilloos bedienen, maar ook bedonderen. Of voor de ethische banken als Triodos Bank, ASN en Handelsbanken die de klant niet bedonderen, maar evenmin volledig kunnen bedienen en gewoonweg niet breed genoeg zijn om meer vermogende klanten te trekken. Gevraagd: een middenbank tussen verkeerd en klein in die het professionalisme van de grote banken combineert met de ethiek van de kleine banken.

Foto: Schermafbeelding van begin artikel ‘Ik stap deze week over van bank. Doe je mee?’ van Rutger Bregman voor De Correspondent.

Duitsland: Hoe konden banken in de crisis zo uit de hand lopen?

Duitse belastingbetalers zijn 74 miljard euro kwijtgeraakt in de bankencrisis. Aan de financiële instellingen. HR-Fernsehen reconstrueert hoe zo heeft kunnen ontsporen. Uitgezonden op 2 april 2015. Waarom gaven de politici de banken eigenlijk de vrije hand? Banken zijn immers geen gewone onderneming omdat ze uit niets geld kunnen scheppen. Dat vraagt om extra toezicht. Maar dat ontbrak, en alle signalen werden genegeerd. De verklaring dat de crisis uit de VS kwam lijkt in elk geval niet te kloppen. Die fabel van een externe oorzaak wordt onderuit gehaald. De financiële crisis was volledig ‘Made in Germany’. Zoals Nederland ook voor de ontsporingen van de eigen financiële instellingen verantwoordelijk was. Nog steeds wordt dat in Duitsland of Nederland niet volmondig toegegeven. Dat gebrek aan bewustwording geeft weinig hoop voor de toekomst.

Voorstel deltaplan ‘Gleufdier’: geestelijke genezing van bankiers

A Pigeon Involved in a Psychological Experiment

Tussen de natuurvoedingswinkel en de groene slager viel bij mij het kwartje. De bestuurders van banken en multinationals zijn de ware gleufdieren. Door een verkeerd zelfbeeld, een foute focus en zelfoverschatting zijn de bestuurders verslaafd geraakt aan geld en prestige dat zich uitdruk in geld. Ze komen er niet meer los van omdat ze verslaafd zijn. Leidinggevende bestuurders die gewone medewerkers zijn zonder ondernemersrisico lijden aan narcistische grootheidsfantasieën en zijn verslaafd. Ze moeten geholpen worden in de geestelijke gezondheidszorg om met zichzelf, hun omgeving en de samenleving weer in het reine te komen.

Dat gaat lastig wegens ontbrekende bewustwording in de samenleving en de politiek. Weliswaar bestaat er ongenoegen over de graaicultuur van leidinggevende bankiers en bestuurders, maar daar blijft het bij. Zodat er niets verandert of verandering tergend langzaam verloopt. De diagnose dat bankiers en bestuurders zorg nodig hebben wordt onvoldoende of zelfs helemaal niet gesteld. Nodig is een herkenningspunt, een beeld, een icoon om het gedrag van de soort te vangen. Da’s het begrip gleufdier. Een gedragstypering van de laat-20ste eeuwse soort van de grote graaier die zich niet meer kan beheersen vanwege geestelijke afhankelijkheid en preoccupatie met geld, prestige en de eigen positie tegenover andere bankiers en bestuurders.

Neveneffect van de herijking van het begrip gleufdier is dat het de betekenis met seksistische ondertoon zoals die is ontstaan in rechts-corporeel milieu naar het tweede plan probeert te drukken. Immers een omschrijving die vrouwen opzadelt met een negatieve en onverdiende associatie. De soort van de graaiende bankiers en bestuurders  kan verantwoordelijk gesteld worden voor het eigen gedrag. Voorzover dat bij verslaafden van toepassing kan zijn. Er is een psychologisch deltaplan nodig om de Nederlandse leidinggevende bestuurders hun zelfbeeld dat losstaat van de werkelijkheid te helpen herstellen. Deltaplan Gleufdier als aanzet tot herstel.

Foto: ‘In a 1950 experiment, one of Skinner’s pigeons matched a colored light with a corresponding colored panel in order to receive a food reward.

Verbrande kunst en marketing van een boegbeeld zonder toekomst

Beeldend kunstenaar Simon van der Weerd verbrandt tien weken lang een werk als het niet tegen een prijs van minimaal 250 euro wordt verkocht. Bieden kan op marktplaats. Als de prijs niet wordt gehaald gaat de fik erin onder het principe ’Bid or Burn’. Deze Apeldoornse kunstenaar bedient zich graag van Engelstalig jargon.

De achtergrond van deze actie is lastig te doorgronden. Is het een manier om vrije publiciteit te halen en dus marketing voor eigen werk en naamsbekendheid? Of gaat het om het opschonen van de eigen stock voorraad? Of het maken van een nieuwe start als een fenix uit de as? Is het vandalisme? Of valt er maatschappijkritiek tegen het laat-kapitalisme, sociale actie, opstandigheid en een filosofische kijk op de wereld in te herkennen?

Van der Weerd citeert Seth Godin die onder meer over marketing schrijft: ‘if something doesn’t sell, it’s either offered at the wrong place, to the wrong crowd or it’s simply not good enough’. Door dit citaat en de keuze ‘Bid or Burn’ geeft Van der Weerd aan dat hij zich bezighoudt met de marketing van zijn werk. Hij omarmt de maatschappij door marketing-goeroe en bestsellerauteur Seth Godin als voorbeeld te nemen.

Hoe het ook anders kan gaf de Italiaanse kunstenaar en museumdirecteur Antonio Manfredi, van het bij Napels gelegen CAM Museum aan in een manifest dat zijn museum in oorlog met de maatschappij verklaarde: ‘The final aim of artistic production is the work of art, unique and untouchable, an extension of human self-consciousness meant as an understanding of the human condition in contemporary society. To destroy it with fire means to deny its intended function, almost an act of vandalism modifying its original meaning and turning it into means of social protest. When artists to do with a sense of solidarity, this gesture becomes a protest against the status quo. CAM Art War is peaceful revolution engaged in by artists and the intellectuals to fight against homogenization the cultures.

Ik besteedde een jaar geleden aandacht aan Manfredi’s actie om de tegenstelling met de behoudzuchtige Nederlandse museumsector te benadrukken die steeds meer richt op marketing, merchandising, media-aandacht, profijt, publieksbereik, haalbaarheid en herkenbaarheid. En zich neerlegt bij bestaande machtsverhoudingen. Op enkele uitzonderingen als het Van Abbemuseum na. Ik besloot dat stukje met een citaat van Antonio Manfredi over de kaalgeslagen kunstwereld: ‘Nothing can rise from the bottom, everything is Merchandising, Benefit, Marketing, entire generations of artists are just figureheads with no future‘.

Petitie over Rusland getuigt van wereldvreemdheid. Wie spreekt?

pet

Dagelijks blader ik door nieuwe petities op petities.nl of petities24.com. Ze geven een goed beeld van de stemming in het land. Er wordt geëist. Het onrecht dient bestreden te worden. En wel meteen. Vaak gaat het over groot onrecht. Maar nog vaker over klein onrecht, zoals het sluiten van een school, een sportkantine of het schrappen van lokale zorg. De petities zijn leerzaam, maar doorgaans valt er weinig van te leren.

Ongenoegen is relatief. Nog altijd gaat het goed in Nederland. Burgers vrezen voor achteruitgang in de toekomst. Bang dat hun kinderen het slechter krijgen en de samenleving er slechter op wordt. Die zorg dient uitgesproken te worden. De contouren worden bepaald door maatschappelijke ontwikkelingen waarbij de politiek is geëconomiseerd of uitbesteed. Politiek is in de laatste 30 jaar ondergeschikt gemaakt aan de macht van het geld en het profijtbeginsel. De beslissingen daarover worden in de bestuurskamers van multinationals of de binnenkamers van de grote landen of de EU in Brussel genomen. Wat niet wil zeggen dat de landelijke politiek in Den Haag machteloos is, maar het zet zelf niet langer de grote lijnen uit. Maar kleurt deze in.

Politiek als halffabrikaat die zichzelf groter maakt dan het is, maar door vele critici als kleiner wordt gezien. De paradox is dat deze laatsten weliswaar ongenoegen tonen over de falende politiek, maar tegelijk allerlei eisen stellen waaraan in hun eigen ogen die gecorrumpeerde en uitgeklede politiek niet kan voldoen. Burgers moeten dus zorgen dat hun gerechtvaardigde eisen niet in tegenstrijdigheden en ongerijmdheden verzanden.

Neem bovenstaande petitie van de vriendenpartij over Rusland. Het is onduidelijk wie de initiatiefnemers zijn. Op de site is geen naam, beweging of achtergrond te vinden behalve wat algemene uitspraken waarvan het de vraag is wat ze waard zijn. De vriendenpartij kan dus van alles zijn. Maar het maakt nogal verschil uit voor een steunbetuiging vanuit welke hoek het ongenoegen wordt gevoed. Daar zitten verschillende wereldbeelden en politieke oplossingen aan vast. De anonimiteit schrikt af en maakt op z’n minst terughoudend.

De petitie getuigt van wereldvreemdheid. Een petitie die voorbijgaat aan de redenen voor het ontstaan van het conflict waarover het zich uitspreekt mist kansen om een breed publiek aan te spreken. De petitie getuigt van aannames die het niet hard kan maken. In een laag tempo werden sancties tegen de Russische Federatie ingesteld vanwege de bezetting van de Krim en de escalatie in Oost-Oekraïne. Waarbij president Putin alle kansen kreeg om te deëscaleren. Sancties dienen het omgekeerde van wat de petitie zegt: deëscalatie van een militaire dreiging door die met economische middelen te beantwoorden. Want een antwoord was nodig omdat Putin de internationale rechtsorde niet respecteerde. Of afspraken zoals het verdrag van Minsk niet nakwam.

De petitie getuigt van een gebrek aan kennis over de westerse strategie als het oproept tot diplomatie. Da’s precies de strategie die EU en VS al sinds het voorjaar volgen. Gecoördineerde militaire steun aan Oekraïne om de Krim terug te veroveren of Oost-Oekraïne te ontzetten hebben westerse landen afgewezen. De petitie gaat ook voorbij aan de soevereiniteit van Oekraïne. Het is niet aan de VS of de EU om samen met Rusland over Oekraïne te beslissen. Da’s aan Oekraïne en de Oekraïners alleen. De interne kritiek op de Oekraïense president Petro Porosjenko is toch al dat hij te veel de terughoudende koers van de EU en de VS heeft gevolgd.

Foto: Schermafbeelding van petitie ‘Oorlog tegen Rusland: niet in onze naam’.