Harma Heikens stopt als kunstenaar wegens vertrutting van de kunstsector

De in Groningen gevestigde kunstenares Harma Heikens stopt ermee. Ze zegt het gehad te hebben met de vertrutting van de kunstsector. In een bericht van André Walhout voor RTV Noord doet ze opzienbarende uitspraken die het waard zijn om herhaald te worden. Ik besteedde in augustus 2015 in een commentaar  aandacht aan haar werk toen festival Noorderzon niet de twee mannen buitensloot die dreigden haar werk over kindermisbruik te vernietigen, maar het kunstwerk ‘Toys in the Attic’ (zie: 7) afsloot voor het publiek. De omgekeerde wereld. Daarop trokken galerie Sign en Heikens het werk terug. Heikens’ galeriehouder weigerde laatst bovenstaand werk ‘World’s Most Burned’ uit 2016 (zie: 1) van een brandende Amerikaanse vlag te exposeren. Uit angst? Uit projectie? Uit labbekakkerigheid? Uit commerciële overwegingen? Uit gebrek aan overtuiging, burgermoed of collectieve moed dat in het Duits ‘Zivilcourage’ wordt genoemd? Of alles samen?

De kunstsector is uitgegroeid met opleidingen, kunstmanagement, kunstambtenaren, beleidsmakers, zo merkt Heikens op. Schaalvergroting dus. De sector is meer in de breedte dan in de diepte gegroeid. Gevolg daarvan is dat een sector waar zovelen hun broodwinning, carrière of positie aan ontlenen minder scherp wordt en getemd is. Zoals Heikens het verwoordt: ‘Alles moet tegenwoordig publieksvriendelijk zijn’. Naast die schaalvergroting is een bijkomend aspect de geringschatting van de politiek zoals dat in 2011 werd verwoord door toenmalig staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD). Hij maakte onder druk van de PVV en zijn partij de VVD in de beeldvorming kunst tot iets van een kleine groep, terwijl tot die tijd kunst als algemeen belang werd gezien. Die omslag in het denken is bij velen in de kunstsector ongemerkt naar binnen geslagen. Niet in het minst in de museumsector die meer dan voorheen op veilig speelt en marketing voor verdieping stelt.

Als angst om zich uit te spreken eenmaal bezit neemt van iemand, dan is er geen redden meer aan. Zeker niet als overheidssubsidie dreigt te stoppen of de economische situatie verslechtert. Aan die neergang weten de sterkste kunstprofessionals zich te onttrekken. Daar zijn er gelukkig nog heel wat van, maar door de groei in de breedte en de verambtelijking van de sector zijn ze een kleine minderheid geworden. Zelfs een voorhoede die niet altijd gevolgd wordt. Als angst regeert, dan verliest kunst de functie om de samenleving een spiegel voor te houden en aan te scherpen. Professionele kunst wordt getemd en verglijdt ongemerkt in de richting van het soort kunst van amateurs dat pleziert, op veilig speelt en uitsluitend nog een therapeutisch doel heeft.

Vertrutting is een maatschappelijk verschijnsel dat nu blijkbaar ook de kern van de beeldende kunst bereikt heeft. Het is moedig van Harma Heikens dat ze dit in de publiciteit signaleert. Na de publieke omroep, de gevestigde media, de sociale media, de samenleving en de politiek is nu blijkbaar ook de beeldende kunst aan de beurt om langs de meetlat gelegd te worden. De rot van de vertrutting heeft ingezet. Kunstenaars worden betutteld en laten zich betuttelen. Vraag is of dat proces nog gekeerd kan worden en wat daartoe nodig is.

Moet de kunstsector krimpen en de oneigenlijke elementen van platte vercommercialisering, intellectuele vervlakking, zelfcensuur en angsthazerij buitenschoppen om weer terug tot de oude kern te keren? Kan die geest ooit weer in de fles gestopt worden? Een voorwaarde daartoe is in elk geval de bewustwording erover.

Foto 1: Harma Heikens, World’s Most Burned’ uit 2016.

Foto 2 en 3: Schermafbeelding van passages uit het berichtOmstreden kunstenares stopt: ‘Zoveel weerstand dat het niet meer leuk is’ van René Walhout voor RTV Noord, 7 september 2017.

Europarlement neemt anti-propaganda resolutie aan. Als antwoord op de Russische informatieoorlog tegen de EU

Soms zie je de overlijdensadvertentie van iemand van wie je dacht dat hij of zij al lang overleden is. Deze resolutie in het Europarlement is van hetzelfde soort. Gisteren nam het een anti-propaganda resolutie aan waarvan je dacht dat die allang was aangenomen. In elk geval na de wereldwijde veroordeling in maart 2014 van de annexatie van de Krim door de Russische Federatie. Zie hier vanaf p. 292 voor het verslag. Basis van het debat was een rapport van de Poolse rapporteur Anna Elżbieta Fotyga over de gewenste strategische communicatie van de EU in antwoord op anti-Europese campagnes door derden. En de bewustwording erover.

De veroordeling in het rapport van de ‘Russische desinformatie- en propagandaoorlog‘ liegt er niet om: ’11: stelt dat Russische strategische communicatie onderdeel is van een grotere ondermijnende campagne om de EU-samenwerking en de soevereiniteit, politieke onafhankelijkheid en territoriale integriteit van de Unie en haar lidstaten te verzwakken; dringt er bij de lidstaten op aan waakzaam te zijn tegenover Russische informatieactiviteiten op Europese grond en de inspanningen voor het delen van capaciteiten en contra-activiteiten die gericht op het bestrijden van dergelijke activiteiten uit te breiden’ Of: ‘12. spreekt scherpe kritiek uit over de Russische inspanningen om het integratieproces in de EU te verstoren en betreurt in dit verband dat Rusland anti-EU-krachten in de EU ondersteunt, en met name extreemrechtse partijen, populistische krachten en bewegingen die de fundamentele waarden van liberale democratieën terzijde schuiven’. Niet expliciet wordt genoemd dat de Russische informatieorlog een direct verlengde van de militaire strijd is. Met verwijzing naar samenwerking van de EU met de NAVO wordt dat wel gesuggereerd.

Werkt Aleppo als Guernica in bewustwording over oorlogsmisdaad?

Hoelang kan de Russische luchtmacht samen met het regime van Assad doorgaan met het bombarderen van de burgerbevolking van Aleppo voordat tegenkrachten de overhand nemen? In de Westerse publieke opinie, de Algemene Vergadering van de VN, de ministerraden en parlementen van Westerse landen. En in Westerse   militaire commandocentra. In de aanloop naar een parlementair debat in Westminster vergeleek oud-minister Andrew Mitchell volgens een bericht in The Independent de Russische acties in het Syrische conflict met die van de nazi’s voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hij verwijst naar het bombardement van het Spaanse Guernica in 1937 door de Duitse luchtmacht: ‘We are witnessing events which match the behaviour of the Nazi regime in Guernica in Spain.’ Afgelopen week werd op sociale media een nieuwe ‘Syrische’ versie van Pablo Picasso’s muurschildering Guernica van Vasco Gargalo gedeeld. Met de Russen in de hoofdrol:

guernica

Verenigd Koninkrijk, VS en Frankrijk beschuldigen de Russische Federatie van oorlogsmisdaden in Syrië. Deze landen lijken gecoördineerd op te treden. In een reactie beschuldigde volgens een bericht in de The Moscow Times het Kremlin op haar beurt Boris Johnson van ‘Russofobische hysterie’. De Britse minister van Buitenlandse zaken beschuldigde in genoemd parlementsdebat de Russen van oorlogsmisdaden en vroeg om een onderzoek. Johnson wees op de optie om ‘deze mensen’ voor het Internationaal Strafhof in Den Haag te brengen. Afgelopen weekend vetode de Russische Federatie in de Veiligheidsraad een Frans-Spaanse resolutie voor een wapenstilstand in Aleppo. Enkel Venezuela stemde met de Russen mee. Nadat eveneens de Franse president François Hollande de Russen van oorlogsmisdaden beschuldigde en opperde dat ze wegens de bombardementen op Aleppo voor oorlogsmisdaden aangeklaagd kunnen worden annuleerde volgens een bericht in The Guardian de Russische president Vladimir Putin een gepland bezoek aan Frankrijk.

Foto: Vasco Gargalo, Guernica, Syrische versie, 2016.

Hoe kan de waarheid in de politiek worden gebracht? Britse publieksactie tegen de leugens in de Brexit-campagne

We hebben Amnesty International voor mensenrechten, Transparency International voor corruptie, het World Justice Report voor de rechtsstaat en Greenpeace voor de natuur. Maar er is geen internationale organisatie voor de politiek die als hoofddoel heeft om leugens van politici onder de aandacht te brengen en het publiek te helpen in de bewustwording over het functioneren van politici en de vaststelling en verankering van een feitelijke waarheid. Zo’n internationale organisatie zou kunnen dienen als geweten, meetlat en terechtwijzing van leidende politici. Feit dat er nooit een organisatie is opgericht die de integriteit, het waarheidsgehalte en de verantwoordingsinformatie van partijpolitici meet tekent hun bijzondere positie. Dit gaat de controlerende taak van media te boven. Politici staan buiten de orde. Daarom moeten ze binnen de orde gebracht worden.

Er zijn drie categorieën politici. 1) zij die uitgaan van de feiten en zich aan de waarheid trachten te houden; 2) zij die af en toe een loopje met de waarheid nemen, maar toegeven als ze op een leugen betrapt worden en 3) zij die de feiten bewust verdraaien en niet toegeven als ze op een leugen betrapt worden, maar daar juist een nieuwe waarheid van maken. Het gaat erom om de leugens van die laatste categorie door te prikken en via een jaarlijkse rapportage openbaar te maken. In een artikel in NRC citeren Eva Cukier en Steven Derix James Sherr van de Britse denktank Chatham House over de Njet-diplomatie van het Kremlin: ‘In onze postmoderne tijd staan burgers erg sceptisch tegenover wat als waarheid wordt verkondigd. Als je flagrante leugens dan blijft herhalen, zullen mensen daar op den duur misschien toch een deel van gaan geloven.’ De waarheid moet terug in de politiek. Bewustwording bij het grote publiek kan er aan meewerken om dat te bereiken.

Juist de politici die een flinke portie nostalgie in hun politiek doen verdraaien het meest de feiten omdat ze vertrekken van een verkeerd uitgangspunt en zich in vreemde bochten moeten wringen. Daarover schreef ik recent in een commentaar: ‘Het is de illusie die Thierry Baudet, Jan Roos of Geert Wilders de Nederlanders voorhouden. Namelijk dat Nederland in een wereld vol agressie en bedreigingen als alleenstaande natiestaat kan overleven zonder bescherming van supranationale organisaties als de EU of de NAVO. Dat alles gevoed door een afnemend historisch besef en gereduceerd geschiedenisonderwijs en het eigen gesloten gelijk van de sociale media.’ Internationaal zijn het politici als Donald Trump, Boris Johnson, Nigel Farage en Vladimir Putin die met hun rug naar zowel toekomst als realistische politiek staan en glashard liegen en hun leugens tot uitgangspunt van beleid maken. Ook andere politici liegen of proberen de waarheid te verdraaien, maar het verschil is dat als ze door oppositie of media op leugens betrapt worden ze uiteindelijk toegeven. Al is het met een smoes. Ze erkennen de feiten en proberen er geen nieuwe waarheid vol leugens boven te plaatsen.

Bovenstaande video gaat over het antwoord op de leugens tijdens de Brexit-campagne. Nederland kende bij het referendum over de associatie-overeenkomst met Oekraïne ook een campagne waarin het slecht gesteld was met de waarheid. Het publiek werd vooral door het NEE-kamp voorgelogen en feiten werden verdraaid. In het Verenigd Koninkrijk is het volgens een artikel in Business Insider (BI) Marcus J. Ball die met crowdfunding 167.000 euro (£145.000) heeft opgehaald voor het project #BrexitJustice. Hij wil politici die zich misdroegen in de campagne voor de rechter brengen. Hij heeft de diensten ingehuurd van het in Londen gevestigde advocatenkantoor Edmonds Marshall McMahon om ‘de leiders van Vote Leave op basis van fraude, wangedrag in een openbaar ambt, ongepaste beïnvloeding en, eventueel, het aanzetten tot rassenhaat’ aan te klagen.

Ball neemt Boris Johnson en Nigel Farage uit het Leave-kamp op de korrel, maar zal zonodig ook actie ondernemen tegen politici uit het Remain-kamp die zich misdragen hebben door leugens of wangedrag. Hij zegt tegen BI: ‘Als #BrexitJustice echt gaat over de waarheid in de politiek dan moeten we oneerlijkheid aan beide zijden van de politieke scheidslijn onderzoeken. Als we een sterke zaak tegen de politieke leiders van zowel het Leave- als het Remain-kamp op kunnen bouwen dan zullen we zowel het Leave- als het Remain-kamp vervolgen.’ Deze crowdfunding verdient navolging in andere landen en kan wellicht dienen om een internationale organisatie op te bouwen die leugenachtige politici binnen de orde van de feitelijkheid houdt.

VN Hoge Commissaris Mensenrechten al-Hussein waarschuwt voor Wilders en andere populisten. Maar wat is de tegenstrategie?

bbc

Op een conferentie in Den Haag liet de Jordaanse Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties prins Zeid Ra’ad al-Hussein er gisteren in een toespraak geen misverstand over bestaan. Populisten als Geert Wilders of Donald Trump moeten aangepakt worden vanwege hun demagogie en politieke fantasie. Vooral Wilders meet al-Hussein ‘leugens, halve waarheden, manipulatie en oproepen van angst’ toe. Behalve over Wilders maakt hij een vergelijking van ‘Mr. Trump, Mr. Orban, Mr. Zeman, Mr. Hofer, Mr. Fico, Madame Le Pen, Mr. Farage‘ met IS dat dezelfde ‘angsttactiek’ zou hanteren. Opvallend is trouwens dat hij in dit verband niet de presidenten Erdogan en Putin noemt. Dat ontneemt geloofwaardigheid aan zijn beschuldiging.

Met een uitgewerkte aanpak van het populisme van Wilders, Trump en andere populisten komt al-Hussein niet. Dat is een gemiste kans en tekent het probleem om het populisme doelmatig aan te pakken. Hij wijst op het belang van de rechtsstaat, het ‘counteren’ van de populisten en de alertheid van het publiek om zich niet te laten misleiden en een rode lijn te trekken van wat aanvaardbaar is. Dat is de minimalistische aanpak.

Het wachten is op de uitwerking en invoering van een tegenstrategie om de leugens en ondermijnende impulsen van Wilders en andere populisten doelmatig aan te pakken. Om zo de democratie te redden. Al-Hussein geeft een schot voor de boeg en probeert bij te dragen aan de bewustwording van opinieleiders in de actie tegen het populisme. Dat speelt op het niveau van de weerbare democratie en het buiten de orde verklaren van populisten die de democratie aanvallen en te gronde richten. Dat is de maximalistische aanpak waarvan eerst aangetoond moet worden dat die proportioneel en noodzakelijk is. Een Hoge Commissaris voor de Mensenrechten kan dat niet voor zijn rekening nemen omdat het zijn mandaat te buiten gaat.

Foto: Schermafbeelding van deel bericht ‘UN human rights chief condemns Western ‘demagogues’’, 6 september 2016.

AlDe’emeh en Özdil wijzen op de kracht van de open samenleving

05817r

Het is vaker gezegd, Geert Wilders heeft de trouwste bondgenoten in die categorie Marokkanen en Turken in Nederland die zich isoleert, niet deelneemt aan de samenleving en blijft richten op het land van herkomst. Ze bevestigen de apartheid die Wilders nastreeft. Ze bevestigen hun eigen uitsluiting door er naar te handelen. Wilders heeft deze categorie nodig om zijn gelijk te bevestigen. Ze zijn niet te beroerd door het afwijzen van de open samenleving Wilders geloofwaardig te helpen maken. En zo electoraal een steuntje in de rug te geven. Wilders wijst ook de open samenleving af. Beide groepen bevinden zich aan dezelfde kant van de scheidslijn.

Twee academici van allochtone herkomst hebben kritiek op die herkomstgenoten die voor het verleden en segregatie kiezen. En tegen de open samenleving die West-Europa maakt tot wat het is. Deze groepen gaan niet mee in de verworvenheden ervan, maar verzetten zich ertegen. Wat zoals gezegd extreemrechts in de kaart speelt. Het is de Belgische Marokkaan Montasser AlDe’emeh die een opinie-artikel schrijft in Knack, en de Nederlandse-Turk Zihni Özdil die min of meer hetzelfde betoog houdt in NRC. Beide auteurs pleiten  voor de open samenleving en vinden dat Marokkanen en Turken in West-Europa de kansen moeten grijpen die hun wordt voorgehouden door te willen integreren en zich mentaal vrij op te stellen. Maar dat onvoldoende doen.

Montasser AlDe’emeh legt het falen van islamitische jongeren die zich identificeren met IS niet bij de overheid, maar bij die jongeren zelf: ‘België heeft mij alle kansen gegeven. Als je dat niet erkent, dan was je al lang vertrokken. Waarom stel je jezelf de vraag niet waarom je België verkiest boven het land van je voorouders? Ik weet waarom: omdat het hier verdomde goed is.’ Het is de paradox dat deze jongeren meer vrijheid en ontplooiingsmogelijkheden hebben in West-Europa dan in bijvoorbeeld Libanon, Palestina, Syrië of Noord-Afrika, maar dit toch niet inzien en er in elk geval niet naar handelen. En het zeker niet toe willen geven. Hij sluit zijn betoog aldus af: ‘Ik heb geen religieuze gemeenschap nodig om me te vertegenwoordigen. Het wordt tijd dat je inziet dat ook jij die niet nodig hebt. Het wordt tijd dat jij als vrije burger een positieve bijdrage levert aan deze samenleving. Sta dus op en bescherm die samenleving die ons allen zo dierbaar is.

Zihni Özdil vindt dat Turkse Nederlanders geen loopjongen van Erdogan moeten zijn en het in hun belang is dat ze zich bezighouden met zaken in Nederland, zoals zorg, onderwijs en milieu. Maar dat gebeurt niet: ‘Uiteraard hebben Turkse Nederlanders, net als elke andere Nederlander, het recht om te demonstreren waar ze voor willen. En uiteraard staat het hen vrij om zichzelf te identificeren hoe ze willen, maar uit een eerlijke analyse volgt wel dat het enorm zorgwekkend is dat na vijftig jaar en bijna vier generaties zoveel Turkse Nederlanders hun Turksheid niet als erfgoed zien dat hun Nederlandse identiteit aanvult, maar andersom: de Turkse blut und boden is het enige dat telt.’ Özdil ziet deze categorie Turken zelfs als een vijfde colonne die voor de vijand Erdogan zou werken: ‘de feiten noodzaken mij er wel bang voor te zijn dat het gedrag van veel Turkse Nederlanders de trekjes lijkt te hebben van een vijfde colonne‘.

AlDe’emeh en Özdil brengen in hun loopbaan en opinie naar voren wat integratie is en hoe het werkt. Ze spreken niet alleen hun ex-landgenoten die zich identificeren met IS of een partij als DENK of Geert Wilders en extreemrechts aan, maar lijken ook het opgekoekte stof van de bewustwording over de open samenleving af te willen blazen. Het zijn de verdedigers ervan die weer even bij de les gehouden moeten worden. Het is analoog aan de EU. Dat is een verhaal dat mits overtuigend en goed verteld waardevol is en feitelijk geen concurrenten heeft. Maar we moeten wel beseffen erin te geloven en doorgaan met erover te vertellen.

AlDe’emeh en Özdil zeggen dat we moeten blijven geloven in wat in West-Europa is opgebouwd. Omdat velen het vergeten zijn en het als vanzelfsprekend ervaren. Maar dat is het niet. Wat te doen met de fanatici die daar bewust niet in mee willen gaan en die samenleving zelfs vijandig bejegenen? Ach, die kunnen oprotten zoals burgemeester Ahmed Aboutaleb al meermalen heeft gezegd. Zelfbescherming is onderdeel van de weerbare democratie die voor zichzelf opkomt. Daarbij pas geen naïviteit. Een overheid die in zichzelf gelooft dient er actiever gevolg aan te geven dan nu gebeurt. Voor het debat erover is het belangrijk om in het oog te houden hoe de scheidslijn loopt en wie de verdedigers van de open samenleving zijn. Wilders en extreemrechts zijn geen medestanders van de open samenleving, maar bestrijders ervan. Dat besef hoort bij de bewustwording.

Foto: Stadhuis Haarlem, tussen 1890 en 1900. Collectie: Library of Congress.

Hoe kan de burger bewogen worden tot nieuw engagement? Een schot voor de boeg

17975v

Een overzichtsartikel van Hubert Smeets in NRC over de journalist van de (vorige) eeuw H.J. Hofland die gisteren in Amsterdam op 88-jarige leeftijd overleed bevat de volgende passage: ‘Hofland was de hardnekkige en speelse pleitbezorger van die ontvoogding van de Nederlander, die zich ontworstelde aan de zuilen en vervolgens zijn eigen weg zocht. Tot de millenniumwisseling leek de maatschappij daar baat bij te hebben. Toen kwam de keerzijde en Hofland ontwikkelde zich tot de criticus van de vrije burger die zich „zwijgende meerderheid” noemde. De „gedekoloniseerde burger” was volgen hem een „staatverlater” geworden, maakte „kabaal” en genoot van de lusten maar wentelde de lasten van zich af.

Hoe waar is deze observatie. Ontzuiling en ontvoogding van de burger zijn in hun tegendeel verkeerd. Fragmentatie en gebrek aan innerlijke samenhang bedreigen onze samenleving. Het is niet van belang om met de vinger naar oorzaken en schuldigen te wijzen. Mede omdat zo’n analyse nodeloos verdeelt. Gedane zaken nemen geen keer. Het gaat om de toekomst. Hoe kan de werking van en de sfeer in de samenleving weer verbeterd worden? Hoe kunnen burgers, activisten, politiek, het maatschappelijk middenveld, bedrijfsleven en wie daar nog meer bij betrokken is beter samenwerken? Wat is daar voor nodig? Een schot voor de boeg.

1) Het gaat om de mentaliteit om te erkennen dat geen enkele groepering per definitie goed of fout is. Iedereen heeft goede en slechte standpunten. Scherp aangezet: anti-migranten activisten kunnen zinvolle argumenten hebben. Die moeten serieus bekeken worden. Ofwel, elke groepering heeft sterke en zwakke punten, hoewel uiteraard de verschijningsvorm, kwaliteit en verdeling per groepering ervan verschilt. Het is zaak om over grenzen te kijken om de voor de samenleving meest sterke punten eruit te filteren. Dat is onze gezamenlijke rijkdom die we moeten koesteren als bouwstenen voor het publieke debat. En uiteindelijk voor een beter functionerende maatschappij met meer rechtvaardigheid en meer tevreden burgers.

2) Samenwerking zonder onderhorigheid of afhankelijkheid is nodig om de regering tot veranderingen te bewegen die vanaf de basis gevoed worden. Daarvoor zijn top en basis even hard nodig. Politieke partijen moeten zich openen en hun claim op de hegemonie in het openbaar bestuur laten vallen. Ze zijn niet langer de dominante politieke macht, maar gelijkwaardig aan de burgerbeweging. Burgers van hun kant moeten serieus aan de slag gaan, zich organiseren in belangengroepen en blijven kloppen op de deur van de macht.

3) Haalbaarheid, verstandhouding, compromisbereidheid en ‘samen de schouders eronder’ zijn de nieuwe uitgangspunten voor de maatschappij. Het voldoet niet langer voor zowel individuele burgers, activisten als politieke partijen om enkel kritiek te hebben. Ze kunnen pas serieus genomen worden als ze welgemeend meedenken over oplossingen en die integreren in hun programma en daar vervolgens mentaal naar handelen.

Zoals H.J.A. Hofland aanduidt is de ‘gedekoloniseerde burger’ als ‘staatverlater’ geen rebel, maar een asociale kracht die er behagen in schept om af te breken zonder op te willen bouwen. Mogelijk was het aanvankelijk niet de opzet van de burger om zo te handelen, maar eindigt het in veel gevallen in richtingloze kritiek. Vaak geholpen door opinieleiders en politieke partijen die hun essentie ontlenen aan afbraak. Zo gijzelen ze elkaar in een race naar de bodem waar argumenten en feiten niet meer leven. Met teruggrijpen naar het tijdperk vóór het jaar 2000 dient de bewustwording over wat een samenleving is in media, politieke partijen en bij de burger vergroot te worden. Aan ons de opdracht om de uitgangspunten voor dat debat te helpen formuleren.

Foto: ‘Antwerp refugees fleeing to Holland’, 1914. Collectie: Library of Congress.

Na Orlando: Moslimbobo’s nemen hun verantwoordelijkheid niet en steken hun kop in het zand door verband met islam te ontkennen

Wat leert ons de massale schietpartij met 50 doden door een Afghaans-Amerikaanse moslim in een LHBT-club in Orlando? 1) Dat de islam niet eenduidig een religie van vrede is omdat dader Omar Mateen verwijst naar de islam voor het plegen van zijn daad. Dat komt niet uit de lucht vallen maar komt voort uit de waarden die hij verinnerlijkt heeft; 2) Dat niet alleen de islam, maar alle religies de kern van onverdraagzaamheid tegenover homoseksuelen en seksuele minderheden in zich dragen en daarom kritiek verdienen; 3) Dat deze culturele ontsporing van religies personen die niet stevig in hun schoenen staan een voorwendsel geeft om vanuit die religie te handelen tegen seksuele minderheden; 4) Dat de aanpak om dit te voorkomen niet bestaat uit het bombarderen van verre landen, verboden of dichte grenzen, maar uit bewustwording binnen de leiding van religies dat binnen een seculiere samenleving diversiteit gegarandeerd is; 5) Dat praatjes van moslimbobo’s die een verband met de islam ontkennen hypocriet en contra-productief zijn, maar dat het evenmin gepast is om de islam te isoleren omdat het probleem de cultuur van onverdraagzaamheid binnen alle religies is.

Aaqil Ahmed (BBC): IS bestaat uit moslims en hun dogmatiek is islamitisch

lap

Soms wordt het vanzelfsprekende gezegd en klinkt het vanzelfsprekend, maar is dat voor velen helemaal niet vanzelfsprekend. Dan willen ze tegen beter weten in het vanzelfsprekende niet als vanzelfsprekend erkennen. Neem nou de onderhand al weer oude discussie of IS wel of niet islamitisch is. Uiteraard staat voor 100% vast dat IS wordt gevormd door moslims die zich beroepen op islamitische dogmatiek en zich bedienen van islamitische terminologie. Maar vele politieke leiders, moslims en allerlei tegenstanders van IS die niet helemaal doorhebben waar het om gaat ontkennen het verband tussen IS en de islam. De chef van de religieuze afdeling van de BBC en moslim Aaqil Ahmed is duidelijk: het is verkeerd om te suggereren dat IS niets met de islam te maken heeft. Dat zei hij afgelopen week in een lezing op Huddersfield University.

De bevestiging van het feit dat IS een islamitische beweging is kan helpen om het begrip en de bewustwording over IS op gang te brengen. En het niet weg te stoppen als een verboden onderwerp. Evenmin als de religieuze strijd in Noord-Ierland tussen protestanten en katholieken deze twee godsdiensten in de kern beschadigde betekent het feit dat IS islamitisch is niet dat hiermee de islam beschadigd wordt. Integendeel de ontkenning door vooral niet-moslims en leiders als president Barack Obama of premier David Cameron dat IS iets met de islam te maken heeft is juist bevoogdend. Laat moslims onder elkaar maar uitvechten wie de ware moslim is.

Foto: Schermafbeeelding van artikelIslamic State are Muslims and their doctrine is Islamic’ op Lapidomedia, 1 juni 2016.

Jacob Bos wil expositie inzetten als wapen tegen de negativiteit rondom asielzoekers. Is kunst daarvoor geschikt?

5

Beeldende kunst, wat kan de beschouwer ermee? Waar dient het voor? Daar bestaan veel gedachten over, die elkaar soms tegenspreken. Sommigen die niet van de straat zijn menen dat het een filosofische functie heeft. Dat speelt op het terrein van denksystemen, grondslagen en een totaalvisie op het leven. Dat klinkt niet mis.

In die visie scherpt kunst aan en maakt mensen bewust van de eigen situatie en omgeving. Kunst geeft het leven diepte, en zelfs zin en troost. Zoals anderen zich laten inspireren door religie. Niet toevallig putten kunst en religie uit dezelfde bron. Kunst laat mensen naast de werkelijkheid kijken zodat er reliëf ontstaat dat er voorheen wel was, maar niet werd gezien. De functie van kunst is niet zo direct dat het dient om de wereld te verbeteren. Want daarvoor is de politiek. Maar het kan wel de politieke bewustwording helpen vergroten.

Zo beredeneerd kent kunst uitsluitend voordelen. Het geeft naast schoonheid, zin en troost. Het helpt mensen in hun politieke en maatschappelijke bewustwording zonder dat het tot doel heeft om mensen op te zetten tegen de gevestigde orde. Omdat kunst dezelfde voordelen kent, maar minder explosief en onbeheersbaar is dan religie is het onbegrijpelijk dat overheden kunst niet veel meer gebruiken als beheersinstrument. Volgens de aard moet de overheid daarbij op afstand blijven omdat kunst anders een direct verlengde van de politiek wordt en ophoudt kunst te zijn. Juist door die afstand aarzelen overheden omdat ze volledige controle willen.

Kunst is voor de kunstenaar het omzetten en construeren van ongerichte impulsen tot een eigen wereld met een eigen vormentaal die de beschouwer richting en verdieping geeft. Kunst is een schaduwwereld die commentaar geeft op wat buiten de kunst bestaat en er daardoor onlosmakelijk mee verbonden is. Kunst is een halfproduct dat een brug slaat tussen illusie en realiteit. Kunst is de katalysator die maatschappelijke processen kan versnellen, zonder daardoor zelf te veranderen. Kunst heeft geen gevoel, maar roept gevoel op.

In Hoogeveen is er de glaskunstenaar Jacob Bos die volgens een bericht in RTV Drenthe ‘tegenwicht wil bieden aan alle negativiteit rondom asielzoekers’. Hij heeft het initiatief genomen om samen met andere kunstenaars en ‘kunstenaars onder vluchtelingen’ een expositie te houden. Hij is nog op zoek naar een expositieruimte. Interessant is wat Bos meent met deze expositie te kunnen doen, namelijk het uiten van een gevoel. ‘Dat kan met beeldende kunst’ zo meent Bos. Dat is een misvatting van Bos. Kunst roept in het beste geval gevoel op, maar kan dat zelf niet uiten. Een andere misvatting is dat kunst via het inrichten van een expositie direct een politiek doel kan dienen. Kunst kan de politieke bewustwording vergroten, maar niet in de plaats van politiek komen. Dan verliest kunst haar eigenheid en meerduidigheid, en wordt het een vehikel voor politieke actie.

Foto: Werk van de glaskunstenaar Jacob Bos.