Zwolle: bezwaar tegen neonreclame op rijksmonument

Wat betekent het als een gebouw een rijksmonument is? Neem de voormalige Bethlehemkerk in Zwolle. Nr. 41801 in het Monumentenregister van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De refter van het vroegere klooster dateert uit 1350. In Zwolle bestaat boosheid over de neonreclame op de kerk. Voorheen was er gedoe over een andere bestemming, een disco. Dus voormalige kerk en kerkplein zijn een schuldige plek.

De Vrienden van de Stadskern schetsen volgens De Stentor in een protestbrief aan het College het dilemma: ‘Het is vaak een lastige klus om een passende en exploitabele bestemming te vinden voor monumentale kerken. Naarmate de nood hoger wordt, moet de gemeenschap vaker een minder passende bestemming accepteren.’ Op de opvallend gebruiksonvriendelijke gemeentesite van Zwolle is de brief niet terug te vinden. Herbestemming van rijksmonumenten is een kwestie van een halfleeg of -vol glas. Worden de zegeningen afgemeten aan de voor- of aan de nadelen? Zo ontstaat een debat waarin alle kanten hun gelijk kunnen halen.

Deze kwestie gaat over uiteenlopende belangen. Is de gang van zaken er een voorbeeld van hoe het wel of hoe het niet moet? Duidelijk is dat herbestemming van het gebouw is gewenst. Hoe interpreteren gemeente en RCE de Monumentenwet? Komt dat erop neer dat ontsieren van een niet-archeologisch monument mag, maar beschadigen niet? In dat geval kunnen overheidsdiensten geen bezwaar maken tegen de neonreclame.

Aan leegstand van cultureel erfgoed heeft niemand iets. Het leidt op termijn tot verval. Maar verstoring van het stadsbeeld en de beschadiging van een rijksmonument helpt evenmin. Ondanks de voorwaarden van herstelbaarheid. Van een afstand lijkt de RCE vanwege de pragmatiek rekkelijk te hebben gehandeld. Een neonreclame wordt splijtzwam in de beeldvorming van een voormalige kerk die omgebouwd is tot restaurant.

800px-Exterieur_-_Zwolle_-_20229996_-_RCE

Foto: Klooster Bethlehem in Zwolle, 1962.

Advertentie