Petitie ‘Strafbaar stellen beledigen van de profeet’ is ongewenst. Voorrechten voor godsdiensten moeten afgeschaft worden

Moslims voelen zich bijzonder vanwege hun profeet. Bovenstaande petitie die oproept de belediging van de profeet strafbaar te stellen is al meer dan 115.000 keer ondertekend. Moslims vragen om voorrechten voor zichzelf. Cartoonist Cortés vindt deze inperking van de meningsuiting vanwege gevoeligheden van gelovigen een slecht idee en zegt volgens een bericht van RTL Nieuws: ‘Je kweekt dan ook een samenleving die wordt aangemoedigd om – figuurlijk – alles met rubberen tegels te bedekken, in plaats van eelt op de ziel te kweken. Ik vind het zorgelijk dat mensen met een imaginair vriendje in de wolken voorrang hebben op gekwetst zijn.’

Deze petitie van Nederlandse moslims kan niet worden los gezien van de uit de VS overgewaaide cancel culture die verboden stelt aan als onaangenaam en onrechtvaardig ervaren uitingen en gedragingen van anderen. In die zin is de petitie een modeverschijnsel. Het is een reflectie van de emancipatie van Nederlandse moslims. Dat gaat niet altijd in een rechte lijn naar burgerschap, relativerings- en incasseringsvermogen. De afwijzende reactie van critici erop dat de petitie die pleit voor het inperken van de vrijheid een zorgelijke ontwikkeling is moet in perspectief worden geplaatst. Het is eerder een poging om actief mee te doen aan de moderne samenleving. Dat moet toegejuicht worden. Dat dit met vallen en opstaan gaat en wellicht het overspelen van de eigen hand is ondergeschikt. Hiermee gaan moslims in gesprek met andersdenkenden.

Een misverstand in de petitie is het beroep op het fatsoen. De petitionaris wil vanwege de dogmatiek van een specifieke godsdienst, te weten de islam grenzen stellen aan de vrijheid van meningsuiting onder verwijzing naar het begrip fatsoen. Deze verwijzing is om verschillende redenen ongelukkig, maar ook verhelderend omdat de petitionaris ermee uit de kast komt als een moralist. Naast het feit dat de petitie oproept om de de meningsuiting in te perken en vrijheid te vervangen door burgerlijkheid is fatsoen ook een subjectief begrip waarvan de interpretatie niet bij voorbaat vaststaat. Goede smaak, fatsoen of goede zeden is niet meer dan een normatieve opvatting van een specifieke groep waar de petitionaris zich een vertegenwoordiger van maakt. Dat kan niet zomaar aan anderen opgelegd worden omdat die andere normen over fatsoen hebben.

De religieuze dogmatiek van een godsdienst over een opperwezen of stichter is voorbehouden aan de gelovigen die zich aan betreffende godsdienst verbonden hebben. De werking van de dogmatiek kan niet uitgebreid worden tot buiten de godsdienst omdat dit een interne geloofskwestie betreft. Een geloof kan niet alleen om juridische redenen niet aan andersdenkenden opgelegd worden, maar psychologisch werkt het niet. Het is onmogelijk om iemand die de dogmatiek van een godsdienst niet gelooft die ondanks dat ongeloof op te leggen. Om deze reden is het strafbaar stellen van het beledigen van de profeet onhaalbaar. Waarschijnlijk weet de petitionaris dit en heeft hij een andere reden om deze petitie op te stellen en openbaar te maken.

De verworvenheid van de Nederlandse pluriforme samenleving is immers dat iedereen een andere kijk op de wereld kan hebben en zijn of haar zegje mag doen over van alles en nog wat. Moslims mogen anderen beledigen en anderen mogen moslims beledigen. Zolang dat geen oproep tot geweld inhoudt is beledigen toegestaan. In dit geval gaat het dan ook nog niet eens om de belediging van een persoon, maar om het bespotten van een godsdienst. De Nederlandse samenleving heeft als politieke filosofie het secularisme. Dat betekent dat alle godsdiensten en levensovertuigingen gelijk zijn en dat leden ervan door de nationale rechtsstaat zijn gegarandeerd om een godsdienst of levensovertuiging te kiezen of niet te kiezen. In theorie heeft een specifieke godsdienst niet meer rechten dan andere godsdiensten en levensovertuigingen.

Voorrechten voor godsdiensten moeten niet ingevoerd, maar afgeschaft worden. Want dat is in strijd met het uitgangspunt van het secularisme over fundamentele gelijkheid van alle godsdiensten en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van petitieStrafbaar stellen beledigen van de profeet’ van Ismail About Soumayyah op petities.com, 1 november 2020.

Extremistische islam in Europa: Wat te doen?

Is Frankrijk in staat om de soennitische islam in eigen land te herstructureren? Ik betwijfel het. Die roep om de extremistische islam in te perken klinkt na de onthoofding door een islamitische extremist van leraar Samuel Paty. Wat is ervoor nodig behalve het verbieden van extremistische islamitische organisaties? Dat is tamelijk makkelijk, maar wat als ze ondergronds gaan? Een land als Frankrijk heeft een groot veiligheidsapparaat, maar lijkt toch niet echt bij machte om de extremistische islam te kunnen neutraliseren. Mede omdat techgiganten als YouTube en Facebook en omroepen in het Midden-Oosten en Turkije opruiende taal blijven verspreiden die in Europa wordt opgepakt via internet of schotelantennes. Het is een hopeloze strijd die niet te winnen lijkt. Niet met verboden, met onderwijs, met voorlichting, met media-educatie of wat dan ook.

Tegen geloof legt de ratio het af. En zekere de radicale varianten ervan. Geloof claimt dat het boven de wet staat. Daar is het overigens niet uniek in voor wie alle complot- en dwarsdenkers in beschouwing neemt. De enige oplossing die praktisch onmogelijk en ongepast is en tegen de grondwet ingaat is om alle moslims Frankrijk uit te zetten. Maar dat middel is erger dan de kwaal. Wat resteert is een cosmetische operatie van de Franse regering die daadkracht suggereert. Maar die nergens landt en structureel niets zal veranderen.

De leraar wilden zijn leerlingen informeren. Het ging er hem niet om om anderen te beledigen. Hij stond bekend als zachtaardig en niet confronterend. Dat anderen zich blijkbaar beledigd voelen als er een afbeelding van een voor hen heilige persoon uit hun religieuze dogmatiek wordt vertoond valt de leraar niet aan te rekenen. Dat is hun subjectieve beleving. Het is onmogelijk om in de Franse, pluriforme samenleving rekening te houden met de mogelijke bezwaren van allerlei groeperingen, omdat dan het publieke debat tot stilstand komt. Ook de overdracht in het onderwijs wordt dan onmogelijk doordat allerlei groeperingen hun specifieke taboe hebben. Daarbij dient onderwijs om leerlingen te wapenen, informatie bij te brengen en een mening te laten vormen. De les over de vrijheid van meningsuiting diende niet om te spotten met anderen, maar om de leerlingen bij te brengen wat spot en belediging is en hoe ze daar mee om moeten gaan.

Foto: Demonstratie in Parijs tegen de onthoofding van leraar (‘prof’) Samuel Paty door een moslimextremist, 18 oktober 2020.

Reacties op carnavalslied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’ en de belediging van Maxima schieten hun doel voorbij in beknotting

Er is een relletje ontstaan over bovenstaand carnavalslied ‘Voorkomen is beter dan Chinezen’ van Rotterdamse Toon dat ’s nachts op radio 10 werd uitgezonden. Op zijn Facebook-pagina legt Lex Gaarthuis van Radio 10 uit dat het bedoeld was als satire en niet als discriminatie. Hij zegt het nummer niet meer te zullen draaien en offline te halen. Onderstaande petitieWij zijn geen virussen, reageer op het discriminerende lied’ roept de regering op afstand te nemen van racisme, Radio 10 zich publiekelijk te laten verontschuldigen en kennis over het coronavirus te verspreiden. Aan de verontschuldiging door Radio 10 is inmiddels al voldaan.

Wat zegt de reactie op dit carnavalslied over het publieke debat in Nederland? Dit doet denken aan een uitspraak over een 63-jarige uit Utrecht die op 23 januari 2020 door de politierechter veroordeeld werd voor het beledigen van koningin Maxima. De man zou haar hebben beledigd door haar uit te maken voor ‘kankerhoer’, ‘dochter van een moordenaar’ en ‘kankerwijf’. De politierechter zei het met de officier van justitie eens te zijn dat deze woorden van de man niet vallen onder de vrijheid van meningsuiting omdat ze niet bijdragen aan het publieke debat. De politierechter: “Deze woorden gaan zodanig ver dat dit niet geaccepteerd hoeft te worden”. Waar de politierechter de aanname op baseert dat de woorden van de man niet vallen onder de vrijheid van meningsuiting ‘omdat ze niet bijdragen aan het publieke debat’ is de vraag.

De politierechter schiet in de kramp en verklaart de vrijheid van meningsuiting buiten werking als er een mening wordt verkondigd die niet uitkomt en controversieel of beledigend. De politierechter voelt zich plaatsvervangend beledigd. Dit geeft aan dat in Nederland de vrijheid van meningsuiting sterk ingeperkt wordt. Het is overigens goed verdedigbaar dat de uitspraak ‘dochter van een moordenaar’ juist wel bijdraagt aan het publieke debat. Jorge Zorreguieta was als representant van de machtige landbouw-lobby een steunpilaar onder het Videla-regime en had weliswaar geen bloed aan zijn handen, maar maakte de moord op meer dan 9000 ‘verdwenen’ personen indirect mogelijk. Dat ter discussie stellen dient het publieke debat.

Over het carnavalslied van Rotterdamse Toon kan men zeggen dat het smakeloos, flauw en weinig fijnzinnig is. Het is beledigend voor Chinezen. Maar om het te benoemen als racistisch, zeer discriminerend of inhumaan en op te roepen het te verbieden is een weg die we beter niet op kunnen gaan. Want dat blokkeert juist het publieke debat. Iedereen kan zich op enig moment gekwetst voelen door een grap of een opmerking.

Dat betekent voor de vrijheid van meningsuiting en het publieke debat dat de uitzonderingen de regel gaan bepalen. Terwijl iedereen in Nederland de mogelijkheid heeft om zelf of via anderen krachtig weerwoord te geven op een belediging door er een andere mening tegenover te zetten. Straks mag niets meer gezegd worden omdat altijd wel iemand zich beledigd voelt. Dan wordt alles als discriminatie ervaren en opgevat als misdrijf tegen de openbare orde. Dat is een heilloze weg die het publieke debat beslissend op slot gooit.

Uiteraard is oproepen tot geweld in combinatie met haatzaaien wettelijk strafbaar. Dat moet hard aangepakt worden. Het is tekenend voor het maatschappelijke klimaat dat de Utrechtse politierechter niet beseft zelf het publieke debat in te perken onder verwijzing naar de bescherming van het publieke debat. Rotterdamse Toon en Radio 10 hebben zich belachelijk gemaakt met dat carnavalslied, maar het is te zwaar om de meningsuiting in te perken onder verwijzing naar begrippen als discriminatie. Bij een open, tolerante, diverse samenleving horen incasseringsvermogen, zelfvertrouwen en beheerste kalmte. Dat pas tekent het volwassen debat.

Foto 1: Schermafbeelding van deel petitieWij zijn geen virussen, reageer op het discriminerende lied’ van Yeersheng Alafate op Petities.nl.

Foto 2: Schermafbeelding van persverklaringTaakstraf voor beledigen koningin Maxima’, van de Rechtbank Midden-Nederland, 23 januari 2020.

Openbare spot en minachting van de islam? Aanklacht in Denemarken wegens verbranden koran

fb

In Denemarken is de aanklager een strafzaak wegens godslastering begonnen tegen een 42-jarige man uit Noord-Jutland die in december 2015 op de Facebook-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM (‘Ja tegen vrijheid, nee tegen de islam’) een video postte waarin hij een koran verbrandde. De aanklager beroept zich hierbij op overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. In een persbericht van 22 februari 2017 zegt Mikkel Thastum (vertaald in het Engels): ‘It is the prosecution’s view that the circumstances of the burning of holy books like the Bible and the Qur’an implies that in some cases it may be a violation of blasphemy provision, which deals with public mockery or scorn against a religion.’

De aanklager geeft als reden openbare spot of minachting van een religie. Iemand verbrandt in zijn achtertuin een koran, maakt daar een video van, zet er een tekst bij, maakt daar een posting van op een openbare FB-groep en wordt aangeklaagd. Wie door de FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM scrollt wordt niet vrolijk van de aanvallen op de islam en de steun voor tegenstanders van de islam. Maar daar gaat het niet om. Het is de vraag of dit gebrek aan nuancering de actie van de aanklager onder de verwijzing naar spot en minachting rechtvaardigt. De 42-jarige man is nog niet veroordeeld en de rechter moet uitmaken of er sprake is van godslastering volgens het Wetboek van Strafrecht. Dus af te wachten valt hoe het staat met de vrijheid van meningsuiting in Denemarken en hoe heet de deze week opgediende soep uiteindelijk gegeten wordt.

Het is lastig om iemand voor openbare spot van een religie te veroordelen. Want spot of belediging hoort bij een dynamische samenleving met weerbare burgers die zich tegenover elkaar uitspreken. Georganiseerde religieuze instellingen hoeven geen extra juridische bescherming. Hoewel in de rechtstoepassing die voorrechten in westerse samenlevingen nog steeds bestaan. Een open samenleving heeft een publiek debat waarin het kan spetteren. Laat maar botsen. Een uitzondering kan gemaakt worden voor groepen die niet voor zichzelf op kunnen komen, zoals kinderen, hoogbejaarden, gehandicapten of laagbegaafden. In die gevallen kan de overheid inspringen. Pas waar spot overgaat in haatspraak en aanzetten tot geweld wordt een grens overschreden. Het oogt gekunsteld om te veronderstellen dat minachting van een wereldreligie die tientallen landen in haar greep heeft en meer dan 1,6 miljard volgelingen heeft aan de orde is. De gelovigen van de islam zijn ook in Europese landen sterk en krachtig genoeg georganiseerd om voor hun geloof op te komen.

Waarom de aanklager meent hier een zaak van te moeten maken is onduidelijk. Het kan het omgekeerde betekenen van wat het lijkt. In dit soort zaken bestaat altijd het vermoeden dat druk uit islamitische landen en een dreigende boycot van Deense producten op enigerlei manier van invloed zijn op de beslissing van een aanklager om er een zaak van te maken. Mogelijk op aanwijzing van het ministerie van Justitie. Als dat zo is, dan is het de verkeerde reden. Maar het omgekeerde kan ook, namelijk dat de Deense samenleving aan de islamitische kritiek subtiel duidelijk wil maken hoe genuanceerd en evenwichtig een westerse rechtsstaat werkt. Met de stille hint om die nuanceringen in de islamitische landen over te nemen. Als God het wil. 

Foto: Schermafbeelding van deel FB-pagina JA TIL FRIHED – NEJ TIL ISLAM.

Russische kunstenaars veroordelen in open brief gang van zaken rond film ‘Matilda’

De uitbreng van de met staatssteun gemaakte Russische film Matilda van regisseur Aleksey Uchitel laat op zich wachten en wordt nu voorzien voor oktober 2017. Terwijl eerst nog 30 maart 2017 als uitbrengdatum genoemd werd. Russische regisseurs hebben een open brief gepubliceerd waarin ze protesteren tegen de gang van zaken rond de film. Onder druk van conservatieve krachten in het parlement zond plaatsvervangend aanklager Natalia Poklonskaya in november 2016 een verzoek naar algemeen aanklager Yury Chaika om deze film te toetsen. Bovenstaande trailer was voldoende voor dit protest. Het lijkt erop dat de film op de plank wordt geschoven. Niet een op zichzelf staande censuur is hoofdzaak, maar de strijd tussen maatschappelijke krachten die de film als middel aangrijpen. Dat is een reflectie van de afnemende vrijheden in het land.

Het verhaal over de affaire van tsaar Nicolaas II en de groothertogen Sergej Michajlovitsj en Andrej Vladimirovitsj met ballerina Mathilde Ksjesinska speelt zich af vanaf 1890. Het zou de nationale veiligheid bedreigen, pornografie zijn en de door de Russisch-orthodoxe kerk heilig verklaarde Nicolaas II in een kwaad daglicht stellen. Hoewel de episode met Nicolaas zich afspeelt voor zijn huwelijk in 1894 met Alexandra Fjodorovna. In de brief merken de filmmakers op dat de organisatie ‘Orthodoxe staat – Heilig Rusland’ door te dreigen met brandstichting en gewelddadige acties distributeurs onder druk zet de film niet uit te brengen.

Volgens de regisseurs past de gang van zaken rond Matilda in een verslechterend cultureel klimaat waar zogenaamde orthodoxe activisten ruimte krijgen voor hun dreigementen, terwijl de kerk en het Ministerie van Cultuur geen officieel standpunt innemen. Ze wijzen onder meer op het verbieden van de opera Tannhäuser van Boris Mezdrich in Novosibirsk in 2015 waarbij ook gevoelens van gelovigen zouden zijn beledigd. En naar het ongenoegen over het tentoonstellingsbeleid in de Peterburgse Hermitage. Ze roepen op tot een seculiere democratie waar geen plek is voor censuur. Vooral oudere filmmakers zeggen zich de communistische censuur te herinneren die de kunst in haar ontwikkeling belemmerde. De geschiedenis herhaalt zich. 

Zie voor actueel Russisch cultuurnieuws op Colta.ru.

De kunst van ‘Boef’

boef

Sofiane Boussaadia uit Tilburg noemt zich met zijn artiestennaam ‘Boef’. Hij is een Algerijns-Nederlandse rapper met een Franse nationaliteit. Hij heeft van de politierechten in Breda op 11 januari 2017 een taakstraf van 80 uur en een geldboete van 150 euro gekregen voor het beledigen van twee agenten en het zich ‘niet houden aan een gedragsaanwijzing’. Een bericht in het AD doet verslag van de rechtszitting.

Interessant is wat de officier van justitie zegt: ‘De overheid moet een krachtig signaal afgeven richting mensen die de politie treiteren en vernederen. Er is totaal geen sprake van kunst, van rappen. Hij spuit gewoon zijn onvrede.’ Dit is echter een idee van kunst dat te kort door de bocht is. Want deze officier suggereert een tegenstelling tussen kunst en ‘het gewoon spuiten van onvrede’. Maar dat slaat het fundament weg onder kunst die zich niet verzoent met de gevestigde orde, zich daartegen verzet en ‘gewoon onvrede spuit’.

‘Boef’ lijkt evenmin te begrijpen wat kunst is. Zelfs in grote lijnen lijkt hij geen idee te hebben wat kunst is als hij zegt: ‘Ik ben artiest. Misschien had ik het anders moeten verwoorden. Het is kunst. Het is goed voor m’n imago. Een imagoboost. Alles wat ik zeg is enigszins kunst.’ ‘Boef’ verschuilt zich achter kunst en verwart dat met de beeldvorming die het oproept. Hij benadert kunst van de buitenkant en ontspoort met een antwoord op een vraag van de officier: ‘Mensen vinden het grappig. Als het grappig is in ogen van anderen, is het toch artistiek.’ Maar grappigheid maakt een uiting nog niet tot kunst. Dan zou elke grappenmaker kunstenaar zijn.

De definitie van kunst is lastig en gebonden aan tijd, achtergrond en cultuur. De opvatting van kunst verandert continu doordat er nieuwe kunstvormen ontstaan of met elkaar versmelten en oude verdwijnen. Rap is een muziekstijl met een lange voorgeschiedenis. Via de worksongs van de Afro-Amerikaanse slaven, het scat zingen van jazzzangers als Cab Calloway en Ella Fitzgerald, de hiphop van de jaren ’80 en de nederhop.

Daarnaast maakt een scheppende activiteit een individu nog niet tot kunstenaar. Vele individuen maken foto’s, schilderijen, gedichten, spelen in bandjes of koren, maar zijn daarmee nog geen kunstenaar. Dat vraagt kennis, geschooldheid en vakmanschap. De vraag of ‘Boef’ een kunstenaar is die kunst maakt kan niet beantwoord worden aan de hand van zijn argumenten voor de rechtbank. Die juist tegen hem pleiten door de onnozelheid. ‘Boef’ heeft in elk geval geen benul van wat kunst is. Samen met de officier van justitie.

Foto: Schermafbeelding van deel artikel80 uur werkstraf voor rapper Boef’ van NOS, 11 januari 2017.

Rechter verbiedt passages uit satire Jan Böhmermann. Zwarte dag voor Duitse democratie

Satyr_goat_Met_L.2008.51

Het is een zwarte dag voor de Duitse democratie. Volgens een bericht van Der Spiegel heeft het Landgericht Hamburg bijna alle passages uit het smaadgedicht over de Turkse president Erdogan van Jan Böhmermann verboden. Ze zouden volgens de rechter ontoelaatbaar zijn. Böhmermanns advocaat zegt in beroep te gaan.

Het is een merkwaardig om sommige delen van een satire toe te staan en andere niet. Het is alsof van een schilderij  delen moeten worden afgeplakt, maar andere zichtbaar mogen blijven. Of dat van een film van 100 minuten 95 minuten op zwart moeten. Doorgaans wordt dan het hele schilderij of de hele film verboden. Maar de Hamburgse rechter kiest voor een compromis wat geen compromis is, maar een beschamende vertoning.

Als deze uitspraak in hoger beroep niet wordt vernietigd dreigt het einde van de argeloze omgang met de vrije kunst of satire in Duitsland. Zelfs als het artikel over majesteitsschennis waarop dit kort geding was gebaseerd uit het wetboek wordt geschrapt, dan is de vanzelfsprekende vrijheid weg. De uitspraak van de Duitse rechter steekt des te meer omdat president Erdogan de vrijheid van meningsuiting in een ander land probeert te onderdrukken. En voorlopig lijkt het hem nog gelukt ook. Het is absurd dat een autoritair leider als Erdogan zich succesvol mengt in het tot zwijgen brengen van satire in een Westerse democratie. Het is een dwaze uitspraak die de Duitse politiek, kanselier Merkel en de Duitse justitie te kijk zet en voor de hele wereld belachelijk maakt. Dit is geen toepassing van de beginselen van de rechtsstaat, maar het verwerpen ervan.

Foto: ‘The goat on the left has a short goat tail, but the Greek satyr on the right has a long horse tail, not a goat tail (Attic ceramic, 520 BC).’

Hans Teeuwen voegt zich in de kritiek op Erdogan. De affaire Böhmermann

In Duitsland ligt kanselier Angela Merkel onder vuur omdat ze te toeschietelijk zou zijn geweest naar de Turkse regering in de affaire Böhmermann. Hans Wansink zegt in een commentaar in De Volkskrant: ‘Het was dan ook een blunder van Merkel om Erdogan afgelopen zondag te laten weten dat zij de satire ‘bewust kwetsend’ vond. Ze liet zo twijfel bestaan aan het belang van de vrijheid van meningsuiting, in de ijdele hoop dat Erdogan het erbij zou laten zitten. Maar die rook zijn kans om politieke munt uit de affaire te slaan.’

De Duitse politiek inclusief het kabinet van CDU/CSU en SPD is verdeeld. Links vindt dat Merkel pal voor Böhmermann had moeten staan en is vergeten de vrijheid van meningsuiting in haar reactie voorop te zetten. Ook wordt opgemerkt dat Merkel nu een rechtsstatelijk zuivere oplossing heeft gekozen door het terug te verwijzen naar de rechter. Zie de analyse van politicoloog Tilmann Mayer. Maar de publicitaire schade voor Merkel valt niet meer weg te poetsen. Het is nu aan de openbare aanklager of Böhmermann vervolgd wordt.

Merkel heeft dus geblunderd of zich in elk geval onnodig kwetsbaar gemaakt. De kritiek op haar wordt van verschillende kanten gevoed. Er zijn de vrijdenkers en verdedigers van de rechtsstaat die het ontoelaatbaar vinden dat een Duitse satiricus niet kan zeggen wat hij van de Turkse president vindt die hij ziet als een despoot die een loopje neemt met de mensenrechten, kritische journalistiek met geweld het zwijgen oplegt en de Turkse democratie om zeep helpt. In een reactie vindt de Antwerpse burgemeester en N-VA-leider Bart De Wever dat Merkel zich te afhankelijk heeft gemaakt van Turkije en daar in deze affaire nu de wrange vruchten van plukt. Maar critici van een verenigde EU grijpen de affaire aan om Merkel die de EU symboliseert aan te vallen zonder dat ze zich anders bekommeren om mensenrechten of vrijheden. Het is aan ons om deze soorten reacties goed te onderscheiden. In elk geval, hoe meer kritiek op Erdogan hoe beter. Hij spoort niet.

Schmähkritik met Jan Böhmermann. De lange tenen van Erdogan reiken tot in Duitsland

De Turkse president Erdogan voelt zich beledigd door het gedicht ‘Schmähkritik’ van de Duitse satiricus Jan Böhmermann waarin hij onder meer wordt uitgemaakt voor geitenneuker. Twaalf jaar na Theo van Gogh. Omroep ZDF heeft het satirische hekelgedicht van Böhmermann geblokkeerd op sociale media. Het werd door de maker uitdrukkelijk gepresenteerd als het opzoeken van de grens aan de satire. Onder het mom ‘Wat ook niet kan is’ …’ Vanwege de vrijheid van meningsuiting gelden hoge eisen voor de inperking van Schmähkritik.

De Turkse regering zet de Duitse regering onder druk om Böhmermann aan te pakken, en mogelijk uit te leveren. Dat roept weer reacties op in de Duitse samenleving die wijzen op het belang van de vrijheid van meningsuiting. Publicist Henryk M. Broder brengt de kwestie terug tot de despoot Erdogan die het verdient om beledigd te worden. Hij vraagt zich af als Recep Erdogan die politici van de oppositie in de gevangenis gooit, demonstranten in elkaar laat slaan en krantenredacties laat bezetten niet beledigd mag worden wie er in hemelsnaam dan wel beledigd mag worden. Broder meent dat politici tegen een stootje moeten kunnen en zich niet te snel beledigd moeten voelen. Waarom juist Erdogan zich zo beledigd voelt is de vraag.

Broder heeft gelijk. Een despoot met dictatoriale neigingen zoals Erdogan moet niet zeuren. Hij mag dan in eigen land de kritische pers aan banden hebben gelegd, maar het gaat ver om dat andere landen ook op te leggen. Doordat Erdogan zich op z’n tenen getrapt voelt wordt het omgekeerde bereikt van wat hij nastreeft. De kritiek op hem wordt niet tot zwijgen gebracht, maar krijgt extra aandacht. Erdogan bevestigt hiermee het beeld dat de satire van hem schetst. Eerst wordt hij bekritiseerd in satire, maar door zijn reactie bevestigt hij het beeld van een despoot die zijn eigen macht overschat en in zijn eigen leiderschapscultus gelooft.

Opvallend is dat Duitse media het voortouw nemen in de satire tegen Erdogan en hun pijlen op hem richten. Waarom niet op de Russische president Putin of andere autoritaire leiders in  ‘foute‘ landen? De verklaring zit ‘m in de vluchtelingencrisis waarin kanselier Merkel concessies deed aan Erdogan. Die zijn bij een deel van de Duitse bevolking slecht gevallen. Zowel bij recht-nationalisten die niets van de EU of islam moeten hebben als bij mensenrechtenactivisten die het onethisch vinden om een deal te sluiten met een despoot die een loopje neemt met de rechtsstaat. Daarnaast is Erdogan het prototype van een Ottomaanse heerser die zich beroept op zijn eer en zich zo in de ogen van West-Europeanen belachelijk maakt en aanstelt. Omdat hij geen militaire bedreiging vormt en heerlijk voorspelbaar reageert wordt hij zo in Duitsland een makkelijk doelwit voor satire.

Politie Almelo voelt zich beledigd door FB-bericht van jongen en zoekt ‘m thuis op. Maar is de politie wel bevoegd om dat te doen?

pa

Aldus een bericht op Facebook van de Politie Almelo over een 17-jarige jongen die het thuis een bezoekje bracht. Hij zou de politie beledigd hebben na een scootercontrole. Het bericht is vandaag door talloze media overgenomen, maar zonder dat de vermeende belediging door die jongen van de politie wordt genoemd. Dat is opvallend omdat zo een bericht ontstaat zonder primaire bron en slechts de interpretatie van de politie wordt gevolgd. De lezer kan zelf niet oordelen wat de jongen heeft gezegd en of het wel werkelijk om een belediging gaat en van welke aard die dan is. Het past in het patroon van een pro-actieve politie die niet over zich heen wil laten lopen. Maar daarmee gevaarlijk de grens van haar wettelijke bevoegdheid overschrijdt.

De volgende zin geeft aan wat de gevoeligheid van de politie is: ‘Wordt die mening echter beledigend of denigrerend en plaats je die op social media, dan vinden wij dat wel een probleem.’ Het wil blijkbaar vooral niet de indruk geven dat het met zich laat sollen. Maar waar gaat overgevoeligheid over in een overtreding? Het kan dat de politie een uiting op sociale media een probleem vindt, want politiemensen zijn ook meer gewone mensen met hun emoties en gevoeligheden. Maar het gaat erom of de politie wettelijk bevoegd is om een burger hier op aan te spreken. De zin: ‘Wij hebben de 17 jarige jongen dan ook in het bijzijn van zijn ouders aangesproken op zijn gedrag en hem duidelijk gemaakt dat hij zich moet realiseren dat hij de mensen die hij beledigt, op een dag misschien wel heel hard nodig zou kunnen hebben’ getuigt van emotionele chantage door de politie die onaanvaardbaar is en niet bij een optimaal functionerende rechtsstaat past.

Ik plaatste bij bovengenoemd bericht van de Politie Almelo de volgende reactie: ‘Wat is die belediging dan precies? Waar is de bron te vinden? Dan kunnen burgers oordelen wat de aard van de uiting is. De berichtgeving van de Politie Almelo valt nu samen te vatten als ‘van horen zeggen’. Dat bevat geen harde feiten. Het is van tweeën een: of de politie Almelo had zich terughoudend opgesteld, dit niet naar buiten gebracht en hier geen publiciteit mee bedreven of het had man en paard genoemd. Nu is het een halfslachtige, indirecte berichtgeving geworden. Wat moeten burgers hiermee?’ Ik vind dat de Politie Almelo zich met dit bericht van haar slechtste kant laat kennen. Almelose politiek: raadsvragen gevraagd.

Foto: Schermafbeelding van FB-bericht van de Politie Almelo, 3 april 2016.