Protest in Montenegro tegen inhuldiging kerkleider en de macht van de Servisch-Orthodoxe Kerk

In vele landen wordt religie gebruikt voor politieke doeleinden. Dat lijkt ook het geval in Montenegro, in het Zuid-Oosten van Europa op de Balkan. Sinds 2006 is het land onafhankelijk en niet langer onderdeel van Servië. Onder premier Milo Đukanović voert het land een onafhankelijke en Europese koers. Sinds 2017 is Montenegro lid van de NAVO. Sinds 2010 is het kandidaat-lid van de EU.

Zo’n 30% van de bevolking is van Servische afkomst en die wil weer aansluiting bij Servië. Autochtone Montenegrijnen vormen met rond de 45% geen meerderheid. Serven en Russen proberen het land van Europa los te weken. Als dat niet volledig via de politiek lukt, dan moet blijkbaar ook religie ingezet worden.

Er ontstonden onlangs relletjes toen een nieuwe Metropoliet van de Servisch-Orthodoxe Kerk werd ingehuldigd. Degenen die redeneren vanuit Montenegrijns perspectief willen een Montenegrijns-Orthodoxe Kerk die los van Servië staat. Zo’n Servische Kerk wordt niet meer neutraal, maar als vreemde entiteit gezien. Zo’n autonome Montenegrijnse kerk bestond tot 1918, maar het bestaan ervan werd ‘opgeschort’. Onderstaande site maakt duidelijk dat er ook publicitair wordt gewerkt aan een reset, zo’n 103 jaar later.

Schermafbeelding van site in ontwikkeling van de Montenegrijnse Orthodoxe Kerk.

Religie is politiek. Via religie proberen wereldlijke leiders hun invloed te vergroten en vast te houden. Ook over eigen grenzen heen. Het is begrijpelijk dat in de nasleep van politieke conflicten tussen landen de lokale afdeling die door het andere land wordt beheerst een politieke lading krijgt. Het protest ertegen en de roep om een ‘eigen’ kerk accentueert dat streven naar culturele en politiek onafhankelijkheid.

Na de oorlog tussen Oekraïne en de Russische Federatie die in 2014 begon en tot op de dag van vandaag voortduurt maakte in 2019 de Oekraïens-Orthodoxe Kerk zich definitief los van het Moskouse patriarchaat. Dat was een kerkpolitieke strijd van vijf jaar. In Oekraïne was een duidelijke meerderheid van de bevolking voor kerkelijke losmaking van Moskou en is Oekraïne een groot land dat invloed had om dat besluit van de kerkelijke leiders te beïnvloeden. Het kleine Montenegro met een verdeelde bevolking heeft het stukken moeilijker en is kwetsbaarder voor politieke, culturele en militair-ondermijnende invloeden van andere landen.

De laatste bom is nog niet gegooid en de laatste vloek die de andere kerk en kerkleiders afwijst is nog niet uitgesproken.

Vluchtelingenwerk vlucht weg voor het verschil tussen asielzoeker en vluchteling

Vluchtelingenwerk Nederland is een naam die anders doet vermoeden. De organisatie zegt op te komen voor zowel vluchtelingen als asielzoekers. Onder vluchtelingen worden degenen verstaan die uit een onveilig gebied komen en volgens de Vluchtelingenwet in Nederland recht op asiel hebben. ‘Economische migranten’ of ‘economische vluchtelingen’ uit de Balkan of Noord-Afrika hebben dat recht niet. Het beleid is dat ze teruggestuurd worden naar hun land van herkomst. Maar niet altijd kunnen of willen ze teruggestuurd worden en wil het land van herkomst deze migranten weer opnemen. Volgens EU-commissaris Frans Timmermans in een interview met de NOS is 60% van de huidige migrantenstroom naar Europa ‘economische vluchteling‘.

De registratie van de migranten aan de buiten- en binnengrenzen van de EU laat te wensen over en zorgt voor misverstanden. Het is niet altijd duidelijk tot welke categorie ze behoren en welke rechten ze hebben. De IND zegt in een overzicht over 2015 dat het totaal aantal aanvragen van asielzoekers 58.800 bedroeg. Maar dat maakt nog niet duidelijk om hoeveel vluchtelingen het gaat. Volgens inschatting van Timmermans zou Nederland in 2015 23.520 (40% van 58.800) vluchtelingen hebben ontvangen. Over 2015 moeten 35.180 migranten die geen recht hebben op de status van vluchteling Nederland verlaten. Vrijwillig of gedwongen.

Het filmpje van Vluchtelingenwerk Nederland suggereert dat er een alom geaccepteerd en duidelijk te maken onderscheid tussen economische migranten en vluchtelingen is, en dat de eersten Nederland binnen 28 dagen vrijwillig verlaten als ze in de procedure zijn afgewezen. Vraag is of het er in de praktijk aan toegaat zoals Vluchtelingenwerk het voorstelt. Het is er eveneens vaag over tot in welke fase het asielzoekers van wie het weet dat het geen vluchtelingen zijn begeleidt. Want het zegt immers voor asielzoekers én vluchtelingen te zijn. Maar een asielzoeker zonder status blijft een asielzoeker voor wie Vluchtelingenwerk zegt op te komen.