George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Avant-garde

Kunstsoap met Cathérine de Zegher, Toporovksi collectie en MSK Gent kent invalshoeken, belangen en onkunde. Nog geen conclusie

with one comment

Het wordt inmiddels een kunstsoap genoemd. De verwikkelingen van de geschorste directeur van het Gentse Museum voor Schone Kunsten (MSK) Cathérine de Zegher en de collectie Toporovski. Zien hier voor de voorgeschiedenis: een museumdirecteur die op non-actief wordt gezegd vanwege het vermoeden dat ze uit scoringsdrift min of meer onbewust via haar museum gelegenheid tot witwassen gaf aan een verzamelaar van een collectie 24 avant-gardistische Russische schilderijen waarvan de authenticiteit ernstig betwijfeld wordt.

In de publiciteit woedt een a-synchrone strijd over de schuldvraag. De Zegher die haar sporen heeft verdiend in de internationale kunstwereld kreeg vorige week steun in een open brief van bekende namen. Ze noemen de beschuldigingen aan haar adres leugenachtig en geven de media de schuld: ‘In particular the personal attacks against Catherine de Zegher reached a peculiar and unprecedented intensity that resulted in a trial by media.’ Zo wordt de boodschapper van het slechte nieuws tot zondebok gemaakt. De Zegher voelde zich door deze steun gesterkt. Dat zij zo snel kon vallen kan erdoor verklaard worden dat ze in de stad Gent en in haar eigen museum, en nationaal bestuurlijk onvoldoende steun had opgebouwd. Vlaamse museumdirecteuren distantieerden zich van haar omdat ze de museumsector beschadigd zou hebben. Ofwel, internationaal heeft ze steun die ze nationaal mist. De benoeming van de expert hedendaagse kunst De Zegher bij het traditionele MSK werd toendertijd door velen niet begrepen. De Russische avant-garde is niet haar specialisme.

De laatste aflevering in de kunstsoap is dat volgens de Russische kunstverzamelaar en bruikleengever Igor Toporovski 12 van de 24 werken die in het MSK gepresenteerd werden authentiek zijn. Dat zou blijken uit een onderzoek in vier laboratoria die door hem niet bij naam genoemd worden. Hij concludeert daaruit dat ze geen vervalsingen zijn omdat ze uit ‘de beginjaren 1900 zouden dateren’. De Groene politicus Bart Caron die kritisch dit dossier volgt wijst er in bovenstaande tweet terecht op dat dat nog niets zegt over de toewijzing van de werken. Verdere complicatie is dat kunsthandelaren die in Russische avant-gardekunst handelen een strafklacht hebben ingediend tegen De Zegher omdat ze vreesden dat de vermeende vervalsingen hun handel beschadigde. Hierbij werd na tussenkomst van een Gentse rechter beslag gelegd op de betreffende werken en de daarbij horende documenten. Waarbij het onderzoek tot stilstand kwam. De kunsthandelaren vonden het op hun beurt niet kies dat De Zegher en Toporovski een persconferentie gaven tijdens een lopende zaak.

Op betreffende persconferentie zei De Zegher volgens een bericht in HLN: ‘Ik spreek voor diegenen die houden van kunst, schoonheid en waarheid. Ik heb mijn eigen verhaal, gebaseerd op grondig onderzoek, bekende feiten en wetenschappelijk bewijs dat mijn oordeel en overtuiging bevestigt’. Dat tekent de tragiek van haar opstelling. De Zegher heeft inderdaad haar eigen verhaal dat haar oordeel en overtuiging bevestigt, maar wat dat betekent is de vraag. Deze kunstsoap gaat over commerciële en museale belangen, vermenging van politiek en kunstwereld, een museumdirecteur die losgezongen is van haar eigen omgeving en het moeras inwandelt, een minister die niet alert en passend handelt en media die door de museumdirecteur de schuld in de schoenen geschoven krijgen omdat ze verslag doen. De grootste verliezer is de Vlaamse museumsector.

Foto: Tweet van Vlaamse volksvertegenwoordiger namens Groen Bart Caron, 18 oktober 2018.

Val van een museumdirecteur: Catherine de Zegher en het MSK Gent

with 3 comments

Straffe kost in Gent. Dit bericht in de Vlaamse krant De Morgen gaat over directrice Catherine de Zegher van het Museum voor Schone Kunsten Gent (MSK Gent) die door het Gentse college (schepencollege) op 7 maart tijdelijk op non-actief is gesteld.  Afgelopen dagen kwam het MSK Gent onder kritiek na aanhoudende geruchten over de echtheid van 26 Russische avant-gardewerken uit de Toporovski-collectie, (soms ook geschreven als Toporkovski) die sinds oktober 2017 in het museum werden geëxposeerd. Hoe reëel het gevaar is dat het MSK Gent de museumlicentie verliest is onduidelijk. Maar zo’n maatregel zou buitensporig zijn en de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de Belgische museumsector enorm beschadigen. Het zou waarschijnlijk een reeks van vragen oproepen over de organisatie, financiering, doelmatigheid, kwaliteit en steun door de landelijke en lokale politiek van de Belgische museumsector. Een debat dat op scherp zet en onvoorziene gevolgen kan hebben en daarom niemand in de Belgische politiek of museumsector graag voert.

In januari zetten internationale deskundigen en op 5 maart 2018 Vlaamse museumdirecteuren in een open brief hun bezwaren uiteen. De Vlaamse directeuren schreven: ‘Wij kunnen en willen nu niet meer zwijgen, want dit is de wereld op zijn kop. Het MSK heeft in de afgelopen maanden op flagrante wijze alle deontologische codes en de regels van het gezond verstand geschonden. Men is in zee gegaan met een verzamelaar die men niet kende, met een collectie ‘too good to be true’ in een domein, Russische avant-garde uit de eerste decennia van de twintigste eeuw, waar het museum niet in gespecialiseerd is en waarvan internationaal bekend is dat zowel authenticiteit als herkomst zeer problematisch kan zijn.’ Ze namen afstand: ‘De imagoschade is groot, wat Catherine de Zegher en het stadsbestuur in de pers ook mogen zeggen. En het treft niet alleen het MSK, maar de geloofwaardigheid en reputatie van onze musea en erfgoedinstellingen is in het geding – in Vlaanderen en internationaal, in de pers, bij vakgenoten en het brede publiek. Wij ondervinden dat dagelijks in onze contacten. En dat raakt ons diep. Wij zijn overtuigd van de intrinsieke kwaliteit, professionaliteit én integriteit van de sector in de volle breedte. Het is juist daarom dat wij ons nadrukkelijk distantiëren van de wijze waarop het MSK gehandeld heeft en nog handelt in deze kwestie.

Dat directeur De Zegher gehandeld heeft met een grote portie naïviteit en goedgelovigheid kan onder meer onderbouwd worden door een bericht in NRC van 2013 over een een internationale bende kunstvervalsers die in Duitsland werd opgepakt en gespecialiseerd was in werken van Russische avant-gardisten als Malevitsj, Kandinsky en Natalia Gontsjarova. Precies de namen die vertegenwoordigd waren in de Toporovski-collectie: ‘Volgens het BKA [Bundeskriminalamt] zijn sinds 2005 in totaal vierhonderd vervalsingen verkocht, meestal aan Duitse verzamelaars. De bedragen liepen uiteen van tienduizenden tot tientallen miljoenen euro’s. Ook echtheidscertificaten werden vervalst. De Frankfurter Allgemeine Zeitung schrijft dat justitie ook onderzoek doet naar betrokkenheid van experts in de kunstwereld, onder wie handelaren en galeriehouders.

De Zeghers schorsing was onvermijdelijk. Ze heeft bij een tentoonstelling van Russische avant-garde kunst steken laten vallen, naar nu steeds duidelijker blijkt. Ze weigert ook medewerking aan het onderzoek. Ze zei eerder dat ze op haar kunsthistorisch oog afging. Een achterhaalde uitleg van een museumdirecteur die geavanceerde technische middelen kan inzetten om het eigen oog ‘aan te vullen’. De lokale politiek bemoeit zich er intussen mee. Oppositiepartij N-VA meent dat het museum beschadigd wordt en het gemeentebestuur van stad Gent (sp.a, Groen en Open Vld) de zaak wil vertragen. De Vlaamse museumsector is de verliezer.

Zo kent België een eigen kwestie Ruf. Waarbij museum en kunsthandel op een onacceptabele wijze in de directeur samenkomen. Maar waar Ruf achter de schermen opereerde, is dat bij De Zegher van het MSK Gent anders. Ze liegt aantoonbaar en heeft de hele Vlaamse en internationale kunstwereld tegen zich in het harnas gejaagd. Er is nog een ander verschil. De Raad van Toezicht van het Stedelijk die Ruf aannam was juist het probleem. Het gaf het slechte voorbeeld. Kwaadwillenden zouden kunnen beweren dat iemand met het profiel van Ruf met stevige vertakkingen naar de kunsthandel bewust aangezocht werd om bepaalde leden van de Raad van Toezicht zelf de ‘mentale’ ruimte te geven om binnen de kaders van het Stedelijk handel te drijven. En over de schreef te gaan. Jan Christiaan Braun stelde dat vanaf 2014 aan de orde in de openbaarheid. De Zegher lijkt zonder deze bijbedoelingen gehandeld te hebben. Door toedoen van haar eigen goedgelovigheid en de gemene handelwijze van anderen is ze een fuik ingezwommen waaruit ze niet meer kon ontsnappen.

Het is de tragiek van een museumdirecteur die met vervalsers in zee gaat en zich niet meer aan hun grip kan onttrekken. Via een omweg geeft de kwestie De Zegher reliëf aan de kwestie Ruf. Een museumdirecteur die de fuik inzwemt van de kunsthandel of van malafide verzamelaars verliest aan geloofwaardigheid en integriteit. En verliest uiteindelijk ook de functie van museumdirecteur. Dan heeft het ontbroken aan gezond verstand.

Foto 1: Schermafbeelding van slotalinea uit artikelDirectrice MSK wordt tijdelijk opzijgeschoven’ in De Morgen, 8 maart 2018.

Foto 2: Foto ‘Catherine de Zegher with Igor Toporovsky © Fondation Dieleghem’ in The Art Newspaper, 29 januari 2018. 

Russische avant-garde: Vragen over authenticiteit van bruiklenen van Toporovski-collectie in Museum voor Schone Kunsten Gent

with 6 comments

De Standaard zoomt in een bericht in op 26 bruiklenen van de Toporovski-verzameling die in de vaste opstelling van het Museum voor Schone Kunsten in Gent sinds oktober 2017 tijdelijk worden gepresenteerd. Ze zijn onderdeel van de collectie van de Russische kunsthistoricus Igor Toporovski die volgens plan vanaf 2020 in een nieuw opgericht museum in het Brusselse Jette wordt ondergebracht. Dat museum in het jachtpavilioen van het vroegere kasteel van Dielegem zal gewijd zijn aan de Russische avant-garde van begin 20ste eeuw. Over de authenticiteit van de werken van onder meer Kazimir Malevitsj, Wassily Kandinsky, Vladimir Tatlin, El Lissitzky en Natalja Gontsjarova die nu zijn te zien in Gent zijn twijfels gerezen.

De Standaard zet het scherp aan: ‘Sinds de opening van de nieuwe opstelling gonst het in de museumwereld van de geruchten. Russische modernistische kunst staat na recente schandalen met vervalsingen in een slecht daglicht.’ En: ‘Tien specialisten Russische kunst  publiceren nu samen een open brief. Onder hen vooraanstaande curatoren die in Londen en New York grote exposities over Russische modernisten maakten. Verder zijn er onderzoekers en kunsthandelaars met specialisatie in Russische kunst. In hun brief noemen ze de geëxposeerde stukken ‘hoogst twijfelachtig’. Naar verluidt gaan de briefschrijvers niet zover om de werken vervalsingen te noemen. Ze verzoeken het museum om de werken terug te trekken. Zo’n open brief die een museum terechtwijst is bijzonder. En pijnlijk voor de reputatie van het Museum voor Schone Kunsten in Gent

The Art Newspaper zet vandaag de brief online (zie ook bij reacties) . Het is opvallend dat dat niet eerder gebeurde. Ondertekenaars zijn onder meer Aleksandra Shatskikh die verschillende boeken over Malevich schreef; Natalia Murray van het Courtauld Institute of Art; Vivian Endicott Barnett, auteur van catalogues raisonnés van Kandinsky en Alexej von Jawlensky en Konstantin Akinsha, een kunstjournalist en curator.

Een reden waarom het fout heeft kunnen gaan is te vinden in de verklaring van museumdirecteur Catherine de Zegher. Ze zegt in De Standaard: ‘Er is geen voorafgaand chemisch onderzoek in het labo geweest. Dat gebeurt alleen bij een aankoop waar twijfels over zijn en met het akkoord van de eigenaar. Bovendien is dat het terrein van de kunstmarkt, en in ons geval is er van geen enkel commercieel belang sprake.’ Dit roept de vraag op of De Zegher en haar staf voldoende verantwoordelijkheid nemen voor wat ze in hun museum tonen en of de procedure van het Museum voor Schone Kunsten wel valide is. Bij de vaststelling van de authenticiteit van een werk dat op zaal getoond wordt zou het geen verschil moeten uitmaken of het een aankoop of een bruikleen betreft. Zo kan een tijdelijke bruikleen aan een museum een soort echtverklaring worden. Hier moet elk museum zich voor hoeden. Over een witwasmodel kan door musea niet alert en nauwlettend genoeg worden gedacht, gezien de grote financiële belangen. Igor Toporkovski zegt de herkomst van elk werk met documenten te kunnen staven. Wat die bewering waard is staat nu in het middelpunt van de belangstelling.

NB: Tekst geactualiseerd met verwijzing naar brief nadat The Art Newspaper die op 15 januari om 12:44 uur online zette.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelTwijfels over Russische kunst in Gent’ van Geert Sels voor De Standaard, 15 januari 2018.

‘Chess Match No. 5’ is gebaseerd op interviews met John Cage. Hoe actueel kan het zijn?

leave a comment »

Tot 2 april loopt het stuk Chess Match No. 5 van SITI Company in de de Abingdon Theatre Company in New York. Een wereldpremière. Zoals Chrysler Ford en John Sherer voor Hyperallergic uitleggen is het gebaseerd op interviews met componist John Cage. Ze framen het als ‘traditionele avant-garde’ in de geest van Samuel Beckett en Eugène Ionesco. Ook het theater van de absurditeit is geschiedenis geworden en wordt ‘hernomen’.

De vraag die Ford en Sherer stellen is hoe relevant dit nog kan zijn. Daarbij gaan ze uit van Cage als klassiek componist die ze afzetten tegen Arvo Pärt en John Adams. Maar Cage is meer dan dat. Ook beeldende kunst en Fluxus. Of een intermediair die disciplines verbindt. Beredeneerd vanuit de toneelpraktijk lijkt hun kritiek wat aan de zware kant. Want de lat voor repertoiretoneel van Ibsen, Tsjechov of Shaw of vertegenwoordigers van de traditionele avant-garde zoals Pinter, Ionesco, Jarry of Beckett wordt doorgaans niet zo hoog gelegd.

De vraag naar de relevantie van John Cage en Chess Match No. 5 is de vraag naar de relevantie van 19de of 20e eeuws repertoiretoneel waarbij de tekst centraal staat. Dat maakt het stuk via een omweg actueel. Vriend van John Cage en Franse kunstenaar Marcel Duchamp was een sterke schaker en vertelt over zijn fascinatie:

In het profiel van grensland Oekraïne is voor iedereen iets te halen

with one comment

Ukrainian-bluecoats-1918

Slavist Sjeng Schrijen schrijft in De Groene over Oekraïne en de geschiedenis van de Oekraïense avant-garde. Met het volgende citaat: ‘De Oekraïense identiteit is niet een jong verzinsel. Al eeuwen beschouwen vooraanstaande intellectuelen, politici en ondernemers zichzelf als Oekraïner, ruim voordat een Oekraïense staat zelfs maar als gedachte-experiment mogelijk was. Dat Oekraïense zelfbewustzijn is geen excentriek of marginale toestand (..) maar een cultuurbesef gegrond in een eigen taal en geschiedenis, dat gedeeld en beleefd wordt door miljoenen mensen‘. Hij toont tevens overtuigend aan dat de Oekraïense identiteit minder eenzijdig is dan Oekraïense nationalisten het voorstellen. En betwijfelt of dat aansluit bij wat Europa graag hoort. Vraag is dus of de Oekraïners zich in Europa verstandig profileren om brede steun te verwerven.

Niemand kan voorspellen of Oekraïne niet ooit lid van de EU wordt. Er is weliswaar een bijna door alle EU-lidstaten geratificeerd associatieverdrag met Oekraïne -en met Moldavië en Georgië- maar niet gezegd is dat dat naadloos en zonder een nieuwe ronde van politieke besluitvorming overgaat in een EU-lidmaatschap van dat land. Associatie is nog geen lidmaatschap. Chili, Jordanië en Israël gaan niet op voor het EU-lidmaatschap, maar zijn wel associatiepartners. Turkije zit als associatiepartner al sinds 1963 in de wachtkamer van Europa.

Soms beweren degenen die liever in termen van invloedssfeer dan van soevereiniteit denken dat Oekraïne lang deel uitmaakte van de Russische geschiedenis. Maar dat is onvolledig. Het is juister om te zeggen dat Rusland en Oekraïne een lange gemeenschappelijke geschiedenis hebben. In zekere zin geldt zelfs het omgekeerde, namelijk dat Rusland een bakermat vindt in Kiev en dus ontstaan is op grondgebied dat nu Oekraïens is. Het vroeg-Middeleeuwse Rusland is vanaf de 9de eeuw ontstaan uit het Kievse Rijk. Een voorloper van Oekraïne.

Leidend in de geschiedenis van Oekraïne is het Russisch kolonialisme of imperialisme dat Oekraïeners en anderen op grondgebied dat nu Oekraïens is zoals Polen, Wit-Russen, Roemenen, Litouwers, Krim-Tataren en Hongaren werd opgelegd door de Russen. Hoewel ietwat vertraagd, past een sinds 1991 autonoom Oekraïne in het proces van dekolonisatie dat vele landen na WOII vanuit een idee van rechtvaardigheid zelfstandigheid gaf. Feit is dat het Russische koninkrijk of hoe het in de verschillende fasen van haar bestaan heette een koloniserende macht was die talloze landen heeft veroverd. Dat valt nu nog steeds af te lezen aan het groot aantal volkeren en etniciteiten, nationaliteiten, taalgroepen en religies binnen de huidige Russische Federatie.

Voor de politieke situatie zijn overwegingen over geschiedenis of invloedssfeer niet de hoofdzaak. Oekraïne is een soevereine staat die over zichzelf kan beslissen. Soevereiniteit in het internationaal recht gaat over het zelfbeschikkingsrecht. Dat is in 1975 voor Europese landen extra geformuleerd in de Helsinki Final Act. Dus als de meerderheid van de Oekraïners bij de EU aansluiting wil zoeken dan is het aan de EU om te bepalen of en onder welke voorwaarden het Oekraïne wil toelaten. Het is niet aan een land buiten de EU om dat een ander land te verbieden. Ondanks het wat vage idee van invloedssfeer dat zou volgen uit machtspolitiek.

Het is onjuist en in strijd met verdragen over territoriale integriteit en soevereiniteit om Oekraïne niet als een soevereine staat te beschouwen. Bekend is dat dit het Russische standpunt is dat door de Russische propaganda wordt verspreid. Zo zei Putin in april 2008 in de marge van een NAVO-top tegen toenmalig president Bush dat hij Oekraïne niet als een staat beschouwt. Dat Putin dat vanuit zijn gedachtenwereld zegt komt niet onverwachts, maar het is onbegrijpelijk dat iemand in het Westen dit standpunt zou overnemen.

Juridisch doen die overwegingen er weinig toe. Ook (het Duitstalige deel van) Zwitserland en Oostenrijk die cultureel georiënteerd zijn op Duitsland en waarschijnlijk een speciaal gevoel hebben over die relatie met Duitsland zijn soevereine landen. En zo zijn er overal ter wereld van dat soort relaties tussen landen, volkeren en minderheden in die landen. Bij Oekraïne is het niet anders. Maar dat betekent niets over de soeveriniteit of de territoriale integriteit die vanwege die culturele redenen daarom minder waard zouden zijn vergeleken bij andere landen. Dit standpunt is onwerkbaar en ongewenst omdat het het hele stelsel van het volkerenrecht omver zou kegelen. Dat zorgt voor onrust en onzekerheid en bedreigt de veiligheid tussen landen.

In het geval van Oekraïne is dat boven de normale internationale rechtsorde nog eens extra gegarandeerd in het Boedapester Memorandum van 1994 waarin de Russische Federatie, de VS en het Verenigd Koninkrijk de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne garandeerden. Achtergrond daarvoor is dat Oekraïne na politieke druk en langlopende onderhandelingen haar verouderde, maar redelijk omvangrijke kernwapenarsenaal inleverde in ruil voor die garantie over soeveriniteit en territoriale integriteit door de drie genoemde landen doordat Oekraïne zich kwetsbaar maakte door de eigen kernwapens de deur uit te doen.

Oekraïne is meer eensgezind dan de Russen het voorstellen, maar diverser dan Oekraïners het voorstellen. Oekraïne is het meest corrupte land van Europa dat nog lang niet klaar is voor aansluiting bij de EU. Oekraïne heeft meer zelfbeschikkingsrecht dan Europese rechts-radicalen menen, maar minder manoeuvreerruimte dan de Oekraïners wensen. Het doet Oekraïne als grootste land van Europa dat geheel in dat continent ligt en cultureel zo divers is tekort om het binnen de Russische invloedssfeer te laten vallen, maar de wisselwerking met de Russen blijft wel een belangrijk onderdeel van de geschiedenis. Oekraïne is het grensland waar Oost en West elkaar ontmoeten en dat op zichzelf is aangewezen en niet op steun van anderen hoeft te rekenen.

Foto: Ansichtkaart 1918: Eerste Oekraïense Divisie op oefening- de zogenaamde blauwjassen.

Malevich: Religion – Kunst – Lebensart

leave a comment »

foto 1

Is het zo simpel? De Russische kunstenaar Kasimir Malevich die rond 1927 vindt dat kunst de religie vervangt. In elk geval omvat en inlijft. Het spirituele zou al in de kunst zitten. Nu wordt zo’n 90 jaar later de kunst op haar beurt ook weer vervangen. Het wordt van haar voetstuk gestoten. Zie hoe politiek en bestuur limiteren.

De ‘Lebensart‘ of manier van leven vervangt nu kunst en religie. Zo simpel is het. Of Malevich dat zo’n eeuw geleden nou zo bedoeld heeft. Of onbedoeld toch anders. Dat valt niet meer tegen te spreken. De overgang van religie naar kunst en manier van leven valt in bovenstaand schema te lezen. Hoe onze kunsthistorici ook proberen iets anders aan te tonen. In hun gelijk dat het gelijk van Malevich is. Maar niet het gelijk van 2014.

24c3c6f67d3e11e399ea124c84cba47c_8

Foto 1: Kasimir Malevich: Verklarende kaart uit 1927 (Duitse versie): Religion- Kunst- Lebensart. Te zien in het Stedelijk Museum. (eigen foto). 

Foto 2: Instagram foto (spiegel selfie) door Elfa Begic met tag Lebensart, januari 2014.

Cultuur vecht ongelijke strijd tegen onverschillige politiek

with one comment

Bunker_Hill_by_Pyle

In Nederland zit cultuur niet meer prominent in de genen van politici. Blijkbaar ook niet meer in de opvoeding. Die observatie staat los van een cultuurpolitiek standpunt dat zegt dat er een streep door bezuinigingen moet. Straks zit het ook niet meer in die van het staatshoofd. De nieuwe koning geeft de voorkeur aan hossen met hockeymeisjes boven het kijken naar een schilderij van Mondriaan. De directe kick verdringt de bezinning.

Aan de horizon wacht reeds de netwerkmaatschappij die kantelt naar zelfredzaamheid en kleinschalige initiatieven. Op termijn is het gedaan met de grote bedrijven, de prietpraat van managers en het idee dat alle macht van boven komt. Voor cultuur is het van levensbelang om de crisis ongeschonden door te komen. Die economisch en bijzonder voor Nederland, ook intellectueel van aard is. De professionals in het culturele veld moeten standhouden in een uphill battle om alle kennis en inzichten door te geven aan volgende generaties.

Politici en koning kunnen weglopen van een slag die verloren dreigt te gaan, maar directeuren of kunstenaars moeten standhouden omdat ze beroeps zijn. Het vertragen van de afbraak is de tactiek die de cultuur wacht. Niet de voorhoede, maar de achterhoede bepaalt het voortbestaan. Geen avant-garde, maar arrière-garde. Soms flakkert een oud beeld dat uitdrukt dat de avant-garde de aard weergeeft, maar dat smoort als culturele instellingen verdwijnen of ontaard zijn. De opvatting dat de egalitaire samenleving, het modernisme en het afwijzen van de massacultuur samengaan wordt onbruikbaar als we richting netwerkmaatschappij glijden.

Op 5 en 6 april was in Portugal een conferentie van de ICOM over overheidsbeleid in tijden van recessie. ICOM zelf presenteert de Verklaring van Lissabon als een belangrijke uitkomst. De Belgische, Kroatische, Griekse, Italiaanse, Portugese en Spaanse afdeling hebben ondertekend en roepen andere landen op binnen een maand hetzelfde te doen. Het roept de Europese regeringen op om musea en cultuur met het oog op de recessie te steunen. De volgende zin lijkt met name toegespitst op het Nederlands overheidsbeleid: ‘Blinde automatische bezuinigingen maken geen onderscheid tussen kortstondige initiatieven en permanente instellingen.’

Erfgoed, musea en cultuur worden in crisistijden door beleidsmakers vaak als luxe afgetekend. Omdat de maatschappelijke steun voor cultuur klein is vertaalt zich dat in een gemakzuchtig politiek standpunt. Onder het motto ‘Na ons de zondvloed‘ lopen politici weg. Terwijl de sectoren door de zorg voor talentontwikkeling de kiem van de toekomst in zich dragen. Beleidmakers zouden moeten erkennen dat in ontwikkelinstellingen en musea onderzoek, conservering, verspreiding van kennis en historisch geheugen met elkaar verstrengeld zijn. Momenteel dreigt het Tropenmuseum gesloten te worden en knokt het keramisch topcentrum EKWC dat wereldwijd gewaardeerd wordt maar niet in Nederland zonder vanzelfsprekende steun voor het voortbestaan.

Foto: Howard Pyle, Bunker Hill. Gepubliceerd in Scribner’s Magazine in 1898.