Kritiek op Drents Museum dat half miljoen euro van NAM in ontvangst neemt

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Een gift van 500.000 euro van de NAM voor het Drents Museum legt het accent op het ethisch handelen van musea. Hoe zuiver gedragen ze zich? Er is veel kritiek op het Drents Museum dat de gift in ontvangst neemt.

Musea hebben er doorgaans weinig moeite mee om de eigen goede naam naam of die van de museumsector in het algemeen voor geld te verkopen. Door het aannemen van sponsorgeld van controversiële gevers tegen wie veel maatschappelijke weerstand bestaat en waarvan betreffend museum op de hoogte is komen ze op een glijdende schaal terecht.

Nog steeds een schandvlek voor de Nederlandse museumsector is het Ammodo-pensioengeld dat havenarbeiders op slinkse wijze werd ontfutseld. Het werd omgekat tot een goede doelen-fonds. Een kleine 10 beeldbepalende Nederlandse musea zagen er geen moreel bezwaar in om in vol bewustzijn over deze misstand dit besmette geld aan te nemen. Kamerlid Pieter Omtzigt zei daarover: ‘De ontvangers moeten weten waar het geld vandaan komt en moeten overwegen het niet in ontvangst te nemen‘.

De gedragscode (2012) van het Instituut Fondsenwerving dat overigens weinig gezag afdwingt zegt in artikel 1.4.6: ‘Iedereen
 die
 organisaties
 of
 projecten 
in
 de 
sector
wil
 steunen, 
met
 respect
 voor
 de 
belangen van 
de
 organisatie
 en
van 
de
 consumenten,
 zal 
naar 
algemene 
fatsoensnormen 
en 
met

 respect
 voor
 hun
 wensen
 worden 
behandeld.
 Ter 
bescherming 
van 
de 
goede
 naam 
van 
de

 organisatie
 en
 van
 de 
sector 
in 
het
 algemeen 
worden 
bepaalde 
donateurs 
echter
 bij
 voorbaat

 geweerd 
als 
het 
risico 
bestaat
 dat 
de
 geloofwaardigheid 
van 
de 
organisatie 
in 
het 
geding 
kan

 komen.’

We kennen de NAM (Shell en ExxonMobil) dat niet alleen decennia lang het Groningse gas heeft geëxploiteerd, maar ook als een organisatie die moeilijk begon te doen over het vergoeden van schade aan huizen in Groningen ten gevolge van de bodemdaling door gaswinning. Dat was nadat de regering in 2018 bekendmaakte de gaskraan dicht te gaan draaien. De regering heeft de regie van het herstel, maar de NAM moet dokken.

Het is wellicht wat te simpel gedacht om te vragen of die 500.000 euro niet beter past bij Groningers die een beschadigd huis hebben ten gevolge van de gaswinning en nog steeds op het geld van de NAM wachten. Maar het geeft wel aan hoe gevoelig dit in Groningen ligt. NAM en Drents Museum gaan daar willens en wetens aan voorbij.

Directeur Harry Tupan van het Drents Museum zegt dat hij begrijpt dat de goede naam van het Drents Museum in gevaar kan komen door het aannemen van het sponsorgeld van de NAM. In een artikel van 20 september 2022 op RTV Drenthe reageert hij desgevraagd over de gift van 500.000 euro aan het Drents Museum.

Schermafbeelding van deel artikel Drents Museum krijgt half miljoen euro van NAM voor verbouwing‘ op RTV Drenthe, 20 september 2022.

Tupan verschuilt zich achter een uitleg dat het ingewikkeld is. Dat is onzin. Er is niets ingewikkeld. Tupan presenteert het als ingewikkeld zodat hij zich daar achter kan verschuilen. Er is algemeen beleid over sponsoring en fondsenwerving om dit geld niet in ontvangst te nemen. Voor iemand met een zuiver geweten is het niet ingewikkeld, maar simpel. Van de NAM die in het Noorden nog zoveel schade aan huizen heeft te vergoeden neem je geen sponsorgeld in ontvangst. Tupan brengt de geloofwaardigheid van het Drents Museum in gevaar.

In een opinie-artikel van 26 september 2022 in het Dagblad van het Noorden ziet klimaatwetenschapper Leo van Kampenhout van Extinction Rebellion Drenthe de beslissing van Tupan en het Drents Museum als ‘een moreel verkeerde beslissing’. Hij beredeneert het vanuit de klimaatcrisis. Hij schrijft: ‘Kortom, het Drents Museum maakt moreel gezien de verkeerde beslissing door de NAM te blijven greenwashen.’

Schermafbeelding van deel opinie-artikelEn weer neemt Drents Museum geld aan van de NAM. Een moreel verkeerde beslissing‘ in het DvhN, 26 september 2022.
Advertentie

Nieuw puritanisme valt met gewone politieke middelen niet te bestrijden. Christelijk rechts en identitair links hebben de publieke opinie in de tang

Openbare zeden. Twee mummies in het museum van Madrid die op last van de aartsbisschop een rokje aanmoesten omdat ‘naakt’ ook voor mummies ontoelaatbaar was (1925).

Gisteren had ik een interessant debatje op FB bij de postingGeen blote borsten voor Frida Kahlo op opening Drents Museum‘ van 10 oktober 2021. Ik geef weer hoe dat verliep.

Iemand vroeg me of het zo erg was. Namelijk een blockbuster tentoonstelling over Frida Kahlo in het Drents Museum waar op de opening in een presentatie de blote borsten van Frida Kahlo van het schilderij ‘La columna rota‘ (1944) niet werden getoond, maar door een niet-vrouw werden gerepresenteerd.

Ik antwoordde op de vraag hoe dat kwam: .. nieuw puritanisme. Afgedwongen door fatsoensrakkers van christelijk-rechts en identitair-links. Het zijn barre tijden.

In een andere reactie verwees ik naar regisseur Paul Verhoeven die in de publiciteit rond zijn nieuwe film Benedetta de filmwereld preutsheid verwijt. In een bericht van nu.nl zegt hij: ‘Zeker in Amerika is het bijna onmogelijk om een ontbloot bovenlijf te laten zien. De filmwereld is totaal verpreutst. Het werkt in een soort slingerbeweging. In de jaren zeventig was die slinger op z’n hoogtepunt. Je kon alles laten zien, welke seksualiteit dan ook. Maar nu zijn we weer terug bij een puritanisme dat ik me alleen uit de Tweede Wereldoorlog nog kan herinneren, toen ik als zevenjarige begon met films kijken‘. Dat is dezelfde preutsheid die ertoe leidt dat op een opening in het Drents Museum een representatie van Frida Kahlo niet met ontbloot bovenlijf wordt getoond.

Ik vervolgde op de vraag hoe dat nou toch kwam: ‘Wellicht vanwege het krampachtig denken in schema’s die leiden tot een christelijke of communistische ideale wereld. Die zich uiteraard nooit zal openbaren. In dat denken is geen ruimte voor afwijkingen, nuances en tegenstellingen. Bij het Drents Museum gaat het vermoed ik vooral om burgermansfatsoen dat passend voor de hotemetoten wordt geacht. Het management begrijpt niet dat het hiermee door gemakzucht en lui denken de autonomie van de kunst inlevert.’

De vragensteller spitste vervolgens zijn vraag toen hij vroeg: ‘waarom deze terugkeer naar de jaren vijftig? Waarom deze hernieuwde hang naar conformisme? Ik breek er al een tijd mijn hoofd over‘.

Ik antwoordde: ‘Ik breek er ook mijn hoofd over. Het is zoals Verhoeven zegt een slingerbeweging die met het hedendaagse puritanisme volgens hem nu weer terug is bij de Tweede Wereldoorlog. Maar door wat wordt die slinger in beweging gebracht? Mijn idee is dat door rechts én links dat zich beroept op verschillend gedachtengoed, respectievelijk religie/fatsoen en identiteitspolitiek/selectief inclusie-denken de publieke opinie van twee kanten onder druk is komen te staan. De vrijdenkers die per definitie de tegenkracht tegen dat puritanisme zijn, hebben zichzelf door hun eigen emancipatie en gerichtheid op het individualisme maatschappelijk grotendeels buiten spel laten zetten. Gemeenschapsdenken kun je het best beantwoorden met gemeenschapsdenken. Zodat het nu vrij scoren is voor de fatsoensrakkers van links én rechts. Tel daarbij de angst voor sociale media van zo’n instelling als het Drents Museum en het marketingdenken dat de museumsector in haar greep heeft genomen en karakterloosheid en lafheid zijn het resultaat.

De vragensteller verwijst hierop naar een column in NRC van Maxim Februari die volgens hem min of meer hetzelfde zegt. Februari zegt in de laatste alinea: ‘De samenleving zit al met al gevangen tussen twee vuren. Aan de ene kant de conservatieven die vinden dat iedereen op hen moet lijken. Aan de andere kant de diversiteitsexperts die met overheidssteun de diversiteit zo bijsnoeien en bijknippen dat er weinig van over blijft. Laat de rest nu maar eens proberen een open democratisch gesprek te voeren‘.

Hier ben ik het mee eens, hoewel ik het begrip ‘conservatieven‘ in dit verband lastig vind omdat het verwarrend is in welke betekenis Februari het gebruikt. We weten ongeveer hoe christelijke fatsoensrakkers denken en handelen. Christenen hebben een ongemakkelijke verhouding tot seksualiteit, zeden en vrouwelijkheid in het bijzonder. En hiermee ook tot zichzelf. Verwijtbaar is niet dat ze zulke ideeën hebben, maar dat ze die andersdenkenden op willen leggen. Dat laatste gebeurt en is zoals gezegd ook de fout van de vrijdenkers om daar geen weerstand aan te bieden.

Minder duidelijk zal voor velen de verstikkende invloed van de linkse identiteitspolitiek zijn die zoals Februari terecht constateert met de overheid onder een hoedje speelt. Hoe negatief die invloed is maakte Eric Hendriks in 2018 duidelijk in het artikelIdentitair links heeft stiekem een rothekel aan diversiteit‘ op de Kanttekening. Hij zegt: ‘Ideologen en professionele moralisten zien liever een schematische, schoongeveegde wereld, één die hun duidingsmodel volgt en waar vooruitgang een eenduidige richting heeft‘.

Overigens benoemen zowel Februari als Hendriks, ondanks dat ze interessante aanzetten hiertoe geven, niet echt de diversiteit van de diversiteit. Beperking, sociaaleconomische status, opleidingsniveau en leeftijd ontbreken. Ook in hun kritiek richten zij zich vooral op gender en etniciteit. Zij laken terecht het klimaat waarin diversiteit groeit die niet zozeer op te vatten valt als partijpolitiek, maar metapolitiek die zich aan het partijpolitieke debat onttrekt en daarom lastig, in elk geval niet met de gewone politieke middelen te bestrijden valt.

De gepolitiseerde reductie van diversiteit die de publieke opinie van links en rechts in de tang heeft genomen is zo krachtig omdat het aan invloed heeft gewonnen op de cultuur, intellectuelen en de media. In het kielzog van die ontwikkeling surft de nieuwe preutsheid mee. Op dit moment valt die nauwelijks te bestrijden omdat zo’n directie van het Drents Museum niet eens vanuit een eigen overtuiging handelt, maar zich onbewust voegt in de culturele hegemonie zonder dat te beseffen.

Geen blote borsten voor Frida Kahlo op opening Drents Museum

Still uit de videoOfficiële opening Viva la Frida‘ van het Drents Museum, 8 oktober 2021.

Grappig opgewekt zijn de beelden van de opening op 7 oktober 2021 van de tentoonstellingViva la Frida!‘ in het Drents Museum in Assen. Het iconische schilderij ‘La columna rota‘ (The Broken Column) uit 1944 van Frida Kahlo wordt verbeeld door een niet-vrouw. Haar vrouwelijkheid is weggemoffeld.

Frida Kahlo, La Columna Rota (1944). Collectie: Museo Dolores OlmedoXochimilco, Mexico City, Mexico

Is dat in de geest van Kahlo of in de geest van Nederlandse fatsoensrakkers die bang zijn om vrouwelijke borsten op een officiële opening te tonen? Stel je voor dat Frida Kahlo op Frida Kahlo lijkt.

Je kunt letterlijk en figuurlijk zeggen dat Frida Kahlo in het Drents Museum wordt ingekaderd. In een praatje en een plaatje. Ontdaan van scherpe kantjes. Zo kennen we weer de voorwaarden van de museale blockbuster: braaf, netjes, aanvaardbaar en makkelijk verteerbaar voor een breed publiek.

Groningse politiek worstelt nog steeds met Groningen Airport Eelde

Er komen steeds meer petities met de woorden ‘red’, ’steun’, ‘behoud’ of ’stop sluiting’ in de kop. Redenen die aangevoerd worden zijn vaak tweeledig. Er wordt verwezen naar de financiële schade van de coronacrisis en per kwestie komt daar nog een specifieke reden bij. De commissarissen beroepen zich in het geval van Vliegveld Eelde op ‘het economische en maatschappelijke belang in zowel regionaal als nationaal opzicht’.

Zowel het een als het ander en de relatie ertussen valt lastig te checken. De claims zijn niet altijd rechtmatig.

Vliegveld Eelde (ook: Groningen Airport) was al een bodemloze put zonder duidelijk bestaansrecht en zicht op een gezonde exploitatie voordat de economische gevolgen van het coronavirus toesloegen. Hetzelfde geldt voor (de plannen voor) vliegvelden in Enschede, Lelystad of Zuid-Limburg. Een rapport uit 2004 van Rand Europe concludeerde uit analyse van de aspecten bedrijfsresultaat, werkgelegenheid en milieueffecten, en reistijdwaardering en grondlasten dat Eelde, samen met Enschede en Lelystad ‘op basis van de beschouwde aspecten waarschijnlijk een negatieve toegevoegde waarde hebben’. Hoe dan ook is de uitgangspositie slecht.

Provincies of gemeenten laten zich vaak chanteren om te blijven investeren in regionale ‘voorbeeld’-projecten en blijven vervolgens met de gebakken peren zitten. Om erger te voorkomen, zo zeggen ze grootmoedig, saneren ze ten koste van de belastingbetaler het verlies. Maar de politiek is per definitie geen ondernemer.

Dat doet sterk denken aan wat er met professionele voetbalclubs gebeurt. Vanuit een idee van regionale trots wordt het lokale bestuur onder druk gezet om geld te storten in een project dat niet rendabel is en weinig maatschappelijke waarde heeft. En ook geen basistaak voor de overheid is. Zoals gezegd, de overheid is geen ondernemer. De gelijkenis is dat in bepaalde kringen die het best de publiciteit bespelen wordt gesuggereerd dat luchtvaart en professioneel voetbal ’sexy’ zijn en daarom ten koste van alles gered moeten worden.

Dat straalt ongunstig uit naar de lokale politiek die zich laat overbluffen of in het geval van individuele bestuurders vanwege lijfsbehoud bang gemaakt wordt door de dreiging met geweld. En daarom instemt met iets waar het om politieke redenen tegen is. Is dat bij de voetbalclub de dreiging van de baksteen door de ruit, bij het regionale vliegveld gaat dat om sociale uitsluiting door een economische elite (of maffia). Daarnaast wil niemand er verantwoordelijk voor worden gesteld om de stekker uit een kansloos project te trekken.

Zo ontstaat een nieuw genre van zielige gevallen die zich beroepen op de schade van COVID-19. Die reden wordt er aan de haren bijgesleept en is er bij nader inzien helemaal niet op van toepassing. Dat vertroebelt de bereidheid van overheden om kansrijke en maatschappelijk belangrijke projecten die economisch in zwaar weer zijn gekomen te redden. De vliegvelden Eelde en Lelystad verstieren door hun gedrag de boel. Ze hebben een negatieve toegevoegde waarde, niet in het minst voor de lokale politiek die er zich geen raad mee weet.

Groningen: Debat over vliegveld Eelde geeft politieke spanningen

De Groningse wethouder Joost van Keulen (VVD) wil morgen de raad vertrouwelijk informeren over de plannen met vliegveld Eelde. Dat maakt de gemeenteraad monddood en aan handen gebonden omdat het vervolgens niet uit de school kan klappen vanwege die vertrouwelijkheid. Daarom is de SP bij monde van fractievoorzitter Jimmy Dijk tegen. Hij wil geen debat achter gesloten deuren, maar een openbaar debat. Groningen is mede-aandeelhouder van vliegveld Eelde en andere aandeelhouders (provincies Groningen en Drenthe, gemeenten Assen en Tynaarlo) willen dat de stad 12 miljoen euro investeert in het vliegveld. Het is een problematisch dossier. Andere aandeelhouders hebben hun mening bepaald, maar Groningen blijft aarzelen. Zo’n investering is veelgevraagd. Partijen als de SP en de PvdA zijn er tegen om miljoenen in het vliegveld te investeren omdat ze ondernemen niet als taak voor een gemeente zien. En het geld is elders harder nodig, zo vindt de SP.

Miljoen verlies voor vliegveld Eelde. Het perspectief blijft slecht. Wat doet de regionale politiek?

In december 2014 schreef ik dit commentaar over de martelgang van dit regionale vliegveld: ‘Groningen Airport Eelde wil een voorbeeldfunctie vervullen voor regionale luchthavens in Nederland‘, zo zegt het. Dus voor Rotterdam, Eindhoven, Maastricht, Enschede en Lelystad. Schiphol is eigenaar van Rotterdam, Eindhoven en Lelystad. Daarom valt niet in te zien hoe Groningen Airport een voorbeeldfunctie kan vervullen voor regionale burgerluchthavens die met steun en expertise van de Schiphol Group opereren. Een rapport uit 2004 van Rand Europe concludeert uit analyse van de aspecten bedrijfsresultaat, werkgelegenheid en milieueffecten, en reistijdwaardering en grondlasten dat Groningen Airport -samen met Enschede en Lelystad- ‘op basis van de beschouwde aspecten waarschijnlijk een negatieve toegevoegde waarde hebben’.

RTV Drenthe citeert directeur Evert Wind van het routefonds: ‘Wij hopen de komende jaren, en dat is ook het signaal van de aandeelhouders, dat men wel bereid is om het fonds verder te vullen om daarmee zoveel mogelijk nieuwe lijnvluchten te bevorderen en het vliegveld winstgevend te maken’. Aandeelhouders zijn de provincies Drenthe en Groningen en de gemeenten Tynaarlo, Assen en Groningen. Regionale luchthavens zijn als regionale professionele voetbalclubs of orkesten. Met een beroep op regionale trots en emotionele chantage op betrokkenen om niet af te haken, het voorspiegelen van toenemend bereik en winstgevendheid wordt tegen beter weten in een kaartenhuis van verwachtingen gebouwd. Maar Airport Groningen Eelde blijft een toegevoegde negatieve waarde houden. Ondanks alle mooie praatjes van lobbyisten. Dus: niet doen.

Winkelleegstand in Drenthe én plannen voor 45.000 m2 winkelnieuwbouw. Krom?

Leegstand van winkels in Drenthe en elders kan bestreden worden door herschikken en indikken. Zo menen Mark Strolenberg en Myriam Jansen van de denktank winkelleegstand. Niet opgelost, want de perspectieven voor winkels in stads- en dorpscentra zijn slecht. Wat ook helpt is dat er niet meer wordt gebouwd voor de leegstand. In Drente staat ondanks de leegstand nog 45.000 m2 winkelvloeroppervlakte gepland. Het lijkt zo simpel: bij winkelleegstand niet meer bijbouwen. Maar tot bestuurlijk Drenthe is deze logica blijkbaar nog niet doorgedrongen. En blijven de projectontwikkelaars met hun achterhaalde plannen de politiek bestoken.

Zijlstra wil salafistische organisaties verbieden. Wat denken zijn tegenstanders over het verbod van Martijn?

groepsfoto-religieuze-leidersweb

In 2012 werd pedofielenvereniging Martijn verboden door de rechter in Assen. Advocaat Bart Swier betwistte het verbod en voerde aan dat de Vereniging Martijn nog nooit een strafbaar feit had begaan: ‘Enkel het feit dat sommige artikelen op haar website volgens het Openbaar Ministerie een hoog ‘bah-gehalte’ zouden hebben, kan geen grond zijn voor een verbod op de vereniging‘. Het zouden volgens Martijn de publieke opinie en politieke druk zijn geweest die het OM om een rechterlijk verbod deed vragen. De activiteiten van Martijn zouden in strijd zijn met de openbare orde. De rechter liet dit zwaarder tellen dan de meningsuiting.

In 2014 bevestigde in hoger beroep de Hoge Raad het verbod en ontbond Martijn. Maatschappelijke kritiek op het verbod mocht niet helpen. Journalist Kustaw Bessems schreef in een column: ‘En wees gewaarschuwd: als dit verbod er komt, blijft dat nooit alleen bij pedofielen. Dan wordt een gevaarlijk precedent geschapen voor het verbieden van meer onwelgevallige ideeën. Onder het mom: stel nou eens dat die ideeën wijd verbreid raken. Met zo’n uitspraak van de Hoge Raad in de hand zullen pogingen worden ondernomen om ‚foute’ politieke partijen te verbieden. Of foute geloofsgenootschappen.’ In juli 2014 kondigde de vereniging Martijn aan naar het Europees Hof te stappen om het verbod en de ontbinding van de vereniging ongedaan te maken. Spong Advocaten motiveerde dat door te stellen ‘dat de Hoge Raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een verbod van de vereniging Martijn in onze weerbare democratische samenleving noodzakelijk is.

Ik was het niet eens met het verbod en schreef: ‘Dit verbod laat een nare smaak achter. Mag een vereniging verboden worden om ideeën? De afweging van de rechter tussen openbare orde en meningsuiting is verdedigbaar, maar geeft toch te denken. Want het verlaagt de drempel voor een verbod van maatschappelijke organisaties. Men hoeft het niet met de doelstelling van Martijn eens te zijn om een verbod toch een te grof middel te vinden. En zelfs een ongewenst middel als de georganiseerde pedofilie er ondergronds door gaat.

Nu is er VVD-fractieleider Halbe Zijlstra die in een interview met Trouw meent dat salafistische organisaties verboden moeten worden omdat ‘onze manier van leven gevaar zou lopen‘: ‘Religie kan nooit een dekmantel zijn voor een politiek-ideologische aanval op onze rechtsstaat. In die salafistische kringen worden dingen geroepen en gezegd die echt ondermijnend zijn voor onze democratische rechtsstaat. (..) Maar nu het onder het kopje religie wordt gebracht, kunnen we er niets aan doen. Daar moeten we vanaf.’

Zijlstra heeft gelijk dat religie geen dekmantel is voor het afschaffen van de democratie of het ondermijnen van de rechtsstaat. Er is geen enkele reden om religieuze organisaties juridisch extra te beschermen. Maar we moeten ons niet wapenen tegen de islam. Want in dat proces verliezen we onszelf. We moeten vertrouwen stellen in de werking van de democratische orde en de rechtsstaat. Zoals het verbod van de vereniging Martijn verduidelijkt is de toepassing van de rechtsstaat in de afgelopen decennia ontspoord omdat de Nederlandse zittende macht eigen normen heeft veronachtzaamd. Nederlandse instituties zijn weerbaar genoeg om salafistische en pedofiele organisaties te tolereren. Niet in te zien valt waarom een verbod noodzakelijk is.

Het is van tweeën een. De tegenstanders van Zijlstra moeten zich goed bedenken waarom ze zwegen toen Martijn werd verboden. Gelijke monniken, gelijke kappen. Of geen enkele vereniging verbieden of alle verenigingen verbieden die dat om rechtsstatelijke redenen rechtvaardigen. Maar Martijn wel verbieden en niet een salafistische vereniging die door grootte en organisatiegraad een groter gevaar voor de rechtsstaat biedt en de openbare orde veel meer bedreigt oogt selectief. En politiek gemakzuchtig. Indirect kunnen Zijlstra’s argumenten leiden tot een pleidooi om het verbod en de ontbinding van Martijn ongedaan te maken.

Foto: Vier vertegenwoordigers van religieuze organisaties. Credits: Marte Visser.

Collectief Noord ageert tegen cultuurbezuinigingen. Lukt dat een beetje?

De-piemels-bij-de-rotonde-in-Marsdijk-foto-RTV-Drenthe-Margriet-Benak

Noord-Nederland kent een eigen versie van de Guerilla Girls. In de drie noordelijke provincies zeggen ze tegen de cultuurbezuinigingen te protesteren. Het is het anonieme Collectief Noord van 12 piemelkunstenaars dat laatst in Assen met verf afbeeldingen van piemels op de weg tekende. ‘Het is een ode aan de expressie van kunstenaars en een behoorlijke middelvinger naar het kunstbeleid dat wordt gevoerd’ zo zei een woordvoerder tegen RTV Drenthe. Overtuigend is de uitleg niet. Een concreet voorbeeld van misnoegen kan de woordvoerder niet noemen, behalve gemeenplaatsen als ‘de creativiteit op dit moment’ en gebrek aan geld om materiaal te kopen. Maar het helpt, zo meent de woordvoerder, want de bewustwording zou toenemen.

Nu haakt Collectief Noord aan bij protesten tegen festival Noorderzon dat op schandalige wijze kunstenaars in de steek liet na bedreigingen. In een nieuwe ontwikkeling heeft na een gesprek met de Groningse burgemeester Peter den Oudsten de leiding van Noorderzon trouwens besloten alsnog aangifte van bedreiging te doen. ‘Wat Noorderzon heeft gedaan, is nog erger dan de bezuinigingen in de kunstsector’, meent een woordvoerder van Collectief Noord. De leiding van Noorderzon heeft in de kunstwereld nergens nog krediet.

Wat te denken van dit collectief? Het is goed dat ze in actie komen, maar of ze al de scherpte hebben die het verschil kan maken is de vraag. Wie laat zich nou in de hoek zetten met het lullige begrip ‘piemelkunstenaar’? Collectief Noord heeft volop pretentie en hamert op bewustwording. Het hoopt een voorbeeld te zijn voor kunstenaars in heel Nederland, maar lijkt nu nog niet eens een voorbeeld voor zichzelf te kunnen zijn.

Of de analyses van de piemelkunstenaars kloppen valt te bezien. ‘Als we nu niet staan voor kunst, dan is er over honderd jaar geen Rijksmuseum meer’, zegt een woordvoerder. Dat staat haaks op het cultuurbeleid dat topkunst die het goed doet in de markt ondersteunt, en minder aandacht besteedt aan het experiment en de talentontwikkeling die het op de markt niet zonder overheidssteun redden. Collectief Noord laadt tot nu toe met de gekozen actievorm en het gebrek aan scherpte en originele actie de verdenking op zich de middelmaat van een beroepsgroep te vertegenwoordigen. Dat kan beter. De beuk kan er veel harder in. Het begin is er.

Foto: ‘Kunstzinnige uitspatting: twintig piemels op rotonde in Assen’. RTV Drenthe, 17 augustus 2015.

Vliegveld Eelde vraagt miljoen euro. Met beide benen op de grond?

Groningen Airport Eelde wil een voorbeeldfunctie vervullen voor regionale luchthavens in Nederland‘, zo zegt het. Dus voor Rotterdam, Eindhoven, Maastricht, Enschede en Lelystad. Schiphol is eigenaar van Rotterdam, Eindhoven en Lelystad. Daarom valt niet in te zien hoe Groningen Airport een voorbeeldfunctie kan vervullen voor regionale burgerluchthavens die met steun en expertise van de Schiphol Group opereren. Een rapport uit 2004 van Rand Europe concludeert uit analyse van de aspecten bedrijfsresultaat, werkgelegenheid en milieueffecten, en reistijdwaardering en grondlasten dat Groningen Airport -samen met Enschede en Lelystad- ‘op basis van de beschouwde aspecten waarschijnlijk een negatieve toegevoegde waarde hebben’.

RTV Drenthe citeert directeur Evert Wind van het routefonds: ‘Wij hopen de komende jaren, en dat is ook het signaal van de aandeelhouders, dat men wel bereid is om het fonds verder te vullen om daarmee zoveel mogelijk nieuwe lijnvluchten te bevorderen en het vliegveld winstgevend te maken’. Aandeelhouders zijn de provincies Drenthe en Groningen en de gemeenten Tynaarlo, Assen en Groningen. Regionale luchthavens zijn als regionale professionele voetbalclubs of orkesten. Met een beroep op regionale trots en emotionele chantage op betrokkenen om niet af te haken, het voorspiegelen van toenemend bereik en winstgevendheid wordt tegen beter weten in een kaartenhuis van verwachtingen gebouwd. Maar Airport Groningen Eelde blijft een toegevoegde negatieve waarde houden. Ondanks alle mooie praatjes van lobbyisten. Dus: niet doen.

eel

Foto: Reproductie ‘Eelde : vliegveld Groningen’ uit 1929. Collectie: Beeldbank Groningen van de Groninger Archieven.