Kunstvakonderwijs springt in het niets met principe van ‘afbreken en opbouwen’

‘De beroemde foto ‘Saut dans le vide’, sprong in het niets, gemaakt op 23 oktober 1960 in Fontenay-aux-Roses, niet ver van Parijs.’ Met een springende Yves Klein. Credits: FD.

Ik heb nooit op een kunstacademie gezeten, maar wel als dienstplichtig militair in het leger. Daar was het principe van ‘afbreken en opbouwen’ uitgangspunt. Het was een doelgerichte strategie om je je individualisme af te nemen. Dat gebeurde symbolisch op de eerste dag doordat je je burgerkleren af moest leggen en in een slecht passende onhandige groenbruine overall werd gehesen. Slecht passende en oncomfortabele schoenen, blaffende sergeanten en een naargeestig kazerneterrein in Amersfoort maakte de gedaanteverwisseling af. Als in een verhaal van Kafka waar gebeurtenissen het individu overkomen zonder te begrijpen waarom. In het leger was dat opbouwen trouwens begrensd. Naar mijn idee omdat de kennis bij het lagere kader om te slopen sterker ontwikkeld was dan om te construeren.

Naar aanleiding van een aantal incidenten bij kunstacademies wordt steeds verwezen naar dat principe van ‘afbreken en opbouwen’. Over dat principe bij deze HBO-opleidingen heb ik mijn twijfel. Want het is de vraag of het werkt en als het werkt of het doelmatig is. Dat laatste betwijfel ik.

Schermafbeelding van deel artikelOnveilige sfeer op modeschool AMFI: “Een docent vergeleek mijn Arabische model met een seriemoordenaar” van 24 april 2021 op AT5.

Naast het bekende bezwaar van docenten die regeren in hun koninkrijkjes en daarbij over grenzen kunnen gaan door machtsmisbruik omdat de weerstand van de studenten is gebroken zie ik nog twee bezwaren. Namelijk het feit dat aankomende academiestudenten steeds jonger én minder volwassen zijn en steeds minder weten (mede door de gedevalueerde vooropleiding) en er door de schoolleiding onvoldoende toezicht op is en het feit dat studenten te veel hun studiebegeleider volgen en hun eigenheid niet of pas na lange tijd vinden. Verhalen van academiestudenten die het spel meespelen en daardoor kostbare tijd verliezen in hun ontwikkeling is bekend.

De oplossing voor de kunstsector is minder instroom van kunststudenten, minder presentatieinstellingen en minder kunstmusea. Ik zou zeggen, begin met een afschaling van de kunstsector van 15%. Zoals ook banken, stikstof producerende boeren en het koningshuis afgeschaald moeten worden. De leeftijd voor de toegang tot kunstacademies zou met drie jaar opgehoogd moeten worden zodat de studenten volwassener zijn en evenwichtiger in het leven staan zodat ze beter weerstand kunnen bieden aan docenten die hun macht misbruiken. Het toezicht bij deze HBO-opleidingen moet op een hoger peil gebracht worden. Of cynischer gezegd, op een peil gebracht worden.

Het idee van studenten autonome kunst die worden gemodelleerd in een individuele kunstenaar is romantisch en achterhaald, terwijl het idee van de gesocialiseerde kunstenaar te algemeen is. Het beroepsprofiel van de kunstenaar is minder bijzonder dan kunstacademies én academiestudenten zelf beweren. Iedereen met een beroepspraktijk moet omgaan met werkgevers, opdrachtgevers, klanten en collega’s. In vele sectoren is de concurrentie fel. Ook economen, leraren of ingenieurs moeten een persoonlijkheid ontwikkelen om goed in hun beroep te kunnen functioneren.

Nog om een andere reden is dat principe van ‘afbreken en opbouwen’ achterhaald. In een interview van 21 april 2021 in NRC wijst Dingeman Kuilman oud-voorzitter van het College van Bestuur van ArtEZ, hogeschool voor de kunsten hoe lastig het is om het praktische kunstonderwijs te veranderen: ‘Op voorstellen werd met een felheid gereageerd die je in het gewone onderwijs niet kunt voorstellen. Wat kunstenaars doen is zo verbonden met hun eigen identiteit. Iedere verandering wordt daardoor als een persoonlijke aanval ervaren. De kunsten als geloofssysteem, dat zit heel diep in academies verankerd. Het zijn intelligente mensen, je kunt over van alles met ze praten, behalve over hun geloof. Dan kom je aan een deel van henzelf’.

Over het principe van ‘afbreken en opbouwen’ waar hij ‘psychologie van de koude grond’ in ziet zegt Kuilman: ‘Die is echt niet meer van deze tijd. Zij kan enorme schade aanrichten, ook omdat het kunstvakonderwijs relatief veel kwetsbare persoonlijkheden aantrekt (…) Spreek studenten aan op waar ze goed in zijn, en bouw op vertrouwen. Studenten iets leren door ze eerst af te breken, schept machtsverhoudingen en afhankelijkheidsrelaties’.

Ook van een andere kant heeft Kuilman kritiek op het principe van ‘afbreken en opbouwen’ waar die psychologie van de koude grond zelfs niet meer van toepassing op is omdat de opleidingen de afgelopen 40 jaar zijn veranderd. Naar zijn idee stoomt het kunstvakonderwijs steeds vaker klaar voor de markt en staat daarbij de persoonlijkheid van de kunstenaar niet meer centraal. NRC: ‘Hoe kunstzinnig, vraagt Kuilman zich af, zijn opleidingen voor bijvoorbeeld design, mode, media en entertainment?

Ik kan het vergelijken met een voltooide universitaire studie waar ‘afbreken en opbouwen’ niet aan de orde was. Maar wel kennisoverdracht, samenwerking en geleidelijke vorming van een persoonlijkheid door verbreding en verdieping. Kunstacademie kunnen jongere individuen van zo’n 20-25 jaar ook op andere manieren helpen vormen. Het valt niet in te zien waarom een kunstacademie daar uitzonderlijk in zou zijn.

Er zijn universitaire studies waar docenten van intimiderend gebruik worden beschuldigd. Op de faculteit van Rechtswetenschap in Leiden kwam onlangs hoogleraar Andreas Kinniging in het nieuws omdat hij een onveilige situatie voor studenten zou hebben gecreëerd en zich niet aan de gedragscode zou hebben gehouden. NRC berichtte erover. In deze methode van onderwijs van deze individuele docent kan ook het principe van ‘afbreken en opbouwen’ gezien worden. Ook speelt mee dat Kinneging in een rechtse enclave binnen een niet-rechtse omgeving opereert. Het verschil met kunstacademies is dat dit een uitzondering is en dat na klachten van studenten het college van bestuur van de Universiteit Leiden Kinniging tot de orde heeft geroepen.

Al met al lijkt dat principe van ‘afbreken en opbouwen’ bij kunstacademies niet zozeer een doordacht didactisch instrument dat dient om kunstenaars uit ruw materiaal te scheppen zoals in oude legendes de mens uit een vormeloze hoop klei wordt gevormd en weerstand mee te geven om zich in een beroepspraktijk te handhaven, maar is het eerder een gevolg van een falend beleid om goed kunstvakonderwijs te bieden. Het principe van ‘afbreken en opbouwen’ en de claim op een bijzondere positie voor kunstvakstudenten getuigt van zelfoverschatting en een misvormde identiteit van het kunstvakonderwijs. Het is een sprong in het niets met slechts een oorzaak: de kwaliteit in docenten, organisatie en toezicht is ondermaats.

Kunst als halffabrikaat voor persoonlijke ontwikkeling: de ‘Art Based Learning’-methodiek

Roumayne Schepers heeft een bedrijf Leren Van Kunst. Ze neemt individuen of groepen mee naar het museum. In een artikel in De Telegraaf licht Schepers haar bedrijf en de achtergrond van haar bedrijf en haarzelf toe. Enkele citaten: ‘Door langere tijd naar hetzelfde kunstwerk te kijken, stimuleer je je associërend en verbeeldend vermogen en zo ontstaan nieuwe ideeën en inzichten’, ‘Het doel is om inzichten te krijgen en de creativiteit te stimuleren. Vaak weten mensen theoretisch het antwoord op hun vraag wel, maar voelen ze het nog niet.’ en ‘Als je het verhaal achter het werk kent, dan kan dat belemmerend werken. Ken je het niet, kom je eerder bij je eigen creativiteit.’ Wat dat betekent ‘eerder bij je creativiteit komen’ legt Schepers niet uit.

Schepers heeft geen kunstachtergrond of is opgeleid in een kunstvak of heeft zich gespecialiseerd in kunsteducatie. Ze zegt na haar studie farmacie twaalf jaar op de kwaliteitsafdeling van een grote apotheker gewerkt te hebben. Daar miste ze creativiteit, zo zegt ze. Toen ze een deeltijdstudie aan de fotoacademie volgde had ze naar eigen zeggen in het derde jaar ‘een creatieve blokkade’. Ze kreeg toen het advies van een docent om zich ‘te laten inspireren in een museum’. Daar hoorde ze van de Art Based Learning-methodiek die ze nu toepast in haar bedrijf. Dat is een methode die door Jeroen Lutters is ontwikkeld. Hij is lector kunst- en cultuureducatie bij ArtEZ en is gepromoveerd bij literatuurwetenschapper en narratologe Mieke Bal. De focalisatietheorie die Bal mede heeft ontwikkeld en een onderscheid aanbrengt tussen verteller en focalisator, ofwel de verwoorder van de visie, lijkt als model ten grondlag te liggen aan de Art Based Learning-methodiek.

De methodiek krijgt positieve kritieken en lijkt zonder nadelen te zijn. De vraag is of dat goed doordacht is of dat het debat erover nog moet beginnen. Hier legt Astrid Rass de vier stappen van Art Based Learning uit. NRC-columniste Clarice Gargard die in Museum Voorlinden deelnam aan een Art Based Learning-sessie van Schepers bedrijf Leren Van Kunst maakt in de titel van haar column duidelijk waar het bij deze methode om gaat: ‘Hoe kunst kan helpen om onszelf te verstaan.’ Dat lijkt tevens het grootste bezwaar van de methodiek, namelijk dat het kunst op een gerichte wijze inzet voor de eigen persoonlijke ontwikkeling waarbij kunst als kunst buiten beeld raakt. Rass omschrijft dat zo: ‘onderwijs ook als middel voor het vormgeven van de eigen identiteit.’ Al lang wordt aan kunst deze functie toegedicht. Zo wordt vaak beweerd dat het lezen en doorgronden van romans de empathie van de lezer kan helpen ontwikkelen. Maar dat is wat anders dan kunst tot onderdeel maken van een methode die dient om de persoonlijke ontwikkeling of de vormgeving van de eigen identiteit te dienen. Dan wordt kunst tot een halffabrikaat waarbij het niet om de kunst draait, maar waar kunst met verlies van haar functies dienstbaar en ondergeschikt aan een ander doel wordt gemaakt. Hoe zinvol de methodiek van Art Based Learning ook is. Daarnaast wordt kunst in een extra commercieel frame gedrongen. Een sessie van 2 uur persoonlijke begeleiding bij Leren Van Kunst kost 180 euro per persoon.

Foto: Schermafbeelding van deel van site Leren Van Kunst, het bedrijf van Roumayne Schepers dat de Art Based Learning-methodiek van Jeroen Lutters in musea toepast.

ArtEZ weet wat cultureel ondernemen is. Maar weet het ook wat kunst is?

artez

Een tweet van Nelle Boer: ‘Mijn oude academie, , vraagt 200 euro aan alumni voor een cursus cultureel ondernemen’. Nee, een kunstenaar is geen ondernemer. Stel je voor. En een kunstacademie is geen opleiding voor ondernemers. Maar deze beroepsvariant is wel populair bij directeuren.

ArtEZ grossiert in cliché’s. Dat is een teken van lui denken. Het gebrek aan intellectuele kracht en onderscheidingsvermogen om hoofd- van de bijzaken te onderscheiden bij deze opleiding dringt zich op. Neem nou bovenstaande schermafbeelding over Broedplaatsen. Het ronkt van zelfpromotie waardoor de feiten ingekleurd worden met emotie. Het doet pijn aan de ogen. Van het gebruik van het woord ‘Broedplaatsen’ dat nietszeggend is tot en met de pretentie (succesvol, expertlezingen, innovatieve karakter) iets bijzonders te bieden. In een echte broedplaats wordt het plan ontwikkeld voor de opstand. In de broedplaats van ArtEZ wordt het omgekeerde nagestreefd: het leren van inschikkelijkheid aan de bestaande orde en de markt.

Onderwijs denkt zich aan de markt te moeten verkopen. Dat daartoe marketing nodig is hoort er blijkbaar bij. Het misverstand is dat het hier om (autonome) kunst gaat. Want kunst ontregelt, scherpt aan, zet aan tot denken en biedt schoonheid. Het omgekeerde van wat ArtEZ biedt. Bij de Broedplaats van ArtEZ gaat het om toegepaste kunst die al bij voorbaat ingepast is door het denken dat de studenten opgelegd wordt. Het mag, en is wellicht door allerlei omstandigheden onvermijdelijk. Maar noem het geen kunst. Want dat is het niet.

Gebruik van kunst als middel is niet uniek voor onderwijs. Ook de politiek maakt er graag goede sier mee.
Kunst straalt immers zo lekker af. Als het maar niet gevaarlijk wordt, geen eigenstandige positie inneemt en  ingepast wordt. Kunst moet getemd worden en geen praatjes hebben. Niet alleen dienen de scherpe kantjes afgevijld te worden, maar juist de kern ervan moet gesmoord worden. Van kunsthaters uit de PVV of de VVD kan dat nog begrepen worden. Ze zijn oprecht in hun afkeer. Maar dat kunstopleidingen onder het mom van ‘cultureel ondernemen’ zich opstellen als het verlengde van de industrie is onverteerbaar. Noem wat het is: toelevering. Noem het geen kunst. Want dat schept onnodige misverstanden over de betekenis van kunst.

Foto: Schermafbeelding van ‘Broedplaatsen’ van ArtEZ hogeschool voor de kunsten.

Nelle Boer zoekt leugen en prikt met Nizar Moubarit media door

Nizar Mourabit blijkt een verzonnen identiteit van kunstenaar Nelle Boer. In een posting noemde ik hem naar aanleiding van een stuk in Het Parool op 15 september 2014 ‘Politicoloog, columnist, beeldend kunstenaar en schrijver’ zoals hij zich presenteerde. Politicoloog is gelogen. Boer is een professioneel kunstenaar opgeleid aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten en opiniemaker. De Correspondent gaat op de kwestie in.

De etniciteit van Mourabit is niet waarom het zou moeten gaan. Zijn opinie wel. Curieus genoeg relativeert nu Boer met zijn onthulling zijn opinies die verschrompelen tot middel. In een dubbele beweging bevestigt Boer het ‘Marokkanenprobleem’ door het te ontkennen. Met zijn kunstenaarschap gaat-ie er voor staan. Als de goochelaar die popelt om zijn truc uit te leggen of Hitchcocks MacGuffin. Volgens GroenLinks en publicist Frank Bovenkerk bestaat er geen ‘Marokkanenprobleem’ omdat deze etikettering individuen opsluit in de groep. Een juiste nuancering. ‘Alle Marokkanen zijn in de ogen van Nederlanders moslim, ontdekte Mourabit dus. Maar ook: geen Nederlander.’ zegt Boer in De Correspondent. Da’s een persoonlijke mening van Boer die nog maar eens goed aangetoond moet worden en op zijn minst een generalisatie genoemd kan worden.

Boer personifieert verder door in het YouTube-filmpje iedereen te bedanken ‘die in Nizar geloofde’. Hij toont vooral de vluchtigheid van de (sociale) media aan. Ook gevestigde media presenteren opinies of aannames steeds vaker als feit. Het aantonen van deze ondraaglijke oppervlakkigheid van de gevestigde media is de verdienste van Nelle Boer. Zijn presentatie als Nederlandse-Marokkaan is slechts een middel om dat aan te tonen. De Correspondent zegt het zo: ‘(..) de druk om snel en veel te publiceren gaat ten koste van de zorgvuldigheid en het natrekken van een verhaal. Mourabit werd nagenoeg overal zonder veel vragen aan een podium geholpen. Ook opvallend is het sneeuwbaleffect: iedere redactie viel daarbij terug op de autoriteit van degenen die hem eerder een platform gaven. Media volgen elkaar in die zin vaak blindelings.’ Boer bedankt.

11366-2a

Foto: Nelle Boer, ‘De Nederlandse vrijheid van meningsuiting‘, Stedelijk Museum Zwolle, 2014. Credits: Nelle Boer