Pleidooi voor samenwerking tussen OCW, EYE Filmmuseum, universiteiten en publieke omroep om waardevol visueel cultureel erfgoed te ontsluiten en binnen bereik van Nederlands publiek te brengen

Deel van het script van de reisfilm ‘Carribean Dutch Treat‘ (1963) van Lisa Chickering en Jeanne Porterfield in de ‘Lisa Chickering and Jeanne Porterfield collection, 1954-2015‘ van de Smithsonian Institution in Washington DC.

Film is ook cultureel erfgoed. Dat wordt door de Nederlandse publieke omroep niet beseft. Of in elk geval niet voldoende genoeg om in actie te komen en buiten vaste, gebruikelijke denkkaders te gaan. Dat moet anders en kan beter.

Het is merkwaardig dat er geen enkele publieke omroep is die een rubriek of kanaal heeft of heeft gehad om voor Nederland waardevolle films en televisieproducties te ontsluiten en uit te zenden. Cultureel erfgoed dus. Ook de NTR, VPRO en HUMAN doen dit niet, hebben dit gedaan of hebben de ambitie dit te gaan doen.

Het is ook geen makkelijke taak in verband met rechten, verdwenen of moeilijk te vinden films en vaak het ontbreken van kwalitatief goede producties. Maar het is ook uitdaging om die op te sporen. Het schrijnende is dat het door de Nederlandse publieke omroep niet eens wordt geprobeerd. De ambitie ontbreekt. Het budget ontbreekt of liever gezegd het budget is wel aanwezig, maar wordt hier niet voor aangewend.

Zo laat de Nederlandse publieke omroep zich kennen als een organisatie zonder historisch geheugen en zonder wil om het publiek in aanraking te brengen met voor Nederlanders belangrijk filmerfgoed. Dat werkt door in een publiek dat onvoldoende op de hoogte wordt gehouden van het visuele culturele erfgoed van Nederland. Dat kunnen Nederlandse producties zijn of internationale producties over een Nederland onderwerp.

Het lijkt niet dat de kennis ontbreekt. Bij Eye Filmmuseum en studierichtingen Filmerfgoed en digitale filmcultuur, Film- en televisiewetenschap/Media, Art and Performance Studies of Art and Visual Culture bij respectievelijk universiteiten in Amsterdam, Utrecht en Nijmegen is voldoende expertise aanwezig.

Dat er op dit gebied niks van de grond komt omdat er geen samenwerking is en de opzet er niet op gericht is om voor Nederlanders waardevol filmerfgoed voor een breed publiek te ontsluiten. Waar het aan ontbreekt is coördinatie en een coördinator of intendant die de kar trekt.

Waar het aan ontbreekt is een programma waarin publieke omroep, Eye Filmmuseum en universiteiten met faculteiten die gericht zijn op of raken aan filmerfgoed samenwerken met als doel om gezamenlijk het voor Nederlanders belangrijke visuele culturele erfgoed te ontsluiten en binnen het bereik van een breed publiek te brengen. Het ministerie van OCW zou het voortouw moeten nemen en genoemde betrokkenen bij elkaar moeten roepen.

Omdat internationale zoektochten naar belangrijk visueel cultureel erfgoed lastig zijn en archieven niet altijd Engelstalig zijn zou er samenwerking gezocht kunnen worden met Russische, Chinese, Japanse of andere taal- en cultuurstudies aan Nederlandse universiteiten. Deze taalstudenten zouden in het kader van een stage inventariserend voorwerk kunnen verrichten door systematisch internationale digitale collecties door te pluizen.

De aanleiding voor bovenstaand pleidooi is het feit dat ik zoekend in het archief van het Amerikaanse Smithsonian Institution in Washington DC stuitte op de Lisa Chickering and Jeanne Porterfield collection. Deze twee documentaire filmmakers hebben in 1963 de reisfilm Carribean Dutch Treat uitgebracht die ze begin jaren 1960 draaiden. Uit het script blijkt dat alle zes de Antilliaanse eilanden die deel uitmaken van het Koninkrijk Nederland evenals Suriname in de film aan bod komen.

Guide to the Lisa Chickering and Jeanne Porterfield collection, 1954-2015.

Uit de documentatie blijkt dat er onder meer een DVD dateert die rond 2015 is gemaakt. Of die van goede kwaliteit is en of de reisfilm Carribean Dutch Treat van deze twee Amerikaanse filmmakers interessant is voor een Nederlands publiek of vooral een Amerikaans perspectief toont valt van een afstand niet te beantwoorden. Als de integrale film niet interessant genoeg is, dan zijn wellicht bepaalde delen ervan wel de moeite waard voor een Nederlands publiek.

Opvallend is dat in het script in de episode over Suriname het woord ‘negroes‘ op enkele plaatsen is doorgestreept. Zegt dat vooral iets over de rassenkwestie en de veranderingen in de VS van begin jaren 1960? Zo’n vraag zou in een interdisciplinair project dat als opzet heeft om een breed Nederlands publiek kennis te laten maken met voor hen belangrijk cultureel erfgoed als academische bijvangst beantwoord kunnen worden.

Deel van het script van de reisfilm ‘Carribean Dutch Treat‘ (1963) van Lisa Chickering en Jeanne Porterfield in de ‘Lisa Chickering and Jeanne Porterfield collection, 1954-2015‘ van de Smithsonian Institution in Washington DC.

Taner Akçam vindt origineel telegram dat planning Armeense genocide (1915) door Ottomaanse autoriteiten aantoont

Bewijzen stapelen zich op dat de Armeense genocide van 1915 van bovenaf werd georkestreerd. Dus door de leiders van het Ottomaanse Rijk. Dat bestond tot 1923 toen het nieuwe Turkije bij de Vrede van Lausanne de huidige grenzen kreeg. Filmmateriaal is ondersteunend bewijs. Opeenvolgende Turkse regeringen ontkennen de planning van de uitroeiing van Christenen en Armeniërs, inclusief islamitische Armeniërs. Dat heeft alles te maken met nationalisme en het principe van één land, één volk dat met terugwerkende kracht legitimiteit aan het hedendaagse Turkije zou geven. Want als het ontstaan uit het Ottomaanse Rijk belast is, dan slaat dat terug op de legitimiteit van het huidige Turkije. Turkse regeringen ontkennen niet het drama, de pogroms en moordpartijen, maar wel de welbewuste planning en etnische zuivering als een staatszaak van hogerhand.

Het wachten was op een ‘smoking gun’ van de volkerenmoord op de meer dan 1 miljoen Armeniërs om de tegenkantingen van de Turkse regeringen definitief te weerleggen. Volgens een artikel in The New York Times lijkt dat nu gevonden te zijn door de uitgeweken Turkse historicus en socioloog dr. Taner Akçam die aan het Strassler Center for Holocaust and Genocide Studies van de Clark University in Worcester, Massachusetts onderzoek doet naar de Armeense genocide. Het bewijs is een origineel telegram dat de medeplichtigheid van de Ottomaanse autoriteiten in de volkerenmoord bevestigt. Akçam heeft het opgedoken in een archief van het Armeense Patriarchaat van Jeruzalem. Doordat de originele documenten van de naoorlogse militaire tribunalen die de planners van de volkerenmoord hadden veroordeeld -nadien- nergens meer te vinden waren, konden Turkse regeringen de planning van de volkerenmoord ontkennen. Dr. Akçam noemt de vondst een aardbeving in zijn vakgebied. Hij hoopt dat het de laatste steen in de muur van de genocide-ontkenners verwijdert.