George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Apartheid

Schriftelijke vragen van de Haagse Partij van de Eenheid over ‘onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand’ staan niet geregistreerd

with 2 comments

In deze tweet van 18 april 2019 suggereert Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid in de Haagse gemeenteraad dat hij vragen stelt over de haalbaarheid van een ‘Halalstrand’. Zijn tekst die als datum 18 april heeft begint zo: ‘In overeenstemming met het Reglement van orde heeft de Partij van de Eenheid de volgende vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad’ waarna de zin abrupt eindigt en er vijf vragen volgen. Wat levert de invuloefening na ‘gemeenteraad‘ op? Heeft deze partij de vragen gesteld, niet gesteld, ingeslikt, ingediend of gedroomd? Uit het overzicht van de gemeente Den Haag (stand 23 april, 18.30 uur) blijkt de Partij van de Eenheid in de maand april geen enkele schriftelijke vraag gesteld te hebben. Dus evenmin over de haalbaarheid van het ‘Halalstrand’ waar de media uitgebreid aandacht aan hebben besteed. In welke vorm heeft Van Doorn zijn ‘Schriftelijke vragen’ ingediend bij de griffie als het niet als ‘Schriftelijke vragen’ is? Mijn inhoudelijke reactie op het ‘verzoek onderzoek naar haalbaarheid Halalstrand‘ van de Partij van de Eenheid:

Hoe zinvol is het om je af te zetten tegen ongepaste kleding van anderen in de publieke ruimte? Iedereen ergert zich wel ergens aan of voelt zich ergens wel eens onprettig bij: naakt, bedekt, frivool, zedig, boers, stedelijk, formeel, hip, hedendaags, ouderwets. Het gaat ver om daar gevolgen aan te verbinden en aan te sturen op maatregelen en verboden. Zo beredeneerd voelt iedereen zich wel onprettig bij een specifiek soort kleding en moet voor elke subgroep een uitzondering gemaakt worden.

Dat leidt tot een ingewikkelde, onwerkbare en onhaalbare herverkaveling van de publieke ruimte. Want hoe ziet Van Doorn dit in de praktijk voor ogen? Er zijn honderden religies met vaak strikte kledingvoorschriften. Hoe kan er een regeling getroffen worden die zowel deze gelovigen als de secularisten die gaan voor gelijkheid van religies en levensovertuigingen tevreden stelt? Dat is onmogelijk omdat de publieke ruimte niet tegelijk neutraal en niet-neutraal kan zijn.

Gelovigen hebben in theorie evenveel rechten binnen de Nederlandse rechtsstaat als iedereen. Niet meer en niet minder. Sinds de jaren ’70 (vdve) hebben maatschappelijke ontwikkelingen ervoor gezorgd dat de voorrechten van de christelijke gelovigen geleidelijk zijn afgenomen. Voor de duidelijkheid: hun voorrechten, niet hun rechten want die zijn gegarandeerd Dat is een gewenste beweging naar de optimalisering van de rechten van iedereen. Het voorstel van Van Doorn is in strijd met deze ontwikkeling en een stap terug in de tijd.

Wat Van Doorn zegt heeft te maken met de spanning tussen gemeenschap en individu. Er klinken stemmen die beweren dat de individualisering sinds de jaren ’90 (vdve) te ver is doorgeslagen ten koste van een gemeenschapsgevoel. Ieder voor zich. Het individu als los zand. Er klinken ook stemmen die zeggen dat gelovigen (vooral vrouwen) in bepaalde religieuze gemeenschappen gevangen worden gehouden en de gemeenschap verhindert dat ze hun individualiteit kunnen belijden. Het is allebei waar. Van Doorn denkt in groepen en gemeenschappen en zijn critici denken in individuen.

Gewenst is dat vooral vrouwen in Nederland niet langer in religies of levensbeschouwelijke systemen worden opgesloten en bevrijd worden. Tegelijk is het gewenst dat individuen die zich totaal van de gemeenschap afgekeerd hebben daarnaar terugkeren en zich weer gaan bekommeren om de samenleving die meer is dan geld, carrière en de eigen directe omgeving. Zodat ze hun maatschappelijke plichten niet langer verzaken.

Het is geven en nemen. Als mensen zich op eigen initiatief en uit eigen vrije wil willen afzonderen, dan moet daar niet moeilijk over worden gedaan. Dat moet soepel kunnen. Laat ze maar bij elkaar op het strand of in het park gaan zitten. Maar zoiets kan wettelijk niet met regelgeving opgelegd en afgedwongen worden zoals Van Doorn voorstelt. Dat gaat ook voorbij aan de emancipatie die belangrijker is dan de apartheid die hij nastreeft en die de emancipatie niet bevordert, maar juist blokkeert.

Foto: Tweet van Arnoud van Doorn (Partij van de Eenheid), 18 april 2019.

Advertenties

Belgische islampartij pleit voor gescheiden vervoer van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Wat is de zin achter die idioterie?

with 5 comments

In oktober 2018 zijn er in België gemeenteraadsverkiezingen. Ook de islamitische ‘Parti Islam Belgique’ loopt zich warm. Naar verluidt doet het in ten minste 28 Brusselse en Waalse gemeenten mee. Het programmapunt dat de Belgische media in vuur en vlam zet is de verplichte scheiding van mannen en vrouwen in het openbaar vervoer. Dat is pikant omdat een accent van de emancipatiestrijd van Afro-Amerikanen lag op het beëindigen van het gescheiden reizen in bussen. Dat eindigde in 1956. Door de moord 50 jaar geleden op Dr. King zijn de emancipatiestrijd en de strijd tegen racisme weer prominent in het nieuws. Gescheiden reizen, nu niet volgens ras maar volgens sekse, in openbaar vervoer zet de klok meer dan 60 jaar terug. Het is echter een onhaalbaar standpunt dat slechts bedoeld lijkt om de bekendheid van de partij in de publiciteit te vergroten en een achterban van ultra-conservatieve moslims te binden. Dat is gelukt. Vooral Vlaamse politici merken op dat dat voornemen in strijd met de grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is.

Mijn reactie op de FB-pagina van de Parti Islam Belgique (vertaald): ‘Haat leidt inderdaad alleen maar tot verlies. Daarom is in België een partij die verdeling tussen mannen en vrouwen bevordert en mensenrechten schendt, contraproductief. Het resultaat van uw opvattingen is dat de islam wordt belasterd en moslims belachelijk worden gemaakt. Uw partij lijkt op een satirische tv-show die probeert te bewijzen dat moslims idioten, onwetend en antidemocratisch zijn. U lijkt goed te slagen in uw missie.’ De mensen achter de Parti Islam Belgique zijn politieke spookrijders die dankzij de steun van conservatieve moslims wellicht enkele zetels kunnen halen. Meer dan de twee die de partij in 2014 kreeg. Maar het neveneffect is groter. Bij het brede publiek wordt het beeld bekrachtigd van een onverdraagzame en achterlijke islam die niet verenigbaar is met democratie en de nationale rechtsstaat. Zoals een andere commentator zegt, de partij vergroot het gevoel van afwijzing en vijandigheid tegenover de islamgemeenschap. In dit geval lijkt dat gevoel terecht.

Foto: Schermafbeelding van posting met reacties op FB-pagina van de Parti Islam Belgique, 4 april 2018.

Petitie ‘Het creëeren van stilteruimte op Haagse Hogeschool’ is een slecht idee. Hoofddoek vs. vergiet, hipsterbaard vs. vlasbaardje?

leave a comment »

Met de wetmatigheid waarmee in de herfst bladeren van bomen vallen, in de lente de krokussen bloeien en in de zomer de kraaien van het dak vallen, doen moslimstudenten aan Nederlandse hogescholen verzoeken voor een gebedsruimte op hun school. Zoals een recente petitie van moslimstudenten aan de Haagse Hogeschool.

Over een zelfde soort petitie bij dezelfde hogeschool in 2016 schreef ik in een commentaar het volgende: ‘Het verzoek om een gebedsruimte (verhullend stilteruimte genoemd) voor ‘religieuze studenten’ in te richten op een openbare, niet-bijzondere onderwijsinstelling is een slecht idee. Het komt niet uit de lucht vallen, zie hier en hier. Dat het hier een verzoek van islamitische studenten betreft is zeer waarschijnlijk. Het is niet aan de Haagse Hogeschool om ‘religieuze studenten’ een gebedsruimte te bieden. Dan is het einde zoek, want waarom onderscheid maken tussen ‘religieuze studenten’ en andersdenkenden? En wie beslist welke groep op welke tijdstip de gebedsruimte mag gebruiken? Want er zijn honderden religies of religieuze stromingen. Het wordt knap ingewikkeld om dat eerlijk te verdelen. En waarom vraagt deze petitie alleen om een gebedsruimte voor ‘religieuze studenten’ en niet om een ruimte voor humanistische, atheïstische of nihilistische studenten? Want ‘religieuze studenten’ zullen toch niet van zichzelf denken dat ze extra rechten hebben?

Tekenend is het perspectief van de moslimstudenten in een Update bij deze eerdere petitie van april 2016: ‘Zijn er studenten die geen geloof belijden en hebben ze vragen? Dan kunnen ze gerust langskomen!’ Dat is een verhulde oproep tot evangelisatie. Want van ‘studenten die geen geloof belijden’ wordt verondersteld dat ze vragen kunnen hebben die ze in de gebedsruimte kunnen stellen. Maar vragen waarover dan, toch niet over de leer van de islam? Dan wordt een gebedsruimte echt tot een evangelisatieruimte. Hoe dan ook zet dit de ‘studenten die geen geloof belijden’ apart en verdeelt het verzoek tot een gebedsruimte de gemeenschap van studenten aan deze hogeschool. De Update geeft duidelijk aan dat de moslimstudenten de gebedsruimte uitsluitend bedoelen voor religieuze studenten en niet voor studenten met andere levensovertuigingen. Zo wordt de gebedsruimte niet eerlijk en proportioneel verdeeld onder de studenten. Het risico is aannemelijk dat de best georganiseerde en meest gedreven groep de gebedsruimte claimt en in de praktijk gaat besturen.

De verbolgen en hoge toon van de moslimstudenten over hun ‘gebedskleden’ die in opdracht van het bestuur door de beveiliging zijn weggehaald spreekt boekdelen. Het einde aan de neutraliteit is zoek als studenten van allerlei verschillende levensovertuigingen en religies op school hun eigen plek gaan opeisen. Ook nog eens in dezelfde gebedsruimte. Tot en met de studenten die met hun vergiet op daar willen bidden volgens de regels van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster. Dan ligt er een confrontatie tussen vergieten en hoofddoeken, hipsterbaarden en vlasbaardjes op de loer. Het is begrijpelijk dat een schoolbestuur dat niet wil.

Overigens betreft het hier geen religieuze of islamitische hogeschool, maar een openbare hogeschool. De petitie mist de essentie, namelijk dat een openbare school niet bedoeld is om herverkaveld te worden tussen religies, maar neutraal moet zijn. Inrichting van een gebedsruimte staat haaks op dat neutraliteitsbeginsel.

Niets let islamstudenten of andere religieuze studenten om buiten collegetijd en buiten school te bidden. En in hun beleving tot hun God, Spaghettimonster of Hogere Macht te komen. Zodat vermeden wordt dat ze medestudenten sociaal onder druk zetten om volgens hun regels gebruik te maken van de gebedsruimte of die juist de toegang ontzeggen als het onwelkome stromingen binnen de islam betreft (Alavieten, Ahmadiyya).

Vrijheid van godsdienst is een kostbaar goed en moet verdedigd worden. Iedereen is vrij om een religie of levensovertuiging naar eigen keuze te kiezen en daar weer afstand van te nemen. Studenten die zich afficheren als islamstudenten en daar medestudenten mee confronteren geven een signaal van apartheid af. Ze zetten zich bewust apart. Islamisering van een semi-openbare ruimte als een hogeschool past niet bij een openbare hogeschool en bij het pluriforme Nederland met honderden religies en levensovertuigingen.

Foto: Schermafbeelding van anonieme petitieHet creëeren van stilteruimte op Haagse Hogeschool’ op Petities24.com, 18 maart 2018.

Wasserette in Maleisië was ‘slechts voor moslims’, maar die islamitische apartheid pikte de koninklijke familie niet

with one comment

Een hoop gedoe in Maleisië over de fundamentalistisch-islamitische prediker Zamihan Mat Zin die door een lid van de koninklijke familie Sultan Ibrahim Sultan Iskandar een leeg blik zonder hersenen wordt genoemd. De titel van het bericht in MalaysiaKini laat er geen misverstand over bestaat: ‘Royals trekken lijn in het zand over de islam’. Of: tegen de extreme islam. Zamihan lijkt te hebben ingebonden en zijn verontschuldigingen te hebben aangeboden vanwege zijn belediging van het koninklijk huis. Maar wordt die lijn niet te laat getrokken en hoe hebben extremistische moslims zover kunnen komen? Is het ministerie van Islamitische ontwikkeling JAKIM niet jarenlang veel te welwillend geweest voor de extremistische moslims? Een tendens in meerdere Oost-Aziatische landen. Nu is het de koninklijke familie die de multiculturele samenleving van Maleisië in bescherming neemt. Nederlanders kunnen het zich ongetwijfeld niet voorstellen, maar het multiculturalisme kan ook werken om de islam in te perken. En dat allemaal rond een wasserette ‘slechts voor moslims’.

Waarom verlaten leerlingen islamitische school As-Siddieq zaal bij dansoptreden? Hoe kan de overheid optreden tegen segregatie?

with 6 comments

De reacties op een incident tijdens de debatbattle met basisscholen ‘Discussiëren kun je leren‘ in De Balie in Amsterdam zijn uiteenlopend. Het Parool besteedt er in een bericht aandacht aan. Leerlingen van de islamitische school As-Siddieq verlieten tijdens muzikale intermezzo’s de zaal omdat ze ‘van hun geloof niet naar dans kijken en muziek [mogen] luisteren’, zo verklaarde een leerlinge. Kinderen van andere scholen met een islamitische achtergrond bleven tijdens de muzikale onderdelen in de zaal of dansten mee op het podium. Een deel van de islamitische kinderen meent dus dat kijken naar dans en luisteren naar muziek niet mag van hun geloof, terwijl een ander deel meent dat dat goed samengaat met een islamtisch geloof. Er is dus geen eensluidende islamitische opvatting over wat mag in verband met kijken naar dans en luisteren naar muziek.

Het Parool: ‘Natuurlijk, we hebben wel eens gehoord dat zang en dans niet passen binnen fundamentalistische interpretaties van de islam, maar gebeurt dat niet alleen in streng-gelovige landen? Was dit een vleugje Saoedi-Arabië in Amsterdam? Een bewijs van segregatie?’ De meningen van deskundigen die de krant peilt zijn overwegend afwijzend in de vorm van segregatie die de leiding van de islamitische basisschool As-Siddieq hun leerlingen oplegt. Organisator van het debat Chantal Deken zegt dat ze in overleg met de school tot deze oplossing ­was gekomen ‘die geen afbreuk doet aan de inhoud van het programma’. Maar het is de vraag of de segregatie de leerlingen van As-Siddieq dient en of een organisatie daar aan mee moet werken.

VVD-raadslid Samira Bouchibti vindt het niet normaal wat er gebeurd is: ‘Deze school sluit zich af. Zo ontstaat een enclave in de samenleving. We moeten normen stellen. Ik ga hierover vragen stellen aan het college. De gemeente moet in gesprek met deze scholen.’ Wethouder Onderwijs Simone Kukenheim (D66) zegt: ‘De gemeente gaat het gesprek aan met alle scholen in de stad. En dan vragen wij ook door.’ Maar welke sancties de overheid heeft om scholen die zich afsluiten bij de les te trekken en de leerlingen van die scholen te onttrekken aan het gezag van fundamentalistische ouders of schoolbesturen is ongewis. De uitspraak dat ‘de gemeente in gesprek blijft met deze scholen’, klinkt defensief en verre van krachtdadig en initiatiefrijk.

Woordvoerder Jamila Zemouri van de Stichting ­Islamitische Scholen ­Amsterdam waar As-Siddieq toe behoort meent dat van segregatie geen sprake is omdat de school er ‘juist voor gekozen heeft om wel deel te nemen aan het debat’. Zemouri: ‘Muziek is niet verboden in de islam, maar meestal doen ­jongens en meisjes dit gescheiden. Wij bereiden onze leerlingen voor om deel uit te maken van de samenleving en het is de keuze van het kind wat het wel en niet doet.’ Deze uitspraak suggereert dat de school de verantwoordelijkheid bij de leerlingen legt en dat de schoolleiding de leerlingen vrijlaat in hun keuze. Het valt moeilijk in te zien hoe deze bewering klopt over kinderen van maximaal 12 jaar oud. Wat Zemouri precies bedoelt met de uitspraak dat ‘jongens en meisjes muziek gescheiden’ doen is de vraag. Deze verklaring maakt het er eerder kwalijker op dan het al leek. Er lijkt sprake van een dubbele apartheid. Namelijk die tussen jongens en meisjes binnen de islam en tussen islamitische scholen en niet-islamitische scholen. De uitleg van As-Siddieq klinkt zonderling.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelLeerlingen islamitische school verlaten zaal bij dansoptreden’ van Michiel Couzy in Het Parool, 15 april 2017.

Gülenbeweging in Nederland moet worden getolereerd. Maar is een conservatieve, islamitische invloed die weinig waardering verdient

leave a comment »

51desabriacar

Het is niet redelijk om de islam de schuld te geven van de wreedheden van de gewelddadige radicalen. Maar wanneer terroristen claimen uit naam van de islam te handelen, dan dragen ze die identiteit – zij het alleen in naam. Daarom moeten gelovigen er alles aan doen om te voorkomen dat dit kankergezwel zich uitzaait binnen onze gemeenschappen. Doen we dat niet, dan zullen we medeverantwoordelijk zijn voor het besmeurde imago van ons geloof.’ Aldus de vertaling door WijBlijvenHier! van een opiniestuk van 27 augustus 2015 in The Wall Street Journal van de in de VS wonende Turkse politicus en islamprediker Fethullah Gülen.

Dit fragment verklaart enkele misverstanden. 1) Terroristen die zeggen uit naam van de islam te handelen doen dit ook daadwerkelijk; die claim kan hun niet ontnomen worden. 2) Gülen verwijst naar IS; hij ging hiermee in tegen president Erdogan van wie wordt gesuggereerd dat hij IS de hand boven het hoofd hield als tegenwicht van Koerdische ambities om een eigen staat te stichten. 3) Gülen profileert zich als gematigd moslim die inzet op onderwijs en modernisering; net als Tariq Ramadan brengt Gülen de moderniteit naar de islam, maar niet de islam naar de moderniteit. Dat houdt in dat hij moslims apart wil houden.

Moslimpredikers als Gülen en Ramadan meten zich een modern image aan, maar zijn conservatieve denkers die opteren voor apartheid van hun gelovigen. Ook in Nederland is de Gülenbeweging (Hizmet) actief. Het wordt al jarenlang beschuldigd van islamisering. Onder het mom van wereldburgerschap, interculturaliteit en interreligieusiteit wordt dat verhuld. Het is volgens critici een controversiële, streng-islamitische beweging die mannen boven vrouwen stelt en homoseksualiteit verwerpt. Het Rotterdamse raadslid Anita Fähmel (Leefbaar Rotterdam) concludeerde begin 2009 in een rapport dat de Gülenbeweging islamitisch-fundamentalistisch is. De geslotenheid maakt toetsing lastig en controle onmogelijk.

Eind december 2010 nam toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Piet Hein Donner (CDA) het in een overleg in de Tweede Kamer op voor de beweging na aanvallen van SP en PVV. De Fethullah Gülen-organisatie presenteerde het op haar site. De Turks-Nederlandse SP’er Sadet Karabulat probeert al jaren om de overheidssubsidie voor deze in haar ogen crypto-islamistische beweging terug te draaien. Ze kwam niet langs de coalitie van christenen en gedogende seculieren die de waarschuwingen over de beweging negeerden.

Dit was in tijd dat in Amsterdam burgemeester Eberhard van der Laan afscheid nam van het idee van compenserende neutraliteit van zijn voorganger Job Cohen omdat het de scheiding van kerk en staat onaanvaardbaar ver oprekte. Religie werd door de toenmalige wetgevers gezien als een instrument dat via overheidssubsidies ingezet kon worden om sociale rust en cohesie te kopen. De aanname was dat gematigde religieuze stromingen de radicale stromingen de wind uit de zielen konden nemen. De inschatting was dat de Gülenbeweging gematigd was, hoewel dat door de geslotenheid en de verborgen agenda van de beweging niet te controleren was en uiteindelijk neerkwam op wensdenken van de toenmalige politieke klasse.

Het gedogen van de Gülenbeweging en de enthousiaste medewerking van de politieke elite in het CDA en de PvdA leidde desondanks tot kritiek. In opdracht van toenmalig minister Van der Laan lichtte moslim en islamwetenschapper Martin van Bruinessen de beweging door en kwam in december 2010 met een rapport dat constateerde dat het wel meeviel. Maar Van Bruinessen werd partijdigheid verweten, door onder andere  Elise Steilberg die in De Volkskrant schreef: ‘De grootste bron van zorg vormden steeds de zeer gesloten mono-ethische schoolinternaten, die onder geen enkel overheidstoezicht vallen en dat Minister Donner het geheel in orde vindt dat een instelling die zich naar buiten als seculier voordoet, in haar kern diep religieus is.’

Nu keert Erdogans bewind zich tegen de Gülenbeweging. In Turkije en daarbuiten. In een overgenomen beweging verandert een coup in een tegencoup. Met dead weight van Hizmet. Ongewenst is dat dit conflict naar Nederland overslaat. De ene islamitische beweging die de andere islamitische beweging wil vervolgen doet dat maar buiten de Nederlandse grenzen. Leden van Hizmet moeten nu geen krokodillentranen huilen en net doen alsof ze deel uitmaken van een moderne beweging die gaat voor democratie, rechtsstaat en openheid. In de jaren dat Erdogan en Gülen nog bondgenoten waren gaf het geen kik toen de seculiere oppositie werd vervolgd. De Gülenbeweging zal nu ook voor de naïeve delen van de Nederlandse politiek de onschuld voorgoed voorbij zijn. Het wordt getolereerd, maar hoeft niet meer op enig privilege te rekenen.

Foto: Turks worstelen, 1979.

Gemeentebestuur Rotterdam neemt in antwoorden op raadsvragen geen verantwoordelijkheid voor het Gergiev Festival

with 5 comments

gerg

Gemeenten doen soms aan buitenlandse politiek. Wie herinnert zich niet de initiatieven in de jaren ’80 tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika? Het IISG in een terugblik: ‘Hilversum liep in 1987 voorop, toen het niets meer van Shell wilde kopen; het besluit werd direct van hogerhand vernietigd. Maar tegen de verdrukking in groeide de stroom gemeentelijke initiatieven (..)’ Het was niet meer te stoppen. Maar als het lastig wordt en ze ter verantwoording worden geroepen verschuilen gemeenten zich achter het ministerie van Buitenlandse Zaken. Gemeenten maken zich groot als het makkelijk scoren is en maken zich klein als het lastig wordt.

Neem nou de raadsvragen die de Partij voor de Dieren in mei 2016 bij monde van Ruud van der Velden aan het Rotterdamse college stelde over het jaarlijkse Gergiev Festival. Mede naar aanleiding van dit commentaar. Nu is er antwoord van het Rotterdamse college, waarvan hierboven een schermafbeelding. Het Gergiev festival wordt in september 2016 in Rotterdam gehouden en ondervindt om politieke redenen steeds meer kritiek. Dirigent Gergiev is een politieke bondgenoot van president Putin. Hij laat zich inzetten binnen het Russische propaganda-apparaat. Zoals het recente optreden van Gergiev en zijn orkest in het Syrische Palmyra leert.

Valery Gergiev is dus meer dan een neutrale musicus die het alleen om zijn kunst te doen is. Wie Gergiev binnenhaalt, haalt ook zijn politieke voorkeuren binnen. Rotterdam biedt ook die een podium en een stempel van goedkeuring. Dat dient het Rotterdamse culturele, economische en politieke establishment terdege te beseffen. Het kan zichzelf wel voor de gek houden door net te doen alsof Gergiev geen propagandistisch uithangbord is voor het regime van president Putin, maar diep in het hart weet het dat hij dat wel is.

Het is de vraag of het gewenst is dat dit festival in Rotterdam wordt gehouden. Het minste dat verwacht kan worden is een stadsbreed debat bij inwoners en in de raad over de afweging hoe gewenst het is dat het Gergiev Festival met de gepolitiseerde Gergiev nog langer plaatsvindt in Rotterdam. Contractueel is het waarschijnlijk onmogelijk de editie 2016 te schrappen, maar voor de editie 2017 moet dat bespreekbaar zijn.

De Partij voor de Dieren vroeg het college in de vragen 6 en 7 hoe het de relatie tussen de van oorsprong Noord-Ossetische Valery Gergiev en president Vladimir Putin beoordeelt. Het antwoord van het college is ontluisterend in het niet willen nemen van enige verantwoordelijkheid: ‘De internationale activiteiten van Rotterdam zijn een afgeleide van (..) het buitenlandbeleid van de Nederlandse regering ten aanzien van het betreffende land. (..) Het Rotterdamse gemeentebestuur neemt hierin dus geen eigenstandig standpunt in, maar volgt met het uiten van zorgen een diplomatieke weg die past bij de positie van onze gemeente.’

Dit antwoord roept de vraag op hoe die diplomatieke weg eruitziet. Rotterdam zegt geen eigenstandig standpunt in te nemen, maar wel aan diplomatie te doen. Is dat niet in tegenspraak met elkaar? Het bedrijven van diplomatie houdt het innemen van standpunten in. Rotterdam geeft zelfs toe aan buitenlandse politiek te doen als het ontkent dit te doen. Met welk doel en op welke manier bedrijft het Rotterdamse bestuur diplomatie inzake het Gergiev Festival? Hoe moeten we ons dat voorstellen? Laat de chef van de afdeling Externe Betrekkingen & Kabinet namens het bestuur weten dat het zich zorgen maakt? Is dat het?

Om con brio te eindigen. Concertmeester Andrew Zaplatynsky antwoordde me in een reactie over de gewenstheid dat het Gergiev Festival in Rotterdam wordt gehouden op de openbare FB-pagina Arts Against Aggression: ‘The Rotterdam Philharmonic was my first symphony job …. many years ago. If I were still there, you can bet there would be a protest.’ Wie neemt het protest van Andrew Zaplatynsky over? Wie durft?

Foto: Schermafbeelding van deel van de antwoorden door het gemeentebestuur van Rotterdam op raadsvragen van de Partij voor de Dieren/ Ruud van der Velden.