George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Antropologie

John Szwed over de relatie tussen jazz en schilderkunst

leave a comment »

Een item voor de liefhebbers van jazz en schilderkunst, in het bijzonder bebop en moderne kunst. Emeritus hoogleraar John Szwed die heeft gepubliceerd over jazz, antropologie en Afro-Amerikaanse onderwerpen geeft zijn visie op de wisselwerking en wederzijdse beïnvloeding tussen de twee disciplines. Met in een hoofdrol twee van oorsprong Nederlandse schilders: Piet Mondriaan (na 21’30’’) die wordt gekoppeld aan de door-meanderende boogie woogie van de pianisten Albert Ammons, Meade Lux Lewis en Pete Johnson en aan Thelonious Monk, evenals Willem de Kooning (na 43’00’’) die wordt gekoppeld aan Robert Rauschenberg en Ornette Coleman. In Nederland zouden in zo’n lezing ongetwijfeld de namen Lucebert en Hugo Claus vallen.

Foto: Robert Ryman, Untitled (Orange Painting), 1955 en 1959. Collectie: MoMA New York.

Advertenties

Jean Rouch filmt in Afrika (1955). Maar welke realiteit toont hij?

with one comment

Spreken de beelden voor zich of toch niet? Accra, 1955. De Franse etnografische cineast en antropoloog Jean Rouch (1917-2004) draait Les maîtres fous. Hij probeert door de rituelen van de religieuze Hauka-beweging die over grenzen ontstond als reactie op het kolonialisme de effecten van dat kolonialisme te achterhalen. De vorm waarin hij dat giet werd bekend als Cinéma vérité. De verslaglegging zou ‘waar’ en onzichtbaar zijn.

Zijn het kolonialisme en de mensen erin in gelijke mate gek? Of: gestoord? Is de reactie van de Hauka-beweging op dat Europese kolonialisme nou kritiek of door in het frame van het kolonialisme te stappen toch uiteindelijk de omarming ervan? Rouch die 40 jaar in Afrika filmde kreeg lof en kritiek op z’n films. Hij hielp Afrika voor een Westers publiek ontsluiten, maar zou dat wel gedaan hebben met een Eurocentrische bril op.

Na het zien van Les maîtres fous resteert afstand en verwondering. Afrika is niet alleen een ander continent door de afstand in ruimte, maar in tijd blijkt 1955 ook een ander continent. De in Londen gevestigde Otolith Group benaderde in 2013 het kolonialisme op een journalistieke manier: door de documentaire ‘In the Year of the Quiet Sun’ en de tentoonstelling ‘Statecraft‘ die aan de hand van de vormgeving van postzegels de dekolonisatie laat zien. Zo’n zakelijke opstelling die het feit tartend presenteert als fetisj vermindert de valkuil van een betuttelend perpectief dat goedbedoeld is maar toch verkeerd uitpakt. Pioniers wacht achteraf kritiek.

35015348-ghana--circa-1957-a-stamp-printed-in-ghana-shows-standard-bearers-and-queen-elizabeth-ii-stamp-of-go

Foto: Postzegel van Gold Coast uit 1957 met overdruk ‘Ghana Independence 6th March 1957’.

Tegenbeweging met Occupy en Génération Identitaire zoekt een oplossing

with 2 comments

Joris Luyendijk heeft in zijn column BankingBlog in The Guardian een antropologische blik op de banksector. Interessant was zijn recente column: Occupy, the global brand. Op reis in Duitsland ontmoet-ie in Frankurt Thomas Werner die deel uitmaakt van Occupy Money. De vraag of Occupy een wereldmerk kan worden zoals Greenpeace staat erin centraal. In de reacties klinkt volop scepsis. Want zo’n Occupy zal de structuren niet veranderen. Zoals Greenpeace evenmin een paradigmaverandering voor het milieu heeft kunnen bereiken.

In de NRC verschijnt wekelijks een Nederlandse bewerking die losjes gebaseerd is op de Guardian-column. Deze week onder de titel : ‘Zou het kunnen, een rechtse Occupy?‘ Luyendijk beantwoordt de vraag niet, maar probeert zich serieus in de tegenbeweging te verplaatsen. Hij wisselt zijn zoektocht naar Occupy uit de Guardian-column in voor cynisme over het functioneren van de bankensector. Dat ook toezichthouders wegkoopt en ‘politici die het financiële kartel in stand houden, weten dat hun straks lucratieve posities wachten als bankier, ‘speciaal adviseur’, commissaris of bestuurder’. Hoe dat werkt bewees in een andere sector afgelopen week de voormalig nummer 2 van de PvdA Nebahat Albayrak die door Shell ingelijfd werd.

Door de vermenging van politiek en bedrijfsleven heeft dat laatste de belangen in dat eerste veilig gesteld. En is zo goed als ontastbaar geworden. Wat blijkt uit het uitblijven van structuurwijzigingen die het financiële kartel inperkt. Het conglomeraat van bankiers, politici, toezichthouders, accountants, journalisten en wetenschappers is een gesloten en in zichzelf gekeerde wereld waar de burgers niet toegelaten worden. Maar het conglomeraat wordt wel op kosten van die burger in stand gehouden. Hoe dat te doorbreken?

Gisteren schreef ik begrip te hebben voor Franse rechtse jongeren van de Génération Identitaire: ‘Dus in de maatschappijkritiek van de jongeren kan ik me vinden. (..). Interessant is dat die kritiek voor een groot deel identiek is met wat de Occupy-generatie, ‘mavericks’ als de Amerikaanse libertarier Ron Paul of echt onafhankelijke -niet pseudo-progressieve- critici en journalisten zeggen. Namelijk dat het individu wordt vermalen in de samenwerking tussen grote bedrijven en overheden. En dat dit door media nauwelijks wordt gemeld omdat ze tot onderdeel van de macht zijn gemaakt’. Luyendijk probeert zijn collega’s te corrigeren.

Het gaat bij het zoeken van een verklaring voor de malaise niet om immigranten of nationale identiteit. De bankier is de oorzaak van de crisis. En waar-ie voor staat in zijn onmaatschappelijkheid. In een omgeving die doorgaans even blank, westers en geïntegreerd is als de Identitaire Generatie zelf. Maar onnoemelijk lastiger te bestrijden valt dan een willekeurige immigrant. Maar de analyse klopt dat het belang van de burger is uitverkocht door de elite. Greenpeace of revolutie? Nu de oplossing nog. Die in ieder geval uit de marge komt.

Foto: Omslag van boek : ‘Eléments pour une contre-culture identitaire‘ van Philippe Vardon-Raybaud