Heilig geloven ontneemt ons het weten: Antoine Bodar

Altijd weer genieten als de geest van Antoine Bodar de goddelozen fileert. VK-Opinie geeft deze katholieke leidsman ter ere van Pasen de ruimte in het stuk Heilig weten ontneemt ons het geloof. De titel krijgt door de toevoeging ‘Heilig’ ironische lading. Bodar bereikt ermee dat heilig weten en heilig geloven gelijkgeschakeld worden. Da’s niet het eerste leugentje van de jokkebrokkende eerwaarde. Het wordt nog verwarrender. 

Bodar schrijft: Christenen verkondigen dat Christus uit de doden is opgestaan. (..) Hoe kunnen dan sceptici onder u, vaderlanders, weten dat verrijzenis van de doden niet bestaat? Als die niet zou bestaan, dan zou Jesus de Christus niet zijn opgestaan en dan zou onze prediking toen, tweeduizend jaar geleden, en nu nog steeds zinloos zijn en dus geloof in Christus waardeloos. Daarom blijft de verkondiging van Christus en Zijn verrijzenis. Die is noodzakelijk.

Bodar baseert zijn argumentatie uitsluitend op ondersteunend bewijs. Hij voert geen enkel direct bewijs aan voor de verrijzenis van Christus, maar speelt het via het geloof in de verrijzenis van Christus en de vermeende zin daarvan. Zijn redenering komt erop neer dat een klein aantal mensen voor korte tijd voor de gek gehouden kan worden. Maar dat veel mensen gedurende eeuwen niet bedrogen kunnen worden. Vanwege de grootte zou een godsdienst niet waardeloos kunnen zijn. Deze moral hazard van religie is een onzinnig argument.

Mensen leven in hun eigen werkelijkheid en ontlenen daar zin aan. Ze zijn pas in volle harmonie met hun activiteit als ze zichzelf via een omweg hiervoor kunnen belonen. Dat weifelt tussen weten en niet-weten omdat het naast de werkelijkheid kijken de natuurlijkheid van de activiteit vergroot. Die indirecte claim op vanzelfsprekendheid is deel van het plan. De diepte van de zin lijkt immens en van buiten te komen. Maar mensen leggen het er eerst zelf in. Precies wat Bodar doet met zijn religie.

Individuen hebben er behoefte aan om opgenomen te worden in een groter verhaal. Dat hoeft geen religie te zijn. Gamers kennen hun virtuele werkelijkheid die zwaarder weegt dan de echte werkelijkheid. Voor Second Life geldt hetzelfde. Kinderen geloven dat heksen op bezems vliegen en reuzen met zevenmijlslaarzen over de aarde denderen. Filmliefhebbers zien zombies uit hun graf opstaan of Chinese zwaardvechters door de lucht dansen. Door de kracht van het verhaal vergeten ze de montage.

Bodar opereert met zijn theologie in het domein van de sociale wetenschappen. Zijn maatschappijkritiek snijdt hout, maar is breder dan de positie van het Christendom. Bodar komt tot zijn kern: In tegenstelling tot agnosten (..) beweren veelal atheisten slechts beter na te denken dan gelovigen. In feite denken zij anders na en wensen  hun denken te beperken tot het verstand alleen – de leiding gevende faculteit van de mens, nochtans niet de enige. In dit kader moet herhaald worden dat het niet bestaan van God even onbewijsbaar is dan het wel bestaan van God. 

Opmerkelijk is dat Bodar agnosten voor hun twijfel aan het bestaan van God looft, maar voor atheisten in hun ontkenning geen goed woord over heeft. Paradox is dat gelovigen evenmin twijfelen maar toch gespaard blijven voor zijn hoon. Bodar vermengt doel en middelen. Zijn heilig doel heiligt alle middelen. Twijfelen aan God als constructie van de mens is hetzelfde als twijfelen aan het bestaan van de mensheid.

Als niet aan te tonen valt dat God buiten de mens bestaat, dan is het de verantwoordelijkheid van de gelovers in God om die onbewijsbaarheid toe te geven. De bewijslast ligt immers bij degenen die beweren dat God bestaat. Zoals ik en niet Bodar moet bewijzen dat er groene marsmannetjes bestaan als ik dat zou stellen. Bodar bouwt een kathedraal van argumenten, zadelt anderen op met zijn gebrekkige bewijsvoering en laat de kern, het mysterie buiten schot.

Foto: Jongens aan het bidden in Willibrorduskerk, Amsterdam, 15 september 1951 (C IISG)