George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Andreas Blühm

Thierry Baudet is niet oprecht in zijn kritiek op hedendaagse kunst. Rechtse media lusten pap van zijn kooigevecht tegen ‘de kunst’

with 7 comments

Het wordt vermoeiend en voorspelbaar. Thierry Baudet van het rechts-nationalistische Forum voor Democratie met adrenalinestoten in de versnelling. En rechtse media als DDS, TPO of De Telegraaf die van elke zucht van hem vervolgens verslag doen. Baudet raast door en laat zijn gesprekspartner niet aan het woord. Nu weer voor de EO-radio over hedendaagse kunst. Waarvan hij in een NRC-artikel  eerder heeft gezegd die af te wijzen omdat het ‘symptomen zijn van een ziekelijke afkeer van het thuis.’ Hij noemt het ‘moderne kunst’. Het gaat Baudet dus helemaal niet om de richting die de hedendaagse kunst neemt. Hij wijst op politieke gronden alle hedendaagse kunst af. Het zou eerlijk zijn als hij dat zei, maar dat zegt hij niet in het debat voor de EO-radio.

Wat Baudet zegt is aantoonbare onzin en toont z’n gebrek aan kennis van de moderne en hedendaagse kunst. Hij haalt alles door elkaar. Zijn verwijzing naar het abstracte expresssionisme of het abstract-expressionisme -de stroming van schilders als Jackson Pollock en Willem de Kooning- slaat de plank mis en toont juist het omgekeerde aan wat wat hij meent te zeggen. Die stroming is het juist te doen om de materie, de expressie van de verf en de kleur en heeft hoegenaamd niets te maken met verwijzingen naar de werkelijkheid.

Baudet heeft te weinig verstand van kunst om er samenhangend en verstandig over te kunnen praten. De steeds weer terugkerende fout van Baudet is niet zijn onkunde, maar zijn zelfoverschatting. Hij denkt zich niet te hoeven beperken, maar dat is een groot misverstand waarmee hij zichzelf telkens weer voor gek zet.

Daarnaast is het ongepast voor een partijpoliticus om zich onder verwijzing naar specifieke gevallen met de inhoud van kunst bezig te houden. Zoals het tentoonstellingsbeleid van musea. Een volksvertegenwoordiger moet zich verre van de inhoud van kunst houden en zich beperken tot het scheppen van de voorwaarden. Baudet is pas sinds kort volksvertegenwoordiger en moet blijkbaar nog wennen aan zijn nieuwe rol. Hij moet leren om zich niet te mengen in het inhoudelijk debat over wat passende kunst is. In zijn ogen. Daar hebben politici verre van te blijven. Ze gaan over politiek, maar niet over de inhoud van kunst. Of religie of de omroep.

Ieder zijn smaak. Realisten of fijnschilders als Wim Heldens, Henk Helmantel, Peter van Poppel of Rob de Lange zijn opgenomen in de collecties van Nederlandse musea en worden niet genegeerd zoals Baudet suggereert. Zo kocht het Groninger Museum in 2014 enkele werken van Helmantel. Veel getalenteerde conceptuele of post-postmodernistische kunstenaars krijgen trouwens evenmin grote tentoonstellingen of aankopen in Nederlandse kunstmusea. De middelen zijn nu eenmaal schaars. Niet in het minst door de invloed van de rechts-nationalistische partijen als VVD en PVV die sinds 2011 buitenproportioneel hebben gekort op het cultuurbudget. Met als direct gevolg dat kunstmusea nu moeten schipperen met hun middelen.

Kunst heeft een maatschappelijke functie en opereert vanuit die rol. Als kunst die rol niet inneemt is kunst geen kunst meer. Maar versiering of behang. Of onderdeel van staatspropaganda. Kunst scherpt aan en stelt het vanzelfsprekende ter discussie. Per definitie tornt kunst aan de gevestigde orde en spiegelt daar kritisch op. Net als religie stelt kunst vragen over het wezen, het bestaan, de werkelijkheid, de zin van het leven en de samenleving. Het is onzin om te veronderstellen dat kunst ‘links’ is en er geen ‘rechtse’ kunst bestaat. Kunst is niet links of rechts, maar schopt tegen het vanzelfsprekende. Of de gevestigde orde nou links of rechts is. Musea doen daar verslag van en bieden als bemiddelaar ruimte aan kunst die de eigen tijd weerspiegelt.

De sociaal-realistische kunst van de Sovjet-Unie die in de realistische vorm in de buurt komt van wat Baudet passende kunst vindt was links-conservatieve kunst die vanwege staatswege was bedoeld om de gevestigde, communistische orde te ondersteunen. Daardoor werd in de Sovjet-Unie de levendige en kwalitatief hoogstaande avant-garde in de vroege jaren’ 30 (vdve) wegens ‘formalisme’ door de opvolgers van Lenin in de ban gedaan. Dat betrof kunstenaars zoals Alexander Rodchenko, Vsevolod Meyerhold, Dziga Vertov of Kazimir Malevich. Zelfs iconen als Sergei Eisenstein of Dmitri Sjostakovitsj werden geknecht in hun artisticiteit.

Kunst die in dienst van de politiek staat en daar niet op kan en mag reageren is bloedeloos en kan niet de maatschappelijke rol van kunst spelen. Dat soort kunst wordt een bevestiging van de bestaande orde en is geknecht en gedomesticeerd. Kunst die ondergeschikt is aan de politiek, de bestaande orde of de geldende smaak van de burgerij is ten dode opgeschreven. Van de andere kant zouden politici die de lenigheid van geest missen om de maatschappelijke rol van kunst te accepteren moeten nadenken over hun eigen rol.

Foto: Schermafbeelding van nieuwsitem online De Telegraaf, 4 april 2017.

Advertenties

Groninger Museum koopt Helmantel. Met de Zeitgeist van Blühm

with 11 comments

Het Groninger Museum koopt voor de eigen collectie een schilderij van Henk Helmantel aan. Het wordt als een artistieke doorbraak gepresenteerd. Ook als correctie van de vorige directeuren Kees van Twist, Reyn van der Lugt en Frans Haks. Niet-Nederlander Andreas Blühm staat blijkbaar vrijer in de stammenstrijd tussen realisme en postmodernisme. Tussen lage en hoge kunst, zoals het cliché zegt. Dat opent perspectief voor kunstenaars die zich door hun lokale museum miskend voelen omdat ze vinden niet gezien te worden. Niet omdat ze naar eigen idee geen kwaliteit hebben, maar omdat ze tot de verkeerde stroming zouden behoren.

De tijd van het post-postmodernisme waarin wordt geciteerd, gekruist, vervormd, gesampled en geïntegreerd legt Andreas Blühm de aankoop van Helmantel op. Zoals andere tijden het zijn voorgangers verbood. Simpel. Museumdirecteuren hebben gewoon hun tijd te volgen. De beleidswijziging kondigde zich vorig jaar al aan:

Hoe gepast is kritiek op het Groninger Museum?

with 7 comments

Photo-collage-of-manipulated-film-stills-from-The-Man-Who-Fell-to-Earth-Film-stills-®-STUDIOCANAL-Films-Ltd-Image-®-VA-Images

Bert de Jonge is depotbeheerder bij het Groninger Museum. En zegt het jaarverslag 2012, ook logistiek planner. Werkzaam bij de afdeling Collecties. Tevens is-ie oud-voorzitter van de Ondernemingsraad. Vandaag verschijnen er perspublicaties die kritiek van De Jonge naar buiten brengen. Volgens hem dreigt het Groninger Museum de concurrentiestrijd met andere musea te verliezen door te weinig spraakmakende tentoonstellingen  te organiseren. Hij denkt dat het voor een buitenstaander niet duidelijk is wat nu de stijl is van het Groninger museum. ‘We hebben de afgelopen tijd te maken gehad met drie externe vormgevers’.

Het is nooit kies als in een organisatie een medewerker de vuile was buiten hangt. Nog minder ligt het voor de hand dat een depotbeheerder die werkzaam is bij Collecties dit doet. Met kritiek op de profilering van het museum en het tentoonstellingsprogramma. Toch de verantwoordelijkheid van de directie. Het naar buiten treden van De Jonge roept eerder vragen op over de interne organisatie bij het Groninger Museum, de bedrijfsvoering en de werksfeer bij het museum dan over de kritiek die Bert de Jonge naar buiten brengt.

Directeur Andreas Blühm reageert naar buiten toe terughoudend op De Jonge: ‘Er is altijd veel lof, maar ook veel kritiek’. Wat er klopt van de kritiek van Bert de Jonge is de vraag. Wat hij verstaat onder ‘spraakmakende tentoonstellingen waarmee de concurrentiestrijd aangegaan kan worden’ is verre van duidelijk. Doelt hij op publieksbereik of op inhoudelijke verdieping? Musea concentreren zich door de teruggelopen budgetten noodgedwongen op de eigen collectie. Da’s minder sexy dan Ilya Repin of Go China! Ze moesten medewerkers ontslaan. De tendens van op veilig spelen treft bijna de complete museumsector. Het is pas op de plaats en redden wat er te redden valt. Een deken van voorspelbaarheid en gebrek aan durf smoort nu het avontuur.

Het Groninger Museum trekt jaarlijks tegen de 200.000 bezoekers en neemt daarmee de plek in die het verdient. De nieuwsgierigheid naar het gebouw dat ooit aangejaagd werd door de toverkunsten van toenmalig directeur Frans Haks is geluwd. Onderzoek wijst uit dat het musea buiten de Randstad ontbreekt aan bezoekers. Het Groninger Museum is een goed museum in een uithoek van het land dat niet zijn oren moet laten hangen naar stemmen uit het verleden. Maar het kan zich evenmin onttrekken aan de tijdgeest.

Foto: David Bowie, Collage. Vanaf december 2015 is de tentoonstelling David Bowie is te zien in het Groninger Museum