Adam Kinzinger spreekt zich uit voor de democratie en tegen de Trumpiaanse complotdenkers en de verspreiding van desinformatie

De Republikeinse afgevaardigde in het Huis uit Illinois Adam Kinzinger is het tegendeel van een opportunist. Hij toont moed en ruggengraat. Hij verzet zich tegen de pogingen van president Trump en zijn medestanders om de presidentsverkiezingen te stelen. Weliswaar een actie van gekken, maar tragisch genoeg een actie die niet geheel kansloos is. Nog steeds niet.

Achterliggend bij Trump is dat hij psychologisch zijn verlies niet kan toegeven en na zijn aftreden overspoeld zal worden met rechtszaken die hem, zijn familie en zijn bedrijf hard zullen raken. Hem mogelijk in de gevangenis doet belanden. Want de bescherming die het presidentschap hem bood valt na 20 januari 2021 weg. Hij zet nu alle middelen in zoals dictators doen om aan de macht te blijven. Het gaat niet om politiek verlies, maar om de economische en publicitaire belangen die daaruit volgen. Het ontneemt hem het belangrijkste waar hij zijn imago op gebouwd heeft: beeldvorming door marketing. Zijn tegenstribbelen moet met het oog op het vervolg van zijn carrière in politiek of media gezien worden als een roep om aandacht en een claim op urgentie. Van een president die feitelijk uitgespeeld is en al maandenlang geen beleid meer uitvoert en de lopende zaken heeft verwaarloosd. Zoals de bestrijding van de COVID-19 pandemie. Nu nog verergerd door de verspreiding van de B117-variant.

Zoals Kinzinger opmerkt geloven de complotdenkers die Trump volgen in het ter discussie stellen van Bidens overwinning niet echt dat Trump gewonnen heeft, maar volgen ze hem om bij hem een wit voetje te halen dat ze onmisbaar achten voor de voortzetting van hun politieke loopbaan en om hun kas te spekken. Want Amerikaanse politiek wordt bepaald door fondsenwerving en het overtuigen van grote donors. Die uiteraard altijd een tegenprestatie eisen. Vandaar dat de Amerikaanse politiek vooral in de afgelopen 10 jaar (na de uitspraak Citizens United) zo is vervreemd van de gewone burger.

Trump heeft nog 19 dagen de macht en kan overmorgen (3 januari 2020: aanslag op generaal Qasem Soleimani) een oorlog tegen Iran beginnen of vanwege vermeend en door hemzelf georkestreerd straatgeweld de Insurrection Act of 1807 inroepen met inzet van militaire troepen. De burgerlijke top van het Pentagon heeft hij ontslagen en vervangen door medestanders. Ze staan tegenover de militaire top en het is maar net de vraag wat bij het uitroepen van een noodtoestand onder tijdsdruk het zwaarste weegt. De commandolijn of het gezond verstand. Dat bepaalt het succes van zijn staatsgreep.

Kinzinger wijst op het verspreiden van desinformatie die tot officiële plekken als parlementen doordringt en zo door de opportunistische gekken witgewassen wordt. Ook het onwetende publiek weet zo niet meer wat waar en onwaar is. Techgiganten Facebook, Twitter en Google doen veel te weinig om de stroom aan desinformatie te stoppen. Ze lopen geen spat harder dan de politiek van hen verlangt en willen niet alleen het falen van de berichtgeving op hun platformen niet volmondig erkennen, maar erkennen slechts mondjesmaat dat ze een journalistieke functie hebben die zorgvuldig handelen vereist.

Gevoegd bij een kwaadwillende factie binnen de Republikeinse partij heeft de giftige cocktail van breed verspreide desinformatie en het ontbreken van democratisch en ethisch besef bij grote delen van een belangrijke politieke partij een bittere smaak. Kinzinger hoopt op beterschap, maar tegen destructie van een onwelwillende minderheid binnen een politiek bestel valt lastig op te boksen. Het is duidelijk dat Kinzinger, die met Mitt Romney en Justin Amash een van de Republikeinen is die zich duidelijk uitspreekt tegen Trump, door hem op de korrel genomen wordt.  Nog 19 dagen doet dat ertoe.

De houdbaarheid van Rutte. Zonder overtuiging over wat verder gaat dan de portemonnee

Regeringsleiders hebben een houdbaarheidsdatum. Hoe bekwaam ze ook zijn. Na 12 jaar Ruud Lubbers die premier was van 1982 tot 1994 was Nederland zijn wolligheid en slimme oplossingen beu. Voor Wim Kok (1994-2002) gingen zijn afwachtende houding en zijn secondair reageren vervelen. Jan Pieter Balkenende (2002-2010) ging vooral tegenstaan door zijn taalgebruik dat te vaak in strijd was met de Nederlandse grammatica en zijn te opzichtig slaafse houding jegens wereldleiders. Nu zien de Nederlanders dagelijks Mark Rutte (2010- …) in de media. Hoelang gunnen zijn partijgenoten en medestanders hem nog de poleposition?

Elke premier past bij de tijdgeest. En wordt daar op afgerekend. Lubbers wist kundig het onverzoenbare te verzoenen, Kok door in wegkijken onoverbrugbare verschillen te overbruggen en Balkenende pareerde kritiek op ideologische emoties door zijn tijd als anti-politiek element door te komen. Van Rutte wordt gedacht dat hij met alle winden meewaait. Maar hij levert nooit financieel-economisch programmapunten voor zijn VVD-achterban in. Rutte is buigzaam in immateriële zaken omdat die voor hem wisselgeld zijn voor het materiële dat hij verdedigt. Geen wonder dat een belastinghervorming onder Rutte niet van de grond is gekomen.

Algemene uitspraken over vrijheid, gelijkheid, democratie en de hele rimram van immateriële waarden zijn in Rutte’s mond ongefundeerd en bodemloos omdat ze niks kosten. Dat is zijn logica. Gekozen selectiviteit, maar geen oppervlakkigheid. De houdbaarheid van Rutte is verlopen als een meerderheid van de Nederlanders inziet dat wat hij zegt niet iets is wat hij meent en waarvoor hij zegt te staan. Dan is het snel met hem gedaan. Zijn uitspraken over vrijheid, gelijkheid en democratie raken hem slechts als afgeleide van iets anders.

In vorm is Rutte de meester die de politiek beheerst. In inhoud is Rutte een hol vat dat reflecteert en spiegelt op wat anderen zeggen. Maar waar overtuiging ontbreekt over dat wat verder gaat dan de portemonnee.

Worden de ballen van Eliasson bij CS Rotterdam afgeschaald?

Jeroen Bosch van Trendbeheer is niet enthousiast over de plaatsing van de twee proefballonen van de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson op het stationsplein bij het Centraal Station van Rotterdam. Hij noemt het een ‘mediocer flutontwerp’ dat vooral in de weg staat. Facebook-pagina ‘Pleurt op met je ballen’ raadt Eliasson aan ervan af te zien: ‘Kijk, die politici van ons zijn niet de meest artistiek danwel architectonisch danwel kunstzinnag onderlegde club, met hen rekenen we bij de verkiezingen wel af. Maar jij gaat niet vrijuit’.

De video toont een proefopstelling die dient om de schaal te meten. Naam van het project is Kissing Earth en de kosten bedragen zoals De Volkskrant schrijft zeker 1 miljoen, mogelijk 1,5 miljoen euro. Het college van Rotterdam is bereid 5 ton bij te dragen, maar Leefbaar Rotterdam zegt nog niet volledig overtuigd te zijn.

Is het erg? Dat valt nog te bezien. Terughoudendheid past omdat er nog geen definitief ontwerp is. Formaat en exacte plek kunnen nog aangepast worden. Onduidelijk is daarom of het hier gaat om de verrommeling van de openbare ruimte waar landschapsarchitect Adriaan Geuze die lid is van de commissie De Bruin die over de plaatsing gaat voor waarschuwt. Verdere leden zijn: Cees de Bruin (voorzitter), Jaap Guldemond (hoofd tentoonstellingen EYE Film Instituut Nederland en voorzitter Sculpture International Rotterdam), Els van Odijk (directeur van de Rijksakademie) en Karel Schampers (voormalig directeur Frans Hals Museum).

Volgens Eliasson gaat Kissing Earth over de vraag ‘Hoe leggen we een verband tussen onze lokale omgeving en globale kwesties?’ Maar voor de critici lijkt het kunstwerk eerder te gaan over de vraag ‘Wat is het verband tussen een internationaal bekende kunstenaar en een lokaal stationsplein?’ waar het antwoord negatief op is. Probleem zoals vaker in Nederland is de procedure die het debat wegdrukt, vervangt en de burger het idee geeft buitengesloten te zijn bij besluiten over de ‘eigen’ publieke ruimte. Zodat zoals in Zomergasten Adriaan Geuze verwoordde een resultaat ontstaat dat niemand echt gewild heeft, maar wel binnen de procedure past.

De Amerikaanse democratie is er nog nooit zo slecht aan toe geweest. En is zeker geen voorbeeld voor Nederland

Cenk Uygur is geen fan van Barack Obama. In z’n analyse is sinds 1978 de rot in de Amerikaanse democratie gekomen. Toen geld van bedrijven een rol kon gaan spelen. En het bedrijfsleven de politiek overnam. Door het kopen van invloed en het omploegen van overheidsgeld en -opdrachten naar zichzelf. Echt fout ging het in de laatste jaren van president Clinton die de deur voor het bedrijfsleven door liberalisering wijd openzette. En de corruptie van de media mogelijk maakte. President Bush en Obama zetten dat beleid voort en accepteren de ongelijkheid in de Amerikaanse democratie. Ze doen er niks tegen. Vergelijkenderwijze zijn de presidenten Johnson en Nixon sociaal, mede onder druk van progressieven die zich toen nog krachtig uitspraken. Conclusie is dat de Amerikaanse democratie er nog nog zo slecht aan toe is geweest. Dat geeft te denken.

Iedere Nederlandse politicus of analist die voortaan nog praat over de gewenste Amerikanisering van de Nederlandse politiek, zou op bijscholingscursus gestuurd moeten worden. En bij herhaling verplicht naar een omscholingscursus om een andere baan te zoeken. Het tegen de plinten klotsen van bedrijfsgeld en de uiterlijkheden van de Amerikaanse politiek kunnen wellicht Nederlandse politici imponeren die niet verder denken. De keerzijde van deze dominantie van het bedrijfsleven is de uitgeklede functie van de democratie waar de ‘basis’ tot zwijgen is gebracht. Politiek die niet iedereen laat spreken en allen probeert ‘mee te nemen’ is belangenbehartiging van een elite geworden die de politiek gijzelt en los van de werkelijkheid staat.