Laten we vrijdenken en het publieke debat niet politiek correct afgrendelen. Daarmee beperken we uiteindelijk onze eigen vrijheid

Het is betrekkelijk ongemerkt gebleven in de recente beeldenstorm. Ook religieuze standbeelden zijn vernield.

Dat is ongewenst.

Ik kan me vinden in de uitleg van de gastheer van American Cholo die niks heeft met religie en meent dat het vernietigen van religieuze standbeelden over een grens gaat. Waarom dat trouwens anders is dan het vernietigen van niet-religieuze standbeelden is de vraag. Gaan die niet exact dezelfde grens over? Want waarom zouden religieuze symbolen bescherming verdienen die niet-religieuze symbolen niet verdienen?

Het argument dat Confederale standbeelden kunnen worden vernietigd omdat de Confederatie de burgeroorlog heeft verloren is onzinnig. Een schijnreden verkleed als kwinkslag. In vele landen heeft religie immers de culturele oorlog verloren. Mogen daarom daar hun symbolen vernietigd worden? Nee.

Het argument om geen standbeelden of symbolen te vernietigen of te verbieden is eerder dat de censuur of intolerantie die vandaag de ander overkomt, morgen de eigen persoon kan overkomen. Of de naasten en de leden van de eigen groep. Vanwege een verkeerd T-shirt, een verkeerde mening of een verkeerd uiterlijk.

Wat nu op het spel staat door de beeldenstorm die zich niet beperkt tot standbeelden in de publieke ruimte, maar zich ook doet gelden in krantenkolommen, op sociale media en in talkshows is de opvatting van de vrijheid van meningsuiting. Het gaat erom of de meningsuiting breed of smal opgevat moet worden.

Ik pleit voor een publiek debat waarin alles gezegd kan worden dat binnen de wet mogelijk is. Dat is zo goed als alles behalve oproepen tot of dreigen met geweld. Beledigen mag. Ook van religie. Ik heb niks met een beeld van Jezus Christus of een katholieke martelaar, maar gun anderen het ongehinderd aanbidden ervan.

Dat is het verschil tussen de vrijdenker die anderen gunt wat hij ook voor zichzelf claimt en niet bang is om in debat te gaan en de politieke correcte golf van (gespeelde) verontwaardiging, symbolische borstklopperij, intolerantie en identiteitspolitiek van radicaal-links én radicaal-rechts die nu door de westerse wereld golft.

Dat laatste is een doodlopende weg die het publieke debat en de democratie ernstig dreigt te beschadigen. Laten we zo verstandig en redelijk zijn om de radicale intolerantie af te wijzen. We verdedigen ook datgene waarmee we het niet eens zijn. Als we dat te bont vinden, dan zetten we er een tegenargument tegenover.