George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Alexandria Ocasio-Cortez

Voor- en nadelen van het Kennedy-model voor de Democratische partij: Beto en Buttigieg

leave a comment »

In een artikel voor Politico gaat Peter Canellos in op de strijd om de nominatie bij de Democraten. Het leest als analyse, maar ook als aanbeveling van een bepaald type kandidaat. Vele presidentskandidaten lopen zich warm om het in 2020 op te nemen tegen president Trump die waarschijnlijk de Republikeinse kandidaat wordt. Onvoorziene omstandigheden daargelaten. Canellos zoomt in op de kandidaten Beto O’Rourke en Pete Buttigieg die er volgens hem alles aan doen om te suggereren dat in hen de geest van de Kennedy-dynastie herleeft. Ze zijn respectievelijk 46 en 37 jaar oud en betrekkelijke nieuwkomers. Dat kun je van de andere mededingers Bernie Sanders, Elizabeth Warren, Joe Biden, Amy Klobuchar of Kamala Harris niet zeggen.

JFK was in 1960 niet de meest linkse kandidaat en evenmin degene met de beste geloofsbrieven, maar hij wist wel het beste de hoop en dromen van het electoraat samen te vatten. Dat positivisme lijkt in 2020 het beste wapen tegen president Trump die verdeelt, fragmenteert, chaotisch opereert en geen hoop op een betere toekomst, maar ondergangsfantasieën biedt. Trumps droom is gitzwart en negatief. Het beslissende feit was dat JFK een jonge nieuwkomer was (toen 43), charisma en stijl had en zicht op een andere toekomst bood.

Volgens Canellos is het volgen van dit Kennedy-model de enige manier voor de Democraten om het Witte Huis te veroveren en hebben presidenten als Bill Clinton en Barack Obama zich daar ook aan gehouden: ‘Verre van een anachronisme te zijn, is de evangelische stijl van leiderschap van JFK nog steeds het krachtigste wapen van de Democraten. Die stijl is niet alleen een bewezen route naar het Witte Huis, maar is al meer dan een halve eeuw letterlijk de enige weg voor een Democraat om het Witte Huis te winnen.’ Dat is de reden dat ‘Beto’ en Buttigieg hun Kennedyheid benadrukken. Hun achtergrond maakt dat geloofwaardig zoals de auteur uitlegt. Overigens is dat model ook een gevangenschap waar Democratische kandidaten niet omheen kunnen.

Canellos wijst nog op een wetmatigheid die in Nederland ook voor GroenLinks geldt: ‘(..) kiezers houden van democratische waarden en ambities, maar zijn doodsbang voor democratische wetgeving. Kennedy’s vaagheid ten aanzien van beleid was net zo belangrijk voor zijn succes als zijn precisie in het formuleren van de uitdagingen van de jaren ’60.’ In Nederland lijkt dat op dit moment door de opstand van onderop tegen het klimaatakkoord aan de orde te zijn. Dat moet de strategen van GroenLinks te denken geven. Hun waarden en ambities vinden optimale steun zolang die niet omgezet worden in wetgeving. Om dit in de beeldvorming te benadrukken moet Jesse Klaver zich tegelijk machtig en onmachtig tonen. Dat is onmogelijk. Het risico is dat hij een achterhaalde belofte wordt die door zijn opponenten kan worden afgedaan als een snotneus.

In de Democratische partij zijn vaandeldragers van de linkse vleugel als de afgevaardigden Alexandria Ocasio-Cortez en Ilhan Omar opgekomen na de tussentijdse verkiezingen van 2018 waar trouwens de gematigde, Democratische kandidaten het meeste succes boekten. In de partij is de spanning tussen de gematigde en linkse vleugel toegenomen. Huisvoorzitter Nancy Pelosi probeert daar vaardig mee om te gaan door de progressieven wat ruimte te geven, maar de partij te laten blijven focussen op het hoofddoel: het behoud van de meerderheid en die zelfs te veroveren in de Senaat, en het verslaan van Trump met een programma dat aanvaardbaar is voor kiezers in het centrum. Het is de vraag of Pelosi steun of last heeft van interventies van politici als oud-president Obama die meent te moeten waarschuwen tegen de starheid van de linkse vleugel.

De les van de in 2016 falende kandidate Hillary Clinton was dat ze zo op het eerste oog drie nadelen had: 1) geen nieuwkomer, maar onderdeel van het politieke establishment waar de kiezers op uitgekeken waren; 2) sociaal-economisch een centrumkandidaat die sterk leunde tegen het establishment van Wall Street wat ze met een progressieve identiteitspolitiek (vrouw!) vergeefs en potsierlijk probeerde te neutraliseren; 3) geen ontspannen stijl, geen charisma en geen persoon die door de kiezers in het midden iets gegund werd.

‘Beto’ staat bekend als een gematigde kandidaat die zich probeert te onttrekken aan de radicalisering van beide grote partijen. Wat trouwens niet wil zeggen dat hij zich tot kandidaat van het bedrijfsleven laat maken zoals Hillary Clinton. Buttigieg stelt zich eerder progressief op en volgt als openlijke homoseksueel deels de linkse identiteitspolitiek. Volgens het model dat Canellos schetst lijkt ‘Beto’ voor 2020 dan ook beter in het patroon te passen van een kandidaat die met stijl, charisma en het levendig houden van het dromen over een betere toekomst en een redelijk vaag, maar net concreet genoeg politiek programma de strijd tegen Trump kan winnen. Ofschoon Canellos die conclusie niet trekt. De linkse vleugel moet uiteraard niets hebben van de charismatische mannetjesmakerij van ‘Beto’ die ten koste gaat van partijprogramma en -organisatie. De paradox is dat juist iemand als Alexandria Ocasio-Cortez haar charisma en stijl inzet om haar linkse politiek te realiseren. Het valt niet in te zien waarom een gematigde kandidaat dat niet evengoed zou kunnen doen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWhy Beto and Buttigieg Pretend to Be Kennedys; Decades after JFK and RFK were killed, the family’s political style remains the Democratic Party’s only winning path to the White House’ van Peter Canellos op Politico, 7 april 2019.

Advertenties

Liegend parlementslid Fiona Onasanya geschorst door Labour. Ze lijdt aan grootheidswaan en vergelijkt zichzelf met Jezus Christus

with 2 comments

Niet alleen de uiterste rechterzijde van het politieke centrum kent opportunistische, onvolwassen en warrige politici die de indruk geven nog niet af te zijn. Die nog niet gevormd zijn en het aan een weloverwogen oordeel ontbreekt. De uiterste linkerzijde kent dit type ook. Neem in de VS de progressieve rijzende ster en gekozen afgevaardigde namens de Democratische partij voor het Huis van Afgevaardigden Alexandria Ocasio-Cortez die ondoordachte en slecht onderbouwde uitspraken doet. Terwijl ze kan zwijgen om zich goed voor te bereiden op haar nieuwe functie vanaf januari 2019. De progressieve David Pakman besteedde er afgelopen week zijns ondanks aandacht aan in een aflevering van zijn show op YouTube. Het Britse parlementslid in het Lagerhuis Fiona Onasanya en trouwe bondgenote van partijleider Jeremy Corbyn is ook zo’n links dwaallicht. Ze is nu door haar partij geschorst en wordt aangespoord om haar Peterborough zetel op te geven.

Onnodig heeft ze tegenover de politie gelogen over een bon voor te hard rijden en probeerde ze de politie hierover te misleiden. In een commentaar in een WhatsApp groep stelt de diepgelovige Onasanya dat ze het er niet bij laat zitten, geen schuld bekent en verder vecht, aldus een bericht in PoliticsHome. Haar commentaar waarin ze zich met Jezus Christus vergelijkt wordt in alle media geciteerd: ‘What I do know is that I am in good biblical company along with Joseph, Moses, Daniel and his three Hebrew friends who were each found guilty by the courts of their day. While God did not save them from a guilty verdict he did save them in it and ensured that their greatest days of impact were on the other side of a guilty verdict. Of course this is equally true of Christ who was accused and convicted by the courts of his day and yet this was not his end but rather the beginning of the next chapter in his story.’ Religieuze wanen van een klein persoon die meent boven de wet te staan en een boodschapper van God te zijn. Psychische bijstand heeft Onasanya nu het hardste nodig.

Hoe uitsluitend is de tegenstelling tussen identiteitspolitiek en sociaal-economische politiek? Vraag én antwoord aan Ian Buruma

with 2 comments

Reactie op het artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in de NRC van 8 november:

Mee eens dat in het centrum de meeste stemmen zijn te halen voor de Democraten. Dat wezen de tussentijdse verkiezingen uit, waar gematigde kandidaten het het beste deden. Velen zien daarin voor 2020 een goede uitgangspositie voor voormalig vice-president Joe Biden. Dat is niet het hele verhaal. Ian Buruma beperkt zich tot de tegenstelling radicaal-gematigd en gaat niet in op andere tegenstellingen die erop van invloed zijn.

Het verwijt dat Democratische congresleiders als Nancy Pelosi en Chuck Schumer treft is dat ze ‘corporate’ zijn. Hillary Clinton die met haar januskop van linksig lullen en rechts vullen bij velen haar geloofwaardigheid verspeelde is daar het treffende voorbeeld van. Deze Democraten zitten in het ergste geval in de zak van het bedrijfsleven of schurken daar op z’n minst tegen aan. In dit verband is het veelzeggend dat de grootste Democratische sponsor Tom Speyer die zich kan meten met Republikeinse sponsors als Sheldon Adelson en de Koch broers zich niet alleen ziet als ‘kingmaker’, maar ook zelf ambities heeft om presidentskandidaat te worden in 2020. Hetzelfde schijnt te gelden voor Mike Bloomberg. Dit tekent de gebreken van het politieke bestel van de VS, namelijk de allesbepalende macht van het grote geld en miljardairs die de politiek opkopen. De financiering gaat via zogenaamde ‘Super PACs’ die nauwelijks aan voorwaarden zijn gebonden en sinds 2010 door enkele gerechtelijke uitspraken almachtig zijn en het politieke systeem in bezit hebben genomen.

Buruma neemt niet in overweging dat identiteitspolitiek van radicaal-links ook een antwoord is op de macht van het grote geld binnen de Democratische partij. Ofwel, identiteitspolitiek is meer dan identiteitspolitiek. De allesbepalende rol van sponsors als Steyer en Bloomberg trekt de partij naar rechts omdat deze miljardairs met hun economische belangen de status quo verdedigen. Identiteitspolitiek valt daarom op te vatten als een reactie uit machteloosheid én een afleiding. Want wie beseft geen invloed te hebben op sociaal-economische factoren als inkomensverschillen en machts- en eigendomsverhoudingen omdat dat voorbehouden is aan het bedrijfsleven en rijke sponsors die op een hoger politiek niveau opereren kiest uit chagrijn en opstandigheid eieren voor z’n geld in de wel toegestane en haalbare invloed op de sociaal-culturele identiteitspolitiek. Als het niet voor zichzelf is als witte man, dan voor anderen met wie men zich identificeert. De macht gebruikt die identiteitspolitiek als afleiding en uitlaatklep om het debat over sociaal-economische aspecten te blokkeren.

De aan de Democratische partij gelieerde ‘onafhankelijke’ Senator Bernie Sanders die door de ‘corporate’ Democraten niet echt wordt vertrouwd, laat staan in het hart wordt gesloten, probeert de sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten te integreren. Vanwege de focus en achtergrond van zijn supporters kan hij niet om de identiteitspolitiek heen en is dat trouwens ook een prima middel om kiezers mentaal aan hem te binden. Maar de hoofdzaak voor Sanders is de verandering van sociaal-economische aspecten. In de zin dat de VS egalitairder wordt in de aloude traditie van de Europese sociaal-democratie. Veelzeggend is dat de ‘Britse’ broer van Bernie, Larry Sanders in 2001 de Labour partij verliet omdat die volgens hem onder Tony Blair te ver naar rechts ging. Lees: te dicht tegen het bedrijfsleven aanschurkte. Dat is ook de overtuiging van Sanders en progressieve Democraten als Senator Elizabeth Warren of Keith Ellison.

De identiteitspolitiek van radicaal-linkse kandidaten als Alexandria Ocasio-Cortez die zich in de hemisfeer van Sanders bevinden kan opgevat worden als meer dan identiteitspolitiek alleen. Hoewel ze dat zelf niet in het openbaar toegeven. Het is ook de beschermende laag om harde sociaal-economisch aspecten door de maag te krijgen en in het organisme te laten belanden. Identiteitspolitiek hoeft geen doel op zichzelf te zijn en staat in sommige gevallen wel, maar in andere gevallen geenszins haaks op gematigde politiek. Daarom kan op termijn identiteitspolitiek die deels ontstaat uit machteloosheid en deels uit berekening, samengaan met een gematigd sociaal-economisch programma dat probeert in te breken in een dichtgetimmerd politiek bestel waarin de ‘gewone burgers’ op de belangrijkste sociaal-economische aspecten zijn buitengesloten.

Identiteitspolitiek is voor links-radicalen binnen de Democratische partij nu het enige beschikbare middel om via een omweg de partij te bevrijden uit de greep van centrum-rechtse, ‘corporate’ Democraten die vanuit een oogpunt van camouflage en afleiding zich eveneens -weliswaar halfslachtig en onoprecht- omhullen met de mantel van de identiteitspolitiek. Het is aan het toekomstige leiderschap van de Democratische partij om het middel (identiteitspolitiek) te scheiden van het doel (sociaal-economische gelijkheid). Hoewel emancipatie van minderheden op zichzelf een doel is dat gezien de lastige politieke situatie echter beter op een indirecte en minder polariserende wijze bereikt kan worden door vol in te zetten op de verbetering van de economische positie (zorg, arbeidsmarkt, belastingsysteem, onderwijs, huisvesting) van alle burgers. Links én rechts.

Identiteitspolitiek gaat niet uitsluitend om emancipatie van individuen, maar betreft als hoogste doel ook de emancipatie van de samenleving. Dat laatste is zwaarwegender. Het zal binnen afzienbare tijd niet lukken om dat te realiseren omdat nooit iemand vrijwillig macht opgeeft. Sociaal-culturele identiteitspolitiek van individuen zal daarom voorlopig nog blijven bestaan als afleiding voor machtigen en als uitlaatklep voor onmachtigen. Datzelfde geldt ook voor radicaal-rechts. Laten we hoe dan ook beseffen dat identiteitspolitiek niet altijd is wat het lijkt en best kan dienen om het redelijke midden te bereiken. Dat nu voor burgers via eigen actie onbereikbaar is door een gecorrumpeerd politiek systeem. Als het bereiken ervan niet via de kortste en in beginsel de meeste eigenlijke weg kan, loopt het via de omweg van de identiteitspolitiek.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelDemocraten, zoek het redelijke midden’ van Ian Buruma in NRC, 8 november 2018.