Kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton is waarschuwing voor een valse claim op zwarte identiteit

Het is tijd om te nuanceren in het zwart/wit-denken over identiteit. Afgelopen half jaar is door pressie van de antiracismebeweging Black Lives Matter in de VS een gekopieerde versie van de afrekencultuur (‘cancel culture’) naar West-Europa overgewaaid. Het is begrijpelijk dat achtergestelde groepen hun plek opeisen en zogenaamde bevoorrechte groepen worden opgeroepen hun voorkeurspositie af te staan. Dat gaat er niet zachtzinnig aan toe als mensen omdat ze wit zijn het recht van spreken wordt ontzegd en maatschappelijk worden uitgesloten. Maar de omstandigheden in de VS verschillen van die in West-Europa omdat een vanouds witte samenleving met terugwerkende kracht niet verweten kan worden wit te zijn. Kern van kritiek kan niet zijn dat witte Europeanen een bepaalde positie of identiteit hebben, maar dat ze niet bereid zijn nieuwkomers uit andere landen van herkomst toe te laten in hun beroepsgroep, woonomgeving of mentale ruimte.

Dit debat over identiteit wordt doorgaans gedomineerd door politieke activisten die zich profileren als zwarte achtergestelden. Door die invalshoek wordt het gereduceerd tot de achterstelling van mensen met een zwarte identiteit. Dit alleen al geeft aan hoe misleidend dit debat is. Want de zwarte gemeenschap is in economisch, sociaal en cultureel uiterst divers. Het is waarschijnlijk uitsluitend in politiek opzicht min of meer homogeen door overwegend links te stemmen, hoewel het oude automatisme van een stem op de PvdA is verdwenen.

Het is verbazingwekkend hoe de publieke opinie zo gevormd kan worden en media meegaan in een eenzijdige interpretatie van het zwarte verhaal. Zelfs NRC dat de nuancering claimt te zoeken, verliest de nuance uit beeld in een artikel over identiteit waarin het vijf beeldend kunstenaars aan het woord laat. Ze krijgen ruimte voor hun versimpelingen, aannames en individuele marketing dat hun eigenbelang in dit debat oppimpt.

Dit geeft aan dat het niet per se om het wegwerken van achterstand gaat, maar dat dit debat over identiteit voor leden van de zwarte gemeenschap als dekmantel kan dienen om eigen doelen te realiseren. Daar is niks mis mee als die individuele scoringsdrift eerlijk erkend wordt. Het wordt er echter verwarrend op als een zwart masker wordt opgezet om commerciële of individuele beweegredenen te verhullen. Dan dient de zwarte strijd voor gelijkheid uitsluitend eigen doeleinden. Gebrek aan talent kan zo versluierd worden door het te verbergen achter een politiek debat over identiteit en achterstelling. Maar het individu is daar nooit gelijk aan.

Hoe dat in de praktijk werkt toont de kwestie Walter Van Beirendonck – Virgil Abloh – Louis Vuitton. Van Beirendonk is een gerenommeerde witte, Vlaamse modeontwerper. Virgil Abloh is een Afro-Amerikaan die in dienst is bij modemerk Louis Vuitton. Hij is geen modeontwerper, maar iemand die handig ‘leent’ van modeontwerpers door wie hij zich laat ‘inspireren’. Ter legitimatie verwijst Abloh naar Marcel Duchamp, maar begrijpt hij de essentie niet van de conceptuele kunst waar Duchamp een van de grondleggers van was. Van Beirendonck beschuldigt Abloh van plagiaat, maar door het ‘zwarte masker’ van Abloh én zijn positie bij modebedrijf Louis Vuitton dringt die kritiek niet goed door. Of liever gezegd, Ablohs achtergrond als Afro-Amerikaan en de complexiteit van het identiteitsdebat neutraliseert de kritiek op het jatwerk van Abloh.

Uit een artikel van De Tijd blijkt ook dat Ablohs vriend rapper Kanye West die een bijzonder talent voor aandacht heeft, zich in het debat mengt. In een tweet verwoordt hij in de kern waar het om gaat en de wijze waarop Abloh opereert: ‘Virgil kan doen wat hij maar wil. Weet je hoe moeilijk het voor ons was om erkenning te krijgen? Vanuit Chicago?’. Volgens West heiligt het doel alle middelen. Hij suggereert hiermee dat de zwarte achtergrond van hem en Abloh de rechtvaardiging is om van iemand als Van Beirendonck tamelijk plat en creatiefloos ideeën te jatten en om de positie van witte kunstenaars over te nemen door ze in een politiek debat over identiteit van alles en nog wat te beschuldigen. Het meest opvallende aan deze kwestie is nog dat modemerk Louis Vuitton willens en weten Abloh een dekmantel biedt voor de individuele en corporatieve marketing terwijl deze zich sluw verbergt achter een zwarte dekmantel van slachtofferschap en miskenning.

Foto 1: Walter Van Beirendonck, W:A.R. = Walter About Rights (galerie Polaris), 2020.
Foto 2:  Schermafbeelding van FB-post van Andrea Ciarlatano, 7 augustus 2020.

NRC laat zich kennen. Ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen van een rondetafelgesprek over vrijheid in de kunst

Mijn reactie op de FB-pagina van NRC bij het artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ van 12 augustus 2020 van interviewer Toef Jaeger met vijf beeldend kunstenaars: Liesbeth Bik, Quinsy Gario, Patricia Kaersenhout, Daan Roosegaarde en Jonas Staal. Ik heb weinig waardering voor de selectie van de deelnemers en het niveau van hun beweringen.

Soms is het totaal meer dan de delen, maar bij dit rondetafelgesprek geldt het omgekeerde. Deelnemers en interviewer komen er minder goed uit. Zijn ze politiek ook niet te eensgezind dat ze elkaar in het openbaar niet willen afvallen? Vraag is dan ook waarom voor deze vorm en deze selectie is gekozen. Dit gesprek is een fuik om huilend in te zwemmen.

De briefschrijvers van Harper’s Magazine worden aangevallen zonder dat ze zich kunnen verdedigen. Zo wordt via een omweg bevestigt wat ontkend wordt. Namelijk dat het debat over identiteit in de kunst flodderig wordt gevoerd en een afgeleide is van een politiek debat. Maar kies dan ook expliciet voor politiek en vermeng dat niet met kunst.

Wat ongenoemd blijft is dat er ook pogingen zijn naast de behoudende opvattingen van de briefschrijvers van Harper’s Magazine en de standpunten van de voorstanders van de afrekencultuur die enkele deelnemers aan dit debat voor hun rekening nemen, dat er ook een progressieve opvatting mogelijk is tussen behoudzucht en radicalisme in.

De deelnemers trappen open deuren open, zoals de constatering dat witte kunstenaars de witte, westerse norm over wat kunst is als norm nemen. Dat is de kern niet. De kern is of vervolgens deze kunstenaars vanuit hun eigen achtergrond en perspectief anderen uitsluiten en een begrensde kijk op de kunstsector hebben. Zo dendert dit gesprek verder als een op hol geslagen trein waarover niemand nog controle heeft.

Na lezing resteert de vraag wat van dit gesprek de opzet was en wat NRC er eigenlijk mee bedoelde. Moet het opgevat worden als indekking tegen de kritiek dat de krant wit, behoudzuchtig en gesloten is? Waar is de nuancering gebleven? Interessant is dat het meer vertroebelt dan verheldert. Dat geeft aan hoe moeilijk het is om een evenwichtig debat over identiteit in de kunst te voeren. Nu wordt het onderwerp gepolitiseerd. Het gaat niet over kunst, maar over politiek in de kunst.

Dit debat vraagt om een vervolg met een meer evenwichtige selectie aan kunstenaars en opvattingen die onderbouwd worden en verder gaan dan het herhalen van politieke slogans uit het programmaboekje van het politieke activisme. Een kwaliteitskrant had al verder moeten zijn. Een weergave van een debat met losse flodders dat niet gaat over waar het over zegt te gaan biedt de lezer die geïnformeerd wil worden weinig meer dan ongemak over het niveau en de beperkte opvattingen.

Foto: Schermafbeelding van deel artikelWe moeten het ongemak met elkaar opzoeken’ in NRC, 12 augustus 2020.

Verzet van Nick Cave tegen de afrekencultuur van het politiek correcte denken dat hij ziet als een op hol geslagen slechte religie

Als kunst niet meer zichzelf kan zijn, maar geannexeerd of ingeperkt wordt door politiek activisme, dan houdt kunst op kunst te zijn. De Australische frontman Nick Cave heeft interessante gedachten over de relatie van kunst en activisme. Hij schrijft het op in zijn online nieuwsbriefThe Red Hand Files’.

Als het niet-kunstenaars zijn die hun eisen willen stellen aan de kunst, dan wordt het er extra schrijnend op. Namens wie spreken ze als ze eisen stellen aan kunstenaars? Negatief uitgelegd, valt het op te vatten als een Amerikaanse verschijningsvorm die vanuit een specifiek Amerikaanse situatie en goede bedoelingen anderen in andere landen in andere omstandigheden de eigen denkbeelden en conclusies tracht op te leggen. In dat proces bereiken deze buitenstaanders het omgekeerde van wat ze beogen. Of liever gezegd, ze stellen het knevelen van kunst voor als het genezen ervan, maar ontkennen in de verantwoording dat dat hun opzet is.

Dat bevestigt opnieuw het beeld van verzwakte kunst die van alle kanten onder druk wordt gezet en zichzelf onvoldoende kan verdedigen. In de steek gelaten en miskend door regeringen, onder druk van radicale activisten die de kunst hun politiek correcte denken willen opleggen, lamgeslagen door economische ontwikkelingen als gevolg van een terugtredende overheid en COVID-19, en onderling te verdeeld en te netjes van aard om een vuist te maken om de regeringen en radicalen eens recht en hard in het smoel te slaan.

De van oorsprong Britse ‘The Guardian‘ besteedt regelmatig aandacht aan Cave, zoals in dit artikel van 12 augustus 2020. Probeert dit progressieve medium de derde weg te helpen verkennen tussen de gevestigde kunstenaars van de open brief in Harper’s Magazine die zich verzetten tegen de afrekencultuur en pleiten voor vrije kunst en de radicale activisten die de kunst willen ‘bevrijden’ door het hun denken op te leggen?

Cave maakt in zijn nieuwsbrief #109What is mercy for you?’ van augustus 2020 de vergelijking tussen politiek correct denken van radicalen en religie. Het is de aloude wetmatigheid van de revolutie die de eigen kinderen opeet. De Jacobijnen van de Franse revolutie die in hun roep om tolerantie eindigen in uitsluiting van andersdenkenden, een gesloten wereldbeeld en de claim op het eigen gelijk dat godsdiensten kenmerkt:
Political correctness has grown to become the unhappiest religion in the world. Its once honourable attempt to reimagine our society in a more equitable way now embodies all the worst aspects that religion has to offer (and none of the beauty) — moral certainty and self-righteousness shorn even of the capacity for redemption. It has become quite literally, bad religion run amuck.

Waar godsdienst nog troost, verbinding en zingeving biedt, geeft de nieuwe religie van het politiek correcte denken dat zich als een hongerige wolf op de verzwakte kunst stort alleen maar nadelen. Welke kunstenaar of kunstliefhebber kan het moralisme en de eigengerechtigheid billijken van dit politiek correcte activisme dat niet voor rede vatbaar is, voortdendert als een op hol geslagen trein en kunst niet als autonoom ziet?

Interessant is dat onder invloed van de krachten en tegenkrachten het veld van meningen en observaties over de relatie van kunst en maatschappij of van maatschappelijke participatie zonder meer, verbreed is. Op de druk van de radicalen om de kunst en de kunstenaars in te perken is tegendruk ontstaan. De volwassenen zijn de kamer ingestapt om zowel de kunst als het publieke debat voor verdere beschadiging te behoeden.

Dat biedt kansen om de goede aspecten die het politiek correcte denken in zich draagt wat betreft verbreding en democratisering te combineren met de kritiek erop en de uitwassen ervan terug te dringen. Nick Cave laat zich kennen als frontman van dit debat. Hij vindt zoekend en tastend zijn weg in een politiek mijnenveld waar honderden korte lontjes links en rechts op hun prooi wachten. De les is dat kunstenaars voor zichzelf op moeten komen én zich moeten verenigen omdat ze anders opgegeten worden door koks met scherpe messen.

Foto: Schermafbeelding van deel nieuwsbrief #109 ‘What is mercy for you?’ van Nick Cave in ‘The Red Hand Files’, augustus 2020.