Gedachte bij foto ‘Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba’, 1940

Female students and a nun pose in a classroom at Cross Lake Indian Residential School in Cross Lake, Manitoba in a February 1940 archive photo. (Indian and Northern Affairs/Library and Archives Canada/Reuters)

Het misbruik van kinderen in de katholieke kerk heeft die religieuze organisatie beschadigd. De pogingen om de beschuldigingen af te zwakken of zelfs in de doofpot te stoppen heeft het vertrouwen in de geloofwaardigheid van het instituut katholieke kerk tot op het bot aangetast. Van die geloofwaardigheid, laat staan aanzien is weinig meer over.

Als de katholieke kerk een persoon was, dan zou die zich uit schaamte niet meer met goed fatsoen op straat durven begeven.

Bovenop dat decennialange misbruik van kinderen door priesters, bisschoppen en andere leiders van de katholieke kerk dat door de hiërarchie gedoogd werd komt het onheilspellende nieuws uit Canada. Kinderen van Aboriginals or First Peoples hebben hun religieus onderwijs in internaten niet overleefd. Ze zijn begraven en worden nu opgegraven. Dat betreft niet alleen katholieke, maar ook protestante instellingen.

Overigens is Canada daarin niet uniek, want ook in een katholiek land als Ierland stierven onder de hoede van katholieke instellingen meer dan 9000 kinderen. Een mortaliteit van 15%. In een land als Australië werden kinderen van inheemse oorsprong gekleineerd, beschadigd en in het gareel gedwongen. Allen die door afkomst of sociale achtergrond niet pasten binnen de toenmalige maatschappelijke consensus liepen een verhoogde kans om hun cultuur of leven te verliezen.

Als de katholieke kerk een bedrijf was, dan zou het zich failliet laten verklaren, onder een andere naam een doorstart maken en afstand nemen van het eigen verleden.

Wat resteert zijn herinneringen van degenen die hebben geleden, maar overleefden en foto’s die het onrecht aantonen. Kinderen van inheemse afkomst in schoollokalen of op schoolpleinen die van hun moeder gescheiden zijn voegen zich gedwee in de bestaande orde en zijn doorgaans zichtbaar ongelukkig.

In de naam van de Vader is de dubbel onnatuurlijke constructie waaraan deze kinderen werden blootgesteld, Dubbel omdat religie in zichzelf een constructie is met een eigen mythologie en door de bewuste politiek van overheid en de religieuze instelling als uitvoerder om de continuïteit van de bloedlijn van het kind te doorbreken en met dwang en geweld te vervangen door een nieuw opgelegde orde.

Zo maakte religie zich tot collaborateur. Dat is een schande die de kerken nooit meer uit kunnen wissen. Hun eer is voorgoed verloren. Daar helpt geen marketing meer aan om in de beeldvorming te willen redden wat er te redden valt.

Prijst de Gouden Koets slavernij aan?

Update 16 september 2014: Vandaag op Prinsjesdag rijdt-ie weer door Den Haag, de Gouden Koets. Elk jaar is er weer belangstelling voor en kritiek op de afbeeldingen die verwijzen naar de koloniale geschiedenis van Nederland. Ieder denkt daar weer anders over.

Na de negerzoen en Zwarte Piet is nu de Gouden Koets aan de beurt. In een ingezonden brief stellen Barryl Biekman (Landelijk Platform Slavernijverleden), Jeffry Pondaag (Comité Nederlandse Ereschulden) en de kamerleden Harry van Bommel (SP) en Mariko Peters (GroenLinks) dat een afbeelding op de zijkant van de Gouden koets niet door de beugel kan. Omdat het verwijst naar kolonialisme en slavernij.

In aanvulling op de ingezonden brief doet Iwan Leeuwin, coördinator van de African Diaspora en lid van het Landelijk Platform Slavernijverleden er nog een schepje bovenop. Op de weigering van historicus en premier Mark Rutte om het gewraakte paneel te verwijderen zegt Leeuwin dat de Koets strijdig is met het VN-verdrag en Nederland de plicht heeft om haar geschiedenis te herschrijven. Leeuwin wil het paneel wel in een museum, maar niet op een nationaal symbool als de Gouden Koets.

Het gewraakte zijpaneel zit aan de linkerkant en verbeeldt de hulde van de koloniën. Producten en inwoners van de overzeese gebieden van het koninkrijk liggen aan de voeten van de Maagd.  Het ontwerp is van Nicolaas van der Waay en dateert van 1898. Halfnaakte zwarte mannen, maar geen halfnaakte vrouwen staan er trouwens afgebeeld. Dat laatste zien de vier verkeerd. De Nederlandse Maagd is evenmin een zinnebeeld van het koningshuis zoals de vier suggereren, maar van het Nederlandse gemenebest.

Het is een grappige discussie die de vier opgestart hebben. Door slordigheid worden ze tegenstrijdig. Zo suggereren ze dat de Nederlandse overheid erop uit is om wat ze zeggen ‘het enige kennisinstituut over slavernij’ het NiNsee graag te zien opgeheven. Want Kennelijk moet de meest beschamende bladzijde van de Nederlandse geschiedenis uit het collectieve geheugen worden verdrongen. Maar als dat zo is lijkt het niet logisch dat dezelfde overheid dat slavernijverleden op een beeldende manier levend houdt. De publiciteit die de Gouden Koets jaarlijks trekt is immers het tegendeel van verdringing uit het collectieve geheugen.

Verder verwijzen de vier naar Australië en de VS. In tegenstelling tot Nederland dat niet verder komt dan diepe spijt over het eigen verleden zouden deze landen in het recente verleden excuses aangeboden hebben aan respectievelijk Aboriginals en Afro-Amerikanen. Maar vraag is hoe vergelijkbaar en passend de spijtbetuiging aan inwoners van een oud-kolonie is met het excuus aan nakomelingen van eigen inwoners.

Het gevolg van de discussie rond het linkerpaneel van de Gouden Koets is dat links en rechts zich verschansen in de loopgraven. En dat het Koninklijk Huis opnieuw onderwerp van discussie is geworden. Dat hebben de kamerleden Van Bommel en Peters met hun ondertekening bereikt.

Foto: Zijpaneel Gouden Koets; Ontwerptekeningen voor de beschildering van de Gouden Koets, Nicolaas van der Waay, 1898.