George Knight

Debat tussen links en rechts

Posts Tagged ‘Aaibaarheid

Den Otter, Bremer, het Wereldmuseum en het smachten naar actie

with 3 comments

10547967_688441167950899_2978307853566048566_o

De aaibaarheidsfactor van een otter is groot, zo stel ik me voor dat de overleden Rudy Kousbroek hierover zou zeggen. Een otter heeft een eerder glad-functionele dan poezige vacht. Kousbroek, die rationale romanticus die me door z’n boeken en artikelen hielp nadenken over wat is, en hoe het hoort. Voor de gelegenheid haal ik m’n op 29 augustus 1969 gekochte exemplaar van ‘de aaibaarheidsfactor‘ uit de kast. Een boekje van 45 jaar oud, wat zegt dat over mij? Met een fluwelen tekstuur die de vingers aanzet tot strijken, zoals Joseph Beuys de steppe verkende in z’n mythologie van het Goede. Kunstenaar Olphaert den Otter verdient deze week een aai.

Op Facebook begon Den Otter op 17 augustus een actie door vragen te zetten bij het reilen en zeilen van het Wereldmuseum. Aangezet door journalist Sjors van Beek die het in De Groene Amsterdammer optekende. Wat spookt directeur Stanley Bremer daar uit, wat leverde het voor Rotterdam op en welke opties blokkeerde een ruimdenkende man van de wereld die z’n Wereldmuseum en die behoudende museumsector zo ontgroeid zei te zijn? Waarom kwelde Bremer zich eigenlijk zo door niet buiten de tredmolen van zijn museum te treden? Hield het wereldmuseum nou Bremer gevangen, of Bremer het Wereldmuseum? Konden ze niet zonder elkaar?

Olphaert den Otter heeft z’n best gedaan en het straatlawaai zijn atelier binnengelaten. Zoals vele kunstenaars doen. David Bade, Jonas Staal, Daan Samson, Boris van Berkum. Ze verdienen een aai omdat ze zich inzetten. Vandaag is Den Otter geïnterviewd voor Radio 1. Nooit meer Slapen. Ook met Bremer, Sjarel Ex (directeur Boijmans) en wethouder Visser (Cultuur, Gemeente Rotterdam). Veel steun is betuigd, belangstelling is groot. De winst van deze week is naar m’n idee dat de kunstsector ernaar smacht om in beweging te komen. Stanley Bremer is niet meer dan de malloot van dienst. Kunstenaars en kunstliefhebbers zijn weer wel zo kieskeurig dat ze niet door iedereen wakkergekust willen worden. Het moet heerlijk aaibaar zijn. Den Otter was perfect.

Foto: Olphaert den Otter, World Stress Painting in het Centraal Museum. Via Facebook-pagina van Lydia van Oosten.

Advertenties

Fluxus uit 1962 is voorbeeld voor kunst van nu. Opvolgers? Waar?

with one comment

Fluxus is alles wat kunst vandaag niet meer mag zijn. Daarom is dit verslag uit 1962 van een Fluxus-festival verhelderend over 2014. Twee reacties bij een vorige posting over het hedendaags cultuurbeleid vatten twee aspecten daarvan samen. Karin Wolfs: ‘De kunsten hebben zich instrumenteel laten maken aan hoger gewaardeerde belangen als economie (geld!) en goede doelen waar geen weldenkend mens bezwaar tegen kan hebben (denk aan natuurbehoud of mensenrechten). Waar de overheid terugtreedt op cultureel gebied, sprongen belangenclubs en bedrijven in het gat. Die partijen zijn er niet op uit de vrijheid van kunstenaars te faciliteren, maar naar hun hand te zetten. Met elke zak geld komen er nieuwe eisen bij waar makers rekening mee hebben te houden’ . Jamie Rann: ‘En dit is waar Manifesta 10 hetzelfde probleem tackelt als hedendaagse kunst overal: hoe kan het een breder publiek bereiken dan een smalle coterie van kenners en meelopers?’

Fluxus was tamelijk elitair. Wat maakt het uit? Het lot van de avant-garde is om in de eigen tijd niet begrepen te worden. Begrip en waardering komen per definitie later. Waarom wringt een kunstenaar zich in bochten om publiek en beleidsmakers te behagen? Wat levert dat meer op dan verwaterde kunst die niemand smaakt en schaamte achteraf bij de kunstenaar over eigen behaagzucht? In dat proces van domesticatie en aaibaarheid. Verzeild in dat foute circuit van verkeerde mensen die om de verkeerde redenen met kunst in de weer zijn.

Ok, er moet brood op de plank komen om de huur te betalen. Maar zelfs dan moet een kunstenaar de ruimte nemen om de eigen vrijheid te bevechten. Niet bij voorbaat zonder het gevecht aan te gaan de witte vlag hijsen. Speelsheid, dwarsigheid, spelen met verwachtingen, maatschappijkritiek, het is allemaal mogelijk. Fluxus (of Dada) is geweest, keert niet meer terug, is tijdgebonden en moet niet geïdealiseerd worden. Maar de onverschrokkenheid en de serieuze onzin doen nog steeds navolgen. Dat mist de kunst anno nu. Immens.