Zoektocht naar foto van onbekende man in Noorse collectie leidt naar Leidse hoogleraar Kristensen (1897-1899)

Anton. J. van der Stok, ‘Mann, ukjent, portrett‘. Collectie: Stichting Lillehammer Museum.

Wie regelmatig in digitale beeldcollecties zoekt kan zich erover verbazen hoe die collecties over landgrenzen heen elkaar niet of slecht aanvullen. Waarom komt die aansluiting tussen landen zo slecht tot stand? Waarom is er blijkbaar onvoldoende samenwerking om de lacune in elkaars collecties aan te vullen?

Neem de fotoMann, ukjent, portrett‘ in de collectie van de Noorse digitale collectie van Aulestad / Lillehammer. Bij de beschrijving staat in het Noors: ‘Man, onbekend, portret’. Als datering wordt 1880 – 1900 gegeven. Hoe valt de naam van de onbekende man te achterhalen? Zoals zo vaak gaat dat door het combineren van gegevens en het wegstrepen van opties.

Een belangrijke aanwijzing is de naam en het adres van het atelier waar de foto is gemaakt. De Noorse collectie geeft de naam van de fotograaf verkeerd weer. Het is niet ‘Van der Stock’, maar ‘Van der Stok’. Volgens de RKD had Anton van der Stok van 1 januari 1887 tot 3 december 1899 een atelier op het Rapenburg 13 in Leiden. Daarna verhuisde hij naar de Breestraat 149.

Op de achterkant van een foto van Jan de Vries met datering 1903 in de digitale collectie van de Universiteit Leiden is het adres Rapenburg 13 doorgestreept en vervangen door Breestraat 149.

De onbekende man op de foto lijkt een hoogleraar. Met professorale baret. Omdat de foto in Leiden is genomen, mag men veronderstellen dat hij is verbonden aan de Universiteit Leiden. De man zou een hoogleraar kunnen zijn die tussen 1887 en 1899 werkzaam was aan de Universiteit Leiden. Hoe kunnen we dat staven?

Maar dan zijn we er nog niet. De volgende vraag is hoe deze foto terechtkomt in Lillehammer in een Noorse provinciale digitale collectie. Heeft de man een connectie met Noorwegen of is hij wellicht van geboorte Noors?

Ja, de man is hoogleraar Godsdienstwetenschappen William Brede Kristensen (1867 – 1953) die uiteindelijk in Leiden zou sterven. Volgens zijn Wikipedia-pagina studeerde hij van 1890 tot 1892 in Leiden en werd op 6 april 1901 benoemd tot hoogleraar in Leiden waar hij op 23 september 1901 zijn oratie hield. Hij zou in Leiden tot 1937 hoogleraar blijven. In het collegejaar 1915-1916 was hij rector magnificus. Zijn foto in die functie was de sleutel om zijn naam te achterhalen.

Als de foto ter ere van zijn oratie in september 1901 zou zijn genomen, dan was Kristensen 33 jaar oud. Dat kan kloppen. Alleen ontstaat er dan een probleem met het adres van fotograaf Van der Stok die eind 1899 van Rapenburg 13 naar Breestraat 149 verhuisde. Dateert de foto wellicht van voor 1901?

Aanleiding voor de foto kan zijn geweest dat Kristensen in 1897 aan de Universiteit van Kristiania (nu Oslo) zijn habilitatie behaalde. De foto van Van der Stok kan gezien worden als promotiemateriaal om zich te positioneren voor een hoogleraarspost. Volgens Wikipedia werd in die tijd vooral in Duitsland en Polen de habilitatie als ‘soort diploma voor hoogleraar‘ beschouwd. Kristensen had in Leiden ijzers in het vuur door zijn promotie in 1892 bij Cornelis Petrus Tiele die hij in 1901 opvolgde.

Als de aanname klopt dan zijn de feiten de volgende. De onbekende man is de in 1867 in het Noorse Kristiansand geboren William Brede Kristensen die in 1901 tot hoogleraar Godsdienstwetenschappen aan de Universiteit Leiden werd benoemd. De foto werd in het atelier van Anton van der Stok aan het Rapenburg 13 in Leiden tussen 1897 en 3 december 1899 genomen. Of Kristensen toen al het recht had om een professorale baret te dragen kan te maken hebben met de academische mores per land.

Fotografie van Stebbins: boot in aanbouw (1901)

N. L. Stebbins, [1 photograph], 1901. Collectie: Nathaniel L. Stebbins photographic collection.

Het is het licht en het frame. Winterlicht, want het is eind februari 1901 aan de Amerikaanse Oostkust. De zon komt van alle kanten de schuur in waar de boot gebouwd wordt. Het kader van de foto, de werkplaats met schoren, schutten, draagraam, raamwerk en spanwerk, en de sloep of het platbodem-achtige zeilschip in aanbouw roepen nostalgie op. Het sepia van de heimwee.

Waar is het handwerk? De werkers zijn buiten beeld gelaten door fotograaf Stebbins die in de regio Boston -New York bekend stond als professionele scheepsfotograaf. Ook toen was de context blijkbaar al ondergeschikt aan de compositie. Het doet er 120 jaar later nog minder toe.

Het beeld is stilgezet in een omlijsting. Zo’n foto roept associaties op met in onbruik rakende woorden die nog net niet verdwenen zijn. Kunnen oude beelden oude woorden opfrissen?

Hiëroglief is een beeldschrift van de oude Egyptenaren, daarom onleesbaar zegt het woordenboek. We zien de afbeelding, maar begrijpen die niet. Hier is het nog niet zover, we begrijpen nog wat we zien en kunnen de afbeelding lezen. Maar de details. die ontsnappen ons. Daarom komt er extra nadruk te liggen op de compositie en wordt de foto nog krachtiger. Dat is de paradox dat kennis soms ballast is. Maar dat wisten we al. Of niet?

Gedachte bij een menu van artsenorganisatie NMG (1901)

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Op het eerste gezicht begrijp ik niks van bovenstaande afbeelding, op het tweede gezicht iets meer maar uiteindelijk toch weinig. En als ik het wel begrijp, dan schrik ik over hoe de maatschappelijke verhoudingen in 1901 waren.

De prent is opgenomen in een verzameling van menu’s, de Buttolph collection of menus. Het gaat om een menu van een banket op 2 juli 1901 in Den Haag van de Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst die in 1849 werd opgericht en sinds 1949 het predikaat Koninklijk (KNMG) mag voeren.

SEE ABOVE [held by] NEDERLANDSCHE MAATSCHAPPU TOT BEVORDERING DER GENEESKUNST [at] NETHERLANDS (?) (FOR;), 1901. Collectie: The Buttolph collection of menus.

Het menu is standaard voor die tijd: twee soepen, te weten heldere bouillon met mergballetjes en gebonden ossenstaartsoep die worden voorafgegaan door een gevarieerd voorgerecht. Daarna een timbaaltje met ganzenlever en champignons, zalm, een afwisseling van wit en rood vlees, kreeft en dessert. Dit waren de jaren dat de Franse meesterkok Auguste Escoffier grote invloed had, nieuwe gerechten uitvond en de kook- en eetkunst rationaliseerde.

In de toelichting staat: ‘PRICED WINE LIST; ILLUSTRATION OF ROBED GREEK GODS TOASTING MAN FISHING IN CANAL AND BANQUET; MUSICAL PROGRAM‘. Het is onduidelijk waar de geprijsde wijnlijst en het muzikale programma zijn. Ze zijn niet gedigitaliseerd en online niet terug te vinden.

Wat verbaast is het contrast in de illustratie met de twee geklede Griekse goden die toasten met het gezelschap van mannelijke artsen dat in de achtergrond aan lange tafels heeft plaatsgenomen met de vissende man op de voorgrond. Hij is op zijn beurt weer het symbool van de Nederlander voor wie de artsen zorgen. De illustratie is een estafette van dienstbaarheid en begunstiging. Gaat het om Asklepios (god van geneeskunde en genezing) met zijn dochter Hygieia (godin van de gezondheid) die de artsen zegenen?

Het lijkt op een verhaal van Charles Dickens waar achter de ruiten een welvarend gezin aan een rijk gedekte tafel zit en buiten op straat hongerige kinderen het water in de mond loopt. Nu wordt de visser tamelijk neutraal afgebeeld, maar toch wordt er een tegenstelling gesuggereerd tussen binnen en buiten, tussen hem en de toastende en etende artsen binnen. Het heil van de goden richt zich op de artsen. Logisch omdat het ‘hun’ goden zijn. Het verschil laat tevens een uitspraak over de maatschappelijke verhoudingen van 1901 zien. Om het met een woord te omschrijven dat erbij past: hovaardig. Het zal toen door de artsen ongetwijfeld niet zo ervaren zijn. Is dat schrikken?

Gedachten bij de foto ‘Portret van Betsy van Vloten (vrouw van schilder en fotograaf Willem Witsen) en hun zoon Erik, circa 1900’

Op de site van enkele Parijse musea (‘Paris Musées’) kan men sinds kort digitaal bladeren in de collecties. Het gaat om het Musée d’Art Moderne en het Musée Carnavalet en Petit Palais. Ik werd hier attent op gemaakt door een bericht op de Belgische erfgoedsite Faro. Sam Dovil van het kennis- en expertisecentrum Packed/ Vlaams Instituut voor Archivering geeft de afweging weer voor musea om hun collectie te digitaliseren: ‘Musea wilden de kosten van de digitalisering recupereren. Intussen groeit het besef dat zoiets personeel vergt en niet meteen rendabel is. Musea als het Rijks hebben een belangrijke stap gezet. Ze verkopen niet langer hun reproductie, die dan op een Heineken-etiket belandt. Ze bieden hun imago en cultureel kapitaal aan.’ Ofwel, musea voelen de adem van de politiek in hun nek om niet blindelings hun ‘beelden’ te gelde te maken.

Ik zocht op de site van Paris Musées op fotografie. Het is een rijke bron met foto’s van de Commune van 1871, bombardementen met een Zeppelin in de Eerste Wereldoorlog, de bevrijding van Parijs in 1944, ‘vrije’ foto’s van Brassaï uit de na-oorlogse jaren of de stadsbeelden van het 19de eeuwse Parijs met boulevards én armoedige stegen. Komende tijd zal ik er hier enkele voorbeelden van plaatsen die me bijzonder aanspreken.

Om te beginnen een Nederlandse invalshoek in een Parijse collectie. Het is de enige foto van Willem Witsen in de collectie. De titel is: ‘Portrait de Betsy van Vloten (épouse du peintre et photographe Willem Witsen) et de leur fils Eric, vers 1900.’ Dus: ‘Portret van Betsy van Vloten (vrouw van schilder en fotograaf Willem Witsen) en hun zoon Erik, circa 1900.’ Betsy van Vloten was van 1893 tot 1902 getrouwd met Witsen. Hun zoon Erik werd op 10 juli 1896 geboren, aldus de Wikipedia-pagina over haar. Ze is hier eind dertig. Hoe de foto is verworven en in de collectie van het Musée Carnavalet, Histoire de Paris terecht is gekomen is onbekend. Evenmin is de locatie van de foto bekend. Is dit Parijs of Nederland? De scherpe neus van Betsy komt mooi uit in de spiegel.

Uitkomst bieden andere foto’s Op de ene is Betsy in dezelfde kleding en in dezelfde kamer te zien met haar jongste zoon Odo. Die was geboren op 27 juli 1898. De volwassen man links is Betsy’s broer Odo van Vloten. Datering is 1900-1901. Dan is Odo Witsen tussen de 1,5 en 2,5 jaar. Op een andere foto in dezelfde setting zijn Odo van Vloten en Odo Witsen te zien. Op weer een andere foto in opnieuw dezelfde setting is een andere broer van Betsy, te weten Gerlof van Vloten samen te zien met Erik Witsen (zonder pet). Het is waarschijnlijk dat Witsen rond 1900 een familiebijeenkomst heeft gefotografeerd waar twee broers van Betsy aanwezig waren: Odo en Gerlof. Het is logisch om te veronderstellen dat de locatie het adres is waar Betsy en Willem tot hun scheiding in 1902 gevestigd waren. Namelijk Villa Zonneberg (ook: De Zonneberg) in Ede. Het is gissen of de broers Van Vloten nog een missie hadden bij hun bezoek. Zoals het bemiddelen bij of het redden van het huwelijk van zus Betsy. Maar dat is pure speculatie die niet past in een feitenrelaas aan de hand van foto’s.

Foto 1: Willem Witsen, ‘Portrait de Betsy van Vloten (épouse du peintre et photographe Willem Witsen) et de leur fils Eric, vers 1900’. Collectie Musée Carnavalet, Histoire de Paris.

Foto 2: Willem Witsen, ‘Odo van Vloten = broer Betsy + Betsy en Odo Witsen’, 1900-1901. Collectie ‘Willem Witsen: Tachtiger in brief en beeld’. Copyright: Prentenkabinet (UB Leiden).