George Knight

Debat tussen links en rechts

Zoekresultaten

Plofkraak en beveiling museumgoudA roepen vragen op

leave a comment »

Museumbeveilingsdeskundige Ton Cremers heeft kritiek op de beloning van 5000 euro die uitgeloofd is voor de gestolen monstrans bij de plofkraak bij museumgoudA. Hij vindt dat er alleen betaald moet worden als de monstrans terugkeert en de daders opgepakt worden. De verzekeringsmaatschappij van museumgoudA looft nu een beloning van 5000 euro uit voor het terugbrengen van de monstrans zonder aanvullende voorwaarden. Het zou tienduizenden euro’s waard zijn en was geleend van de Goudse Parochie H. Antonius van Padua.

Museumdirecteur Gerard de Kleijn beweert in de publiciteit dat de dieven het voorzien hadden op de montrans en dat ze het ook vrij willeurig uit de vitrine hebben ontvreemd. Deze tegenstrijdigheid geeft aan dat er bij het museum nog onduidelijkheid bestaat over de omstandigheden en het onhandig in de publiciteit opereert.

De plofkraak roept vele vragen op voor de museumsector. Het kan op kosten worden gejaagd. Kunnen kostbare roerende goederen beter tegen diefstal beschermd worden zonder dat een museum in een vesting verandert? Dat bij museumgoudA de dieven binnen 30 seconden buiten stonden geeft aan dat er onvoldoende inbraakvertragende maatregelen aangebracht waren. Volgens omwonenden was de politie binnen een minuut ter plekke. Een aangebrachte afgesloten tussendeur of tussenwand had de inbraak kunnen voorkomen.

MuseumgoudA is in een stadskern gelegen en kent een korte aanrijtijd van de politie. Maar hoe is dat op museale buitenplaatsen als Museum Het Loo, Huize Doorn of een beoogd Museum Oud-Amelisweerd? Kostbare roerende goederen hebben een aanzuigende werking op dieven die bij hun kraak veel aan het onroerend goed kapot kunnen maken. Zoals ook in Gouda gebeurde. Bij monumentaal cultureel erfgoed kan de bijkomende schade zelfs vele groter zijn dan die van een ontvreemd object alleen. Zeker makkelijk te verhandelen sculpturen van brons en objecten van edelmetaal vormen een risico voor het onroerend goed.

Foto: Geforceerde voordeur museumgoudA. Credits: Marianka Peters

Reden verkoop The Schoolboys door museumgoudA is niet financieel

with 5 comments

Pas als alle neuzen de verkeerde richting opstaan ontstaat een exploderende kernreactor, een overstroming of de verkoop van een waardevol schilderij uit het openbaar kunstbezit. Een ramp ontstaat nooit toevallig door een verkeerde actie, maar door een samenloop van omstandigheden. Het vastzittende ventiel, de openstaande sluisdeur of eigenzinnige burgemeesters kunnen echter wel hoofdoorzaak zijn. Het handelen van bestuurlijk en museaal Gouda toont aan waarom er een ramp wordt aangekondigd. Het was onvermijdelijk.

Op 30 mei 2011 zegt directeur van museumgoudA Gerard de Kleijn in een persbericht dat-ie The Schoolboys van Marlene Dumas bij Christie’s laat veilen. Hij beweert op een opbrengst van 800.000 euro te rekenen. De Kleijn motiveert dat door ontbrekende financiële middelen: ‘Met de opbrengst van de veiling financiert het museum de restauratie van eeuwenoude altaarstukken, inrichtingskosten van het museum tot stadsmuseum en algemeen collectiebeheer.’  Volgens de LAMO-richtlijnen mogen opbrengsten uit verkoop slechts beperkt worden besteed, zeker niet voor inrichtingskosten of collectiebeheer. De uit Zuid-Afrika afkomstige Marlene Dumas is een van de meest gezaghebbende en succesvolle Nederlandse kunstenaars.

De Kleijn is geen kunsthistoricus noch heeft enige praktische museale ervaring als-ie per oktober 2010 door de Raad van Toezicht (RvT) wordt benoemd. Hij is van huis uit onderwijssocioloog en vervulde allerlei ambtelijk-bestuurlijke functies. Onder meer als gemeentesecretaris van Amersfoort en directeur van Amersfoort-in-C, een koepel waaronder vier museale instellingen vallen. De Kleijn is sinds juli 2010 voorzitter van de Amsterdamse Kunstraad. Daar werkt-ie nauw samen met PvdA-wethouder Carolien Gehrels.

Voorzitter Jan Laan van de RvT heeft evenmin museale ervaring en trekt in 2010 bij de benoemingsprocedure het initiatief naar zich toe. Museummedewerkers en andere leden van de RvT zoals erfgoedspecialist Charlotte van Rappard-Boon worden door Laan op afstand gezet. Laans sporen liggen eveneens in het ambtelijk-bestuurlijke vlak als wethouder van Rotterdam en burgemeester van Nieuwegein. Hij is een PvdA-politicus. Laan passeert andere kandidaten en komt bij Gerard de Kleijn uit.

MuseumgoudA is sinds 2006 verzelfstandigd. In haar programma OptimaForma boekt Gouda de verzelfstandiging als bezuiniging in. Iedere directeur die daar instapt wordt opgezadeld met een tekort op de exploitatie. Gouda blijft eigenaar van collectie en gebouwen en draagt het leeuwendeel in de exploitatie bij. Gouda kan druk uitoefenen wanneer het dat wenst. Een onafhankelijke opstelling, kennis van zaken en steun binnen de museumsector en politieke handigheid van de museumdirecteur bepalen het succes van die druk.

Burgemeester is de PvdA-politicus Wim Cornelis. Hij treedt in juli 2012 vervroegd terug omdat-ie in opspraak is gekomen over zijn 16 reizen naar zijn Ghanese vakantiewoning waarvoor-ie vaak de vlucht en soms de hotelkosten declareerde. Hij is vaak afwezig als er problemen met jongeren spelen en ook op die aanpak komt kritiek. De Goudse raad wijst een onafhankelijk onderzoek naar het functioneren van Cornelis af.

In Gouda spelen religie en de kerk een grote rol. Maar als vanouds is Gouda ook een stad van vrijdenkers, zoals Coornhert. MuseumgoudA ligt in de schaduw van de immense Sint-Jan. Sinds 1990 halen de drie christelijke partijen gemiddeld 9 van de 35 raadszetels. De PvdA is de grootste partij. Ooit was Gouda een belangrijke Hollandse stad, maar nu behoort het landelijk maar net tot de 50 belangrijkste steden.

Tegen de achtergrond van het verleden, het belang van religie, de gesloten bestuurlijke cultuur en een klein tekort moet de verkoop van The Schoolboys begrepen worden. Vrijzinnigheid die Ranti Tjan, de voorganger van De Kleijn het museum binnenbrengt wordt niet begrepen. Sommigen beweren dat het tot blinde haat van het stadhuis tegen hedendaagse kunst en Tjan leidt. Wat in de beleving van de bestuurders verergerd wordt doordat Tjan als eerste directeur van een verzelfstandigd museum een onafhankelijke koers kan voeren.

Dan komt 30 mei 2011 en kondigt Gerard de Kleijn de verkoop van het meest iconische werk uit de collectie hedendaagse kunst aan: The Schoolboys. Rekensommen maken duidelijk dat de verkoop niet dient om een faillissement te vermijden. Want dan koopt men geen werk van Weissenbruch voor 109.000 euro of besteedt het geld aan inrichtingskosten, restauratie of beheer. Bij een dreigend faillissement worden schuldeisers betaald. De verkoop is het gevolg van een verzoek uit het stadhuis. Ondanks de opdracht aan het museum om hedendaagse kunst te verzamelen. Da’s gemeentebeleid sinds 1976. Het college breekt bewust die traditie.

Foto: Collage ‘kantkleedje‘ uit de serie ‘Rendas’ van de Nederlands-Portugese Isabel Ferrand die in museumgoudA in 2008 een tentoonstelling had. Opgenomen in de collectie hedendaagse kunst van museumgoudA.

Wie controleerde bij museumgoudA de Raad van Toezicht?

with 6 comments

De Utrechtse hoogleraar kunstgeschiedenis Peter Hecht sprak zich op 29 november in de jaarlijkse Rembrandt Lezing van de Vereniging Rembrand uit tegen de handelswijze van museumgoudA. In een interview met het FD neemt-ie hierop een voorschot. Hij pleit voor een meldingsplicht en strengere regels voor afstoting.

Pikant wordt het als Hecht zich uitspreekt over een Raad van Toezicht (RvT) die als taak heeft een slecht functionerende museumdirecteur te ontslaan. Zoals in de VS gebruikelijk. Toegepast op museumgoudA is de slotsom dat een niet goed functionerende museumdirecteur die regels overtrad begeleid wordt door een onvoldoende opererende RvT. Tot op de dag van vandaag. Maar wat moet de consequentie zijn?

Het slecht functioneren van de RvT is een bijkomend probleem dat tot nu toe in de kwestie rond de verkoop van The Schoolboys onder de publicitaire radar is gebleven. Da’s onterecht omdat een RvT een positieve rol had kunnen spelen en de directeur van museumgoudA voor foute stappen had moeten behoeden.

Het geeft aan dat een RvT in de Nederlandse verhoudingen ondergeschikt is. Toch is dat slechts ten dele waar. Zo was in de procedure rond de benoeming van de huidige museumdirecteur Gerard de Kleijn RvT-voorzitter Jan Laan leidend. Laatstgenoemde heeft een dubbele verantwoordelijkheid op zich geladen.

Omdat zowel bij de werving en selectie van als de controle op het beleid van de museumdirecteur in Gouda ogenschijnlijk fouten zijn gemaakt dringt de vraag zich op wie er toezicht heeft op de RvT. Het antwoord is kort: niemand. En in de publiciteit legt deze RvT-voorzitter geen verantwoording af. Het ontbreken van een controlerend mechanisme bij een RvT is een merkwaardige weeffout bij geprivatiseerde instellingen.

Hecht zegt over de VS: De trustees van belangrijke Amerikaanse musea kunnen een directeur heel aardig bij de les houden. Vaak met kennis van zaken. Doorredenerend in de trant van Hecht zou het logisch en gewenst zijn als zowel de directeur als RvT van museumgoudA van hun functie ontheven zouden worden. Om in het belang van stad en museum een nieuwe start voor mensen met kennis van zaken mogelijk te maken.

Foto: Camille Pisarro, Het Hooien, Éragny, 1887. Nieuw aanwinst Van Gogh Museum met steun van de Vereniging Rembrandt

NMV zet museumgoudA vanwege handelswijze niet uit vereniging

with 10 comments

Op een ALV is museumgoudA vandaag niet uit de Nederlandse Museumvereniging (NMV) gezet. Het betuigde spijt en werd daarom slechts berispt. In een voorstel van directeur Benno Tempel van het Haags Gemeentemuseum dat was ondersteund door Museum Boijmans van Beuningen en Centraal Museum werden afstotingsregels aangescherpt en zullen sancties worden geformuleerd. Het werd bij acclamatie aangenomen.

Op een extra ALV van 7 september keurde een meerderheid de handelswijze af van museumgoudA bij de verkoop van het schilderij The Schoolboys van Marlene Dumas. Leden betreurden vooral dat het schilderij niet was aangeboden aan andere Nederlandse musea, zodat het voor Nederland behouden had kunnen blijven. Hiermee schond het museum de Leidraad voor Afstoting van Museale Collecties (Lamo). In het openbaar betuigde directeur Gerard de Kleijn van museumgoudA toen geen spijt. Da’s nu onder druk gewijzigd.

De directeur heeft onhandig geopereerd, slecht gecommuniceerd en inschattingsfouten gemaakt. Wat hem door de museumsector het meest kwalijk wordt genomen is dat-ie niet solidair is geweest. De Kleijn dacht zijn problemen op te kunnen lossen zonder dat dit de sector zou verzwakken. Maar door zijn handelswijze verzwakte De Kleijn de museumsector die door aangekondigde bezuinigingen toch al zo onder druk staat.

Op kamervragen van SP-er Van Dijk over Lamo, ethische code en Wereldmuseum antwoordde staatssecretaris van cultuur Zijlstra op 8 septemberIk ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. Ik doe dat als het gaat om de rijkscollectie waarvoor ik verantwoordelijk ben. De Raad voor Cultuur ondersteunde onlangs de beleidslijn van de staatssecretaris.

Indirect keurde Zijlstra toen de handelswijze van zowel gemeente Gouda als museumgoudA af. De gemeente had het museum nooit mogen dwingen de gedragsregels van de museumsector te overtreden en het museum had zich nooit in die positie moeten laten dwingen. De Kleijn maakte het er niet beter op door geen overleg met de sector te zoeken en te denken dat-ie het in zijn eentje kon klaren. Dat museumgoudA nu niet uit de NMV wordt gezet is geen rechtvaardiging van een handelswijze, maar blijk van mededogen en pragmatisme.

Foto: Werk van Lily van der Stokker, ‘Kalm nou maar alles komt goed‘, museumgoudA; 2007

Koopt museumgoudA nog een molen van Weissenbruch?

with 6 comments

Bovenstaande olieverf op paneel staat te koop bij Christie’s Londen. Op de veiling van ‘Impressionistische en Moderne Kunst’ op 15 november. De Engelstalige titel is ‘Windmill in a polder landscape, near Noorden‘. Het is een voorstudie uit de jaren 1890 van het onderstaande schilderij ‘Workers near a windmill in a Dutch polder landscape, near Noorden’. Beide van Jan Hendrik Weissenbruch (1824-1903).

Onderstaand werk kocht museumgoudA voor € 109.000 op 24 mei 2011 bij Christie’s Amsterdam. Tevens verkocht museumgoudA uit eigen collectie ‘The Schoolboys‘ van Marlene Dumas voor € 1.230.734 op 28 juni 2011 bij Christie’s Londen. Om die reden dreigt museumgoudA deze maand uit de NMV te worden gezet.

Richtprijs van ‘Molen bij Noorden‘ is €8.000-12.000. Vanwege de collectievorming zou het logisch zijn als museumgoudA ook de voorstudie aankocht. Durft een museum dat zegt in financiële nood te verkeren zo’n aankoop aan? Kenners menen dat onderstaande Weissenbruch geen topstuk is en de Arntzenius-collectie niet heeft verrijkt. Naar verluidt waren er betere Weissenbruchs voor minder geld op de markt.

Foto 1: Jan Hendrik Weissenbruch, ‘Windmill in a polder landscape, near Noorden‘, 1890-1900

Foto 2: Jan Hendrik Weissenbruch, ‘Workers near a windmill in a Dutch polder landscape, near Noorden‘, 1890-1900

MuseumgoudA ongeloofwaardig over verkoop The Schoolboys

with 4 comments

De Volkskrant bericht dat een particuliere verzamelaar 800.000 euro had geboden aan museumgoudA voor The Schoolboys van Marlene Dumas. Dan had het schilderij in Nederland kunnen blijven. Nu is het verkocht op een veiling bij Christie’s en naar een particulier in Azië verhuisd. Voortaan aan het zicht van het publiek onttrokken. Het was een publiek geheim dat een verzamelaar een marktconforme prijs had geboden. Uitgelekt nieuws hierover kan een reden zijn voor de felle afwijzing door de Nederlandse Museumvereniging (NMV).

Dat directeur Gerard de Kleijn van museumgoudA gedragsregels van de museum- en erfgoedsector bewust heeft overtreden werd hem in de dagen rond de veiling eind juni 2011 niet erg kwalijk genomen. Iedereen besefte dat het voortbestaan van museumgoudA op het spel stond. Op vragen over het Wereldmuseum van SP’er Van Dijk veroordeelde staatssecretaris Zijlstra trouwens het handelen van een gemeente die een museum dwingt de gedragsregels te overtreden. Da’s van toepassing op zowel Gouda als museumgoudA.

Toen echter bekend werd dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar had geweigerd smolt het begrip voor zijn handelen weg. Maar de lokale Goudse politiek en anderen die voor De Kleijn in de bres sprongen wisten dat niet en focusten nog op de opbrengst en het voortbestaan van het museum. Zodat een discussie met twee snelheden ontstond. Hoe dan ook, De Kleijn weigerde een aanbod dat het beste van twee werelden combineerde: een goede opbrengst en het behoud van openbaar kunstbezit.

De Kleijn geeft twee argumenten voor zijn weigering. De opbrengst zou met 800.000 euro niet groter zijn dan het garantiebedrag en de bruikleen zou slechts enkele jaren bedragen. Dat zijn oneigenlijke argumenten. Want in een persbericht van 30 mei 2011 schrijft museumgoudA: ‘Het museum heeft dit werk in 1988 aangekocht voor 16.000 gulden en rekent nu op een opbrengst van euro 800.000′. Evenmin valt in te zien hoe een Nederlandse verzamelaar die aanspreekbaar blijft voor bruiklenen slechter zou zijn dan de verkoop aan een Aziatische particuliere verzamelaar die met zijn nieuwe bezit volledig uit beeld verdwijnt.

Interessant is dat op 20 september 2011 de Goudse cultuurwethouder Daphne Bergmans op raadsvragen van de SP’er van Alphen over de verkoop antwoorddedat museumgoudA enkele grote particuliere verzamelaars [heeft] benaderd om te bezien of er bereidheid was het schilderij aan te kopen en vervolgens in langdurige bruikleen ter beschikking te stellen. Deze bereidheid bleek er niet te zijn’. Dat ontlokte me de toevoeging: ‘Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij’.

Het feit dat museumgoudA geen musea of particuliere verzamelaars kon vinden benadrukt dat het niet serieus naar kopers heeft gezocht. Ook Marlene Dumas en galeriehouder Paul Andriesse met hun netwerk aan belangstellende kopers waren door museumgoudA of een derde partij die voor het museum de boer op ging niet van de voorgenomen verkoop op de hoogte gesteld. Achteraf waren ze hier vol onbegrip over.

Er zijn nog veel vragen naar het handelen van De Kleijn. Zijn uitleg sinds mei 2011 over de verkoop van The Schoolboys is verre van consistent en stelt-ie steeds bij. Gemeente Gouda zal hem niet kritisch aanspreken. Of een gemeenteraad. Of een Raad van Toezicht van het museum. Op de NMV en staatssecretaris Zijlstra na spreekt geen enkele instantie De Kleijn kritisch aan. Maar deze kunnen hem bestuurlijk weer niet aanpakken.

De echte reden dat De Kleijn het marktconforme aanbod van de particuliere verzamelaar niet accepteerde lijkt te zijn dat-ie het niet kon accepteren omdat-ie voortijdig vergaande afspraken had gemaakt met Christie’s Londen. In het pakket paste in mei de aankoop van een Weissenbruch bij Christie’s Amsterdam voor 109.000 euro. Volgens kenners zeker geen kernstuk van de collectie. Een onverklaarbare actie van een museum dat beweert dat het water tot aan de lippen gestegen is en zegt elke cent nodig te hebben voor het voortbestaan.

Foto: St Martin&39s School for Boys Blazer Navy; prijs vanaf 90 pond bij John Lewis

Zijlstra verwerpt uitverkoop kunst door Gouda en museumgoudA

with 2 comments

MuseumgoudA levert al lange tijd meer vragen dan antwoorden op. Afgelopen week beantwoordde staatssecretaris Zijlstra vragen van PvdA-kamerlid Klijnsma over de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas. Eerder al stelde SP-er Van Dijk vragen over het Wereldmuseum die ook over ontzamelen door musea gingen. In de Goudse gemeenteraad was het SP’er Van Alphen die antwoord kreeg van wethouder Bergman.

Zijlstra stelt in zijn antwoordIk verwacht dat museale instellingen onder de huidige economische omstandigheden zullen worden uitgedaagd om creatieve plannen te ontwikkelen waardoor zij minder afhankelijk worden van overheidssubsidies. Met u ben ik van mening dat ons kunst- en cultuurbezit niet in de uitverkoop thuishoort. De staatssecretaris herhaalt in andere woorden zijn opvatting die ook al in zijn antwoord aan Van Dijk was te vinden: Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. 

Portefeuillehouder Bergman stelt in haar antwoord dat museumgoudA vooraf toestemming gevraagd heeft aan het college om het schilderij af te mogen stoten. Gouda doet dus precies wat Zijlstra aan gemeenten vraagt niet te doen en hij daarom veroordeelt. Het brengt namelijk een museum in een positie die ertoe dwingt de ethische code van de erfgoed- en museumsector om economische redenen te overtreden.

Tevens schetst Daphne Bergman de mogelijkheden waaronder The Schoolboys verkocht had kunnen worden aan een derde partij. Opvallend ontbreekt in haar opsomming de optie dat museumgoudA zelf benaderd is door een derde partij. Zij blijft ook onduidelijk over de periode waarnaar ze verwijst. Da’s relevant omdat het duidelijkheid kan geven over het tijdstip waarop museumgoudA bindende afspraken met Christie’s maakte. Daarna kon museumgoudA immers niet meer ontvankelijk zijn voor aanbiedingen. Maar hoeveel tijd was er dan voor de bieders? Marlene Dumas en haar galeriehouder Paul Andriesse beweren dat zij nooit benaderd zijn en evenmin wisten dat The Schoolboys op enig moment te koop zou worden aangeboden.

Bergman probeert de pijn van de ethische commissie van de NMV te verzachten. Maar het advies van de commissie blijft onherroepelijkDe handelwijze van het Museum is in het onderhavige geval op belangrijke punten niet in overeenstemming met geldende regels en ethische uitgangspunten (LAMO en Code). De hierboven opgesomde tekortkomingen van het Museum zijn niet te rechtvaardigen onder de door de directie ter verantwoording aangevoerde (voornamelijk financieel-economische) omstandigheden. In zijn antwoorden aan Jetta Klijnsma en Jasper van Dijk bevestigt Halbe Zijlstra dit uitgangspunt.

De antwoorden zijn ongelijksoortig. Zijlstra wijst het ontzamelen door musea krachtig af. Verder oordeelt-ie dat gemeenten een museum niet in de positie moeten brengen dat het gedragsregels moet overtreden. Als verantwoordelijk bewindspersoon kan hij het beleid vormgeven. Wethouder Bergman verkeert niet in deze positie. Verder worden haar door de raad vragen gesteld over het handelen van een museumdirecteur die op afstand staat. Zij geeft een verslag uit de tweede hand waar de staatssecretaris direct voor zichzelf kan spreken. Dat gebrek aan directheid en duidelijkheid kleurt haar antwoord.

Foto: MuseumgoudA, 2006. Libia Castro & Ólafur Ólafsson, Tua patria non existat (Je land bestaat niet); verf op zandsteen (monument) – Tijdelijke installatie

MuseumgoudA kiest voor politiek conservatisme

with 8 comments

Voormalig directeur collecties van het Rijksmuseum Jan Piet Filedt Kok veroordeelt in een ingezonden brief van 17 september in de NRC de verkoop door museumgoudA van The Schoolboys. Hij schrijft:
‘(..) Marlene Dumas’ schilderij The Schoolboys (1987) paste uitstekend in de collectie van museumgoudA. Het vormde het hoogtepunt van de verzameling hedendaagse kunst en werd vrijwel steeds tentoongesteld. (..)
De aankoop van het schilderij in 1988 vormde de bekroning van het in de laatste decennia van de vorige eeuw gevoerde beleid om door vrouwelijke kunstenaars vervaardigde kunst bijeen te brengen. Onder de directie van Josine de Bruyn Kops (1940-1987) en haar opvolgers is op dit gebied een gevarieerde en fraaie verzameling hedendaagse kunst bijeengebracht. Ook die dreigt met andere onderdelen van de collectie door het museum verkocht te worden. Waar het een nieuw aangestelde museumdirecteur vrij staat, in overleg met staf en gemeente, het verwervingsbeleid aan te passen of te veranderen, gaat het niet aan om in één keer veertig jaar verzamelgeschiedenis van het museum uit te wissen
.(..) Nog dramatischer zou het zijn als de resterende verzameling moderne kunst van het MuseumgoudA zou worden verkocht. 

Dit laatste gevaar lijkt voorlopig afgewend. In een open brief van 15 september aan voorzitter Hans Kamps van de Nederlandse Museumvereniging stelt directeur Gerard de Kleijn van museumgouda: Wij zullen eerst het deelcollectieplan hedendaagse kunst actualiseren, alvorens tot afstoting over te gaan; conform de LAMO. Maar zijn woorden kunnen ook opgevat worden dat-ie de afstoting van de hedendaagse kunst voorbereidt. Dan is alleen de actualisering volgens de Lamo.

De afweging van Filedt Kok komt overeen met wat hier over de verkoop (zie Tagwolk bij museumgoudA) sinds de aankondiging van de verkoop in mei 2011 is beweerd. Gezien de manier van redeneren, of liever gezegd het gebrek eraan, van zowel museumdirecteur De Kleijn, het Goudse openbaar bestuur als de politieke partijen moet gevreesd worden dat inhoudelijk-museale argumenten tegenwoordig niet meer zwaar tellen.

Opvallend is dat twee soorten conservatisme elkaar kruisen. Het politieke conservatisme (=restauratie) van De Kleijn en het museale conservatisme (=behoud) van Filedt Kok. Waarbij De Kleijn namens anderen spreekt. Zeg maar zich louter instrumenteel opstelt. Deze dienende opstelling is aanvaardbaar voor de politiek, maar diskwalificeert hem als gesprekspartner voor de museumsector. We zien twee soorten behoudzucht waarbij vakmatigheid het verliest van een nieuwerwetse traditie die terugspringt naar het verleden, het heden uitwist en uiteindelijk nergens voor staat.

Een andere ingezonden briefschrijver Johan Galjaard uit Amersfoort neemt het op voor De Kleijn en legt de schuld bij de gemeente Gouda. Daarmee ben ik het eens zoals ik hier beredeneerde. Indirect onderstreept Galjaard echter ook dat De Kleijn zich heeft laten gebruiken en onvoldoende voor zijn museum is gaan staan.

Galjaard laat zich leiden door persberichten van museumgoudA die stellen dat er een groot tekort was. Maar er is geen enkele logica in de bewering van museumgoudA dat het al vijf jaar een schuld van 1,2 miljoen euro zou hebben. In het beleidsplan ‘Tussen hemel en aarde’ noemt De Kleijn trouwens een incidenteel tekort van 700.000 euro. Maar dat wordt evenmin met harde feiten onderbouwd. De Kleijn overtuigt niet als-ie beweert de Dumas te hebben moeten verkopen om tekorten weg te werken. Hij maakt het nergens aannemelijk.

In een persbericht van 30 juni stelt museumgoudA dat de netto veilingopbrengst van The Schoolboys bij Christie’s Londen van 950.000 euro wordt besteed aan:
-de aankoop voor 109.000 euro Weissenbruch: ‘Molen bij Noorden’ bij Christie’s Amsterdam
-restauratie van 16e eeuwse altaarstukken
-onderhoud collectie Gouds plateel en gevelstenen
-verbouwing interne ruimtes tot (open) depot ten behoeve van collectiebehoud
-risicoreserve

In de Nieuwsbrief September 2011 heeft museumgoudA inmiddels de opbrengst met 40.000 euro verhoogd tot 990.000 euro. Ook deze nieuwe opbrengst van 990.000 euro is kleiner dan een tekort van 1,2 miljoen euro. Maar toch kunnen van dat negatieve vermogen van 130.000 euro (1,2 ml- 0,99 ml) een Weissenbruch van 109.000 euro, restauratie van altaarstukken, onderhoud plateel en gevelstenen, interne verbouwingen en risicoreserve bekostigd worden. Gecompliceerd door een niet te volgen redenering over een legaat en de conclusie: Dus de aankoop van de Weissenbruch heeft ons niet in financiële problemen gebracht. Het is net andersom. Volgens De Kleijn verkleint dus een aankoop van 109.000 euro de financiële problemen van een museum dat zegt het financieel moeilijk te hebben.

Kunt u het nog volgen? MuseumgoudA bij monde van De Kleijn geeft geen consistente uitleg over vermeende tekorten en brengt steeds wisselende cijfers naar buiten. Dat is op zijn minst merkwaardig en opmerkzaam. Volgens de accountantsverklaringen van 5 jaar geleden was het negatieve eigen vermogen, zeg: tekort van museumgoudA in 2006 trouwens 100.000 euro. Volledig in lijn met eerdere jaarrekeningen.

Anders gezegd, de tekorten bestaan, maar zijn kleiner dan door De Kleijn gesuggereerd wordt. Waarom hij dat doet blijft gissen. Een onafhankelijk onderzoek dat het Goudse college en museumgoudA tegen het licht houdt kan duidelijkheid bieden. De onregelmatigheden van museumgoudA bezorgen de museumsector een te slechte naam. Hamvraag is of het politieke conservatisme waarvoor museumgoudA zegt te moeten kiezen wel zo onvermijdelijk is als het zelf beweert. Mogelijk is zo’n onderzoekscommissie iets voor Jan Piet Filedt Kok.

Foto 1: Jan Hendrik Weissenbruch, Zomerdag, Collectie Rijksmuseum

Foto 2: Jan Hendrik Weissenbruch, Molen bij Noorden, recente aankoop museumgoudA

Foto 3: Jan Hendrik Weissenbruch, Te Noorden bij Nieuwkoop, Dordrechts Museum, bruikleen RCE

Foto 4: Jan Hendrik Weissenbruch, Ophaalbrug te Noorden, Collectie Rijksmuseum; aquarel

Halbe Zijlstra keurt verkoop The Schoolboys door museumgoudA af

with 9 comments

Verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door museumgoudA is afgekeurd op een extra ledenvergadering op 7 september van de Nederlandse Museumvereniging (NMV). Voorzitter Hans Kamps steltDe leden zijn principieel van mening dat een museum nooit collectiestukken mag verkopen om haar financiële nood te lenigen. Zeker in deze tijd van bezuinigingen, waarin musea onder druk  staan, is het belangrijk dit principe te onderstrepen. 

Dit cultuurpolitieke argument speelt in heel Europa. In haar kamervragen aan staatssecretaris Zijlstra van OCW vraagt PvdA-woordvoerder Cultuur Jetta Klijnsma of de gemeenteraad Gouda besloten heeft tot verkoop van het werk van Dumas: Is de collectie van het betreffende museum eigendom van de gemeente Gouda? Zo ja, heeft de gemeenteraad besloten tot de verkoop van het werk van Dumas? De vraag impliceert dat de afweging nooit verder is gekomen dan het college waar de PvdA de grootste partij is in een gemeente met de PvdA-burgemeester Cornelis. Die zich naar verluidt afgelopen jaren actief beziggehouden heeft met museumgoudA. Hij kondigde overigens eind juni zijn vervroegde afscheid per medio 2012 aan.

De vragen van mw. Klijnsma lijken op zijn minst te wijzen op een accentverschil tussen landelijke en lokale cultuurpolitiek. De oppositiepartijen PvdA, GroenLinks, D66 en SP ageren op landelijk niveau tegen het korten van de cultuurbegroting zoals onlangs bleek op de manifestatie op het binnenplein van museum Boijmans. Maar op lokaal niveau volgen dezelfde partijen een andere koers. Zoals in Gouda waar museumgouda met 25% bovengemiddeld wordt gekort door een college met PvdA, de VVD, het CDA, D66 en GroenLinks.

Indirect mengt staatssecretaris Zijlstra zich in de discussie met zijn beantwoording van de kamervragen van SP’er Jasper van Dijk over het Wereldmuseum. Directeur Stanley Bremer heeft geopperd zijn Afrika-collectie te verkopen om tot een Azië-museum te komen. Hij kreeg hierop volop kritiek. In een commentaar op de dreigende schorsing van museumgoudA heeft Bremer gesuggereerd de Nederlandse Museumvereniging (NMV) te verlaten omdat de voorwaarden van afstoting te streng zouden zijn.

Met name vraag 4 van Van Dijk over de beweegredenen van Bremer is relevant: Is dit plan in overeenstemming met de ethische code van de musea, de LAMO (Leidraad voor afstoten van Museale Objecten)? Zo ja, worden de objecten in eerste instantie voor (bijna) niets aan andere musea aangeboden en komt de opbrengst ten goede van de collectie? Zo nee, wat gaat u hiertegen ondernemen?

Zijlstra antwoordt hierop: De ethische ICOM-code en de LAMO zijn instrumenten van zelfregulering, waaraan musea als beheerders van collecties zich gebonden achten en die zij zelf onderhouden. Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. Ik doe dat als het gaat om de rijkscollectie waarvoor ik verantwoordelijk ben. De beoordeling van de vraag of een voorstel van het Wereldmuseum binnen deze codes past ligt bij de Gemeente Rotterdam. Er is contact met de Gemeente Rotterdam. Rotterdam geeft aan nog geen concrete voorstellen ter besluitvorming te hebben ontvangen. 

De volgende zinsnede is een bevestiging van de gedragscode: Ik ga ervan uit dat gemeenten, provincies en rijksoverheidsorganen de musea die hun collecties beheren in staat stellen die codes na te leven en zelf die codes als kader hanteren bij het verlenen van volmachten om voorwerpen af te stoten. Zijlstra wijst indirect gemeente Gouda terecht. Het had museumgoudA nooit in de positie moeten brengen waarin het tot het besluit kwam om een topwerk te verkopen. Hopelijk geeft dit antwoord van de staatssecretaris en de opstelling van de NMV tegen verkoop uit budgettaire redenen weifelende museumdirecteuren voortaan wat zelfvertrouwen en een steun in de rug. Tegenover de politiek die met dubbele tong spreekt.

Foto: Vaste opstelling Wereldmuseum, Rotterdam

MuseumgoudA heeft de museumsector beschadigd

with 7 comments

UPDATE 8 september: Weide en De Kleijn reageren op de radio. PvdA-woordvoerder Cultuur Jetta Klijnsma stelt kamervragen over de verkoop van The Schoolboys door museumgoudA. Daarbij gaat ze ook in op de rol van de gemeente Gouda. Saillant is dat burgemeester Wim Cornelis van Gouda een PvdA’er is en de PvdA de grootste collegepartij. 

UPDATE 7 september: De NMV heeft museumgoudA uit haar vereniging gezet. Aldus een bericht in De Volkskrant. Da’s de uitkomst van een extra ledenvergadering. Volgens een meerderheid heeft museumgoudA onethisch gehandeld. In een toelichting zegt voorzitter Siebe Weide dat het zwaarst weegt dat museumgoudA niet voor samenwerking heeft gekozen. De Museumkaart is in museumgoudA straks niet meer geldig.

Zie voor de achtergronden een eerdere posting van 30 mei 2011: MuseumgoudA verkoopt eigen identiteit

Museumdirecteuren praten op woensdag 7 september op een extra ledenvergadering van de Nederlandse Museumvereniging (NMV) over de verkoop van The Schoolboys van Marlene Dumas door museumgoudA. Afgelopen vrijdag vielen zij en haar galeriehouder Paul Andriesse museumdirecteur Gerard de Kleijn in een stuk van Harmen Bockma De Volkskrant aan. Hier wordt dat genoemd. In de overige media bleef het stil.

Kwestie is dat een topwerk van een al decennia in Nederland werkende kunstenares naar het buitenland is verdwenen. Dit betekent dat openbare kunstbezit van Nederland verarmt. De welwillende houding jegens De Kleijn door de politiek is aan de rechterkant onbegrijpelijk wegens het gebrek aan nationale trots en aan de linkerkant wegens het gebrek aan culturele trots. De politiek ziet het belang van cultuur niet in.

Regels over afstoten van museale objecten zijn juridisch niet bindend. De zogenaamde LAMO is een gedragscode die binnen de cultuur- en erfgoedsector serieus wordt genomen. Gerard de Kleijn heeft zich er niet aan gehouden. Hij heeft The Schoolboys niet aangeboden aan collega-musea zoals de code vereist. Die verdeeldheid en dat gebrek aan solidariteit binnen de museumsector is ongelukkig. De Kleijn loopt kans museumgoudA te isoleren en de museumsector te verzwakken.

De Kleijn stelt dat-ie het werk van Dumas niet vindt passen in de kerncollectie van museumgoudA. Dat klopt omdat-ie tussentijds het karakter van museumgoudA heeft gewijzigd. Zijn voorgangers hadden opdracht van de gemeente Gouda om hedendaagse kunst aan te kopen. Ze hebben aan die opdracht voldaan. Nu het nieuwe college van Gouda de culturele ambities naar beneden heeft bijgesteld is het onterecht om met terugwerkende kracht de voorgangers te verwijten dat ze een opdracht van de gemeente uitvoerden.

De nieuwe focus van De Kleijn is deels religieus. Daarop zet-ie in. Zijn beleidsplan heet niet toevallig Tussen hemel en aarde. Waar eerder de focus van museumgoudA sociale geschiedenis, migranten (ook binnenlandse) en vrouwen was, is dat nu onder meer religie en stadsgeschiedenis. Vanuit hun eigen gedachtengoed is het opvallend dat seculiere partijen als GroenLinks, D66 en Trots op NL de nieuwe focus van De Kleijn toejuichen.

Een voetbalcoach die zijn beste speler ontslaat is niet populair bij de supporters. Met The Schoolboys heeft De Kleijn zijn beste werk verkocht. Andersom werkt het niet. Het aankoopbudget van Nederlandse musea is kleiner. Zelfs grotere musea hebben niet veel meer dan een jaarbudget van 100.000 euro. Als ze sparen kunnen ze naar verwachting eens in de tien jaar een werk als The Schoolboys van Marlene Dumas kopen.

Nederlandse musea gaan niet over een nacht ijs bij aankopen. Ze moeten bij hedendaagse kunst slim en snel opereren om de kunstmarkt met oplopende prijzen voor te zijn. Daarbij kunnen ze vanwege hun prestige kortingen bedingen. Precies dat is bij de aankoop in 1988 van The Schoolboys gebeurd. Maar de korting die de galerie toen gaf was niet bedoeld voor verkoop aan Christie’s. Dat maakt het handelen van De Kleijn ongelukkig. Als deze uitverkoop doorzet dan zullen kunsthandel en galeries hun kortingen aan musea stoppen. Dan is de financiële schade voor de totale Nederlandse museumsector vele malen groter dan de opbrengst van The Schoolboys was. Daarom moet de NMV nu optreden tegen museumgoudA.

Verkopen en veilen van museumobjecten is al lang geen taboe meer. Juist daarom is er een gedragscode ontwikkeld. De museumwereld is in beweging en denkt na over ontzamelen. Om plaats te maken in de depots ligt het voor de hand om minder kwalitatieve of representatieve objecten aan andere musea aan te bieden. Maar het afstoten van delen van de A-collectie zoals De Kleijn doet is ongebruikelijk en verre van logisch.